Delegatie naar de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee

De Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee/Assemblee van de West-Europese Unie biedt nationale parlementariërs uit de lidstaten van de Europese Unie de gelegenheid om geïnformeerd en geconsulteerd te worden over het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Ook vergadert de Assemblee over de activiteiten van de West-Europese Unie, een samenwerkingsverband dat in 1948 is opgericht om de Europese samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie vorm te geven.

De Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee/WEU-Assemblee bestaat uit 400 parlementariërs uit 39 landen. Alle 27 nationale parlementen van de Europese Unie hebben het recht om een delegatie naar de Assemblee te sturen, evenals 5 landen die wel lid zijn van de NAVO, maar niet van de EU, en 6 partnerlanden uit Oost-Europa. De rol van de Assemblee is in sterke mate afhankelijk van de ontwikkeling van een ‘Europees’ buitenlands beleid en defensiecapaciteit.

Vergaderingen

De Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee vergadert 2 keer per jaar gedurende 3 dagen in plenaire samenstelling in Parijs: begin juni en begin december. De zes commissies zijn tussentijds ook actief met werkbezoeken en vergaderingen.

De eerstvolgende plenaire vergadering van de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee is van 15 tot en met 17 juni 2010.

Nederlandse delegatie Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee

De Staten-Generaal zijn vanaf het begin vertegenwoordigd in wat toen nog de WEU-Assemblee heette. De Nederlandse delegatie naar de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee/WEU-Assemblee heeft dezelfde samenstelling als de delegatie naar de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Deze bestaat uit:

  • 7 leden (5 uit de Tweede Kamer, 2 uit de Eerste Kamer)
  • 7 plaatsvervangende leden (3 uit de Tweede Kamer, 4 uit de Eerste Kamer)

Samenstelling:

Leden

L. Blom, (PvdA, TK), voorzitter

K.G. de Vries (PvdA, EK)

H.E. Waalkens (PvdA, TK)

C.W.A. Jonker (CDA, TK)

J.H. ten Broeke (VVD, TK)

J.D.M.P. Omtzigt (CDA, TK)

M.J.M. Kox (SP, EK)

Plaatsvervangende leden

M.L. Bemelmans-Videc (CDA, EK)

M.H.A. Strik (GL, EK)

P.P.E. Lempens (SP, TK)

F.H.H. Weekers (VVD, TK)

A. Elzinga (SP, EK)

J.D.M.P. Aasted-Madsen-van Stiphout (CDA, TK)

H. Franken (CDA, EK)

TK= Tweede Kamer

EK= Eerste Kamer

Wat doet de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee?

De Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee is geen parlement, maar een overleg van 39 parlementen. Dit betekent dat de Assemblee geen traditionele parlementaire instrumenten tot zijn beschikking heeft, zoals het budgetrecht, het enquêterecht of het recht op inlichtingen. Ook kan de Assemblee geen ministers naar huis sturen.

Transparantie en democratische verantwoordelijkheid

De kerntaak van de Assemblee is het bevorderen van democratisch toezicht op de ontwikkeling en uitvoering van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB) van de Europese Unie. Deze taak is de laatste jaren bepaald door de overdracht van de operationele activiteiten van de West-Europese Unie naar de EU. Zo houdt de Assemblee vooral de voortgang van EU-vredesmissies in de gaten, zoals op de Balkan, in het Midden-Oosten en in Afrika. De bijdrage van lidstaten aan het EVDB (troepenuitzendingen, financiële middelen) wordt bepaald op nationaal niveau. Het democratische toezicht op het EVDB is vooralsnog geen bevoegdheid van het Europees Parlement. Zolang deze situatie bestaat, stelt de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee zich tot doel het democratisch toezicht interparlementair te doen plaatsvinden.

Daarnaast blijft de Assemblee de uitvoering bewaken van de verplichtingen inzake collectieve verdediging die voortvloeien uit artikel V van het gewijzigde Verdrag van Brussel uit 1954. Ook bewaakt de Assemblee de naleving van artikel IV van ditzelfde verdrag, dat voorziet in samenwerking tussen de WEU en de NAVO.

Activiteiten

De leden van de Assemblee vergaderen 2 keer per jaar in plenaire samenstelling (juni en december). Deze vergaderingen vinden plaats in Parijs, waar de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee over een eigen vergaderzaal en kantoorruimte beschikt.

Gedurende het jaar komen de verschillende commissies bijeen voor vergaderingen of werkbezoeken ter voorbereiding van de concept-rapporten en aanbevelingen die hun rapporteurs in de plenaire vergadering zullen presenteren. In deze aanbevelingen velt de Assemblee een oordeel of roept op tot actie met betrekking tot een situatie op het gebied van internationale politiek en defensie.

Aanbevelingen van de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee/WEU-Assemblee

Ontstaansgeschiedenis Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee

Het ontstaan van de WEU-Assemblee, later omgedoopt tot de Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee, moet begrepen worden in de context van het door de Tweede Wereldoorlog verscheurde Europa. Na 1945 waren het voorkomen van een nieuwe oorlog en het bewaren van stabiliteit en vrede de belangrijkste drijfveren achter het streven naar Europese samenwerking.

