Plenair Visseren-Hamakers bij behandeling Wet invoering tweestatusstelsel, Asielnoodmaatregelenwet en novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf



Verslag van de vergadering van 13 april 2026 (2025/2026 nr. 25)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 23.10 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. De asielwetten die we vandaag bespreken, de Wet invoering tweestatusstelsel, de Asielnoodmaatregelenwet en de novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf, zijn onmenselijk, onrechtvaardig en onuitvoerbaar. Dit zeggen de meer dan 100 organisaties die zich hebben verenigd in de campagne Stop de asielwetten. Mijn fractie, die de Partij voor de Dieren vertegenwoordigt in de Eerste Kamer, is het hier hartgrondig mee eens. Er is al een hoop gezegd in dit debat, maar ik vind het belangrijk om ook vanuit het perspectief van de Partij voor de Dieren deze wetten te beschouwen.

Voorzitter. Ik vraag de minister om puntsgewijs te reflecteren op de volgende problemen rond de voorgestelde wetten. Door deze wetten worden mensen zonder verblijfspapieren, die hier vaak al jaren wonen, werken en bijdragen aan de samenleving, strafbaar. Mensen die als illegaal worden bestempeld, dreigen nog verder in de anonimiteit te verdwijnen. Ze zijn bang om hulp te vragen of gebruik te maken van voorzieningen. Ik heb een aantal van hen mogen spreken in de afgelopen tijd. Zij hebben hun persoonlijke zorgen met mij gedeeld.

Maar het is nog fundamenteler. Deze voorgestelde wetten vertegenwoordigen een politiek die in het Engels "othering" wordt genoemd. Ik heb hier in eerdere debatten over asiel al naar verwezen. Het betekent het zich distantiëren van een "other", vaak een andere groep. Met de voorgestelde wetten worden asielzoekers als een andere groep dan Nederlanders gezien, wat een levensgevaarlijk en onacceptabel uitgangspunt is. We zijn allemaal mensen.

De wetten gaan bovendien de problemen in de asielopvang en het proces van besluitvorming niet oplossen, maar verergeren. Er is geen aantoonbaar effect van deze wetten op het aantal mensen die in Nederland asiel aanvragen. Door de toenemende procedures, langere wachtrijen en meer beroepen zal de druk op de uitvoeringsorganisaties alleen maar toenemen. De wetten werken dus averechts.

Voorzitter. Er is geen asielcrisis. Er is oorlog, er is geweld en er is discriminatie, waar mensen voor vluchten. Dat is de crisis: de crisis van schendingen van mensenrechten en de crisis van schendingen van het internationaal recht. De Partij voor de Dieren is blij dat Nederland mensen opvangt die vluchten voor oorlog, geweld of discriminatie, gewoon zoals het hoort in een beschaafd land. 75% van de aanvragen wordt toegewezen. Dat betekent dat deze mensen terecht een asielaanvraag hebben gedaan en recht hebben op asiel. De enige manier om het aantal vluchtelingen wereldwijd te verminderen, is het tegengaan van oorlog, geweld, discriminatie en klimaatverandering, onder meer door in te zetten op internationale samenwerking en diplomatie.

Het probleem is dus niet het aantal asielzoekers. Het probleem is dat het asielsysteem is vastgelopen. Asielzoekers wachten simpelweg te lang op een besluit. We moeten dus investeren in de uitvoeringscapaciteit, in tegenstelling tot daarop te bezuinigen, zoals voorgaande kabinetten deden.

Voorzitter. Door de voorgestelde wetten wordt gezinshereniging strenger. Eerdere sprekers hadden het daar ook al over. De Asielnoodmaatregelenwet sluit bepaalde groepen, zoals ongehuwde partners, pleegkinderen en meerderjarige kinderen, uit van gezinshereniging. Lhbtqi'ers die niet mogen trouwen in hun land van herkomst, worden dus in het Nederlandse asielbeleid opnieuw gediscrimineerd. Voor subsidiair beschermden zijn er extra eisen, waardoor gezinshereniging vaak feitelijk onmogelijk wordt. Wat de Partij voor de Dieren betreft is dit onacceptabel. Gezinnen horen samen te kunnen zijn.

