Verslag van de vergadering van 12 mei 2026 (2025/2026 nr. 28)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.37 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. We spreken vandaag over de begroting van dit jaar, het lopende jaar dus. Dat is bijzonder, niet alleen omdat de begroting al ruim vier maanden actief is, maar ook omdat de Eerste Kamer vanwege tijdsgebrek vrijwel nooit toekomt aan een fatsoenlijk debat over de rijksbegroting. De stukken worden er hier bij wijze van spreken onder de kerstboom doorgehamerd. Dat is niet verstandig. Ervan uitgaande dat de Tweede Kamer het accent legt op de politieke kant van het beleid, kan de Eerste Kamer waarde toevoegen door het accent te leggen op de kwaliteit van de rijksbegroting. Dat is geen overbodige luxe in een land met zo'n zware overheid als ons land. Rule of law is een prachtig beginsel voor een democratie, maar dan moet die wetgeving in elk opzicht zorgvuldig zijn. In Nederland zit daar sleet op. Ik zal niet ingaan op de vele voorbeelden, maar kijk alleen al naar de mate van ontevredenheid in het land, het lage vertrouwen in de overheid en het komen en gaan van steeds meer partijen die surfen op boosheid en gemopper. Met al het rekentuig dat u tegenwoordig ten dienste staat, moet het mogelijk zijn om de rijksbegroting in te dienen in mei en Prinsjesdag daar ook naartoe te verplaatsen. Dan heeft de Staten-Generaal namelijk in zijn geheel ruim de tijd om het budgetrecht in elk opzicht waardevol toe te passen en kan ook de Eerste Kamer haar waarde aan ons wetgevend proces bewijzen en toevoegen. Ik vraag de minister van Financiën om te reageren op mijn voorstel om Prinsjesdag naar mei te verplaatsen. Is dat naar zijn oordeel mogelijk en ziet hij de meerwaarde ervan in? Ik overweeg, gehoord zijn antwoord, daarover een motie in te dienen.
Voorzitter. Slagvaardigheid en een nog steeds onstuimige groei van het aantal rijksambtenaren zitten elkaar niet alleen in de weg, maar maken de overheid ook steeds duurder. Dat baart mijn fractie zorgen. Deelt de minister die zorgen en wat gaat hij daaraan doen?
Ik kom als vanzelf op de alsmaar stijgende lasten in ons land. We zien het aan de prijzen voor benzine en diesel. Transport is een kostenpost voor de handel. Hoe zwaar is in ons land eigenlijk de aandacht voor de bewaking van onze concurrentiepositie? Welke stappen onderneemt de minister van Financiën om die concurrentiepositie te beschermen?
Als de minister en zijn staatssecretaris sowieso de vriend van de belastingbetaler willen zijn, dan is er heel veel werk aan de winkel. Zullen we het eens langslopen? Voorop zou ik de mentale instelling van het politieke bestuur in ons land willen zetten. Het lijkt erop dat bij het opstellen van welke begroting dan ook de burgers en het bedrijfsleven de sluitpost zijn. De uitgaven zijn nou eenmaal de uitkomsten en dus gaat de discussie alleen over de vraag wie wat betaalt.
Voorzitter. Hoe staat de economie er eigenlijk voor aan het einde van dit jaar en nu? Kloppen de verwachtingen van Prinsjesdag nog een klein beetje? Kan de minister zijn meest recente inzichten met ons delen? Zelfs de beurs weet er geen peil meer op te trekken. De koersen springen alle kanten uit en we lezen te vaak het woord "stagflatie". Hoe ziet de minister dat? De vrees is dat centrale banken, waaronder de ECB, te laat gaan ingrijpen omwille van economische groei, maar dan toch inflatie oogsten bij een krimpende economie. Andersom kan het ook gebeuren, namelijk dat we zomaar ineens met een hyperinflatie zitten. Een paar jaar geleden was de inflatie nog ruim 10%. Ik hoor graag de inzichten van de minister en ik hoor graag hoe hij denkt zowel stagflatie als hyperinflatie te voorkomen.
Voorzitter. Naast de internationale onrust is er nog een andere bron van onrust. Die zit in ons eigen land. Ik heb het over de pensioenen. Het gaat over de wetgeving, namelijk de Wtp. Ik noem die overigens al een tijdje de "wet tegenvallend pensioen". Het gaat ook over het beleggingsbeleid van pensioenfondsen. We hebben de laatste anderhalf jaar internationaal prachtige resultaten kunnen zien voor menig belegger. De S&P 500 steeg vorig jaar met 16% en de AEX met 8%, maar de Nederlandse pensioenfondsen verloren vorig jaar maar liefst 54 miljard aan vermogen. Dat betekende een negatief rendement van 3,2%. Over de laatste vijf jaar verloren de pensioenfondsen zelfs nog meer, namelijk 64 miljard. In vijf jaar tijd was er dus geen enkel rendement en alleen maar verlies op verlies op verlies. Dat is in feite het grootste naoorlogse financiële drama in ons land dat compleet doodgezwegen wordt.