Samenwerking noodzakelijk

Nergens leek deze samenwerking meer noodzakelijk dan op het gebied van buitenlandse politiek en defensie. Het waren immers internationaal politieke conflicten en concurrerende strijdkrachten die de Europese landen tot twee keer toe in een vernietigende wereldoorlog hadden geleid. Tegelijkertijd leek het  een even onwaarschijnlijke als zware opgave om voormalige vijanden als Frankrijk en (West-)Duitsland – landen die elkaar kort daarvoor op leven en dood hadden bevochten - tot samenwerking te bewegen.

Verdrag van Brussel

De ontluikende Koude Oorlog en de dreiging van het communisme gaven de aanzet tot concrete samenwerking. In 1948 sloten Frankrijk, Groot-Brittannië, België, Nederland en Luxemburg het Verdrag van Brussel om West-Europese samenwerking op militair gebied te versterken. Ook wilden deze landen de Verenigde Staten blijvend bij de Europese defensie betrekken.

Oprichting NAVO

De gesprekken die de verdragslanden hierover met de VS en Canada voerden, leidden in 1949 tot de oprichting van de NAVO. Het Verdrag van Brussel bleef echter gewoon naast de NAVO bestaan. Pogingen om tot verdergaande samenwerking te komen door de oprichting van een Europees leger, waar ook de vroegere vijand (West-) Duitsland deel van zou uitmaken, gingen Frankrijk echter te ver. In 1952 verwierp het Franse Parlement het verdrag dat een Europese Defensiegemeenschap tot stand had moeten brengen.

West-Europese Unie

In 1954 besloten de West-Europese landen om tot een nieuwe, maar minder vergaande vorm van militaire samenwerking te komen. Het Verdrag van Brussel werd aangepast en West-Duitsland en Italië traden toe tot wat inmiddels de West-Europese Unie was gaan heten.

Instelling Assemblee

Om het democratische en intergouvernementele karakter van deze Europese samenwerking duidelijk te maken, werd de interparlementaire WEU-Assemblee ingesteld, die in 1955 voor het eerst bijeenkwam. Parlementariërs uit de WEU-landen werden geïnformeerd en geconsulteerd over ontwikkelingen in de internationale politiek en de samenwerking op defensiegebied. Dit moest leiden tot transparante besluitvorming in de WEU.

Verdrag van Maastricht

Met de oprichting van de Europese Unie in 1991 in het Verdrag van Maastricht , spraken de betrokken regeringsleiders de ambitie uit om tot een “echte Europese veiligheids- en defensie-identiteit” te komen. In een verklaring die aan het verdrag werd toegevoegd, werd bepaald dat de WEU zou moeten worden ontwikkeld tot de “defensiecomponent van de EU”.

Verdrag van Nice

Het Verdrag van Nice, dat in december 2001 door de EU-lidstaten werd gesloten, gaf een meer concrete invulling aan deze “tweede pijler” van de EU, door de samenwerking in het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid te definiëren. De EU kreeg een eigen Politiek en Veiligheids Comité en een eigen Militair Comité met een militaire staf, die de rol en de taken van de WEU, met name op het gebied van crisismanagement, zouden overnemen.

Samenwerking EU en WEU

De al bestaande banden tussen de EU en de WEU werden nauwer aangehaald, onder andere door het deels laten samenvallen van de personele bezetting van beide organisaties: de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie werden tegelijkertijd lid van de corresponderende raden van de EU en de WEU en de Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidbeleid van de EU werd ook de secretaris-generaal van de WEU.

Naamswijziging

Ook in de WEU Assemblee viel het onderscheid tussen EU-lidstaten en WEU-lidstaten weg. In 2008 herzag de Assemblee zijn statuten, waardoor alle EU-landen dezelfde rechten kregen in plenaire vergaderingen en commissievergaderingen. De naam werd officieel gewijzigd in Europese Veiligheids- en Defensie-Assemblee.

Toekomst Assemblee

Op 31 maart 2010 hebben de tien landen die de West-Europese Unie hebben opgericht (Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, Italië, Portugal, Spanje, Griekenland, Verenigd Koninkrijk en Duitsland) gezamenlijk verklaard dat zij het Verdrag van Brussel opzeggen en de instellingen die nog deel uitmaken van de WEU, willen sluiten. Als belangrijkste reden daarvoor gaven zij dat de WEU haar historische rol van het bevorderen van vrede en stabiliteit in Europa, heeft vervuld. Met de ratificatie van het Verdrag van Lissabon in 2009 is er een nieuwe fase in het Europese veiligheids- en defensiebeleid aangebroken en de oprichtingsstaten zien daarin niet langer een rol voor de WEU weggelegd. Het Verdrag van Brussel zal in juni 2011 beëindigd worden en daarmee komt ook een einde aan het bestaan van de Europese Veiligheids- en Defensie Assemblee. Onder leiding van het Belgische voorzitterschap van de EU (en de WEU) in de tweede helft van 2010 zal nagedacht worden over een andere vorm van interparlementair toezicht op het Europese veiligheids- en defensiebeleid op basis van de rol die het Verdrag van Lissabon aan nationale parlementen geeft.

Opheffingsverklaring WEU

Relevante links


LeesVoor

Plaatsvervangende leden