Inhoudsopgave van deze pagina
Initiatiefvoorstel-Sap, Heijnen en Schouw Correctief referendum
Met dit initiatiefvoorstel willen de Tweede Kamerleden Sap (GroenLinks), Heijnen (PvdA) en Schouw (D66) het via een wijziging van de Grondwet mogelijk maken om, op initiatief van burgers, een bindend correctief referendum te houden over een wetsvoorstel dat door de Staten-Generaal is aangenomen. De indieners zien het correctief wetgevingsreferendum als een geschikt middel om de invloed van de burger op het beleid te vergroten.
In tegenstelling tot het op 18 mei 1999 verworpen wetsvoorstel Verandering in de Grondwet inzake het correctief referendum (26.156) hebben de indieners er voor gekozen om de verschillende drempels ten aanzien van het quorum, het aantal steunbetuigingen en de verschillende termijnen niet in de Grondwet op te nemen, maar via uitvoeringswetgeving te regelen. Deze uitvoeringswetten moeten wel met tenminste een tweederde meerderheid door beide Kamers worden aangenomen. Tegelijkertijd met dit voorstel is er een wetsvoorstel in behandeling voor een raadgevend referendum (30.372).
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
Dit initiatiefvoorstel werd oorspronkelijk ingediend door de toenmalige Tweede Kamerleden Duyvendak (GroenLinks) en Dubbelboer (PvdA). De voormalige Tweede Kamerleden Halsema (GroenLinks), Kalma (PvdA) en Van der Ham (D66) hebben later de behandeling overgenomen.
ingediend
28 juni 2005titel
Voorstel van wet van de leden Sap, Heijnen en Schouw houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendumschriftelijke voorbereiding
ondertekening
inwerkingtreding
De wijziging in artikel 81 alsmede de artikelen 89a tot en met 89g, 128a, 133a en 137, zesde lid, treden eerst na vijf jaren of op een bij of krachtens de wet te bepalen eerder tijdstip in werking. Deze termijn kan bij de wet voor ten hoogste vijf jaren worden verlengd. Het tijdstip van inwerkingtreding kan voor de artikelen 89a tot en met 89g en 137, zesde lid, anders worden vastgesteld dan voor de artikelen 128a en 133a.
-
-De procedure wordt als volgt:
Nadat een wetsvoorstel door beide Kamers is aangenomen, kan een groep van kiesgerechtigden door middel van een inleidend verzoek vragen om een referendum. Nadat zij binnen een via de uitvoeringswet vast te stellen termijn meer steunverklaringen hebben gekregen, kan een referendum worden gehouden. Het aan een referendum onderworpen wetsvoorstel vervalt als een meerderheid van de opgekomen kiesgerechtigden, tegen het wetsvoorstel stemt of wordt onmiddelijk bekrachtigd als een meederheid voor het wetsvoorstel stemt.
-
-Bij grondwetswijzigingen kunnen verzoeken tot het houden van een referendum na de tweede lezing worden ingediend.
-
-Ook over besluiten van provinciale staten of de gemeenteraad kan op verzoek van kiesgerechtigden een referendum worden gehouden.
-
-Geen referendum kan worden gehouden over: voorstellen over het koningschap, het koninklijk huis, begrotingen, voorstellen die strekken tot uitvoering van verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties en rijkswetten.
-
25 maart 2010
voortzetting behandeling
nr. 68, blz: 5887-5905 -
17 februari 2009
behandeling
nr. 55, blz: 4445-4480



Volg via