Op verzoek van de fractie van 50PLUS in de Tweede Kamer gaat het kabinet een onderzoek doen naar de beleggingsresultaten van de pensioenfondsen vanaf 2020. De ellende begon bij het eertijds onzalige idee van het kabinet om de pensioenverplichting op marktrente te gaan waarderen: de fameuze en door ons vermaledijde rekenrente. Daardoor zijn de pensioenfondsen op grote schaal de rente gaan afdekken. Dat wil zeggen dat ze rentederivaten zijn gaan kopen, en dat ook nog op het toppunt van de markt. Honderden miljoenen zijn weggespoeld; over slechte timing gesproken! Uit angst dat hun dekkingsgraad onder de 100% zou uitkomen bij het invaren zijn pensioenfondsen de afgelopen jaren op nog grotere schaal de rente gaan afdekken. Tientallen miljarden euro's zijn in feite op de koop toe genomen om er maar voor te zorgen dat de dekkingsgraad niet zou dalen tot onder die 100%. De factuur voor die angst op basis van ondeskundigheid gaat naar de gepensioneerden, die ernstig gedupeerd worden. Immers, de hogere dekkingsgraden van nu dienen in de toekomst betaald te worden.
Voorzitter. Het is toch wel heel bizar dat de kersverse minister van Sociale Zaken, Vijlbrief …
De voorzitter:
U heeft een interruptie van mevrouw Moonen, op het vorige punt, neem ik aan.
Mevrouw Moonen i (D66):
Ik heb een vraag aan de heer Van Rooijen. Hij heeft het over de vermogens, maar hij spreekt niet over de herstelindexaties, die juist de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden, waar de gepensioneerden zeer verheugd over zijn nadat er jarenlang niet geïndexeerd was. Bij de overgang naar het nieuwe stelsel zijn die indexaties juist weer mogelijk geworden en ook daadwerkelijk uitgevoerd. Er is grote dank bij de gepensioneerden dat die inhaalindexaties hebben plaatsgevonden. Ik hoor de heer Van Rooijen daar niet over. Kan hij daarop ook reageren, om het beeld wat completer te maken?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik ga u geen wedervraag stellen, maar u heeft vast weleens gehoord van de term "sigaar uit eigen doos". Als er eerst 30% indexatie niet gegeven wordt door die rekenrente, dan is het vanwege de soepelere regels mogelijk om bij het invaren de buffers die in het verleden niet zijn uitgekeerd alsnog als een sigaar uit eigen doos uit te keren. Overigens, als die pot nu leeg is, betekent dit dat als er niets met rendement wordt gedaan in het nieuwe stelsel, er geen ruimte is voor indexatie. Wij rekenen zelfs met vrij grote kortingen omdat die beloofde rendementen er niet zullen komen en er geen buffers meer zijn.
De heer Kroon i (BBB):
Ik ben zoals gebruikelijk weer onder de indruk van uw huiswerk, meneer Van Rooijen. U refereerde aan de verliezen in de pensioenfondsen die ontstaan zijn door het afdekken van die rente, maar u noemde daar geen bedragen bij. Heeft u ook een inschatting van hoe groot het verlies is geweest dat de afgelopen vijftien jaar door pensioenfondsen gerealiseerd is door het afdekken van die rente?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ja, die grote verliezen die ik u noemde, waren een totaal. Er zijn natuurlijk rendementen gemaakt, maar de verliezen op obligaties en rentederivaten waren natuurlijk veel groter. Het saldo van 50, 60 miljard betekent dat de verliezen op de obligaties en rentederivaten nog veel groter zijn, want op aandelen werd nog wel enig rendement gemaakt. Ik herinner me, maar ik heb het niet paraat, dat een tijdje geleden in antwoord op vragen die wij hadden gesteld, de verliezen op de obligaties en met name op de rentederivaten zijn gegeven. Daar is aanvankelijk, toen de rente daalde, uiteraard winst op gemaakt. Toen die rente ging oplopen, werden daar grote verliezen op gemaakt. Die grafieken zijn bekend, maar ik heb ze even niet paraat. Dank voor deze vraag, want die is heel helder.
