Senaat steunt Europees asiel- en migratiepact



De Eerste Kamer heeft dinsdag 26 mei gestemd over het Europees asiel- en migratiepact dat 12 juni in werking treedt. De fracties van CDA, SGP, D66, VVD, PVV, JA21, BBB, 50PLUS, Walenkamp, Beukering en Van Gasteren stemden voor de wet die uitvoering en implementatie van het pact in Nederland regelt. De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, FVD, SP, PvdD, Visseren-Hamakers en Van de Sanden stemden tegen de wet. De OPNL-fractie was afwezig. Daarmee is het wetsvoorstel aanvaard. De Kamer debatteerde 19 mei over het wetsvoorstel met minister Van den Brink van Asiel en Migratie.


Stemverklaringen

Senator Dessing (FVD) zei dat de enige manier om de asielcrisis aan te pakken het sluiten van de grenzen is en dat Nederland zelf besluit wie ons land binnenkomt. Daarom stemde FVD tegen het wetsvoorstel.

Senator Huizinga (ChristenUnie) zei dat effectief en daadkrachtig migratiebeleid alleen Europees kan worden geregeld. Vanwege de nationale koppen die de regering heeft toegevoegd, vergelijkbaar met de maatregelen in de Asielnoodmaatregelenwet, stemde de ChristenUnie tegen dit wetsvoorstel.

Senator Van Bijsterveld (JA21) zei dat haar fractie voor is, maar dat verdere aanscherping van het asielbeleid noodzakelijk blijft.

Senator Janssen (SP) noemde het weigeren van overgangsrecht is onmenselijk. Dat had anders gekund en gemoeten, daarom stemde SP tegen.

Senator Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden) zei dat de minister voor hem belangrijke toezeggingen niet heeft gedaan. Daarom stemde hij tegen.

Senator Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren) zei dat de invoering van de nationale onderdelen niet tegelijk had moeten plaatsvinden. Maar, voegde hij toe, de werking van het pact per 12/6 zonder uitwerking in nationale wetgeving heeft te veel nadelen. Hij stemde voor.

Senator Koffeman (PvdD) zet dat de wet de geeft van oud-minister Faber ademt. Hij noemde de wet prutswerk uit het verleden dat het kabinet onder druk van de VVD moest doorvoeren. Zijn fractie stemde tegen.


Over het wetsvoorstel

Het voorstel regelt de uitvoering en implementatie van het Europees asiel- en migratiepact, dat op 12 juni 2026 in werking treedt. Het pact bestaat uit een richtlijn en negen verordeningen die onder andere gaan over asielprocedures, de procedures aan de grenzen van de EU en over wat de verantwoordelijkheden zijn van de lidstaten. Het wetsvoorstel waarover de Eerste Kamer op 19 mei sprak, is gericht op beperking van en grip op asielmigratie.

Het pact heeft tot doel om de asiel- en migratieregels binnen de EU beter op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast breidt het pact de Eurodac-database uit. Zo wordt het mogelijk om meer biometrische gegevens van vreemdelingen op te slaan en worden de bewaartermijnen voor deze gegevens verlengd. Ook omvat het pact solidariteits- en steunmaatregelen bij een crisis- of overmachtsituatie als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld een grote instroom van vluchtelingen naar de EU door het uitbreken van oorlog elders.


Debat 19 mei in het kort

Meerdere Kamerleden gingen tijdens het debat op 19 mei in op de protesten bij noodopvanglocaties in gemeenten de afgelopen weken. Zij veroordeelden het geweld dat daarbij door sommigen is gebruikt en vroegen minister Van den Brink van Asiel en Migratie dat geweld ook te veroordelen. Tegelijk was er ook begrip voor de mensen die zonder geweld demonstreren. De Kamerleden vroegen de minister hoe het kabinet omgaat met deze situatie. Van den Brink reageerde: 'Zodra er sprake is van brandstichting en geweld, is er geen "ja, maar". Dat is geweld. Dat veroordelen we. We gaan er met politie en justitie achteraan om mensen te vervolgen. Tegelijkertijd voelen we ons wel verantwoordelijk voor de kleinere gemeenten die opeens te maken krijgen met een enorme discussie in hun gemeenschap, die hun qua capaciteit gewoon de pet te boven gaat.'

Het debat over het wetsvoorstel spitste zich toe op een aantal onderwerpen uit het asiel- en migratiepact, zoals de asielprocedure aan de grenzen van de Europese Unie en het solidariteitsmechanisme tussen de lidstaten. De vragen gingen verder over de 'nationale koppen' (maatregelen van het kabinet bovenop de Europese), zoals beperking van gezinshereniging, uitbreiding van het in bewaring stellen van kinderen en het beperkte overgangsrecht voor mensen die nu al in een asielprocedure zitten. De woordvoerders gingen ook uitgebreid in op de uitvoerbaarheid van de wet en de capaciteitsproblemen bij IND, COA en de rechtspraak.