30.881

Goedkeuring Verdrag van Prüm inzake intensivering van grensoverschrijdende samenwerking, inzake bestrijding terrorisme, grensoverschrijdende criminaliteit en illegale migratie

Dit wetsvoorstel keurt het op 27 mei 2005 te Prüm totstandgekomen Verdrag (Trb. 2005, 197  pdf icoon) tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie.

Met dit voorstel wordt de grensoverschrijdende samenwerking op een aantal terreinen geïntensiveerd, teneinde grensoverschrijdende criminaliteit, terrorisme en illegale migratie effectiever te kunnen bestrijden. Het gaat met name om verbetering van de informatie-uitwisseling.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


LeesVoor

Stand van zaken

Meer info

Tweede Kamer
Meer info
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Meer info
Plenair
 
Meer info
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is op 12 juni 2007 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, PvdA, D66, VVD, ChristenUnie, SGP, CDA en PVV stemden voor. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 15 januari 2008 zonder stemming aangenomen. GroenLinks en D66 is daarbij aantekening verleend.

De wet is opgenomen in Staatsblad 25  pdf icoon van 29 januari 2008.

Bij de schriftelijke voorbereiding van dit wetsvoorstel werd ook het Besluit inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit (zie 2.3.180) betrokken.

Op 26 februari 2008 heeft de commissie voor de JBZ-Raad middels een brief aan de minister van Justitie gevraagd om opheldering inzake het zoekraken in Groot-Brittanië van een Nederlandse cd met dna-gegevens. De minister heeft hierop bij brief van 28 april 2008 gereageerd. Deze brief is opgenomen in het verslag van een schriftelijk overleg dat de commissie op 14 mei 2008 heeft uitgebracht (EK 23.490/30.881, DF  pdf icoon).

De Eerste Kamercommissie voor de JBZ-Raad heeft op 20 oktober 2008 een brief ontvangen van de ministers van Binnenlandse Zaken en van Justitie ter aanbieding van de matrix "Raakvlakken tussen de verschillende politiesamenwerkingregelingen" (EK 30.881, F  pdf icoon met bijlage  pdf icoon).

De Eerste Kamercommissies voor Justitie en voor de JBZ-Raad hebben op 3 februari 2009 de brief van de minister van Justitie van 22 december 2008 (EK 30.881, G)  pdf icoon over een toezegging betreffende een procedure rondom valse hits bij de geautomatiseerde raadpleging van DNA-profielen voor kennisgeving aangenomen.


LeesVoor

Kerngegevens

ingediend

21 november 2006

titel

Goedkeuring van het op 27 mei 2005 te Prüm totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie (Trb. 2005, 197)

schriftelijke voorbereiding


inbreng geleverd door


ondertekening


inwerkingtreding

Met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de wet wordt geplaatst


LeesVoor

Hoofdlijnen

Regelingen ter verbetering van de informatie-uitwisseling:

  • een versoepeling van de samenwerking op het terrein van het DNA-onderzoek. Daarbij is voorzien in een nieuwe uitwisselingsmodaliteit: de gecentraliseerde rechtstreekse geautomatiseerde toegang tot de DNA-databank van een andere Verdragsluitende Partij op basis van 'hit/no hit';
  • de uitwisseling van dactyloscopische gegevens (vingerafdrukken);
  • de mogelijkheid tot rechtstreekse geautomatiseerde bevraging van de verschillende, nationale kentekenregisters;
  • de mogelijkheid onder bepaalde voorwaarden in het kader van grootschalige evenementen met een grensoverschrijdende uitwerking, ter handhaving van de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van strafbare feiten, informatie, waaronder persoonsgegevens, te verstrekken;
  • de mogelijkheid om, zonder dat daar een uitdrukkelijk verzoek van een andere Verdragsluitende Partij aan ten grondslag ligt, in individuele gevallen persoonsgegevens en andere informatie die van belang kunnen zijn met het oog op de voorkoming van bepaalde ernstige, terroristische strafbare feiten aan deze staat te verstrekken;
  • de verplichting in het kader van de bestrijding van de illegale migratie om de op basis van de werkzaamheden van de documentadviseurs verzamelde informatie over de illegale migratie met elkaar uit te wisselen en het elkaar vroegtijdig te informeren over geplande repatriëringsmaatregelen.

Regelingen ter verbetering van de operationele samenwerking, met het oog op de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit, het terrorisme en de illegale migratie:

  • ter voorkoming van terroristische strafbare feiten voorziet het verdrag in een regeling betreffende de inzet van vluchtbegeleiders, ook wel air marshals genoemd;
  • coördinatie en overdracht van kennis in het kader van de bestrijding van illegale migratie door op basis van gezamenlijke situatiebeoordelingen afspraken te maken over de uitzending van documentadviseurs;
  • het organiseren van overheidsvluchten waarbij vreemdelingen uit verschillende landen tegelijkertijd worden uitgezet, en het wederzijds ondersteunen bij terugkeer door de lucht via luchthavens buiten het eigen grondgebied.

Ten slotte voorziet het verdrag in een aantal algemene regelingen betreffende gezamenlijk optreden, bijstand op verzoek en onvoorzien grensoverschrijdend optreden in een spoedeisende situatie. Het verdrag voorziet daarmee in de mogelijkheid in breder verband politiële bijstand te verlenen en ter uitoefening van politietaken gezamenlijk op te treden. Het verdrag heeft twee bijlagen. In Bijlage 1 is aangegeven welke gegevens noodzakelijk zijn voor de schriftelijke aanmelding van de inzet van vluchtbegeleiders. In Bijlage 2 is per Verdragsluitende Partij aangeduid welke bewapening, munitie en uitrusting door de grensoverschrijdende ambtenaren uitsluitend in geval van noodweer op diens grondgebied mogen worden gebruikt. Het verdrag wordt door de deelnemende lidstaten gezien als een pilot voor samenwerking op het terrein van met name informatie-uitwisseling ter voorbereiding van de regelgeving van de Europese Unie op dit terrein.



LeesVoor

Documenten