1.Vaststellen agenda
2.29362, AL
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg?
Toelichting
Op verzoek van het lid Van Langen-Visbeek (BBB) is op 27 januari 2026 het afschrift van de Tweede Kamerbrief van de minister van SZW met het Programma Werk aan Uitvoering (WaU) geagendeerd. De commissie heeft toen besloten vandaag de gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
3.35619, I
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over evaluatie functioneren gemeente Maashorst; Samenvoeging van de gemeenten Landerd en Uden
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Per 1 januari 2022 zijn de Brabantse gemeenten Landerd en Uden samengevoegd tot de gemeente Maashorst. De minister van BZK informeerde de Kamer bij brief van 2 april 2025 over de evaluatie van deze nieuwe gemeente. Eerder had uw commissie de opzet van deze evaluatie gemonitord (Toezegging T03262: Toezegging Toezending opzet evaluatie fusiegemeente (35.619)). Hierover is vanuit uw commissie uitvoerig en meermalen schriftelijk overleg gevoerd.
Op 27 mei 2025 is tot slot een brief met vragen van de leden van de PVV-fractie gestuurd aan de minister van BZK. Deze heeft op 12 augustus 2025 geantwoord. Op 9 september 2025 heeft uw commissie besloten de bespreking van de antwoorden aan te houden tot de behandeling in de Tweede Kamer zou zijn afgerond. In de Tweede Kamer is de brief inmiddels voor kennisgeving aangenomen. Nu de behandeling in de Tweede Kamer is afgerond, staat het verslag schriftelijk overleg heden nogmaals geagendeerd.
Bespreking verslag van een schriftelijk overleg
4.34430, AJ
Brief van de minister van BZK over de nieuwe Handreiking constitutionele toetsing en de nieuwe werkwijze van het ministerie bij die toets; Staatscommissie Parlementair Stelsel
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg?
Toelichting
De minister van BZK heeft de Kamer op 28 januari 2026 een afschrift van zijn brief aan de Tweede kamer doen toekomen over de nieuwe Handreiking constitutionele toetsing en de nieuwe werkwijze van het ministerie van BZK bij die toets. Op 10 februari 2026 besloot u heden gelegenheid te geven voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Bespreking
5.35455, R
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over evaluatie van het experiment met een nieuw stembiljet bij de Europees Parlementsverkiezing in 2024; Tijdelijke experimentenwet nieuwe stembiljetten
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Op 27 januari 2026 is een brief met nadere vragen van de leden van de fractie van de PVV over de evaluatie van het experiment met een nieuw stembiljet aan de minister van BZK gestuurd. De minister heeft bij brief van 25 februari 2026 geantwoord. Inmiddels heeft u ook de evaluatie van het experiment tijdens de Tweede Kamerverkiezingen ontvangen (35.455, Q) en zal het experiment tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 ook geëvalueerd worden.
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
6.T03429
Toezegging Evaluatie (35.455/35.670)
Beslispunten
-
-Wenst de commissie de deadline van toezegging T03429 te verplaatsen naar 1 juli 2026?
-
-Wenst de commissie in schriftelijk overleg te treden met de minister n.a.v. haar brief van 18 november 2024?
Toelichting
Op 17 februari 2026 stuurde de minister van BZK de Kamer een brief met de evaluatie van het experiment met een nieuw stembiljet van de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025. Deze brief heeft daarmee betrekking op T03429.
-
-Toezegging Evaluatie (35.455/35.670) (T03429): Tevens heeft de minister in hetzelfde debat n.a.v. vragen de leden Koole (PvdA) en Baay-Timmerman (50PLUS), de Kamer toegezegd om de evaluatie van de eerste stemming met model 2 toe te sturen. Na deze evaluatie zal de minister de mogelijke vervolgstappen afwegen, waaronder de mogelijkheid om na bevredigend resultaat niet meer te experimenteren met model 1. Voorts zal de evaluatie van de gemeenteraadsverkiezingen met de Kamer worden gedeeld.
Een volgende evaluatie zal plaatsvinden na de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026. Het ambtelijk advies is om de deadline van de toezegging te verplaatsen naar 1 juli 2026 in afwachting van deze evaluatie.
Bespreking
7.CLVI, AE
Beslispunt
Hoe wenst u te besluiten over de nadere procedure?
