Toestemmingswet huwelijk troonopvolger



De Grondwet bepaalt dat troonopvolgers toestemming van de Staten-Generaal dienen te verkrijgen voor een voorgenomen huwelijk. Het recht van erfopvolging vervalt als deze toestemming niet wordt gevraagd.

Als een mogelijke troonopvolger een huwelijk wil aangaan, dan kan de regering besluiten daarvoor toestemming te vragen aan de Staten-Generaal te worden gevraagd. Zonder die toestemming vervalt namelijk het recht op troonopvolging.

Sinds 1983 worden wetsvoorstellen waarin de regering deze toestemming vraagt, behandeld in een gezamenlijke vergadering van Tweede en Eerste Kamer. Die gezamenlijke vergadering heet Verenigde Vergadering.

Tot nu toe zijn er vier van dergelijke Verenigde Vergaderingen geweest. Voor de toestemmingswetten voor de huwelijken van prins Maurits en Marilène van den Broek, van prins Bernhard jr. en Annette Sekrève, van prins Constantijn en Laurentien Brinkhorst en van prins Willem-Alexander en Máxima Zorreguieta.

De prinsessen Irene en Christina en de prinsen Johan Friso en Pieter-Christiaan hebben voor hun huwelijk geen toestemming van de Staten-Generaal gevraagd. Daarom vervielen hun aanspraken op eventuele erfopvolging.

De Verenigde Vergaderingen over de toestemmingswet voor het huwelijk van de prins van Oranje vond plaats in de Ridderzaal, de overige in de vergaderzaal van de Eerste Kamer.