Eerste Kamer voor bescherming privacy op internet

9 mei 2012

Europese normen op het gebied van burgerrechten en regelgeving op het gebied van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten van de Europese Unie worden met instemming van de Eerste Kamer opgenomen in de Nederlandse regelgeving. Dit is dinsdag 8 mei gebleken tijdens een debat met minister Verhagen van ELI over de implementatie van de betreffende EU-richtlijnen. Zonder stemming ging de senaat akkoord met de wijziging van de Telecommunicatiewet. Tijdens de eerste termijn van het debat werden twee moties ingediend.

CDA-senator Franken vroeg in een motie uitstel van invoering van een onderdeel van de wetswijziging met het oog op het overleg tussen alle relevante marktpartijen en toezichthouders over een protocol (Do Not Track) waarmee browsers geschikt gemaakt kunnen worden om internetgebruikers meer mogelijkheden te bieden hun privacy te beschermen. Volgens de motie Franken zou het betreffende artikel in de Telecommunicatiewet per 31 december in werking moeten treden en niet zo snel mogelijk nadat de Eerste Kamer de wetswijziging zou hebben aangenomen, zoals o.a. senator Van Boxtel (D66) bepleitte. Het betreft hier een onderdeel dat gebruikers van internet het recht geeft om vooraf toestemming te geven voor het plaatsen van Cookie's. Via een amendement van de Tweede Kamer is hier een element aan toegevoegd dat een omkering van de bewijslast inhoudt. Cookie-plaatsers moeten aantonen dat zij toestemming hebben van de gebruiker. Na een suggestie van PvdA-senator Noten herformuleerde minister Verhagen het dictum van de motie Franken zo dat het toezicht op de bepaling inzake de omkering van de bewijslast pas na 31 december 2012 effectief toegepast zal worden. Voor die tijd krijgen aanbieders de mogelijkheid zelf met oplossingen te komen. CDA-senator Franken zei dat daarmee zijn motie materieel wordt uitgevoerd. Voor de stemming over de motie op 15 mei zal hij laten weten of hij de motie handhaaft of intrekt.

Filter

CU-senator Ester diende een motie in waarin de regering wordt verzocht een mogelijkheid te creëren voor aanbieders van internet toegangsdiensten om tegemoet te komen aan een uitdrukkelijk verzoek van de abonnee om diensten of toepassingen op grond van door de abonnee gespecificeerde ideële motieven te belemmeren.

SGP-senator Holdijk spitste zijn betoog geheel op dit punt toe. De SGP-senator hekelde het feit dat de Tweede Kamer een eerder aangenomen amendement van de Tweede-Kamerleden Dijkgraaf en Verburg  weer ongedaan had gemaakt door een aanpassing van de Verzamelwet Verkeer en Waterstaat 2010. Een meerderheid van de Tweede Kamer zou destijds 'per abuis' voor het amendement Dijkgraaf/Verburg hebben gestemd. Senator Holdijk betreurde het dat nu geen uitzondering meer gemaakt kan worden voor de situatie waarin de gebruiker/abonnee van een internettoegangsdienst op grond van ideologische of pedagogische motieven een aanbieder kan verzoeken bepaalde diensten of toepassingen te filteren op netwerkniveau. "Juridisch gesproken gaat het om een situatie van vrijwillig gekozen zelfbeperking", zei senator Holdijk. "Ik kan geen steekhoudend argument bedenken waarom deze mogelijkheid uitgesloten zou worden", zei de SGP-senator. Volgens hem doet deze mogelijkheid geen afbreuk aan de voorgestane netneutraliteit.

De senatoren Ester en Holdijk kondigden in tweede termijn aan dat zij tegen de Verzamelwet Verkeer en Waterstaat 2010 zouden stemmen als het artikel waarin het amendement Dijkgraaf/Verburg wordt geschrapt blijft staan. Overigens toonden meer senatoren onbegrip over de wijze waarop de Tweede Kamer zijn vergissing had gerepareerd. Senator Reuten(SP):

"Mijn fractie is niet ingenomen met het feit dat een meerderheid van de Tweede Kamer toestaond dat een amendement op de telecommunicatiewet plompverloren in een wijzigingswet verkeer en waterstaat gedumpt werd".

Minister Verhagen kondigde aan nog voor de stemming over de motie Ester op 15 mei in een brief te zullen aangeven welke mogelijkheden hij ziet om het verlangen van CU en SGP tegemoet te komen. Ook een nieuw wetsvoorstel rekende de minister tot de mogelijkheden. "Ik zie niet in waarom niet aan een aanbieder gevraagd zou mogen worden een filter te plaatsen", zei de minister. "Dan draagt een gebruiker een eigen bevoegdheid over aan een provider: een filter plaatsen".

D66-senator Van Boxtel zei hierover dat iedereen zelf een filter kan plaatsen en dat het dan vreemd is om van de overheid regelgeving te verlangen.  

Netneutraliteit

De Eerste Kamer hecht aan netneutraliteit en zo vrij mogelijke toegang tot internet. "Geen drempels om nieuwe ondernemingen op te richten", zei senator Noten (PvdA). Volgens de PvdA-senator kenmerkt internet zich steeds meer door slimme gratis applicaties die reguliere betaalde diensten verdringen. Skype en VOIP in plaats van telefonie. Whats app in de plaats van SMS-en. Senator Noten wees erop dat de Tweede Kamer door aanpassingen van het wetsvoorstel het onmogelijk heeft gemaakt dat providers geld gaan vragen voor het doorlaten van de applicaties. En daar is de PvdA-fractie het geheel mee eens.