De heer Kroon (BBB):
Nog een vervolgvraag. Als die verliezen niet gemaakt waren — ik weet het; het is een alsvraag — wat zou dat dan betekend hebben voor de dekkingsgraad vóór het invaren in het nieuwe systeem?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Het simpelste antwoord is dit. Je moet altijd voorzichtig zijn met over jezelf beginnen. Ik heb in 2017 in de Tweede Kamer een initiatiefwetsontwerp ingediend voor een vaste rekenrente van 2%. Als dat wetsontwerp toen was aanvaard, dan zou de dekkingsgraad, die toen onder de 100 lag, in de gevarenzone dus, met bijna 30% gestegen zijn en zo gebleven zijn. Dan was ook het renterisico er niet meer, want er was een vaste rekenrente. Dan had je dus niet wat De Nederlandsche Bank absoluut eiste van de fondsen; dan had je niet meer obligaties hoeven kopen en je had het renterisico niet hoeven afdekken met derivaten. Dan hadden we in een veel zonnigere wereld geleefd. Ik spreek niet voor niets over "het grootste financiële drama van na de oorlog". Dat zal de komende jaren gaan blijken. De Groningers hebben gelijk, zei Vijlbrief in een boek. Ik sluit niet uit dat ik ook ooit een boek schrijf waarin het woord "gelijk" ook voorkomt, als u begrijpt wat ik bedoel.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ja, voorzitter. Ik moet even kijken waar ik gebleven was.
Voorzitter. Het is toch heel bizar dat de kersverse minister van Sociale Zaken, Vijlbrief, vasthoudt aan het niet openbaar maken van het advies van de landsadvocaat met betrekking tot de nieuwe pensioenwetgeving. Het gaat, zegt hij, om het belang van de Staat. En het belang van de miljoenen pensioengerechtigden en deelnemers dan? Als er straks processen worden gevoerd, kan de overheid zich niet beroepen op een geheim advies lijkt mij. Dat zal dan toch openbaar moeten worden. Waarom dan toch dat starre en botte nee ten opzichte van de gepensioneerden en deelnemers?
In het debat over de regeringsverklaring wees de fractie van 50PLUS erop dat een derde van de pensioenuitkeringen naar de inkomstenbelasting gaat. Betere beleggingsresultaten in de toekomst leiden tot hogere belastingopbrengsten in de toekomst. Dan is verhoging van de AOW-leeftijd ook niet nodig, zei ik toen. De fiscale omkeerregel is een fantastische regel voor de minister en ook voor de staatssecretaris van Financiën. Die leidt tot een steeds hogere belastingclaim. Kan de minister de laatste schatting geven van de omvang van de belastingclaim op toekomstige pensioenen? Dat was recent al 500 miljard, dacht ik.
Voorzitter. Er is ook onrust over ons belastingstelsel, niet alleen over de pensioenen. Dat is voor ons, 50PLUS, niet nieuw, want wij wijzen al heel lang op de onrust door het uitblijven van een grootse belastinghervorming. Een goedwerkend belastingstelsel is voor elk land van levensbelang. Elk belastingstelsel moet worden beoordeeld in een internationale context in het kader van behoud en versterking van het concurrentievermogen, het investeringsklimaat en innovatie. Ik hoef maar te wijzen op het rapport-Wennink. De beoordeling geldt mutatis mutandis natuurlijk ook voor de mogelijke herverdelingsaspecten via belastingen. De fractie van 50PLUS vindt dat de financieringstekortnorm het belastingstelsel te afhankelijk maakt van de omvang van het tekort. Voor alle duidelijkheid: als het tekort knelt, moet er fors bezuinigd worden en niet aan de fiscale noodrem getrokken worden. Vindt de minister dat ook?
Mijn fractie prijst het kabinet ervoor dat het met een omvangrijk bezuinigingspakket is gekomen. Dat vergt politieke moed en die moed zie ik ook bij deze minister van Financiën. Kan de minister reflecteren op onze opvatting over de rol van belastingheffing? Hoe ziet hij zelf die rol?
Recent kwam het Centraal Planbureau met een studie over het belastingstelsel, het zoveelste rapport waarin wordt aangegeven dat er echt iets met ons belastingstelsel moet gebeuren. In december '25 heeft de Eerste Kamer de motie-Van Rooijen aangenomen over het instellen van een onafhankelijke adviescommissie over de hervorming van het belastingstelsel. In het debat met de minister-president een maand geleden over de regeringsverklaring heb ik wederom gepleit voor de instelling van zo'n commissie, niet met de vraag of, maar wanneer de motie wordt uitgevoerd. De minister-president wees het verzoek in feite af. Er komt in september, in het najaar, een brief over het rapport van het kabinet.
Voorzitter. Mijn fractie is buitengewoon teleurgesteld dat het kabinet de motie niet wil uitvoeren. Mijn vraag aan de minister is: wil het kabinet dat alsnog doen en, zo nee, waarom niet? Graag een reactie. Kabinetten zijn immers gehouden om moties uit te voeren, zeker belangrijke als deze.
De minister van Financiën is ook hoofdverantwoordelijke voor het belastingstelsel en kan dus niet wegduiken — ik zeg niet dat hij dat doet — ook niet naar de staatssecretaris. Ik spreek uit enige ervaring van vroeger. Het CPB pleit ervoor dat het kabinet de regie neemt en volgens de fractie van 50PLUS kan dat alleen op een ordentelijke wijze als het kabinet zelf een commissie instelt. Die commissie is ook nodig. Het huidige stelsel is een onheilspellend voorbeeld van het te hooi en te gras berijden van fiscale stokpaarden, waar geen visie en samenhang aan ten grondslag ligt.
