Verslag van de vergadering van 7 april 2026 (2025/2026 nr. 24)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.13 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank, voorzitter. Ook namens mijn fractie, die de Partij voor de Dieren vertegenwoordigt in de Eerste Kamer, van harte welkom aan de nieuwe premier, de nieuwe vicepremiers en de minister van Financiën.
Voorzitter. Ik heb lang nagedacht over de vraag wat er nou precies mis is met dit coalitieakkoord en ik heb het antwoord. Het mist zachte waarden. Het mist liefde. Het mist iets over hebben voor elkaar, voor de natuur, voor dieren. Tekenend hiervoor is het feit dat het uitgangspunt van brede welvaart in het coalitieakkoord en de Voorjaarsnota, de eerste twee belangrijke stukken van dit kabinet, een nietszeggende rol speelt. Sinds de Miljoenennota 2019 stond het doel van brede welvaart in toenemende mate centraal in de rijksbegroting, met als hoogtepunt de Miljoenennota 2024, met als titel: Begroten voor brede welvaart. Het was gangbaar geworden om niet alleen het bruto nationaal product als doel en graadmeter te gebruiken, maar ook brede welvaart, gedefinieerd als de kwaliteit van leven in het hier en nu en de mate waarin dit invloed heeft op de kwaliteit van leven van latere generaties en/of mensen elders in de wereld. Met andere woorden, er was aandacht voor zachte waarden. Deze werkwijze wil uiteraard niet zeggen dat het per definitie goed gaat met de brede welvaart, maar maakt het sturen op brede welvaart wel stukken makkelijker.
Sinds de VVD de minister van Financiën levert, gaat het niet alleen slecht met de brede welvaart in de samenleving, maar ook in de rijksbegroting. In de Miljoenennota's 2025 en 2026, gepresenteerd door de huidige minister van Financiën, speelt brede welvaart geen rol van betekenis meer. Het coalitieakkoord zegt zelfs dat "de overheid kiest voor economische groei." Economische groei is toch geen doel op zich? Als economische groei ten koste gaat van onze gezondheid en de kwaliteit van ons drinkwater, klimaatverandering veroorzaakt, de natuur aantast en ten koste gaat van dierenwelzijn is dat toch niet nastrevenswaardig? Dat brengt mij tot de volgende vragen. Heeft dit kabinet brede welvaart tot doel? Zo ja, met welke beleidsinstrumenten werkt het kabinet aan brede welvaart? Kan het kabinet toezeggen brede welvaart, in tegenstelling tot de afgelopen twee jaar, weer een centrale rol te geven in de Miljoenennota 2027? Ik overweeg een motie op dit punt, maar ik heb liever een toezegging. Kan het kabinet toezeggen de mogelijkheden te onderzoeken om als Nederland lid te worden van het Wellbeing Economy Governments partnership, WEGo, in navolging van onder andere Finland, IJsland, Nieuw-Zeeland, Schotland, Wales en Canada en op deze manier ook internationaal een leidende positie in te nemen op het gebied van brede welvaart? Ook op dit punt overweeg ik een motie maar heb ik liever een toezegging.
Voorzitter. Het kabinet zegt in het coalitieakkoord dat het doorbraken wil bereiken in het stikstofbeleid. Dat is mooi, maar de doelen in het coalitieakkoord zijn minder vergaand dan in de Omgevingswet. Bovendien schat het PBL in zijn doorrekening van het akkoord in dat ook deze minder vergaande doelen niet zullen worden gehaald met de aangekondigde maatregelen. Op deze manier wordt de staat van de natuur er uiteraard niet beter op. Wil dit kabinet de natuur echt met liefde beschermen, vraag ik me af, of stelt het puur instrumenteel maatregelen voor om Nederland van het slot te halen? Kan het kabinet toezeggen om zijn stikstofplannen, inclusief de plannen die volgens het coalitieakkoord nog voor de aankomende zomer worden gepresenteerd, op basis van de analyse van het PBL aan te scherpen? Kan het kabinet toezeggen dat het stikstofbeleid zal voldoen aan de voorwaarden voor een dierwaardige veehouderij? Moeten bijvoorbeeld landbouwbedrijven die worden verplaatst, op de nieuwe locatie dierwaardig zijn? Hoe gaat het kabinet de Natuurherstelverordening uitvoeren als het daar geen middelen voor reserveert?