De wetten voeren het tweestatusstelsel weer in, terwijl dat juist afgeschaft werd omdat het leidde tot extra werk. De vergunning voor bepaalde tijd wordt beperkt tot drie jaar en asielzoekers krijgen na vijf jaar geen vaste verblijfsvergunning, waardoor integreren onmogelijk wordt. Strengere regels in de procedure, zoals het afschaffen van de voornemenprocedure, kunnen onzorgvuldige besluitvorming veroorzaken. En de nieuwe regels gelden ook voor asielzoekers die nu al een aanvraag hebben gedaan, wat strijdig is met de beginselen van behoorlijk bestuur.

Voorzitter. De lijst van instituties, organisaties en deskundigen die kritiek of zorgen hebben geuit over deze voorgestelde wetten, is bijna oneindig: de Raad van State, het College voor de Rechten van de Mens, de Adviesraad Migratie, het COA, de IND, de VNG, de politie, de Inspectie JenV, de Dienst Terugkeer en Vertrek, de Dienst Justitiële Inrichtingen, VluchtelingenWerk, de Nederlandse orde van advocaten, kerken, zorgverleners, artsen en onderwijzers. Wie is er eigenlijk voor deze wetten, vraag ik me af.

Voorzitter. Deze wetten zijn overbodig. Het zijn wetten die door minister Faber van de PVV zijn ingediend als symboolpolitiek. Het overgrote deel van deze wetten wordt ook geregeld in het Europees Asiel- en Migratiepact, dat op 12 juni in werking treedt. Dat is over minder dan twee maanden! De Partij voor de Dieren heeft ook fundamentele kritiek op dit pact — laat daar volstrekte helderheid over zijn — maar het is een feit dat het in juni in werking treedt.

Een van de grote verschillen tussen de wetten die we vandaag behandelen en het pact is inderdaad de veelbesproken strafbaarstelling van illegaliteit. Die is in de wet opgenomen door een amendement van de PVV en het is juist inderdaad een van die onderwerpen waar terecht zo veel zorgen over zijn. Mensen zonder verblijfspapieren worden gecriminaliseerd en of de bescherming van mensen die hen helpen standhoudt voor de rechter, is nog onzeker.

Eigenlijk zouden alle leden van de Eerste Kamer tegen deze wetten moeten stemmen, omdat ze, gezien de aankomende uitvoerings- en implementatiewet van het Asiel- en Migratiepact, overbodig en onuitvoerbaar zijn. Deze wetten boven op het Asiel- en Migratiepact vragen te veel van de uitvoeringorganisaties op het gebied van asiel. Als we onze rol als Eerste Kamer, het zorgdragen voor kwalitatief goede wet- en regelgeving, serieus nemen, moeten we deze wetten, nog afgezien van de morele bezwaren, verwerpen. Ik kijk met name naar het CDA, omdat het ons zo'n beetje wekelijks herinnert aan onze rol als Eerste Kamer.

Voorzitter. Zoals ik al zei, overlappen deze wetten in grote mate het Asiel- en Migratiepact en voegen ze er een aantal extra maatregelen aan toe. Hiermee vertegenwoordigen deze wetten dus een zogenaamde kop op Europese wetgeving. Eerdere sprekers hadden het hier al over. Veel met name rechtse partijen in deze Kamer zijn tegen koppen op Europese wet- en regelgeving. De VVD, het CDA, de SGP, BBB, JA21, PVV en Forum hebben zich allemaal tegen koppen op Europese beleidsregels uitgesproken en laten dit nou juist de partijen zijn die overwegen voor deze wetten te stemmen. Maar als deze partijen oprecht tegen nationale koppen op Europees beleid zijn, zouden ze juist tegen deze wetten moeten stemmen. Het CDA heeft in de Tweede Kamer afgelopen januari op de vraag "Betekent dit voor het CDA dat er helemaal geen nationale koppen meer zouden moeten zijn, op geen enkele manier, nergens, nooit?" als antwoord gegeven: "In de basis is het antwoord daarop ja." Ook in het coalitieakkoord staat het: "Onze ambitie blijft om onnodige nationale koppen op Europese regels te schrappen." Dus de VVD en het CDA zouden tegen deze wetten moeten stemmen als ze hun eigen coalitieakkoord serieus nemen. Dus ik stel nog één keer de vraag aan de minister die meerdere malen is gesteld in het schriftelijke overleg: is het kabinet bereid de wetten in te trekken? Ze zijn, gezien het pact, overbodig. Ze leggen te grote druk op de uitvoeringsorganisaties op het gebied van asiel en ze vertegenwoordigen een kop op Europees beleid. Ik overweeg op dit punt een motie.