In de vorige eeuw was de gulden regel: een kabinet stelt in dat geval een commissie in. Aan het eind van de vorige eeuw gebeurde dat met de instelling van de commissie-Oort en de commissie-Stevens. De adviezen werden opgevolgd en leidden door het brede draagvlak tot grondige hervormingen van het stelsel. Daarna werd het oorverdovend stil, al 25 jaar, over belastinghervormingen, die nu meer dan ooit noodzakelijk zijn door de sterk veranderende economische structuur, de digitalisering en de noodzaak van innovatie. De wereld is veranderd. Denk dus aan de verhouding van de belasting op arbeid en vermogen, op arbeid en consumptie, op de internationale fiscale concurrentiepositie en het investeringsklimaat. We betalen nu de prijs voor 25 jaar draaien aan fiscale knoppen voor de jaarlijkse koopkrachtplaatjes, met tarieven, kortingen en toeslagen: het jaarlijkse fiscale gezelschapsspel. Er is geen visie en geen samenhang. Dieptepunten zijn onder andere het gehannes met box 3, waarbij we zelfs internationaal voor gek worden verklaard, en de inkomensafhankelijke arbeidskorting van bijna €6.000 per werkende per jaar, die al meer dan 40 miljard kost. Samen met de toeslagen leidt dit tot wel 80% marginale belastingdruk voor werkenden. Dramatisch is het vrijwel niet toepassen van de wettelijke inflatiecorrectie, vanaf 2024 tot, zo vrezen wij, 2028. 50PLUS fulmineert daar al jaren tegen, gelukkig met andere fracties hier. Kan de minister toezeggen dat het wettelijke instrument weer volledig wordt toegepast? Wat is anders nog de betekenis van de wettelijke inflatiecorrectie, die al dateert van 1968, van staatssecretaris Grapperhaus?
Vanuit Financiën regende het sinds 2020 bouwstenen, maar dat betekent niet dat er een integrale visie kwam en tot uitvoering werd gebracht. Integendeel, ik zei het al: het bleef bij pleisters plakken. Door de bomen kun je het fiscale bos allang niet meer zien. In mijn motie heb ik dat toen als volgt toegelicht. Er is behoefte aan een integrale visie op ons gehele stelsel. Een commissie van enkele topdeskundigen zou moeten komen met wat ik een "helikoptervisie" noemde. Vervolgens kan de staatssecretaris, uiteraard samen met de ambtenaren, de uitwerking ter hand nemen. De commissie kan haar werk in korte tijd verrichten. Het gaat immers over contouren, de hoofdlijnen van ons gehele belastingstelsel: inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, btw, schenk- en erfbelasting et cetera. Het moet futureproof zijn voor de langere termijn. Onze economie is sinds 2000 grondig veranderd.
Het werk van de commissie kan snel, binnen enkele maanden. Het is een oneigenlijk argument van het ministerie dat dat twee jaar zou moeten duren. De opdracht dient uiteraard door het kabinet te worden geformuleerd. Helaas maakte de instelling van zo'n commissie geen deel uit van het regeerakkoord. De tekst over belastingen aan het eind van het akkoord was wel heel mager en niet concreet. Ik heb nog niet eerder meegemaakt dat belasting een soort aanhangsel op de laatste pagina van een regeerakkoord was. Dat zegt wel iets. Wel was duidelijk dat het kabinet zelf vindt dat het dat wel kan. 50PLUS vindt dat een heilloze weg en vraagt dus nogmaals: minister, voer de motie uit en stel de in de motie gevraagde commissie nu terstond in.
De heer Kroon (BBB):
Meneer Van Rooijen, net als u ken ik de minister al een tijdje. Ik verwacht dat de minister op uw verzoek voor een commissie teksten zal zeggen in de trant van: we hebben het heel druk en de Belastingdienst heeft al een volle agenda. Begrijp ik goed uit uw tekst dat u de minister niet oproept om morgen het stelsel te veranderen maar om een langetermijnplaatje te schetsen waarbinnen incrementele veranderingen in de toekomst passend zouden zijn?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ja, dat klopt. En ik vraag om dat te doen via een commissie op korte termijn die de contouren schetst. Vervolgens kan het departement de hele uitwerking doen. Er is dus geen sprake van het passeren voor korte tijd van het ministerie. Derden komen met een blauwdruk en het ministerie pakt dat op om dat verder uit te werken en tot wetgeving te brengen.
