Plenair Thijssen bij voortzetting behandeling Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026



Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 21.07 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Thijssen i (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel, voorzitter. In mijn eerste termijn zei ik al dat wij altijd voor de gedachte zijn geweest van een Europees migratiepact, een voorspelbaar en betrouwbaar asielsysteem dat bijdraagt aan herstel van vertrouwen en solidariteit tussen lidstaten. Meer controle aan de buitengrenzen, sneller duidelijkheid voor de aanvragers en meer Europese samenwerking is gewoon hartstikke hard nodig. Maar in de wens om de minst aantrekkelijke bestemming te zijn, zijn we in de Europese praktijk beland in een race to the bottom, terwijl we ook weten wat de twee belangrijkste motieven voor de landsbestemming van vluchtelingen zijn. Op de eerste plaats is dat het zoeken naar veiligheid en bescherming. Op de tweede plaats is dat de aanwezigheid van een al bestaand sociaal netwerk. Mij valt op dat Nederland heel erg meedoet met die race to the bottom, terwijl we helemaal niet zeker weten of die wel effectief is en of alle aannames waar dit hele construct op gebaseerd is, wel standhouden in feiten en cijfers en in de praktijk.

Vanwege de Nederlandse keuze om continu aan de uiterste zijde van de bandbreedte te gaan zitten en ook te kiezen voor nationale koppen, wordt het kerndoel van harmonisatie ondergraven. Ook de solidariteit komt niet echt dichterbij als we ook bij de afkoop vooral gaan inzetten op de invulling daarvan. Dat maakt het voor onze fractie heel moeilijk om de voorliggende implementatiewetgeving te steunen.

Ik wil ingaan op drie toezeggingen waar wij wel erg blij mee zijn. Ten eerste zijn we blij met het inzicht dat we gaan krijgen in hoe alle lidstaten invulling gaan geven aan de verschillende maatregelen binnen het Migratiepact, welke positie door de lidstaten wordt ingenomen binnen die bandbreedtes, en ook welke lidstaten aanvullende koppen op de maatregelen zetten en welke niet. Ik denk dat wij dat inzicht heel hard nodig hebben om uiteindelijk tot een eindoordeel te kunnen komen, binnen nu en de komende jaren, of dat doel van Europese harmonisatie nu wel of niet dichterbij komt.

Een tweede belangrijke toezegging is dat we voor de zomer van 2027 inzicht gaan ontvangen in de ketenbrede uitvoeringspraktijk. Wat loopt goed, wat vraagt aandacht en wat vraagt echt om sturing en misschien ook om aanpassing binnen al die verschillende onderdelen van het nieuwe stelsel? Dat is juist heel belangrijk omdat ik de minister hoor zeggen — ik vat dat nu in mijn eigen woorden samen — dat de uitvoerende organisaties op 12 juni wel klaarstaan, maar eigenlijk nog niet gereed zijn. Hun werk wordt niet alleen anders, maar vaak ook complexer, terwijl de personele capaciteit ontoereikend is en het gewoon ook heel ingewikkeld is in tijden van personele schaarste om die op orde te brengen. Daarmee worden de uitvoerende organisaties eigenlijk voor een onmogelijke opgave gesteld. We vinden het dan ook spannend wat er gaat gebeuren.

Daarnaast hebben we ook zorgen geuit over de gevolgen die de implementatiewet heeft voor de rechtsbescherming. We hebben gesproken over kinderdetentie, natuurlijk ook over gezinshereniging en over het feit dat gezinnen nu lang van elkaar gescheiden blijven. Het ziet er zelfs naar uit — daar hebben we grote problemen mee — dat er ook groepen vluchtelingen zijn die straks eindeloos lang moeten wachten totdat ze weer samen met hun kinderen kunnen gaan leven. Dat geldt dan vooral voor aanvragers die in een procedure zitten nadat ze in het oude systeem een aanvraag voor onbepaalde tijd deden. Dat geldt natuurlijk ook voor oorlogsvluchtelingen die een beroep willen doen op gezinshereniging. Wij maken ons grote zorgen over wat er nu gaat gebeuren met deze groep, en ook over de eindeloosheid en daarmee ook de uitzichtloosheid die dit teweeg kan brengen. Dat doet niet alleen iets met deze mensen en hun gezinnen, en met hun mentale welzijn, maar uiteindelijk ook met hun kansen om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving. Mijn vraag aan de minister is nogmaals: kunt u hier nog een keer naar kijken? Kunt u ook ingaan op het andere doel dat in het regeerakkoord staat, namelijk dat meedoen aan de samenleving zo belangrijk is? Hoe verhouden deze twee dingen zich tot elkaar?