-
1.een datum vaststellen voor inbreng voor het tweede verslag?
-
2.het voorstel aanmelden voor plenaire afhandeling (debat, stemming of hamerstuk)?
-
3.anders?
Na ontvangst van de nota naar aanleiding van het (eerste) verslag, bespreekt u vandaag de nadere procedure.
---
ACHTERGROND
Voorbereidend onderzoek voorstel Regeling in commissie BIZA
De wijze van totstandkoming van de Regeling wordt geregeld in artikel 140 RvO. Daarin staat dat de artikelen uit hoofdstuk XV van het RvO van overeenkomstige toepassing zijn op voorstellen tot vaststelling van de overige op grond van het RvO door de Kamer vast te stellen regelingen. De Kamer heeft op 2 december jl. op grond van artikel 133, lid 1 RvO en na bespreking in het College van fractievoorzitters de vaste commissie BIZA belast met het voorbereidend onderzoek van het voorstel.
Voor wat het voorbereidend onderzoek van het voorstel in de commissie betreft, geldt dat het voorstel op de gewone wijze, als is het een wetsvoorstel, wordt behandeld. Artikel 136, lid 1 RvO bepaalt immers dat het voorstel ‘op dezelfde wijze [wordt behandeld] als een wetsvoorstel dat aan de commissie is toevertrouwd, waarbij de voorsteller in de plaats treedt van de minister.’ Het CVO zal de vragen in het verslag/de verslagen schriftelijk beantwoorden met een nota naar aanleiding van het verslag.
Het voorbereidend onderzoek kent maximaal drie schriftelijke vraag- en antwoordenrondes (artikel 45 RvO) (artikel 46 RvO: met toestemming van de Kamer vier) en ook kan het commissie-instrumentarium worden benut (artikel 38 RvO). Anders dan bij wetsvoorstellen kunnen leden amendementen voorstellen (artikel 134 RvO) en kan CVO - waanneer bijvoorbeeld vragen/opmerkingen daartoe aanleiding geven - het voorstel wijzigen (artikel 135 RvO). Mocht een lid overwegen een amendement in te dienen, dan wordt aangeraden het concept voor indiening voor een wetstechnische toets voor te leggen aan dr. Sofie Wolf.
Motie-Vos c.s. uitgevoerd
Op 16 mei 2023 heeft de vorige Eerste Kamer de motie-Vos c.s. aanvaard (Kamerstukken I 2022/23, CLVI, M), waarin twee verzoeken aan de toenmalige Huishoudelijke Commissie (thans: College van Voorzitter en Ondervoorzitters) zijn gedaan, te weten:
-
-om een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderingen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden en
-
-om bij het Presidium van de Tweede Kamer na te gaan of dit eveneens van mening is dat een dergelijk digitaal quorum past binnen de interpretatie van artikel 67, eerste lid van de Grondwet.
Wat het tweede punt betreft heeft schriftelijk overleg plaatsgevonden tussen het College en het Presidium van de Tweede Kamer. Het Presidium heeft bij brief van 9 oktober 2024 onder meer het volgende geschreven (Kamerstukken I 2023/24, CLVI, AB):
"De Raad van State heeft in haar voorlichting gesteld dat het bij een dynamische interpretatie van de Grondwet van wezenlijk belang is dat er sprake is van een hoge mate van consensus tussen de betrokken staatsorganen: Tweede Kamer, Eerste Kamer en regering. Het Presidium stelt vast dat de Tweede Kamer zich over een voorstel zoals bedoeld in de motie-Vos c.s., waarbij een digitaal quorum wordt voorgesteld voor niet-reguliere vergaderdagen, niet heeft uitgesproken. Het is aan de Tweede Kamer zelf om desgewenst een oordeel te geven over de grondwettigheid van voorstellen als deze. Het Presidium kan de Kamer hierin niet vertegenwoordigen."
Het Presidium heeft op 11 september 2025 wel een voorstel aan de Tweede Kamer voorgelegd voor het in buitengewone omstandigheden tijdelijk mogelijk maken van digitaal intekenen en digitaal vergaderen en stemmen (Kamerstukken II 2024/25, 36 808, nr. 2.). Dit voorstel ziet alleen op ernstige crisissituaties (pandemie, natuurramp, kernramp, aanslag). Behandeling van het voorstel laat nog op zich wachten.
