Gouden Koets

Foto op het Binnenhof

De Gouden Koets, het officiƫle staatsierijtuig van het Nederlandse Koningshuis, werd op 7 september 1898 ter gelegenheid van haar troonsbestijging door de Amsterdamse bevolking aan Koningin Wilhelmina aangeboden.

Het geld voor de koets was ingezameld door de Vereeniging van het Amsterdamsche Volk tot het Aanbieden van een Huldeblijk aan H.M. Koningin Wilhelmina.

Foto Gouden Koets

De koets is ontworpen en vervaardigd door de gebroeders H.J. en J. Spijker. De gebroeders hadden aanvankelijk een smederij die later, via een rijtuigenmakerij, overging in een bedrijf dat auto's (de Spijker) produceerde.

Koningin Wilhelmina nam bij haar huwelijk in 1901 de koets in ontvangst en deze werd in 1903 in gebruik genomen. Overigens werd de koets aanvankelijk niet ieder jaar gebruikt. In en na de Eerste Wereldoorlog werd van een eenvoudiger rijtuig gebruik gemaakt, omdat de paarden waren 'uitgeleend' aan het gemobiliseerde leger.

De koets is een berline op acht veren, getrokken door een achtspan. De koets is geheel verguld en rijk versierd met allegorisch lofwerk en diverse paneelschilderingen van N. van der Waay. Het interieur is van zijden petit-point-naaldwerk. Dit borduurwerk werd deels verricht door meisjes uit weeshuizen. Aan weerszijden van de staatsiebok is het nationale rijkswapen opgenomen. De bok zelf is bekleed met rood laken.

Koningin Wilhelmina had als uitdrukkelijke wens dat zij rechtop kon staan in de koets. Vandaar de gebogen vorm van de kroonlijst.

De hoogte van de koets levert overigens voor de koetsier de nodige problemen op bij het manoevreren door de nauwe toegangspoorten van het Binnenhof.