Plenair Van Rooijen bij behandeling Begrotingen Financiën en Nationale Schuld 2026



Verslag van de vergadering van 12 mei 2026 (2025/2026 nr. 28)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.30 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Ik heb ook één motie. Normaal is de tweede termijn bij een wetsontwerp de helft van de spreektijd in de eerste termijn, maar daar hebben we het even niet over. Ik kan het heel kort houden. Ik heb een aantal interrupties mogen plegen. Dat heeft tot een goede discussie geleid. Dat werkt vaak veel beter met interrupties dan in een tweede termijn.

De staatssecretaris en de minister dank ik uiteraard voor de antwoorden. Het woord "emigratie" heeft de minister nog niet in de mond genomen, maar wellicht komen we daar nog op terug. Ik had ook gevraagd om eens heel goed te kijken naar de emigratie. Misschien kan met name de minister van Financiën nog zeggen of bij hem bekend is dat die verzoeken nu komen bij banken. Ik krijg signalen van mensen die zeggen: is het niet verstandig om te emigreren?

Voorzitter. Ten slotte heb ik een motie. Ik blijf dus binnen de minuut, denk ik.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kwaliteit van wetgeving onder meer veronderstelt dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal als medewetgever voldoende tijd heeft om zich een afgerond oordeel te kunnen vormen over voorliggende wetsvoorstellen;

overwegende dat de ervaring leert dat dit niet voldoende het geval is bij voorstellen die voortvloeien uit de op Prinsjesdag bij de Tweede Kamer ingediende rijksbegroting, die op 1 januari van het nieuwe begrotingsjaar in het Staatsblad dienen te worden gepubliceerd;

overwegende dat door die tijdsdruk de Eerste Kamer der Staten-Generaal haar taak om deze voorstellen zorgvuldig te toetsen niet naar behoren kan uitoefenen;

verzoekt de regering om het indienen van de rijksbegroting structureel enige maanden eerder te doen plaatsvinden en mitsdien Prinsjesdag te verplaatsen naar een vaste dag in mei,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Rooijen.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter E (36800-IX).

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Voorzitter. Ten slotte heb ik een vraag aan de staatssecretaris over de belastingcommissie, aansluitend op de verduidelijking waar collega Kroon om vroeg. Bent u bereid die commissie snel in te stellen? Kan het rapport van die commissie ook worden gepubliceerd, zodat we allemaal weten wat dat is? Neemt u dat vervolgens mee voor de uitwerking naar de brief? Graag een antwoord.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan één minuut voor de heer Van den Oetelaar.