Wat het eerste punt betreft heeft het College in zijn vergadering van 25 november jl. besloten een voorstel tot vaststelling van een Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen aan de Kamer voor te leggen. De regeling is daarop dezelfde dag aan de Kamer voorgesteld. In uw commissievergadering van 9 december 2025 hebt u besloten de motie-Vos c.s. als uitgevoerd te beschouwen.
Context
Met een digitaal quorum wordt gedoeld op de mogelijkheid voor leden om van buiten het Kamergebouw digitaal in te tekenen voor een vergadering van de Kamer, waarna zij als 'ter vergadering aanwezig' gelden als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Grondwet. In de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis, toen grote samenkomsten onwenselijk waren en reizen werd afgeraden, heeft de Eerste Kamer gedurende twee perioden gewerkt met een digitaal quorum. Dit digitale quorum was uitdrukkelijk als tijdelijk bedoeld. De Kamer had hierover ook Voorlichting gevraagd aan de Raad van State. De Tijdelijke regeling digitaal quorum is per 1 april 2022 komen te vervallen.
In haar verslag van 14 maart 2023 (Kamerstukken I 2022/23, CLVI, A) meldde de Tijdelijke Commissie Actualisering Reglement van Orde (CARO) dat binnen de commissie de meningen verschilden of een digitaal quorum buiten de bijzondere omstandigheden zoals die ten tijde van de coronacrisis golden mogelijk en wenselijk was.
De CARO volstond in haar voorstel voor een geactualiseerd Reglement van Orde met een grondslag voor een digitaal quorum in bijzondere omstandigheden zoals die zich ten tijde van de coronacrisis hadden voorgedaan. In dergelijke omstandigheden kan de Kamer bij afzonderlijke regeling bepalen dat leden die aan de vergadering wensen deel te nemen dit ook op digitale wijze kenbaar kunnen maken, zonder aanwezig te zijn in het Kamergebouw (artikel 52, tweede lid, Reglement van Orde). De Kamer heeft het door nota's van wijziging en enkele amendementen aangepaste voorstel van de CARO op 16 mei 2023 aanvaard, waarbij artikel 52, tweede lid, niet gewijzigd werd.
Bij de plenaire behandeling van het voorstel is niettemin het digitaal quorum weer uitgebreid ter sprake gekomen. De Kamer nam een motie-Vos c.s. aan, waarin werd uitgesproken "dat een dergelijk digitaal quorum past binnen de interpretatie van artikel 67, eerste lid van de Grondwet". De toenmalige Huishoudelijke Commissie (thans het College van Voorzitter en Ondervoorzitters) werd verzocht "een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderdagen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden".
Nadere procedure
8.CLXX, H
Voorstel voor een Gedragscode ongewenste omgangsvormen Eerste Kamer
Beslispunt
-
-Welke wijze van plenaire afhandeling heeft de voorkeur: (1) hamerstuk, (2) stemming (met desgewenst stemverklaring) of (3) debat (met eventueel stemming)?
Toelichting
Op 13 januari 2026 heeft uw commissie als volgt besloten: "Inbreng voor het derde verslag wordt geleverd door de fractie van de PVV (Van Hattem). Met het uitbrengen van het derde verslag wordt het wetsvoorstel aangemeld voor plenaire afhandeling. Over de wijze van plenaire afhandeling wordt nader besloten in de commissie." Heden beslist uw commissie over de wijze van plenaire afhandeling.
---
ACHTERGROND
CVO-voorstel voor een Gedragscode ongewenste omgangsvormen op grond artikel 131 RvO
Het voorstel van CVO voor een Gedragscode ongewenste omgangsvormen geeft invulling aan artikel 131 Reglement van Orde (RvO): “Bij afzonderlijke regeling van de Kamer wordt een Gedragscode ongewenste omgangsvormen vastgesteld waarin voorschriften worden gegeven ter voorkoming van ongewenst gedrag door leden van de Kamer. In deze afzonderlijke regeling wordt tevens een instrumentarium vastgelegd ten behoeve van de naleving en interpretatie van deze Gedragscode.” Op dit moment heeft de Kamer nog geen code vastgesteld.
