28.495

Initiatiefvoorstel-Dittrich en Van Haersma Buma Opheffing verjaringstermijn bij zeer ernstige delicten

Dit initiatiefvoorstel van de leden Dittrich (D66) en Van Haersma Buma (CDA)  pdf icoon schrapt de verjaringstermijn voor delicten waarop een levenslange gevangenisstraf is gesteld uit het Wetboek van Strafrecht. Het voorstel past ook de regeling van verjaring en stuiting (blokkeren) van verjaring aan.

Met dit voorstel wordt ervoor gezorgd dat verdachten van ernstige delicten bij nieuw bewijs na achttien jaar toch nog berecht en veroordeeld kunnen worden.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


LeesVoor

Stand van zaken

Meer info

Tweede Kamer
Meer info
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Meer info
Plenair
 
Meer info
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is op 10 februari 2005 met algemene stemmen aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 6 september 2005 zonder stemming aangenomen.

De wet is opgenomen in Staatsblad 595  pdf icoon van 13 december 2005.

De inwerkingtreding is opgenomen in Staatsblad 596  pdf icoon van 13 december 2005.


LeesVoor

Kerngegevens

ingediend

31 maart 2004

titel

Voorstel van wet van de leden Dittrich en Van Haersma Buma tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het vervallen van de verjaringstermijn voor de vervolging van moord en enkele andere misdrijven alsmede enige aanpassingen van de regeling van de verjaring en de stuiting van de verjaring en de regeling van de strafverjaringstermijn (opheffing verjaringstermijn bij zeer ernstige delicten)

schriftelijke voorbereiding


inbreng geleverd door


ondertekening


inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


LeesVoor

Hoofdlijnen

  • Het recht tot strafvordering bij misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, verjaart niet. Voor deze misdrijven gepleegd door een jeugdige, geldt een verjaringstermijn van twintig jaar.
  • Voor misdrijven waarop meer dan tien jaar gevangenisstraf is gesteld, geldt een verjaringstermijn van twintig jaar.
  • Elke daad van vervolging stuit (blokkeert) de verjaring, ook ten aanzien van anderen dan de vervolgde en onafhankelijk van de vraag of de vervolging de vervolgde bekend of betekend is. De mogelijkheid van stuiting is begrensd tot maximaal twee maal de wettelijke verjaringstermijn.


LeesVoor

Documenten