De heer Kroon (BBB):
Lees ik het dan goed dat uw motivatie voor die commissie is om zowel politiek als ambtelijk wat afstand te hebben van dat advies, zodat dagdagelijkse beslommeringen niet leidend worden in dat advies?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ja, dat is een hele goede vraag. Wij hebben hier al eerder discussies gehad met voorgangers van deze staatssecretaris. De collega's van Financiën weten dat nog wel. Toen heb ik ook gepleit voor die commissie. Toen was het antwoord van de staatssecretaris van Financiën: maar dat kunnen we zelf ook wel. Hij gaf toen ook aan: dan gaan we wel in de Tweede Kamer kijken wat de fracties allemaal belangrijk vinden. Daar leidde ik uit af: dat wordt dan een politiek spel; elke fractie krijgt haar eigen hobbypaard en dan wordt het een nog grotere chaos. De commissie-Stevens en de commissie-Oort hebben juist bewezen dat het goed is om mensen van buiten te nemen. Oort was geen fiscaal deskundige, Stevens overigens wel; hij heeft lang in de senaat gezeten daarna. Die kwamen met een zodanige aanpak dat eigenlijk de hele samenleving en de politiek zei: zo gaan we het doen. Vervolgens is dat in hele goede wetgeving, met een breed draagvlak, gedaan. 25 jaar lang doen we dat nu al niet. Mij is ten enenmale niet duidelijk waarom we dat niet gewoon durven te doen. Het kan heel snel. Ik had toen met collega's hier al drie namen besproken die bereid waren en nog steeds bereid zijn om dat te doen.
De heer Crone i (GroenLinks-PvdA):
Het wordt nu de afdeling sprookjes, dus ik kan dat niet meer verdragen. Ik heb het namelijk ook meegemaakt. Die commissies hebben zeer nuttig werk gedaan, Stevens en anderen die het hebben voorbereid; allemaal prima. Maar de politieke keuzes zijn gemaakt in de Sociaal-Economische Raad. Dat was ook nog voorbereidend. Dat advies noemt u niet. Dingen als de arbeidskorting kwamen daaruit voort. Die zijn vervolgens ingevoerd, na een politieke keuze van het paarse kabinet, dat twee jaar lang stabiel was. Het zijn dus politieke keuzes. Je kunt nooit politieke keuzes uit handen geven, al zou je het willen, aan een commissie van onafhankelijke deskundigen, want dan zijn ze niet meer onafhankelijk. De politieke keuzes moeten dus híér worden gemaakt, in de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en het kabinet. Alle adviesrapporten liggen er al, zoals over de ondoelmatige aftrekposten. Alles ligt er al, vorige week weer van het CPB. Er moet geen commissie komen. Het kabinet moet zeggen: dit zijn de randvoorwaarden. Dan stel je pas een commissie in.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
U keert het nu echt om; dat is duidelijk voor mij. U hebt misschien niet begrepen dat die commissie niet aan politiek doet, maar louter een adviescommissie is over een helikoptervisie op de contouren voor de langere termijn voor ons stelsel, over de hoofdpijlers van het belastingstelsel. U zegt: ja, maar dat paarse kabinet — dat is mij niet ontgaan; ik heb het nog in de laatste dagen in de Tweede Kamer meegemaakt — heeft toch verstandige dingen gedaan? Natuurlijk! Er komt een adviescommissie. Dan moet het kabinet zeggen dat het dat advies geheel of gedeeltelijk overneemt en gaat het dat vervolgens uitwerken. Dan gaan de Tweede en de Eerste Kamer de politieke besluiten nemen. Die adviescommissie doet helemaal niet aan politiek. Dat is één. U noemt dan het paarse kabinet. Dat weten we allemaal nog. In het regeerakkoord stond dat er een inkomensafhankelijke zorgpremie kwam. Die hadden we trouwens al. Tot 80.000 betaal je de IAB; met name gepensioneerden doen dat, want voor de werknemers betaalt de baas dat. Ze zeiden: we moeten een tweede zorgpremie invoeren. Toen is de VVD-fractie in de Eerste Kamer zo boos geworden dat binnen twee, drie dagen die tweede inkomensafhankelijke zorgpremie over het héle inkomen, tot een miljoen of zo, van tafel ging. Nou komt ie, meneer Crone. Toen kwam daar de vermaledijde inkomensafhankelijke arbeidskorting. Eén: die kost 40 miljard. Maar twee: inkomensafhankelijk betekent dat de middengroepen als ze iets meer willen verdienen en harder gaan werken totaal de klos zijn.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ja, voorzitter. De fractie van 50PLUS wijst er ten overvloede op dat de SER — daar hebben we 'm — ongevraagde adviezen uitbrengt, maar zich beperkt tot box 1 van de inkomstenbelasting. Dat advies zal enkel gaan, zo hebben wij begrepen, over de tarieven, de heffingskortingen en de toeslagen.
Voorzitter. Een aantal bezuinigingen uit het regeerakkoord staan onder grote druk. Als bezuinigingen niet doorgaan, is belastingverhoging de enige uitweg, want het financieringstekort wil het kabinet heel begrijpelijk onder de 3% houden. Belastingverhogingen hebben grote gevolgen voor economie, koopkracht en andere aspecten. Bezuinigen doet pijn, maar belasting verhogen ook.
