Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.46 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Ballekom i (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin aan mijn inbreng, even een woordje vooraf. Ik ben vanochtend bewust niet ingegaan op de ongepaste en oneigenlijke aantijgingen richting mijn partij. Ik ben ook niet ingegaan op opmerkingen die selectieve verontwaardiging tentoonspreiden. Gelukkig heeft de heer Beukering daar aandacht voor gevraagd. Maar het stilzwijgen van mij betekent niet dat ik daarmee instem; absoluut niet. Ik vind het ongepast.
Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):
Ik neem aan dat u bedoelt dat de drie onderwerpen die ik in mijn betoog heb genoemd, volgens de VVD bezijden de waarheid zijn. Of bedoelt u iets anders?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik bedoel het in meer algemene zin, mevrouw.
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
"Algemene zin" is een beetje te breed; daar kun je geen debat over voeren. Ik heb drie punten naar voren gehaald. De leider van uw partij en ook de woordvoerder in de Tweede Kamer hebben daarover gesproken. Daar kunt u ook gewoon rapporten, notulen en alles over lezen. Welk van die drie onderwerpen is bezijden de waarheid?
De heer Van Ballekom (VVD):
Mag ik voortgaan met mijn betoog, voorzitter?
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
U begint met te zeggen dat er iets ongepast is, en als we duidelijkheid vragen over wat ongepast is, geeft u geen antwoord. Zo kennen wij de VVD niet.
De heer Van Ballekom (VVD):
Uw opmerkingen behoeven geen antwoord, mevrouw.
Voorzitter. Ik kan mij niet aan de indruk ont…
Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):
Dan moet ik de conclusie trekken dat blijkbaar alles wat ik gezegd heb correct is, dat uw zwijgen inderdaad instemmen is en dat u er geen antwoord op heeft.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Van Ballekom (VVD):
Mag ik mijn betoog beginnen?
Voorzitter. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit debat deels is veroorzaakt door de gang van zaken in de Tweede Kamer. Maar het evangelie van Johannes, hoofdstuk 8, vers 7, leert ons: wie zonder zonden is, werpe de eerste steen. Het besluitvormingsproces aan het Bezuidenhout verdiende niet de schoonheidsprijs. Maar goed, de minister, die de VVD overigens van harte welkom heet in deze Kamer, heeft daarvoor uitgebreid zijn excuses aangeboden. En dan zeggen we bij de VVD: zand erover, we drinken een biertje en we gaan over tot de orde van de dag.
Voorzitter. Wat is dan die orde van de dag? Wat is dan de visie van mijn partij op deze orde? Dat is klip-en-klaar: je bezuinigt niet op humanitaire noodhulp aan instanties zoals UNICEF, het Rode Kruis en het Wereldvoedselprogramma, want dan zak je door het ijs. Ook de bevolking in Gaza kan wat hulp gebruiken, in mijn visie en in de visie van mijn partij, maar daar moeten dan wel condities aan verbonden worden. De noodhulp moet de bevolking ten goede komen en niet in handen komen van terroristische organisaties zoals Hamas. De vraag aan de minister is hoe dat het beste verzekerd kan worden.
Voorzitter. Dan specifiek over UNRWA. De minister heeft gesteld dat de hulp onder voorwaarden wordt hervat en dat extra controles worden ingevoerd. Wat zijn dan die voorwaarden en wat houden die extra controles in? Als het geld besteed wordt aan voedsel, gezondheidszorg en medische noodhulp, dan heeft mijn partij al heel wat minder zorgen. Maar UNRWA verzorgt ook onderwijsprogramma's, en als je daar kennis van neemt, dan word je niet vrolijk; dat kan ik iedereen verzekeren. Graag een specifieke reactie van de minister. Is hij bereid de extra gelden die worden uitgetrokken op een alternatieve manier te besteden als deze zekerheden niet kunnen worden gegeven? Een alternatieve besteding zou kunnen zijn: het Rode Kruis of het Wereldvoedselprogramma.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Ik stond al een tijdje bij de interruptiemicrofoon. Over UNRWA zullen we het ook niet eens worden, maar ik wil even terug naar een eerder moment in het betoog van de heer Van Ballekom. Het was mij overigens niet duidelijk op wie hij doelde in het begin van zijn betoog, toen het ging over bepaalde opmerkingen die gemaakt waren. Maar goed, dat laten we eventjes voor wat het is. De heer Van Ballekom had het ook over wat er aan de overzijde is gebeurd, wat dan te maken zou hebben met het debat van vandaag. Het heette overigens ooit "de overzijde", maar dat is al enige tijd niet meer het geval. Dat is de Tweede Kamer. Van mevrouw Karimi hoorde ik vanmorgen dat de Eerste Kamerfractie van GroenLinks-PvdA ook betrokken was bij de deal tussen PRO en het kabinet, of daar in ieder geval van op de hoogte was. Geldt dat ook voor de VVD-fractie in de Eerste Kamer?
