Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.16 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Voorzitter. Op 21 april werd in deze Kamer door de tegenstem van een aantal fracties de Asielnoodmaatregelenwet, tezamen met een novelle waarin bepaald was dat hulp aan illegalen niet strafbaar zou zijn, verworpen. Zoals ik tijdens het debat op 14 april namens mijn fractie al betoogde, is het na meer dan 30 jaar de hoogste tijd dat er een herziening komt van de huidige asielaanpak. We zien een ongebreidelde instroom van asielzoekers via veilige landen, die geen halt wordt toegeroepen. Concreet werden geen maatregelen genomen om die instroom te beperken. 30 jaar stilstaand beleid onder vele wegkijkende kabinetten.
De instroom, de toevloed, draagt bij aan de toenemende maatschappelijke onrust over het uitblijven van echt beleid om de instroom te beperken. Tot dusver blijft het vooral bij woorden over instroombeperking en wordt beleid alleen of vooral gericht op hoe de instroom te spreiden en desnoods structurele opvang te verplichten. Dat lukt onvoldoende met steeds meer noodopvang, die duur is en toenemend onbegrip en verzet oproept. Het COA staat met de rug tegen de muur en moet gemeenten soms dwingen tot drastische maatregelen zonder tijdige en voldoende inspraak van de burgers in die gemeenten. Soms valt nu de term — ik durf het haast niet te zeggen — "Centraal Overval Asiel" als het gaat over het COA.
Het toenemende onbegrip en verzet bij burgers uiten zich inmiddels helaas ook in rellen met steeds meer geweld. Dat geweld acht mijn fractie, 50PLUS, absoluut onaanvaardbaar. De demonstraties tegen plaatsing van azc's in diverse gemeenten monden steeds vaker uit in enorme ravage. Dit kabinet moet daar maatregelen tegen nemen. Gelukkig is daar gisteren ook over gesproken. Naar de mening van mijn fractie is na verwerping van de strengere asielwetten door een aantal fracties het merendeel van de bevolking inmiddels overtuigd dat politiek Den Haag helemaal geen, of in ieder geval nauwelijks, beperking van de instroom van asielzoekers wil. Dat roept, heel begrijpelijk, veel frustratie op. Dat woord gebruikt de minister ook in ander verband wel. Immers, tijdens de Tweede Kamerverkiezingen werd expliciet door D66 de belofte gedaan dat na jarenlang nietsdoen en wegkijken er eindelijk stappen zouden worden gezet om het draagvlak onder de Nederlandse bevolking zo goed mogelijk te behouden. Minister-president Jetten gebruikte in de campagne ook "er komt een strenger asielbeleid", maar sinds het aantreden van het kabinet heb ik over het begrip "grip op migratie" eigenlijk weinig meer gehoord. Ik herhaal nogmaals dat de huidige relschoppers die excessief geweld hebben gebruikt onmiddellijk en hard bestraft moeten worden. Laat daar geen twijfel over bestaan. Collega Jan Struijs heeft dat in de Tweede Kamer ook duidelijk uitgelegd. Maar de fracties van D66 en CDA in dit huis moeten ook de hand in eigen boezem steken, want mede door hun stemgedrag is het vertrouwen in de adequate aanpak van het echte probleem, namelijk de instroom van asielzoekers daadwerkelijk beperken, op de tocht komen te staan. Daarvoor dragen zij en wij allemaal uiteindelijk ook de verantwoordelijkheid.
Voorzitter. Dan nu naar de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026, de zogenaamde heilige graal die de zojuist geschetste problematiek gaat aanpakken. Althans, zo werd dit in de schriftelijke rondes en tijdens het debat over de Asielnoodmaatregelenwet herhaaldelijk door linkse partijen naar voren gebracht. Deze Kamer hoefde helemaal geen Asielnoodmaatregelenwet meer te behandelen, want per 12 juni 2026 zou het Migratiepact er komen en daarin zou alles opgelost worden. Dit werd luid verkondigd door fractievoorzitter Klaver. Hij zei toen: "De wetsvoorstellen zijn niet nodig. Het pact komt er immers aan." Intussen stemde zijn PRO vrolijk tegen de implementatiewet van het pact. Dat snapt toch eigenlijk niemand meer? Maar goed, we wachten wat die fractie betreft hier de afloop van het debat af.
Deze houding van sommige partijen aan die kant zorgde ook voor enorme vertraging van de wetsbehandeling, met maar één doel, namelijk om alle maatregelen te frustreren die de instroom van asielzoekers beperken. We hebben proceduregevechten gevoerd in de commissie voor Asiel en Migratie. Daarin zou het hebben moeten gaan over de inhoud, maar het doel was vaak alleen om te vertragen en weer te vertragen totdat het pact in werking zou treden. Dit gebeurde goeddeels helaas nog met succes ook.
Voorzitter. Maar nu komt het dus allemaal binnenkort in orde, zo lijkt het. Iedere lidstaat is reeds gedwongen een implementatieplan op te stellen en in te leveren bij de Europese Commissie, waardoor uniforme regels gaan gelden in de lidstaten, gericht op harmonisering van de asielprocedures tussen de lidstaten en met als doel de migratie te beheersen en asielprocedures te versnellen.