50PLUS heeft nog een constructief voorstel. Wat vindt de minister van een tijdelijke verlaging van de dividendbelasting in box 2 met bijvoorbeeld 5%? 50PLUS stelde die vraag al eerder aan deze minister, bij de Financiële Beschouwingen. Uit het antwoord van de minister bleek toen dat zo'n verlaging eenmalig — let wel — 10 miljard opbrengt; eenmalig. Oud-PvdA-minister Dijsselbloem deed dat eerder ook; dat was goed gezien van 'm, collega Crone. Dat was achteraf een heel groot succes. Dat kan dus ook de oplossing zijn voor het dichten van tijdelijke budgettaire gaten, zoals bij het mogelijk niet doorgaan van het nieuwe box 3-stelsel binnenkort. Waarom is de motie-Van Rooijen niet uitgevoerd, die vroeg om in de Voorjaarsnota een andere, tijdelijke dekking op te nemen voor het amendement-Grinwis dan de daarin opgenomen versnelling — daar gaan we weer — van de afschaffing van de wet-Hillen? Die stond niet in deze Voorjaarsnota, ondanks de motie. Kan de minister toezeggen dat die motie alsnog wordt uitgevoerd? Zo nee, waarom niet?
50PLUS maakt zich overigens grote zorgen — ik denk ook met de minister — over de enorme stijging van de rente op de staatsschuld: een verdubbeling van 8 miljard in 2024 naar 16 miljard in 2030. Daarna kan de rente eventueel verder stijgen naar de helft van het financieringstekort.
Voorzitter. Dan de belastingen. De nieuwe box 3 is het onderwerp van een later debat. Ik zal daar nu dus uiteraard kort over zijn. De minister heeft gezegd dat het box 3-voorstel terug moest naar de tekentafel: "Er is ergens iets niet goed gegaan". Dat zei hij naar aanleiding van de ontstane onrust. Dat klopt, maar het is in onze ogen zelfs helemáál fout gegaan. Kan de minister nog eens uitleggen wat hij met die uitspraak bedoelde? Mijn fractie vindt dat het aankondigen van een mogelijke eenjarige carry-back niet echt "teruggaan naar de tekentafel" is en dat dit lang niet voldoende is om de grote nationale en internationale onrust te bedwingen. Kan de minister uitleggen waarom hij dit wél voldoende zou vinden?
We hebben nu de volgende indringende vraag aan de minister: is hij bereid om het dekkingsvoorstel voor die carry-back op te nemen in een apart wetsvoorstel dat geen deel uitmaakt van het Belastingplan 2027? Dan kunnen we daar een eigenstandig oordeel over vellen. Mijn fractie vindt dat de minister gehoor moet geven aan de unaniem aanvaarde motie-Hoekstra uit 2016. Is hij daartoe bereid? Zo nee, waarom niet?
Ook de internationale onrust over box 3 is allerminst verdwenen. Ik wijs op een reactie van 29 april van dit jaar in Bloomberg. Daarin wordt onze nieuwe box 3 kort en krachtig een "fiscal Frankenstein's monster" genoemd: "36% on paper profits". Wat vindt de minister van de aanhoudende storm van kritiek, ook vooral uit het buitenland? Wat betekent dat voor ons investeringsklimaat?
Onze grote beursgenoteerde bedrijven hebben grotendeels buitenlandse aandeelhouders; dat vergeten we misschien weleens. Vaak gaat dat tot meer dan 90%. Gaan nu ook de Nederlandse aandeelhouders — dat zijn er niet eens meer zoveel — hun resterende aandelen in beursgenoteerde bedrijven verkopen? En wat is nog de incentive om te beleggen als alleen al de papieren winst fiscaal zo hard wordt afgestraft? De politiek klaagt over het vertrek van grote multinationale ondernemingen uit ons land, maar als hier alleen maar buitenlandse aandeelhouders overblijven, is dat toch ook niet verrassend? Dit moet de minister toch grote zorgen baren? Zou er niet juist een fiscale incentive moeten komen om in nationale bedrijven te beleggen, zoals andere landen dat ook doen? Graag een reactie van de minister.
Dan nog een vraag die hier eigenlijk bij hoort. Is het de minister bekend dat een toenemend aantal vermogende inwoners van ons land aan onze banken informatie vragen over de mogelijkheden voor emigratie? Ons bereiken berichten daarover. Kan de minister bij de banken opvragen om hoeveel verzoeken van Nederlandse inwoners dit sinds 2020 gaat? Is er sprake van een stijgende tendens? Hoeveel personen zijn er volgens de laatst bekende cijfers sinds 2020 geëmigreerd en om hoeveel vermogen gaat het? Hoe groot zijn de budgettaire gevolgen, direct en indirect, bijvoorbeeld het btw-effect? 50PLUS vindt dit een zorgelijke ontwikkeling. Wat kan het kabinet doen om het tij te keren? Is de minister bereid om een onderzoek te starten naar die emigratie? Dit is cruciale informatie voor het nieuw te voeren beleid en ook voor het voorkomen daarvan. Graag een reactie.