De heer Van Ballekom (VVD):
Dat zou ik niet weten: of wij bij die deal betrokken waren. Ik ben geconfronteerd met wat nu voorligt en daar heb ik een mening over.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Nou, ik neem aan dat als de VVD-fractie in de Eerste Kamer ervan op de hoogte was, u het wel zou weten. Daarom vroeg ik het net. Ik begrijp dus dat u daar niet van op de hoogte was, maar dat u het nu doet met wat voorligt. Het was in ieder geval niet een deal waar ook de VVD-fractie in de Eerste Kamer bij betrokken was?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik ben daar persoonlijk niet bij betrokken geweest. Nee, absoluut niet.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Apeldoorn.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ja, tot slot. Dat geldt ook voor de zogenaamde schaduwdeal, die gaat over het voortzetten van de wet die zou moeten leiden tot strafbaarstelling van terrorismeverheerlijking?
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik ga alleen maar in op de begroting en ik ga niet in op mogelijke wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht om iets op een gegeven ogenblik strafbaar te stellen. Dat is een ander debat in een andere context. Ik wil me dus beperken tot het debat dat we vandaag voeren.
De voorzitter:
U zet uw betoog voort.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik heb het voldoende gehad over de noodhulp en de hulp aan de noodlijdende bevolking in Gaza.
Voorzitter. Dan de omvang van de begroting. Die is volgens mijn partij minder relevant. Wereldwijd voldoen slechts vier landen aan de norm van 0,7% van het bni. Het gemiddelde ligt op 0,26% en daar zitten en blijven wij ruim boven, maar daar gaat het mijn partij helemaal niet om. Het gaat mijn partij om de resultaten die geboekt kunnen worden. Daarbij wil ik drie punten naar voren brengen.
Dit is al sinds jaar en dag de focus van het liberale beleid: trade instead of aid. Vandaar ook dat de VVD zo ingenomen is met de combinatie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De bevordering van de wereldhandel en het afsluiten van multilaterale handelsverdragen levert een win-winsituatie op. Als bijvoorbeeld Afrikaanse landen producten willen verkopen aan de Unie, dan hebben wij daar kennelijk behoefte aan en hebben zij kennelijk wat te bieden. Het stimuleert de economie in beide richtingen, ook omdat Nederland heel wat te bieden heeft, wellicht niet aan dezelfde landen maar in het algemeen. Het blijft overigens niet beperkt tot economische stimulering. Er zijn ook veel andere positieve bijeffecten, zoals verbetering van de kwaliteit van wetgeving en versterking van de middenklasse, om twee voorbeelden te noemen.
Voorzitter. In dit verband hoor ik overigens weinig kritiek meer over de plofkippen en de zo gevreesde desastreuze effecten van het CETA-verdrag, dat wij met zo veel moeite in deze Kamer hebben geratificeerd. Dat is gebeurd met behulp van de heer Koole van de Partij van de Arbeid, waarvoor ik nogmaals onze hartelijke dank aan hem wil uitspreken, aan hem persoonlijk. Ik ben er nog steeds erg trots op dat het ons destijds gelukt is dit proces in deze Kamer af te ronden. Ik zou er niet aan moeten denken de Canadezen van ons te vervreemden, zeker niet in de huidige internationale turbulente omstandigheden. Eén les, minister: we moeten streven naar pure handelsverdragen zonder noodzakelijke ratificatie in meer dan 40 Europese parlementen. Want er is altijd wel een parlement dat partijbelang laat prefereren boven het landsbelang of het belang van de Unie. Die criticasters schieten zich natuurlijk zelf in de voet, meneer Hartog. Met de gemengde verdragen is namelijk ook geprobeerd om elementen zoals milieubeleid en consumentenbescherming te koppelen aan een handelsbeleid. Maar ja, het is kennelijk problematisch voor sommigen; irrationele politieke kortzichtigheid kan ongewenste resultaten opleveren.
