Verslag van de vergadering van 12 mei 2026 (2025/2026 nr. 28)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 15.15 uur
De heer Van den Oetelaar i (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de minister en de staatssecretaris, voor hun aanwezigheid. De minister en het kabinet presenteren de overheidsfinanciën als "gezond": een EMU-tekort tussen de 2,9% en 2,1% van het bbp, een schuld rond de 46,6% in 2026 en onder de 50% aan het eind van deze kabinetsperiode. Dat is ruim onder de Europese normen. Dat ziet er op korte termijn prima uit. Maar wie iets verder kijkt, ziet een heel ander verhaal. Dat verhaal komt niet van ons, maar van het CPB zelf. In de Voorjaarsnota wordt erkend dat de schuld op de lange termijn sterker oploopt dan in de vorige ramingen. Toch blijft het kabinet herhalen dat we geen rekeningen doorschuiven naar toekomstige generaties. Waar is deze uitspraak op gestoeld?
Het CPB-rapport De Nederlandse overheidsschuld op lange termijn uit juli 2025 is nog steeds een actuele referentie en laat precies zien wat er gebeurt bij ongewijzigd beleid, het beleid dat dit kabinet met z'n structurele EMU-saldo van 2% tot 3% tekort volgt. De overheidsschuld stijgt naar 126% van het bbp in 2060 volgens het CPB. In 93% van de scenario's komt de schuld boven de 60%-norm uit, in extreme gevallen zelfs tot 182%. De oorzaak is duidelijk: vergrijzing drijft de uitgaven aan de AOW en zorg op naar ruim 50% van het bbp, terwijl de extra inkomsten uit belastingen op pensioenen en hogere zorgpremies lang niet genoeg zijn om dat op te vangen.
Dit is het basispad van het huidige beleid. Het EMU-saldo dat we vandaag behandelen, ligt precies op dat traject. Het kabinet zegt dat we de financiën op orde houden, maar structureel een tekort van 2% tot 3% van het bbp is niet "het op orde houden"'; dat is gewoon doorschuiven. De Voorjaarsnota erkent de vergrijzingsdruk, maar laat de echte opgaven over aan volgende kabinetten.
Bovendien zijn de CPB-ramingen nog aan de voorzichtige kant: de volledige Defensie-uitgaven en de kosten van de massa-immigratie en het klimaatbeleid zijn deels niet meegenomen en ook niet te voorzien. De Defensie-uitgaven bedragen volgend jaar 29 miljard, een bedrag dat groeit naar 38 miljard in 2031, terwijl Oekraïne zowel dit jaar als volgend jaar 6,5 miljard euro aan Nederlandse steun ontvangt. Asiel en migratie kosten de belastingbetaler 8,5 miljard euro per jaar, en dan blijven de door Jan van de Beek becijferde verborgen maatschappelijke kosten die nagenoeg alle migranten met zich meebrengen nog buiten beeld. Klimaatmaatregelen kosten ook dit jaar weer 10 miljard, en dat is boven op het geld dat al in de klimaatfondsen is gestoken. De werkelijke schuld kan en zal hoogstwaarschijnlijk dus nog veel hoger uitvallen.
Voor een deel van de dekking kijkt de regering naar de verwachte inkomsten uit de Wet werkelijk rendement box 3. De in dat kader genoemde bedragen betreffen echter een schijnwerkelijkheid die geen rekening houdt met de grote negatieve gevolgen die de wet voor het beleggingsklimaat in Nederland zal hebben. De kleine belegger raakt namelijk in de verdrukking en zal gedemotiveerd raken om door zuinig en slim met geld om te gaan z'n vermogen uit te bouwen, terwijl de grote belegger z'n geld naar het buitenland zal verplaatsen. Het effect van de wet is in dit geval dus dubbel schadelijk: een geruïneerde kapitaalmarkt en een tegenvaller op de toch al onverantwoorde begroting.
Voorzitter. Ik heb daarom hierover een aantal vragen aan de minister. Ten eerste, erkent u dat het huidige structurele EMU-saldobeleid met aanhoudende tekorten van 2% tot 3% bbp exact het basispad is dat het CPB in juli 2025 projecteerde met een schuld van 126% bbp in 2060? Ten tweede, hoe verhoudt de gezonde kortetermijnpresentatie in de Voorjaarsnota zich tot die langetermijnraming? Ten derde, welke concrete structurele maatregelen neemt het kabinet in deze kabinetsperiode om die opwaartse druk op de schulden te keren in plaats van het probleem door te schuiven? Ten vierde, bent u bereid om in een volgend begrotingsstuk, bijvoorbeeld de Miljoenennota, een expliciet houdbaarheidsscenario op te nemen met de CPB-projectie als uitgangspunt, inclusief de onzekerheidsbandbreedte? Ten vijfde, kan u reflecteren op de gevolgen die de Wet werkelijk rendement box 3 gaat hebben op het beleggingsklimaat in Nederland en nog eens zeer kritisch kijken naar de geraamde inkomsten die uit deze wet zullen volgen, zodat wij in de toekomst niet voor onverwachte tegenvallers komen te staan?
Voorzitter. FVD kiest voor een eerlijke begroting en niet voor mooie plaatjes op korte termijn die de ellende op lange termijn verbergen. Wij willen geen astronomische staatsschuld van 126% bbp voor onze kinderen. Het is tijd dat het kabinet niet alleen naar de komende vier jaar kijkt, maar naar 2060, anders is dit geen gezond financieel beleid maar een pyrrusoverwinning.
Ik zie uit naar de antwoorden van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden nog het woord in de eerste termijn van de kant van de Kamer? Dat is niet het geval. Ik heb begrepen dat de bewindslieden enkele minuten nodig hebben voor het op orde brengen van de administratie, dus ik schors tot 15.30 uur.