Door een amendement heeft de Tweede Kamer  kabeltelevisiemaatschappijen verplicht om haar klanten de mogelijkheid te bieden om te kiezen voor iedere aanbieder van een pakket TV- en radiozenders tegen een kosten georiënteerd tarief. Daardoor worden de kabel en het pakket ontkoppeld om zo de keuzemogelijkheid van klanten te vergroten en competitief handelen van aanbieders te stimuleren. Dit past volgens senator Noten in de lijn van het denken dan de PvdA-fractie dat eigendom van infrastructuur niet mag leiden tot monopolies bij het aanbieden van diensten.

'Cookie-amendement'

Over het 'Cookie-amendement' voerden alle sprekers het woord. Volgens senator Noten is het doel van dit amendement om de bescherming van internetgegevens net zo zwaar te maken als van een alle overige persoonsgegevens volgens de Wet Bescherming Persoonsgegevens(WBP). "En daarbij gaat het dan niet alleen om persoonsgegevens in de meest strikte zin van het woord, maar ook, en op internet juist, om informatie die tot een persoon herleidbaar is, zoals welke websites heb je wanneer bezocht en wat heb je daar gedaan. Senator Noten vond het terecht dat als een provider gegevens over een gebruiker wil opslaan hij zich aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens moet houden.

Senator Franken (CDA) wees erop dat deze bepaling tot grote praktische problemen kan leiden. In Nederland zijn er 350 miljoen webpagina's en 4,5 miljoen websites. Wereldwijd gaat het om minimaal 20 miljard websites. Iedere website maakt gebruik van cookies voor het onthouden van instellingen of bijvoorbeeld voor webanalyse. Volgens het wetsvoorstel moet er ondubbelzinnige toestemming zijn voor het gebruik van cookies. Volgens de senator is daarmee de Nederlandse wetgeving zwaarder dan wat de Europese richtlijn vraagt. Op die manier zou een ongelijk speelveld ontstaan voor het bedrijfsleven.

'Nationale kop'

Over deze 'nationale kop' was de VVD-fractie ontstemd. Senator Bröcker betoogde namens de VVD-fractie dat het beter is om Europese richtlijnen een op een in Nederlandse wetgeving te vertalen. Mochten regering en/of Tweede Kamer verder willen gaan dan Europa dan zou zo'n extra regel in aparte wetgeving aangeboden moeten worden. Senator Bröcker verwees naar de Algemene Rekenkamer die heeft vastgesteld dat nationale koppen op Europese regelgeving worden aangemerkt als een verklaring voor de termijnoverschrijdingen bij de implementatie van Europese richtlijnen.

Ook in dit geval van de Telecommunicatierichtlijnen is Nederland te laat.

Minister Verhagen wees erop dat deze al op 25 mei 2011 (een jaar geleden) in Nederlandse wetgeving omgezet had moeten zijn. Als Nederland nog langer draalde, zou er een boete dreigen van de EU. Mede om die reden drong hij erop aan het wetsvoorstel aan te nemen en de werking van een bepaling op te schorten tot 31 december, zoals in de motie Franken is verwoord.

Overigens was minister Verhagen het eens met de opvatting van de VVD-fractie over de 'nationale koppen'. Hij zei dat hij de motie die senator

Bröcker hierover had ingediend en die ook op 15 mei in stemming komt te gelegener tijd aan de Tweede Kamer zou willen voorhouden. De motie vraagt ook van de regering om in de toekomst niet te anticiperen op Europese regelgeving, tenzij daarvoor een acute noodzaak is. D66-senator Van Boxtel en SP-senator Reuten zeiden dat zij de VVD-motie over de 'nationale koppen' niet goed bij het debat over de Telecommunicatierichtlijnen vonden passen.

Zwak tegenover sterk

Senator Reuten prees het wetsvoorstel aan als een vorm van rechtsbescherming van een effectief zwakke economische partij tegenover een effectief sterke economische partij. Volgens de SP-senator regelt het wetsvoorstel in hoofdzaak beperkingen van de economische vrijheid van bedrijven die telecommunicatie aanbieden, zowel inhoudelijk als qua mededinging. Anderzijds geeft het wetsvoorstel een concretisering van persoonlijke rechten aangaande de eigen persoonsgegevens en aangaande vrije informatievoorziening. Per saldo legt de economische vrijheid het in dit geval af tegen de persoonlijke vrijheid, vond senator Reuten.

Senator Faber-Van de Klashorst (PVV) noemde het een goede zaak dat de kabelaanbieders hun televisiesignaal volgens dit wetsvoorstel moeten aanbieden voor groothandelsprijzen voor wederverkoop. "Het wetsvoorstel versterkt de positie van de consument. Het wordt gemakkelijker voor de consument om over te stappen naar een andere aanbieder. De bescherming van de privacy van de consument juichte de PVV-senator toe. Maar filtering om te voorkomen dat consumenten in aanraking komen met voor hen ongewenste informatie is volgens de PVV-fractie  niet nodig. Hiervoor bestaat geen noodzaak omdat de markt voldoende mogelijkheden biedt om ongewenste informatie te weren. Het Nederlandse bedrijf Kliksafe brengt volgens senator Faber-Van de Klashorst filterboxen op de markt, waarmee de consument thuis kan instellen welke websites wel en niet bezocht kunnen worden.

Senator Vos (GroenLinks) betoogde dat er zeer ruim misbruik wordt gemaakt van de mogelijkheid cookies te plaatsen en dat het goed is dat het wetsvoorstel daar een einde aan probeert te maken.