Zoals ik al zei, is de wettelijke inflatiecorrectie al vijf maal niet toegepast, nu weer voor de dekking van de vrijheidsbijdrage in 2027 en 2028, maar die beperkt de extra belasting tot het inkomensdeel van €78.000, het eind van de schijf. Dat is toch niet goed verdedigbaar? Welke alternatieve dekking voor de vrijheidsbijdrage is mogelijk? Ik noem bijvoorbeeld een tijdelijke opslag op de tarieven als een zichtbare bijdrage voor iedereen in plaats van de voorgestelde onzichtbare bijdrage. Is de minister bereid het huidige voorstel te heroverwegen en met een ander voorstel te komen? Graag een reactie.
50PLUS wil geen afschaffing van papieren schenkingen en geen verlaging van de vrijstelling voor kinderen gelijk aan die van derden. Kinderen zijn immers geen derden. Kan de minister toezeggen dat deze twee vliegers niet op zullen gaan? Deze regelingen bestaan al vele decennia. Het zijn geen belastingtrucs. 50PLUS wil overigens sowieso dat de schenk- en erfbelasting wordt afgeschaft. Dat is de impopulairste belasting die we hebben, en de andere belastingen zijn al niet populair.
Voorzitter. De AOW. Als verhoging van de AOW-leeftijd niet door zal gaan door een motie van de senaat, wordt er naar alternatieven gekeken. Dat heeft de minister-president in de senaat in antwoord op mijn vraag toen verklaard. Voor ons is het duidelijk dat de minister-president bedoelde: alternatieven binnen het AOW-domein. Minister, klopt dat? U zat links van hem achter de regeringstafel. Graag een antwoord. Minister Vijlbrief was in de pers duidelijk: er zijn alleen alternatieven binnen de AOW. Mijn fractie zei tegen de minister-president dat 50PLUS die brug niet over gaat en dat Jan Struijs zijn laarzen al klaar heeft staan voor het Malieveld. 50PLUS wil andere bezuinigingen voor de hogere AOW-leeftijd en wel buiten het AOW-domein. De kosten van de AOW stijgen nauwelijks, namelijk slechts met 1% tot 2040 naar 5,5%. In dit verband wijs ik op het artikel van Paul de Beer in ESB van 28 april met als kop: "Hogere pensioenleeftijd niet nodig voor beteugeling van de AOW-uitgaven". Prognoses voor toekomstige AOW-uitgaven zijn telkens te pessimistisch gebleken. De Beer is ook in kringen van de Partij van de Arbeid een heel notoire deskundige. Mijn fractie vindt met Paul de Beer dat de AOW-uitgaven veel minder zorgelijk zijn. Veel zorgelijker is de enorme stijging van de zorgkosten; die stijgen met maar liefst 4% naar 11%. Dat is geheel andere koek.
Onder het mom van vermeende vergrijzing worden 4 miljoen AOW'ers eventueel hard geraakt door fiscalisering van de AOW. Dat is geen bezuiniging. Integendeel, de AOW-uitgaven moeten wegens de netto-nettokoppeling met 6 miljard extra worden verhoogd. Dit betekent eigenlijk een enorme belastingverhoging van maar liefst 7 miljard voor één belastinggroep, een klap van 15% aan inkomensdaling voor de laagste pensioenen. Voor een alleenstaande AOW'er gaat het over het eerste pensioendeel van €20.000. Dat was de Bosbelasting; weet u nog?
Voorzitter. Tot slot vakantiewoningen. "Eigenaren zetten massaal hun vakantiewoningen te koop"; dat kopte Het Financieele Dagblad op 23 april. Ik kom met een citaat: "In Zeeland groeide het aantal huisjes dat te koop staat het hardst, met 28%. Daar nam het aantal transacties af en zijn de prijzen van vakantiehuizen ook, met 8%, het sterkst gedaald." Op makelaarssite funda staan nu bijna 5.000 recreatiewoningen te koop. In vijf jaar tijd zijn de huisjes 40% duurder geworden. De sterk gestegen waarde wordt in box 3 met 36% belast over een fictief rendement van bijna 6% in 2025; dat is dus een belasting van 2%. De overdrachtsbelasting ging van 2% naar 10,4%. De toeristenbelasting en de parkkosten stegen ook. Al met al zijn de eigenaren van een vakantiewoning sinds 2020 drie tot vier keer zoveel belasting gaan betalen, vooral door die waardestijging, op papier.