Voorzitter. Een ander onderwerp waarop het coalitieakkoord liefde ontbeert, is de dierwaardige veehouderij. Dit kabinet neemt letterlijk het beleid van de landbouwminister van de BBB over. De Partij voor de Dieren had toch net iets anders verwacht van een kabinet onder leiding van D66. Het lijkt erop dat de miljoenen dieren die dag in, dag uit in dieronterende omstandigheden in de bio-industrie worden gehouden er met dit kabinet niet op vooruitgaan. Zo stelt het akkoord dat het tijdspad voor de inwerkingtreding van de normen voor een dierwaardige veehouderij "eventueel zullen worden aangepast, mede gebaseerd op wat haalbaar is in de praktijk". Oftewel: we gaan stapje voor stapje implementeren en geven nu al ruimte voor vertraging. Kan het kabinet toezeggen dat de veehouderij uiterlijk in 2040 100% dierwaardig moet zijn? Zo'n deadline biedt voor boeren de helderheid die ze nodig hebben om keuzes te maken over de toekomst van hun bedrijf. In andere transities, zoals in de klimaattransitie, werken we met heldere, zelfs wettelijk verankerde, doelen en deadlines. Waarom doen we dat niet voor de dierwaardige veehouderij? Hoe werkt het kabinet in Europees en internationaal verband aan het bewerkstelligen van een mondiale dierwaardige veehouderij?
Voorzitter. Het coalitieakkoord stelt dat het kabinet in Europees verband inzet op het toestaan van de veredelingstechnieken CRISPR-Cas en cisgenese bij de veredeling van planten. Dat is een vreemde formulering, want het is al toegestaan, zij het onder de huidige ggo-wetgeving. Ik ga ervan uit dat het kabinet hierbij wijst op de NGT-verordening over nieuwe genomische technieken. Deze verordening is nog een voorbeeld van beleid zonder aandacht voor zachte waarden. Dit is urgent, omdat het voorstel volgende week voor besluitvorming op de agenda van het Coreper staat en op 21 april in de Raad Buitenlandse Zaken wordt besproken. Vandaar dat ik vandaag een laatste poging wil doen — of eigenlijk: moet doen — om te voorkomen dat de Europese Unie en Nederland een enorme, onomkeerbare fout maken. Ook partijen die in principe positief tegenover NGT's staan, zouden tegen de voorgestelde verordening moeten zijn. Het is simpelweg een slecht voorstel.
Ik heb hiervoor zeven argumenten. Eén: er is geen bewijs voor nut en noodzaak van NGT's voor een duurzame landbouw. Twee: de huidige versie van de NGT-verordening hanteert problematische definities voor NGT's. Dit is niet in lijn met het BNC-fiche, dat pleit voor duidelijke definities. Drie: als de verordening wordt aangenomen, zullen gemodificeerde landbouwgewassen, bomen en tuinplanten, gebaseerd op deze onheldere definities, op grote schaal worden toegepast, zonder risicobeoordeling. Dit is onherstelbaar. Als NGT's eenmaal in de natuur zijn geïntroduceerd en kruisen met andere planten, is dit niet terug te draaien. Vier. De Europese Commissie kan in de toekomst zonder democratische controle van de lidstaten of het Europees Parlement de definities aanpassen. Vijf. De verordening maakt het mogelijk NGT-gewassen te verkopen zonder traceerbaarheid in de keten en zonder etikettering voor consumenten. Consumenten verliezen dus de mogelijkheid om te kiezen voor chemovrije voeding. Zes. De verordening sluit patentering van NGT-planten niet uit. Hierdoor wordt de voedselproductie verder gemonopoliseerd en wordt onze voedselveiligheid afhankelijk van een klein aantal bedrijven. De toegang tot zaden voor boeren en kleine veredelaars wordt verder verkleind, terwijl de Tweede Kamer zich Kamerbreed tegen patentering heeft uitgesproken. Zeven. Het wordt voor de biologische landbouw vrijwel onmogelijk om biologische producten gentechvrij te houden.
Voorzitter. De impact van deze verordening kan niet worden onderschat. Ik was op zoek naar een passende vergelijking. Het dichtst in de buurt komt pfas: het is overal. De antiaanbakpannen waren best handig, maar waren zij het waard? Hadden we in de jaren zeventig grootschalige toepassing van pfas maar verboden, denken we allemaal. De NGT-verordening heeft potentieel een nog grotere impact. Het genetische karakter van alle planten in de Europese Unie, landbouwgewassen, bomen, planten in de natuur en tuinplanten kan op termijn veranderen. Deze verordening vraagt om een zorgvuldige politiek, niet om partijpolitiek of machtspolitiek. Dit voorstel vraagt om een rustige, oprechte, gedegen overweging.