Voorbereidend onderzoek in de vaste commissie BIZA
De wijze van totstandkoming van een Gedragscode wordt geregeld in artikel 140 RvO. Daarin staat dat de artikelen uit hoofdstuk XV van het RvO van overeenkomstige toepassing zijn op voorstellen tot vaststelling van de overige op grond van het RvO door de Kamer vast te stellen regelingen. De Kamer heeft op 18 maart jl. op grond van artikel 133, lid 1 RvO en na besprekingen in het College van fractievoorzitters de vaste commissie BIZA belast met het voorbereidend onderzoek van het voorstel. De leden Van der Linden (VVD) en Van Aelst-Den Uijl (SP) wensen, op grond van artikel 37, lid 2 RvO, deel te nemen aan het voorbereidend onderzoek.
Voorbereidend onderzoek vergelijkbaar met dat van een wetsvoorstel
Voor wat het voorbereidend onderzoek van het voorstel in de commissie betreft, geldt dat het voorstel op de gewone wijze, als is het een wetsvoorstel, wordt behandeld. Artikel 136, lid 1 RvO bepaalt immers dat het voorstel ‘op dezelfde wijze [wordt behandeld] als een wetsvoorstel dat aan de commissie is toevertrouwd, waarbij de voorsteller in de plaats treedt van de minister.’ Het CVO zal de vragen in het verslag/de verslagen schriftelijk beantwoorden met een nota naar aanleiding van het verslag.
Het voorbereidend onderzoek kent maximaal drie schriftelijke vraag- en antwoordenrondes (artikel 45 RvO) (artikel 46 RvO: met toestemming van de Kamer vier) en ook kan het commissie-instrumentarium worden benut (artikel 38 RvO). Anders dan bij wetsvoorstellen kunnen leden amendementen voorstellen (artikel 134 RvO) en kan het CVO - waanneer bijvoorbeeld vragen/opmerkingen daartoe aanleiding geven - het voorstel wijzigen (artikel 135 RvO). Mocht een lid overwegen een amendement in te dienen, dan wordt aangeraden het concept voor indiening voor een wetstechnische toets voor te leggen aan dr. Sofie Wolf.
Bespreking wijze plenaire afhandeling
9.Inventarisatie behoefte aan een kennismakingsgesprek met de minister van BZK
Beslispunten
-
-wenst de commissie een kennismakingsgesprek te houden met de minister van BZK?
-
-zo ja, kan de commissie ermee instemmen om voor het kennismakingsgesprek een uur uit te trekken?
Toelichting
Op 23 februari 2026 is het kabinet-Jetten aangetreden. Het is gebruikelijk dat commissies bij het aantreden van een nieuw kabinet (of een nieuwe Kamer) openbare kennismakingsgesprekken met de bewindslieden organiseren. Voor het ministerie van BZK gaat het om minister Heerma (CDA). De staatssecretaris wordt naar verwachting uitgenodigd door de commissies KOREL en DIGI. De commissie BIZA kan minister Heerma desgewenst uitnodigen.
In het College van fractievoorzitters is recent de wens uitgesproken om de kennismakingsgesprekken op korte termijn in te plannen en niet te laten uitmonden in een verkapt beleidsdebat. Een kennismakingsgesprek is primair bedoeld om een toelichting te krijgen op de prioriteiten van de bewindspersoon, waarover leden korte vragen kunnen stellen. Er worden geen toezeggingen genoteerd.
Als de commissie tot een kennismakingsgesprek besluit, wordt dit op een geschikt moment ingepland. Hierbij geldt een maximum van twee gesprekken per vergaderdinsdag, zoveel als mogelijk na 17.00 uur om ruimte te laten aan de reguliere commissievergaderingen.
10.E250025 - COM(2025)725
Commissiemededeling: een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq'ers 2026-2030
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
De lhbtiq-gelijkheidsstrategie 2026-2030 is een direct vervolg op de strategie van 2020-2025 die eerder in behandeling is geweest in de Eerste Kamer (E200026). Met deze strategie beoogt de Europese Commissie om lhbtiq-personen beter te beschermen tegen haatmisdrijven, om gemeenschappen en gelijkheidsbevorderende organisaties te versterken, en om lhbtiq-gelijkheid in alle beleidsterreinen van de Unie te integreren.
