Dinsdag 30 juni 2026, commissie Binnenlandse Zaken (BIZA)




Agenda

1.Vaststellen agenda

2.36558

Wet digitaal vergaderen decentrale overheden

Beslispunt

Hoe wenst de commissie het wetsvoorstel verder te behandelen?

  • aanmelden voor plenaire afdoening als hamerstuk
  • aanmelden voor plenaire afdoening d.m.v. stemming?
  • aanmelden voor plenair debat?
  • een datum bepalen voor het leveren van inbreng voor het tweede verslag?

Toelichting

Op 10 juni heeft de commissie verslag uitgebracht over de Wet digitaal vergaderen decentrale overheden. Op 26 juni 2026 heeft de commissie de nota naar aanleiding van het verslag ontvangen.


Nadere procedure

3.29362, AS

Brief van de staatssecretaris van BZK ter aanbieding van de voortgangsrapportage 2025 Werk aan Uitvoering; Modernisering van de overheid

Beslispunt

  • Geeft de brief d.d. 12 juni 2026 op dit moment aanleiding tot het voeren van het schriftelijk overleg?

Toelichting

Op 12 juni jl. heeft u van de staatssecretaris van BZK de voortgangsrapportage Werk aan Uitvoering ontvangen. Deze ligt heden ter bespreking voor.

Recente geschiedenis

Het meest recent (op 26 mei 2026) heeft uw commissie het verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van J&V en de staatssecretaris van BZK over verbetering van de uitvoerbaarheidstoetsen (EK 31.731 / 29.362, AD met bijlage) en het verslag van een schriftelijk overleg over het programma Werk aan Uitvoering (EK, AO met bijlage) besproken. Zodra de aangekondigde aangepaste Schrijfwijzer en de concept-handreiking Doorontwikkeling uitvoeringstoets zijn ontvangen, zullen een aantal leden uit uw midden deze van commentaar voorzien, waarna dit commentaar ter vaststelling door uw commissie in de vergadering worden geagendeerd.


Bespreking

4.34324 / 36871, A

Brief van de minister van BZK en de minister van J&V over inzet kabinet op terrein van het demonstratierecht; Evaluatie Wet openbare manifestaties

Beslispunt

  • Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor het voeren van schriftelijk overleg met de regering?

Toelichting

Tijdens het debat over de implementatie van het EU-Asiel- en migratiepact 2026 zegde minister Van den Brink van Asiel en Migratie toe een afschrift te sturen van de brief aan de Tweede Kamer inzake de inzet van het kabinet op het terrein van het demonstratierecht. De ministers van BZK en J&V hebben in de brief uiteengezet wat de kabinetsinzet is op het terrein van het demonstratierecht en gaan hierbij nader in op A) bestuurlijke handhaving en verplaatsing; B) strafrechtelijk instrumentarium; C) wetsvoorstel landelijk verbod gezichtsbedekkende kleding bij demonstraties en D) praktijk rond abortusklinieken.

Omtrent het demonstratierecht bent u nog in afwachting van de beleidsreactie op het WODC-rapport over het demonstratierecht. De beleidsreactie op het WODC-rapport verschijnt naar verwachting op 10 september 2026.

De commissie besloot op 23 juni jl. - op schriftelijk verzoek van het lid Schalk - in de vergadering van 30 juni a.s. gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. Bovengenoemde toezegging werd in dezelfde vergadering als 'voldaan' aangemerkt.

Samenvatting toezegging (reeds voldaan)

De minister van Asiel en Migratie zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Schalk (SGP), toe de Kamer een afschrift van Tweede Kamerbrief over de Wet openbare manifestaties en gezichtsbedekkende kleding te doen toekomen.


Inbreng voor schriftelijk overleg

5.29362, AR

Stand van de Uitvoering Rijksdienst voor Identiteitsgegevens 2025 (RvIG, maart 2025, 8 p.)

Beslispunt

  • Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg over de Stand van de Uitvoering Rijksdienst voor Identiteitsgegevens 2025?