Ik ben ook heel erg blij met een derde toezegging. Dat is namelijk dat we volgende week vrijdag een plan krijgen over hoe er wordt omgegaan met de groep die eigenlijk net voor de finish moet stoppen met rennen. Die groep wordt nu ook nog eens in de wacht gezet, omdat iedereen die vanaf 12 juni een aanvraag doet nu toch voorgaat.

Dit waren mijn belangrijkste punten. Ik zei al dat het voor onze fractie wel heel moeilijk wordt, zo niet onmogelijk, om voor deze implementatiewetgeving te kunnen stemmen.

Dank u wel.

De heer Van Hattem i (PVV):

Misschien toch nog een klein puntje. Ik hoorde mevrouw Thijssen van de P.R.O., zoals die partij daarstraks door iemand werd genoemd ... Ik noem het toch maar eventjes gewoon ...

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Ja, PRO.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik vind P.R.O. een beetje op de protestante versie van de KRO lijken. We noemen het toch maar even "GroenLinks-PvdA", want dat is de officiële naam hier. Ik hoorde mevrouw Thijssen allerlei toezeggingen opsommen, maar desondanks is de conclusie: we stemmen toch maar tegen. Wat is dan de waarde van die toezeggingen ten aanzien van het oordeel van mevrouw Thijssen en de fractie van GroenLinks-PvdA over dit Migratiepact?

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Dank voor de vraag; daar ben ik heel blij mee. De toezeggingen die we hebben gekregen, gaan vooral over meer inzicht, meer plannen en meer monitoring. Maar de fundamentele punten die ik op tafel heb gelegd, over gezinshereniging, over kinderdetentie, zijn hiermee natuurlijk niet veranderd. Ook het feit dat er nog steeds nationale koppen op worden gezet, is met die toezeggingen niet weggenomen. Het feit dat Nederland continu kiest voor de uiterste zijde van de bandbreedte is ook niet weggenomen met deze toezeggingen. Ik ben dus blij met de toezeggingen, maar dat is natuurlijk geen reden om anders te kijken naar die fundamentele punten.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik ben er op zich wel weer positief over dat de fractie van GroenLinks-PvdA zo negatief is over het Migratiepact. Dat is reden voor mij om er misschien iets positiever tegenover te gaan staan. Dit neem ik dan maar mee als een gedachteoefening.

Het punt is dat ik toch graag van mevrouw Thijssen hoor wat er zou moeten gebeuren om iets wel aanvaardbaar te maken. Bij elk punt dat er hier wordt opgeworpen, heb ik vandaag in het debat gemerkt dat er met name vanuit GroenLinks-PvdA elke keer weer een ja-maarreactie kwam. U gaf daarstraks het voorbeeld van de opvang van kinderen in de asielketen. In Zeist is gewoon zo keurig mogelijk een voorziening ingericht, maar dan is het ook niet goed genoeg. Wanneer is het voor GroenLinks-PvdA eens een keer goed genoeg?

Daartegenover wil ik ook deze vraag stellen: als we ook eens aan onze eigen mensen denken in Nederland, wanneer wordt daar dan eens een keer aandacht aan besteed? Het lijkt namelijk of GroenLinks-PvdA toch vooral wil dat het allemaal maar op het allerhoogste en het allerbeste niveau is in de asielketen, maar over de eigen mensen horen we ze niet.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Dat was ook mijn hele betoog, als u goed heeft geluisterd. Van een zuiver Migratiepact waren wij best een voorstander geweest. Wij zijn voor snelle duidelijkheid aan de buitengrenzen. Wij zijn er ook voor dat mensen die een aanvraag doen, sneller duidelijkheid krijgen. Als er duidelijkheid is en ze mogen blijven, zijn we ervoor dat ze snel kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Als ze niet kunnen blijven, zijn wij ervoor dat ze ook weer teruggaan. Daar zijn we ook een voorstander van. Wij waren altijd voor heel veel elementen die oorspronkelijk in de bedoeling van het pact zaten. Dat gaat ook over de solidariteit, waar ik ook al over heb gesproken.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ja, misschien tot slot. Ik hoor mevrouw Thijssen van GroenLinks-PvdA zeggen: als mensen niet mogen blijven, dan moeten ze snel teruggaan. Tegelijkertijd zie ik GroenLinks-PvdA zich verzetten tegen de Terugkeerverordening, die er juist op gericht is dat mensen die hier niet mogen blijven, snel terug kunnen gaan. Het blijft vaak zo tegenstrijdig in het verhaal van GroenLinks-PvdA. Wilt u nu echt dat de mensen snel terug kunnen gaan? Of moeten die dan ook weer allemaal kunnen blijven en hier desnoods in allerlei procedures kunnen zitten waarin ze ook nog in de illegaliteit kunnen verkeren? Wij hebben gemerkt dat GroenLinks-PvdA dat ook allemaal prima vindt.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Bijvoorbeeld wat betreft terugkeer kijken wij of maatregelen voldoen aan internationale verdragen en of de mensenrechtentoets wordt doorstaan. Langs dat soort zaken beoordelen we die. Bij dit soort maatregelen voldoet die toets vaak niet. Ja, dan kijken wij daar anders naar dan de PVV.