Door de Kamer is deze Mededeling uit het Europees Werkprogramma 2025 als prioritair aangemerkt, op voorstel van uw commissie (op voordracht van de leden van de fracties van BBB, D66 en de PvdD).
In uw commissievergadering van 28 oktober jl. hebt u besloten de commissiemededeling in behandeling te nemen. Op 21 november 2025 is een brief met vragen van de leden van de fractie van de PVV verzonden aan de Europese Commissie in het kader van de politieke dialoog. De reactie van de Commissie is op 20 februari jl. ontvangen en ligt heden ter bespreking voor.
Parallel hieraan heeft uw commissie schriftelijk overleg gevoerd met de staatssecretaris van Funderend Onderwijs en Emancipatie. Uw commissie heeft het verslag van een schriftelijk overleg op 10 februari 2026 voor kennisgeving aangenomen.
Bespreking reactie van de Europese Commissie
11.Mededelingen en informatie
Gesprekken commissie BIZA
-
-3 maart 2026, 17:00-18:00 uur: technische briefing door het onderzoeksteam over het WODC-onderzoek 'Het recht om te demonstreren in de democratische rechtsstaat'.
-
-17 maart 2026, 17:00-18:00 uur: gesprek met de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) naar aanleiding van de kabinetsreactie op de ROB-adviezen 'Meters maken met medebewind' en 'Afrekenen met disbalans'.
-
-De leden van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme worden uitgenodigd voor een gesprek zodra zij in juni 2026 haar eindrapport heeft gepubliceerd.
Preventief toezicht
De minister van BZK heeft de Kamer bij brief van 10 februari 2026 geïnformeerd over preventief toezicht gemeenten 2026. Deze brief is u eerder op 13 februari per mail toegezonden, nadat u de gelegenheid had gehad voor het leveren van de inbreng voor een brief over het integraal overzicht financiën en preventief toezicht gemeenten 2026 (op 17 februari 2026 verzonden).
Brief minister BZK d.d. 16 februari 2026 inzake deel 2 adviesaanvraag ROB verbetervoorstellen Herziene verdeling gemeentefonds per 1 januari 2027
De minister van BZK heeft de Kamer bij brief van 16 februari 2026 geïnformeerd over deel 2 adviesaanvraag ROB verbetervoorstellen Herziene verdeling gemeentefonds per 1 januari 2027. Op 3 februari 2026 was deel 1 reeds aan uw Kamer verstrekt. De onderzoeken waren toegezegd in de brief van de minister van BZK d.d. 7 februari 2025 (29362, R/36600 B).
De brief d.d. 16 februari 2026 staat in het brievenoverzicht van heden en zal geagendeerd worden zodra een antwoord is ontvangen op de vragen van de leden van de fractie van BBB, met aansluiting van het lid van de fractie OPNL, en de leden van de fractie van de PVV, gesteld in de brief vanuit uw commissie d.d. 17 februari 2026 inzake 'Integraal overzicht financien en preventief toezicht gemeenten 2026'. Daarin is door de leden van de BBB-fractie gerefereerd aan deze onderzoeken.
Uitstelbrief gezamenlijke mededeling: Europees schild voor de democratie
Bij brief van 17 februari 2026 heeft de minister van BZK de Kamer geïnformeerd dat de beantwoording van vragen over de gezamenlijke mededeling: Europees schild voor de democratie niet binnen de verzochte termijn toegezonden kan worden. De minister meldt dat een reactie wordt overgelaten aan een nieuw kabinet. U treft de brief ter informatie aan in de bijlage.
Aanbieding advies van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers
Op 17 februari 2026 heeft de Kamer het 'Advies herijking arbeidsvoorwaarden politieke ambtsdragers' ontvangen. Het advies is opgenomen in het brievenoverzicht.
Beleidsreactie zbo-evaluatie van de Kiesraad
Op 11 februari 2026 heeft de Kamer de evaluatie van de Kiesraad ontvangen die eind 2025 is uitgevoerd. De Kiesraad maakt momenteel een ontwikkeling door tot verkiezingsautoriteit met bijkomende wettelijke taken. De evaluatie is daarom niet enkel gericht op de uitvoering van de taken in de afgelopen jaren, maar tevens is vooruitgeblikt naar de doorontwikkeling in de komende periode. De evaluatie is opgenomen in het brievenoverzicht.