Voorzitter. Kan de minister aangeven hoeveel lidstaten nog geen implementatieplan hebben ingeleverd? Kan de minister bevestigen dat een aanzienlijk deel van de landen nog helemaal niet op schema ligt met de implementatie van het EU-Migratiepact? Welke consequenties heeft dat in Europees verband en met name ook voor ons land? Lidstaten die bekendstaan als echte dwarsliggers kunnen op initiatief van de Europese Commissie geconfronteerd worden met een rechterlijke procedure bij het Europese Hof van Justitie, maar we weten allemaal dat dit jaren in beslag neemt en het Hof slechts een dwangsom kan opleggen per lidstaat. In zo'n geval faalt het Migratiepact dus, omdat de lidstaat in kwestie afwijkende asielprocedures kan blijven hanteren.
De minister erkende al dat er wat betreft de negen verordeningen ruimte bestaat voor nadere nationale invulling per lidstaat en dat de richtlijn voor de lidstaten niet bindend is, maar slechts een aanwijzing voor hoe daaraan invulling te geven. Kan de minister mijn fractie uitleggen hoe met al deze door elke lidstaat mogelijk te benutten ruimte de zo geprezen uniformiteit in de organisaties en de asielprocedures in Europees verband geborgd is? De gedachte kan mooi zijn, maar de praktijk moet bewijzen dat de gedachte uitvoerbaar is en daadwerkelijk op korte termijn leidt tot beperkte instroom. Graag een reflectie van de minister op hoe hij dit voor zich ziet.
Voorzitter. Dan een opmerking over de interpretatie van het begrip "vluchteling". In antwoord op een door 50PLUS gestelde vraag over de uniforme status voor vluchtelingen en personen die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komen, erkende de minister de conclusie van 50PLUS dat de statusbeoordeling voor de zojuist genoemde categorieën per lidstaat verschillend kan zijn. Maar, zo antwoordde de minister ons, door omzetting van de Kwalificatierichtlijn in een verordening waarin criteria zijn vastgelegd voor wie in aanmerking komt voor internationale bescherming als vluchteling of als subsidiair beschermde, zijn we weer een stap verder gekomen …
Voorzitter. Daar moet Nederland het dan mee doen: de heilige graal, het Migratiepact, waarbij nu al vaststaat dat lidstaten nog niet eens het verplichte plan van aanpak hebben ingediend, waarbij per lidstaat nadere nationale invulling kan worden gegeven aan elk van de negen verordeningen, waarbij per lidstaat een andere kwalificatie kan worden gegeven aan het begrip "vluchteling" of "subsidiair beschermde", waarbij bij het niet voldoen door een lidstaat aan de zo vereiste uniformiteit voor beheersing van de asielinstroom slechts een boete in de vorm van een dwangsom kan worden opgelegd.
Voorzitter. Dit alles overziende is mijn fractie er verre van overtuigd dat dit zo bejubelde Migratiepact datgene waar de overgrote meerderheid van Nederlanders naar snakt, ook maar een stap dichterbij zal brengen. Beheersing van de ongebreidelde instroom van vluchtelingen en hun nareizigers wordt volgens mijn fractie niet voorkomen met het pact. Hoe ziet de minister dat? Nederland blijft een aantrekkelijk land voor instroom. We weten die instroom niet te beperken tot wat noodzakelijk en rechtvaardig is: de opvang van de echte vluchtelingen. De minister spreekt in zijn beleid consequent over "aanpak instroom" en "zorgen voor spreiding", maar ook 50PLUS constateert helaas dat het voor de beperking van de instroom bij woorden blijft en dat al het beleid enkel gericht is op grip op opvang en grip op spreiding, niet grip op migratie. Bij de behandeling van de Spreidingswet op 23 januari 2024 sprak ik de vrees uit dat het dweilen met de kraan open zou blijven. Daar zijn we ruim twee jaar later nog steeds mee bezig.
Voorzitter. De asielstroom legt zo'n grote druk op alle sociale voorzieningen, zoals huisvesting, zorg, onderwijs en financiën, dat het onze gezamenlijke spankracht te boven gaat. Het COA-budget is thans al jaarlijks 4 miljard. Klopt dit, zo vraag ik de minister. Wat is de raming voor de komende jaren? Is het een idee om met een meerjarenbegroting te komen? Die geeft dus ook een meerjarencapaciteit, waardoor er minder noodopvang is en meer structurele opvang. De financiële draagkracht van onze economie is nu al zo nijpend dat het kabinet zich genoodzaakt zag 7 miljard te bezuinigen op onze zorg en sociale zekerheid, wat Nederlanders hard raakt.
Volgens mijn fractie zal de asieltrein ook na invoering van het Migratiepact gewoon doorrijden. De locomotieven zijn immers de verdragen, de Nederlandse wetgeving en de jurisprudentie. In dit verband wijs ik naar de Dublintrein, die al tien jaar op een dood spoor staat. Lidstaten sturen asielzoekers gewoon door, of asielzoekers gaan na afwijzing in de ene lidstaat vervolgens naar een ander, aantrekkelijker land om daar asiel aan te vragen. Graag hoor ik tot slot van de minister hoe het EU-pact dit gaat voorkomen, een pact dat gewoon in werking treedt op 12 juni; daar hebben we geen keuze over.
Ik wacht de antwoorden van de minister met belangstelling af en wens hem veel succes.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Huizinga van de fractie van de ChristenUnie.