Voorzitter. De pleisters die nu in het debat hier en daar worden geplakt op een klein aantal pijnlijke punten in deze wetten, zijn niet voldoende om de fundamentele problemen van deze wetten op te lossen. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister, en voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Hattem i (PVV):

Heel kort. Ik hoor u de hele tijd over die koppen op Europese wetgeving, maar er werd net duidelijk onderscheid gemaakt tussen koppen op Europese wetgeving en onnodige koppen op Europese wetgeving. Laten we duidelijk zijn: onnodige koppen op Europese wetgeving hoeven niet, maar in dit geval is het iets wat keihard nodig is dat wij vanuit nationaal beleid aan nationale wetgeving doen.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dan heeft de heer Van Hattem niet goed geluisterd naar de quotes die ik heb gebruikt in mijn eerste termijn. Veel partijen in deze Kamer en ook in de Tweede Kamer hebben zich tegen koppen op Europees beleid uitgesproken, of ze nou nodig zijn of niet. Dat klopt dus niet. Er zijn partijen in deze Kamer die tegen koppen op Europees beleid zijn; dat geldt overigens niet voor de Partij voor de Dieren.

De heer Van Hattem (PVV):

Er werd een vraag gesteld aan de minister en het coalitieakkoord werd geciteerd en er werd een motie overwogen, maar het citaat uit het coalitieakkoord ging juist over onnodige koppen op Europees beleid. Naar mijn overtuiging is in dit geval geen sprake van een onnodige kop. Is het voor mevrouw Visseren-Hamakers toch nog mogelijk om een onderscheid te maken tussen nodige koppen en onnodige koppen?

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik ben benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt, of hij deze drie wetten ziet als nodige of onnodige koppen op Europees beleid. Het standpunt van de Partij voor de Dieren is dat de drie wetten die hier liggen, een overbodige kop op Europees beleid zijn, omdat het Europese pact al te streng is volgens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Even kort een puntje van orde. Ik heb alle respect voor de bijdrage van mevrouw Visseren-Hamakers, de Fractie-Visseren-Hamakers, de Partij voor de Dieren en Volt. Volt sprak namens de Partij voor de Dieren. Meestal zegt mevrouw Visseren-Hamakers dat zij de enige woordvoerder is namens de Partij voor de Dieren, maar nu heeft ze dat in het hele debat niet gezegd, maar noemt ze steeds de Partij voor de Dieren, terwijl de Partij voor de Dieren al gesproken heeft via Volt. Het wordt wat ingewikkeld op deze manier, want we hebben niet twee fracties in de Eerste Kamer van de Partij voor de Dieren.

De voorzitter:

Voor alle duidelijkheid: mevrouw Visseren-Hamakers spreekt namens de Fractie-Visseren-Hamakers.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik zal even reageren op uw interruptie. Ik heb aan het begin van mijn betoog inderdaad verhelderd dat mijn fractie de Partij voor de Dieren vertegenwoordigt in deze Kamer. Het is een beetje ongemakkelijk om deze discussie hier nu met een vertegenwoordiger van de fractie van de Partij voor de Dieren als voorzitter te voeren, dus ik wil het eigenlijk hierbij laten.

De voorzitter:

Dat lijkt me ook niet zinvol voor dit debat, dus dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Walenkamp van de Fractie-Walenkamp.