Toelichting

Bij brief van 5 juni jl. informeerde de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties u over de belangrijkste knelpunten die uit de Standen van de Uitvoering door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), Logius, Huis voor Klokkenluiders en het adviescollege ICT-Toetsing (AcICT) naar voren waren gebracht. De individuele standen per organisatie waren als bijlagen bij de brief gevoegd.

In uw commissievergadering van 23 juni jl. besloot u als volgt:

De commissie besluit in de vergadering van 30 juni a.s. gelegenheid te bieden tot het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering te agenderen.


Inbreng voor schriftelijk overleg

6.35532, 35533 en 36374 (R2187)

Brief van de minister van BZK over grondwetsagenda 2026; Wijziging van de Grondwet inzake de verkiezing, de inrichting en samenstelling van de Eerste Kamer

Beslispunt

Wenst u naar aanleiding van de brief van 22 juni jl. in schriftelijk overleg te treden met de minister van BZK?

Toelichting

Bij brief van 22 juni jl. ontving uw commissie een uiteenzetting van de minister van BZK, mede namens de minister en staatssecretaris van J&V, over de betekenis van de Grondwet. De brief bevat tevens een wetgevingsagenda voor het jaar 2026, waarin een aantal specifieke wetsvoorstellen ter sprake komt. Over twee in de Eerste Kamer aanhangige wetsvoorstellen, in behandeling bij uw commissie, schrijft de minister het volgende:

"Bij mijn kennismaking met de commissie Binnenlandse Zaken van uw Kamer op 14 april jl. heb ik aangekondigd dat ik de Kamer zou informeren over de vervolgstappen die ik bij deze grondwetsvoorstellen voor ogen heb. Een belangrijke overweging hierbij is dat deze drie voorstellen bedoeld zijn als een pakket maatregelen dat de werking van het tweekamerstelsel moet ondersteunen en versterken. Omdat er binnen het toenmalige kabinet meer tijd nodig was voordat het voorstel over het terugzendrecht van de Eerste Kamer kon worden ingediend bij de Tweede Kamer, zijn de andere twee voorstellen echter procedureel gaan voorlopen op het voorstel over het terugzendrecht.

Daarom stel ik voor om te beginnen met de verdere behandeling in de Tweede Kamer van het terugzendrecht van de Eerste Kamer. Indien de Tweede Kamer het wetsvoorstel aanneemt, en uw Kamer daarover verslag heeft uitgebracht, zal ik vervolgens de memories van antwoord uitbrengen over de twee andere voorstellen (die al bij uw Kamer in behandeling zijn) en een nota naar aanleiding van het verslag over het eerstgenoemd voorstel. Op deze manier hoop ik eraan te kunnen bijdragen dat de drie grondwetsvoorstellen in het verdere proces weer in hun onderlinge samenhang behandeld kunnen worden."

Geschiedenis

Bij brief van 24 januari 2025 liet de toenmalige minister van BZK uw commissie het volgende weten:

“Op 13 december j.l. heeft de commissie Binnenlandse Zaken van uw Kamer mij verzocht om uiterlijk 31 januari a.s. memories van antwoord aan de Kamer te sturen over het voorstel inzake de verkiezing, de inrichting en samenstelling van de Eerste Kamer (Kamerstuk 35532) en over het voorstel inzake de behandeling van tweede lezingen van Grondwetswijzigingen in verenigde vergadering (Kamerstuk 35533). Tevens ontvangt de commissie graag een reactie op de vraag hoe ik de samenhang beoordeel tussen deze voorstellen en het voorstel tot invoering van de bevoegdheid van de Eerste Kamer om voorstellen te wijzigen en terug te zenden aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 36374 (R2187)).

Het is helaas niet mogelijk om binnen de gevraagde termijn de memories van antwoord uit te brengen omdat de benodigde afstemming en besluitvorming meer tijd vergen. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk informeren over de vervolgstappen met betrekking tot deze voorstellen. Ik zal daarbij dan ook ingaan op de vraag hoe ik de samenhang zie met het voorstel over het terugzendrecht.”

Het gaat om de volgende wetsvoorstellen:

Wijziging van de Grondwet inzake de verkiezing, de inrichting en samenstelling van de Eerste Kamer (35.532)- Het wachten is op de memorie van antwoord (oude procedure). Het voorlopig verslag is vastgesteld op 26 januari 2021.

