Plenair Van Ballekom bij behandeling Wet herziening bedrag ineens



Verslag van de vergadering van 9 juni 2026 (2025/2026 nr. 32)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.19 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom i (VVD):

Voorzitter. Het was een hele eer voor de heer Van Gurp om namens de christendemocraten en de ChristenUnie te kunnen spreken. Ik weet niet of het een eer voor hem zou zijn geweest om ook namens de VVD te spreken, maar dat had eigenlijk ook best gekund.

Voorzitter. Op voorhand excuses aan de minister. Delen van mijn interventie zullen hem namelijk bekend in oren klinken omdat die door mijn collega's al naar voren zijn gebracht, maar hier en daar leg ik een wat ander accent.

Voorzitter. Mijn fractie heeft uiteindelijk weinig problemen met het voorliggende wetsvoorstel. Ik zal dat kort toelichten. Het is onderdeel van de afspraken die gemaakt zijn tijdens de herziening van het pensioenstelsel. De VVD had gehoopt dat pensioengerechtigden al eerder gebruik hadden kunnen maken van een uitkering ineens. Het introduceert een welkome flexibiliteit. Om het maar even simpel te zeggen: het geld is van de pensioengerechtigden en niet van de pensioenfondsen.

Waarom toch dit uitstel, en waarom heeft de VVD daarmee ingestemd? De overgang — invaren, om het met een slecht Nederlands woord te zeggen — naar het nieuwe stelsel verdiende in onze ogen voorrang. Het was en is een massale operatie, waarbij veel gevraagd wordt van de fondsen en de uitvoerders. Deze overgang dient zorgvuldig uitgevoerd te worden. Gelukkig zijn tot nu toe alle geschetste rampscenario's uitgebleven. Heel wat fondsen zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel en bij mijn weten is dat redelijk goed gegaan. Chapeau. De fondsen die het proces binnenkort moeten afronden, wens ik ook succes.

Een tweede reden waarom mijn fractie uitstel accepteerde, is dat er pas meer duidelijkheid bestaat over de toekomstige pensioenuitkeringen wanneer die overgang is gerealiseerd; volledige duidelijkheid bestaat in dit opzicht denk ik niet. Pensioengerechtigden hebben dan beter inzicht in hun toekomstige financiële situatie. Dat inzicht is noodzakelijk bij de vraag of een uitkering ineens wel verstandig is.

Voorzitter. Toen kwam de brief van de minister om een uitkering ineens wederom uit te stellen, tot 1 januari 2029. Dat was wel even slikken voor mijn fractie. Er bestond toch nog de hoop dat de fondsen die al over zijn eerder hun pensioengerechtigden de keuze zouden hebben kunnen voorleggen. De indruk ging bestaan dat de fondsen oneigenlijk gebruikmaakten van de flexibiliteit door het zoveelste uitstel te bepleiten. Het verzoek van de VVD, gedaan door mevrouw Michon, om een fondsspecifieke ingangsdatum te introduceren, kon onmogelijk worden gehonoreerd door de minister. Dat zou namelijk oneerlijk zijn omdat niet alle pensioengerechtigden dan gelijktijdig deze keuze zouden hebben. En er was ook een novelle voor nodig. Welnu, minister, dat vond ik eerlijk gezegd weinig overtuigend, om het diplomatiek te zeggen.

Gelukkig heb ik de argumenten wel aangereikt gekregen. Afgezien van het feit dat er na de overgang nog veel nasleepwerk te doen is en de IT-capaciteit beperkt blijft — dat komt ook doordat sommige pensioenuitvoerders meerdere fondsen bedienen — vindt de VVD het belangrijk dat pensioengerechtigden goed worden geïnformeerd over de gevolgen van een uitkering ineens. Het totale inkomensplaatje, of het fiscale kader, zou eigenlijk bekend of op orde moeten zijn voordat een beslissing wordt genomen. Dan hebben we het onder andere over de te betalen belastingen, de uitkering, de mogelijke gevolgen voor de toegekende toeslagen en de vraag of er nog sprake is van andere uitkeringen enzovoort. Daar hebben de fondsen geen inzicht in. Ze hebben ook niet altijd de bevoegdheid dat in kaart te brengen. Ze hebben daar hulp bij nodig van niet alleen het Nibud, maar ook van de Belastingdienst. De indruk bestaat dat de Belastingdienst wel een tandje bij mag zetten. Nu verkeren we in de gelukkige omstandigheid dat deze minister de Belastingdienst vrij goed kent, dus ik doe aan hem de oproep om het daarheen te leiden dat iedereen ervan doordrongen is dat er sprake is van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Natuurlijk kan niet iedereen overal voor worden beschermd, maar er moet wel alles aan gedaan worden om te voorkomen dat mensen domme beslissingen nemen waarvan ze achteraf spijt hebben. Ik heb een vraag aan de minister. Is de minister daartoe bereid? Gekoppeld daaraan: is het niet verstandig om de samenwerking tussen de verschillende organisaties regelmatig te monitoren, al dan niet via de inbouw van een evaluatiemoment? Ik zie uit naar de reactie van de minister.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan wil ik graag tot slot het woord geven aan de heer Dessing van Forum voor Democratie.