Een grote groep wil er daarom van af. "Het is een cocktail van maatregelen, alsof er een bom in je gezicht ontploft," aldus Piet IJmker in datzelfde FD-artikel. Recreatieadviseur Hans van Leeuwen voorziet, ook in dat artikel, dat straks 75% van de vakantiehuizen geen rendement meer oplevert. Hij voorziet een tsunami aan verkopen. 50PLUS constateert dat eigenaren die jaarlijkse kosten niet meer op kunnen brengen uit de huurinkomsten. Daardoor besluiten veel particuliere eigenaren hun tweede woning te verkopen. Erkent de minister dat dit ook een aanslag is op de geraamde box 3-opbrengsten? Wat gaat het kabinet doen om dit vreselijke tij te keren, zo vraag ik de minister. Het water staat de eigenaren tot aan de lippen.
Tot slot, voorzitter, wil 50PLUS een onderzoek naar de omvang van het aantal aankopen van vakantiehuizen in het buitenland, en speciaal naar de aankopen in het buitenland na verkoop van vakantiehuizen in Nederland en de budgettaire gevolgen van die verkopen. Is de minister daartoe bereid? Zo nee, kan hij mijn fractie dan uitleggen waarom niet?
Met belangstelling wacht mijn fractie de antwoorden van de bewindslieden af.
De heer Kroon (BBB):
Ik heb twee korte vragen aan meneer Van Rooijen. De eerste gaat over de vakantiehuisjes in Zeeland. Als die vakantiehuisjes zo massaal verkocht worden, meneer Van Rooijen, heeft u dan een idee aan wie ze verkocht worden? Zouden dat internationale ondernemingen kunnen zijn, waarmee we dus feitelijk het Nederlandse vastgoed onderbrengen in het buitenland? Dat is vraag één, met drie deelvragen; sorry, voorzitter.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Zal ik die eerst beantwoorden, voorzitter?
De heer Kroon (BBB):
Dan de tweede vraag, meneer Van Rooijen. Dan heeft u nog wat langer tijd om te denken. U spreekt in uw bijdrage uitdrukkelijk over het begrotingstekort, maar wat weinig over de staatsschuld. Dat ben ik anders gewend van u, moet ik eerlijk zeggen. Natuurlijk leiden opeenvolgende jaren met een begrotingstekort uiteindelijk tot een grotere staatsschuld, en hebben we grote opgaven. Dat hoor ik u ook altijd zeggen in diverse debatten. Hoe kijkt 50PLUS aan tegen het inrichten van een nationale investeringsbank, zoals in deze Kamer in 2023 per motie behandeld werd, om de belangrijke investeringen voor de toekomst van dit land niet per se te financieren uit de staatsschuld maar te financieren in samenhang met de markt?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
De eerste vraag. Als er vakantiehuizen in Zeeland en Nederland worden verkocht, dan kan het naar een spaarrekening gaan. Dan is het geen box 3-opbrengst meer, althans, over dat hoge fictieve rendement. Het is nog erger als men daarvoor een vakantiehuis in het buitenland koopt. Die voorbeelden zijn algemeen bekend. Dat komt steeds meer voor. Dan verliezen we natuurlijk nog veel meer basis voor box 3. Ook als ondernemingen of vastgoedfondsen dat opkopen, komt dat in een andere context.
Uw tweede vraag. Ik had het inderdaad over de rente op de staatsschuld, om het volgende aan te geven. Ik heb in de zeventiger jaren bij een rente van 12% natuurlijk ook meegemaakt dat op een gegeven moment de rente op de staatsschuld groter was dan een geheel andere, grote begrotingspost, bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking. Dat herinner ik me nog heel goed. Die stijgende rente op de staatsschuld geeft het volgende aan. Ondanks het feit dat die gelukkig percentueel laag blijft, ook door de enorme groei, ook nominaal — dat is het noemereffect van het bnp — is het natuurlijk toch zo dat die rente moet worden opgebracht en ten koste gaat van andere prioriteiten.
U had er een vraag aan gekoppeld over een investeringsbank. Die hebben we vroeger gehad. Dat weten we allemaal. Ik ben blij met die vraag. Wellicht kan de minister daar ook op reageren. Ik neem uw vraag dan graag over: wat vindt hij van het instrument van een nationale investeringsbank? Daarbij komt ook de hele vraag aan de orde — ik zal het kort houden — of je naast de gewone dienst een kapitaaldienst zou moeten hebben, een buitengewone dienst. Dat is namelijk een manier om een eventuele nationale investeringsbank in te vullen, door investeringen te financieren buiten de gewone begroting.
Voorzitter. Ten slotte moet me wel van het hart dat hier ooit met minister Hoekstra, een van uw voorgangers, toen de rente en ook de rekenrente 0% waren, twee fondsen werden opgetuigd voor bijna 40 miljard: het Klimaatfonds en het stikstoffonds. Toen vroegen wij hem: is het niet verstandig om nu voor 0% tientallen miljarden te lenen? Dat is niet gebeurd. Misschien zeggen we achteraf dat we daar wel een kans hebben laten lopen.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik geef nu graag het woord aan de heer Van den Oetelaar van de fractie van Forum voor Democratie voor zijn eerste termijn.