Het voorstel is tijdens de onderhandelingen in de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Weinig politici hebben zich de afgelopen maanden voldoende kunnen verhouden tot de huidige versie van het voorstel. Ik ben dus op zoek naar ruimte voor een doordachte besluitvorming. Dit dossier is wat mij betreft chefsache. Daarom de volgende vragen aan de premier. Heeft het nieuwe kabinet voldoende tijd genomen om zelf een gedegen oordeel te vellen over de huidige versie van de verordening? Heeft het kabinet de huidige versie van het voorstel in de ministerraad behandeld? Of heeft het kabinet als automatisme het standpunt van het vorige kabinet overgenomen? Is de premier bereid om te zoeken naar manieren om de geplande besluitvorming uit te stellen, zodat het kabinet de tijd heeft om zich te verhouden tot het huidige voorstel, bijvoorbeeld door advies te vragen aan de COGEM en met verschillende experts en belanghebbenden te spreken? En is de premier bereid samen met de negen lidstaten die tijdens de informele stemming afgelopen december niet voor het voorstel hebben gestemd, waaronder onze buren Duitsland en België, op te trekken om besluitvorming uit te stellen en/of het besluit te verwerpen of te verbeteren?
Voorzitter, afsluitend. Als het kabinet serieuze stappen zet in de richting van een liefdevolle samenleving, staat de deur van de Partij voor de Dieren altijd open voor overleg. De bijdragen van mevrouw Klip-Martin, de heer Van Meenen en de heer Bovens geven hoop op die liefdevolle samenleving. Hun bijdragen hadden veel aandacht voor zachte waarden. Dus wellicht is er hoop op stappen richting een liefdevolle samenleving door dit kabinet. Ik kijk uit naar de beantwoording door het kabinet en voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik wijs u er ook op dat u uw hele spreektijd nu heeft gebruikt. Maar u heeft nog een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Inderdaad, als pfas destijds niet was uitgevonden voor de pannen, hadden sommige politici ook niet het bekende teflonlaagje gehad. Dat had ook een hoop gescheeld. Maar dan over tot het punt dat ik eigenlijk wil maken. Ik hoorde mevrouw Visseren-Hamakers een verhaal houden over gentech, met op zich een aantal interessante punten. Maar is zij ook net zo kritisch op het gebruik van kweekvlees?
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Die twee dingen hebben soms wel en soms niet wat met elkaar te maken. Ten eerste dank ik u voor het verdergaan met de goede grap die ik in eerste termijn heb gemaakt. Als kweekvlees wordt gemaakt met behulp van genetische technieken, ben ik daar absoluut niet voor. De echte oplossing voor alle problemen in de veehouderij is de transitie naar een duurzame, diervriendelijke en meer plantaardige landbouw. Dus we hebben kweekvlees niet nodig om dieren te bevrijden uit de veehouderij.
De heer Van Hattem (PVV):
Dank voor de beschouwing, maar nu we het toch over duurzaamheid hebben het volgende. Ik hoorde mevrouw Visseren-Hamakers eerder in haar betoog ook nog iets anders zeggen, namelijk dat we het doel van brede welvaart moeten nastreven. Maar nu is brede welvaart niet een doel op zich, maar een monitoringssystematiek. Ik heb daar de vorige keer bij de begrotingsbehandeling bij de Algemene Beschouwingen ook nog een vraag over gesteld aan Schoof destijds. Volgens mij was ik de enige in deze Kamer die het er toen over had. Ik vroeg wat het kabinet er nou eigenlijk mee beoogde. Toen werd er namelijk ook over brede welvaart gesproken. Is mevrouw Visseren-Hamakers het met me eens dat brede welvaart geen doel op zich is, maar een monitoringssystematiek, dus dat je daar op zichzelf geen doel aan kan koppelen?
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Nee, daar ben ik het niet mee eens. Brede welvaart is wel degelijk een doel op zich. Die monitoringssystematiek kan je gebruiken om te kijken hoever je op weg bent naar die brede welvaart. Dus nee, ik ben het daar niet mee eens.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb eigenlijk niet zo'n behoefte nu aan een discussie over de definitie van brede welvaart. Zou u dat ...
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Nou, ik wel eigenlijk.
De voorzitter:
Ja, dat snap ik. Maar er is nog één spreker en ik zit een beetje aan de tijd.
De heer Van Hattem (PVV):
Gelet op het feit dat er mogelijk moties worden ingediend en toezeggingen worden gevraagd aan het kabinet op dit punt, hoor ik dan toch wel graag wat dan verstaan wordt onder dat doel van brede welvaart. Wat is dat dan precies? Anders kun je er ook geen toezegging op doen of een doel op formuleren. Wat is dan het doel van brede welvaart in concrete bewoordingen? Het is, zoals ik zei, een monitoringssystematiek.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dat is niet waar.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik vraag me dan toch af welke toezegging mevrouw Visseren-Hamakers hierbij concreet vraagt aan het kabinet.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik heb in de eerste termijn de algemeen gehanteerde definitie van brede welvaart letterlijk geciteerd, dus ik denk dat de heer Van Hattem niet zo goed heeft opgelet.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de Fractie-Beukering. De heer Beukering is de laatste spreker van de kant van de Kamer in de eerste termijn.