Behandeling van tweede lezingen van Grondwetswijzigingen in verenigde vergadering (35.533) - Het wachten is op de memorie van antwoord (oude procedure). Het voorlopig verslag is vastgesteld op 26 januari 2021.

Wijziging Grondwet tot invoering bevoegdheid Eerste Kamer om voorstellen van wet te wijzigen en terug te zenden aan de Tweede Kamer (36.374 (R2187)) - Nog aanhangig in de Tweede Kamer.


Bespreking


7.Voorstel voor een debat, op grond van artikel 51, lid 1 van het Reglement van Orde, over het Gemeentefonds — inzicht in medebewindstaken

Beslispunt

  • Wenst uw commissie de Kamer een debat voor te stellen, op grond van artikel 51, eerste lid RvO, over het Gemeentefonds - inzicht in medebewindstaken
  • Zo ja, wenst u de Kamer het datumvoorstel van 3 november 2026 voor te leggen voor het houden van dit debat?
  • Zo ja, wenst u hiervoor de minister van BZK, Pieter Heerma, en de staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg, uit te nodigen?

Toelichting

De leden van de fracties van BBB, D66, OPNL, PvdD, VOLT, SP en GL-PvdA hebben bijgevoegd voorstel geformuleerd voor een debat op grond van artikel 51, eerste lid RvO. Wanneer uw commissie in meerderheid dit voorstel steunt, zal het ter besluitvorming worden voorgelegd aan de Kamer op 7 juli a.s..

Zij stellen voor zowel met de minister van BZK, Pieter Heerma, als de staatssecretaris van Financiën, Eelco Eerenberg, uit te nodigen.

Als datumvoorstel wordt 3 november genoemd, omdat in oktober niet tot nauwelijks ruimte is voor een extra plenair debat op dinsdag.

NB update dinsdagochtend 30 juni 2026: de leden van de fracties Walenkamp, 50Plus en Beukering hebben via een mail aan de commissiegriffier hun steun uitgesproken voor dit voorstel. De leden van de fractie van de SGP zijn tegen het voorstel.

Reglement van Orde

Artikel 51, lid 1 van het Reglement van Orde luidt als volgt: "De Kamer kan op voorstel van de Voorzitter, van een commissie of van een of meer leden, besluiten te beraadslagen over andere zaken dan wetsvoorstellen."

Artikel 51 van het Reglement biedt een grondslag voor debatten over andere zaken dan wetsvoorstellen. In de meeste gevallen zal het hier gaan om de zogenaamde themadebatten (voorheen beleidsdebatten). Voorstellen voor dergelijke debatten komen doorgaans vanuit commissies, waarna de Kamer(meerderheid) een besluit neemt. De Tijdelijke commissie werkwijze Eerste Kamer heeft in 2017 een aantal overwegingen geformuleerd die bij een voorstel voor een themadebat kunnen worden betrokken.72 Commissies en leden kunnen hiervan bij het opstellen van een voorstel gebruikmaken:

  • 1. 
    voor een themadebat bestaat een duidelijke, welomschreven aanleiding;
  • 2. 
    voor een themadebat wordt een goed afgebakend thema gekozen;
  • 3. 
    bij voorkeur wordt gekozen voor een thema dat het niveau van een enkele commissie of eenenkel beleidsterrein overstijgt en waarin wordt getracht dwarsverbanden te leggen;
  • 4. 
    reeds bij de voorbereiding van een themadebat wordt gezocht naar gemeenschappelijke uitgangspunten en doelstellingen: wat willen we als commissie(s) of als Eerste Kamer met dit debat bereiken? Daarop wordt vervolgens tijdens het debat gefocust;
  • 5. 
    een themadebat is bij voorkeur op enigerlei wijze gerelateerd aan het onderwerp wetgevingskwaliteit, waarbij het begrip ‘wetgeving’ ruim kan worden genomen: het kan ook gaan om internationale verdragen, EU-recht of elementen van de democratische rechtsstaat.

8.Parliamentary Democracy Forum, 29-30 september 2026

Beslispunt

Welke leden wensen deel te nemen aan het Parliamentary Democracy Forum op 29 en 30 september 2026?