De heer Schalk i (SGP):

Het valt me op dat mevrouw Thijssen de hele dag probeert heel zorgvuldige woorden te kiezen om ervoor te zorgen dat ze een zo goed mogelijke uitleg krijgt over datgene wat ze nog wil weten, maar toch gebruikte ze zojuist opnieuw het woord "kinderdetentie". Er is vanavond, en vanmiddag ook al denk ik, een aantal keer gesproken over het belang van het kind. Ik heb het nog even nagezocht in de nota naar aanleiding van het verslag. Er wordt ongelofelijk veel over die kinderen gevraagd. Elke keer opnieuw wordt het uitgelegd, ook hier. Het gaat niet over kinderdetentie. Het gaat over inbewaringstelling en over een extra bewaringsgrond. Is mevrouw Thijssen het met mij eens dat inbewaringstelling in dit kader iets heel anders is dan detentie en dat het vandaag zelfs een beetje in het criminele circuit werd getrokken? Ziet ze verschil tussen inbewaringstelling van kinderen, vanuit het belang, of detentie van een kind dat iets crimineels heeft gedaan?

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Het gaat hier in dit debat over grensdetentie, ook in deze situatie. Het gaat iedere keer over grensprocedures. Dan kan het voorkomen dat een kind in bewaring wordt gesteld. Dat is een woord, maar "kinderdetentie" is ook een passend woord in dezen. Ik ben ook zeker niet de enige die dat gebruikt. Er zijn ook juridische organisaties. Het College voor de Rechten van de Mens gebruikt het zelfs.

De heer Schalk (SGP):

Ja, dat kan allemaal waar wezen, zeg ik via mevrouw de voorzitter tegen mevrouw Thijssen, maar het gaat hier over een wetgevingsproces. Het gaat hier over het pact. Daarin wordt dat woord juist niet gebruikt. Daarin wordt juist wel dat zorgvuldige woord gebruikt. Ik zou aan mevrouw Thijssen willen vragen om dat ook te gebruiken, want we hebben de minister bijna wat heftiger zien reageren op het moment dat we heel erg lang praatten over een detentie waarin het belang van het kind helemaal niet meer wordt gezien, terwijl juist de zorgvuldigheid gezocht moet worden in de bewoordingen en in de inbewaringstelling. Dat wilde ik graag aan mevrouw Thijssen voorleggen.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Ik heb in het gehele debat mijn woorden zorgvuldig gekozen — fijn dat u dat heeft opgemerkt — ook als het hierover ging. Ik blijf ook achter die woorden staan. Complimenten aan de minister voor het moment dat hij even emotioneel reageerde. Dat vond ik mooi. Ik denk namelijk dat juist als het over een punt als kinderrechten gaat, daar gepaste emoties bij horen, dus voor mij is het juist een compliment aan de minister dat dat ook even naar voren kwam.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Mevrouw Thijssen blijft bij haar woorden. Is ze het wel met me eens dat het pact in ieder geval niet het woord "kinderdetentie" gebruikt maar "inbewaringstelling"? Dan zijn we in ieder geval een heel eind verder.

Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):

Ik blijf bij wat ik net heb gezegd. Als ik kijk naar de inhoud van het Migratiepact en hoe dat oorspronkelijk was bedoeld, dan zie ik dat er juist allemaal uitzonderingen waren gemaakt — ik ga het woord nog een keer gebruiken — om kinderdetentie mogelijk te maken. Het werd ook helemaal niet vanuit Europa opgelegd, maar Nederland heeft er wel voor gekozen. Ik blijf bij mijn woordgebruik.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Lievense van de fractie van de BBB.