Toelichting

Op 29 en 30 september zal in het Europees Parlement te Brussel de tweede editie van het Parliamentary Democracy Forum worden georganiseerd. Tijdens de bijeenkomst wordt ingegaan op de uitdagingen en kansen voor de democratie in een tijd van aanhoudende druk op democratische stelsels. Het evenement is bedoeld voor Europarlementsleden, nationale parlementsleden, vertegenwoordigers van parlementaire netwerken en EU-experts.

Het conceptprogramma evenals het verslag van de vorige bijeenkomst is bijgevoegd, de officiële uitnodiging met het definitieve programma is nog niet ontvangen.

Er kunnen drie Eerste Kamerleden deelnemen, de uitnodiging staat open voor leden van de commissies BIZA en EUZA.


9.Mededelingen en informatie

Nota naar aanleiding van het tweede verslag 36.865: plenair debat 30 juni a.s.

Op vrijdagmiddag 26 juni 2026 is de nota naar aanleiding van het tweede verslag van wetsvoorstel 36.865 Herindeling gemeenten Hilversum en Wijdemeren tijdig ontvangen. Deze is volledigheidshalve bijgevoegd en ook per separate mail aan u gezonden. Hiermee is het wetsvoorstel gereed voor plenaire behandeling op dinsdagochtend 30 juni 2026.

Brief van minister van Binnenlandse zaken, d.d. 24 juni 2026: Uitspraken beroepsprocedures fysieke schade en waardedaling 2020 en 2021

Met deze brief informeert de minister de Eerste Kamer over twee uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van 12 juni 2026. Het gaat om beroepsprocedures die de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft aangespannen over heffingen voor de schadeafhandeling in Groningen. Het gaat dus om heffingsbesluiten waarmee kosten voor de schadeafhandeling in Groningen zijn doorbelast aan NAM op grond van de Tijdelijke wet Groningen. De rechtbank heeft beoordeeld of deze kosten terecht aan NAM zijn doorbelast. De minister geeft een toelichting op de uitspraken.

Tot slot benadrukt de minister dat, ookal spelen deze juridische procedures van de Staat met NAM, Shell en ExxonMobil, de afhandeling van schade en de versterking van gebouwen onverminderd doorgaat, onafhankelijk van het verloop en de uitkomst van deze juridische procedures.

Kabinet stuurt wetsvoorstel constitutionele toetsing naar Raad van State voor advies

Het Kabinet kondigde op vrijdag 26 juni aan dat het wetsvoorstel constitutionele toetsing, op voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en staatssecretaris Van Bruggen van Justitie en Veiligheid, naar de Raad van State voor advies is gestuurd.

Met dit voorstel krijgen burgers een concreet rechtsmiddel om de toetsing van wetten aan de grondwet ook daadwerkelijk af te dwingen.

Het wetsvoorstel om het toetsingsverbod voor klassieke grondrechten af te schaffen is eerder al in consultatie geweest, onder andere bij rechterlijke instanties als de Raad voor de rechtspraak en de Hoge Raad.

Na het advies van de Raad van State kan het wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer. Een grondwetswijziging moet eerst door beide Kamers met een gewone meerderheid worden goedgekeurd. Na de daaropvolgende verkiezingen van de Tweede Kamer moet het voorstel opnieuw door beide Kamers worden aangenomen, maar dan met een meerderheid van twee derde van de stemmen.

Voorhang ontwerpbesluit voorhangprocedure Solliciatiebesluit Appa

Op 26 juni 2026 heeft u het ontwerpbesluit houdende regels inzake de sollicitatieverplichting voor gewezen politieke ambtsdragers die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Sollicitatiebesluit Appa) ontvangen. Gelet op de late ontvangst, komt deze nog niet voor op de lijst gedelegeerde regelgeving en daarom als bijlage toegevoegd. Op grond van aanwijzing 2.38 van de Aanwijzingen voor de regelgeving is de termijn van het stuiten van de voorhang in verband met het zomerreces van uw Kamer verlengd tot en met 14 september 2026.



10.Rondvraag


Korte aantekeningen