Dan kom ik bij het tweede punt naast de handel: de betalingsbalanssteun. Het Nederlandse …
De voorzitter:
Nog even op dit punt, de heer Hartog.
De heer Hartog i (Volt):
Ik probeer toch de feiten een beetje te corrigeren. De heer Van Ballekom heeft het namelijk over gemengde verdragen. Dan gaat het over elementen die wel handel zijn en elementen die niet handel zijn. De voorbeelden die hij noemt, sociale zaken en milieuzaken, zijn onderdeel van het handelspolitieke deel van het verdrag. Ik begrijp dus eerlijk gezegd niet wat de heer van Ballekom bedoelt met die scheiding. Is de heer Van Ballekom het dan met mij eens dat als er aparte handelsverdragen zullen zijn, er ook milieucomponenten en sociale componenten in zullen zitten?
De heer Van Ballekom (VVD):
Als het gemengde verdragen zijn die ratificatie behoeven in 40 nationale parlementen, moeten we dat zo veel mogelijk zien te voorkomen.
De heer Hartog (Volt):
Ik denk dat ik gewoon constateer dat de heer Van Ballekom ernaast zit, want gemengde verdragen gaan over investeringen en andere dingen, niet over milieu en sociale zaken. Die laatste zijn onderdeel van de handelsverdragen. We hebben het vaak over handel en milieu, handel en sociale zaken. De heer Van Ballekom staat toe dat er ook milieuelementen in de pure handelsverdragen zullen zitten.
De heer Van Ballekom (VVD):
Mag ik daarop reageren met een tegenvraag?
De voorzitter:
Dat kan nog.
De heer Van Ballekom (VVD):
Waarom hebben wij hier dat CETA-verdrag moeten ratificeren? Omdat het niet een puur handelsverdrag is. We moeten dat zien te voorkomen, omdat het wel eens mis kan gaan in een van die 40 Europese parlementen. Sommige landen hebben meer dan één parlement. Het land dat ik heel goed ken, heeft er zelfs vijf.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik was bij de betalingsbalanssteun. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid moet zich niet bezighouden met betalingsbalanssteun en begrotingssteun. Wij hebben de expertise noch het ambtelijk apparaat om te voorkomen dat het geld in verkeerde handen terechtkomt. We hebben daarvoor de EU en liever nog het IMF. Zij hebben de capaciteit en de ervaring om de landen die steun nodig hebben en het pad naar economische groei willen inslaan, te adviseren op welke manier de economische groei het best kan worden hersteld. We moeten niet alles willen doen om te voorkomen dat we last krijgen van ons geweten.
Daarmee kom ik automatisch op het derde punt: investering en projectfinanciering. Het zal u bekend in de oren klinken. Daaraan kan naar onze visie meer aandacht worden besteed. Projectfinanciering in samenwerking met de Nederlandse overheid, het Nederlands bedrijfsleven en de internationale financiële organisaties kan een substantieel verschil maken. Maak meer gebruik van die regionale ontwikkelingsbanken, de Wereldbank, de EBRD en de EIB. We zijn daar aandeelhouder. Buit dat uit. Ik heb nooit begrepen waarom wij geen aandeelhouder zijn van de Caribische Developmentbank. Met oog op ondersteuning van dat deel van het Koninkrijk aan de overkant van de plas zou dat toch een substantieel verschil kunnen maken en het kost nauwelijks geld.
Voorzitter. Dit zijn slechts enkele voorbeelden waarmee we met minder geld toch meer impact kunnen hebben op de ontwikkeling van de landen die het verdienen. De 0,7% is niet heilig, de resultaten tellen. Met de oorspronkelijke begroting had mijn fractie geen problemen. Nu daar met de aanvullende kasschuif via een nota van wijziging ruim 300 miljoen aan wordt toegevoegd, bijten we door de zure appel heen. Dat heeft overigens niets te maken met de kwaliteit, uitvoerbaarheid of handhaafbaarheid van wetgeving, wat we hier in deze Kamer zouden moeten bespreken. Nee, het is het negeren van het politieke primaat aan het Bezuidenhout. Daar ligt het politieke primaat en daar hoort het ook te liggen. De Eerste Kamer schuift in onze visie langzaam op van een Kamer van reflectie naar een Court of Appeal. In de ogen van de VVD is dit een zorgelijke ontwikkeling.
Samenvattend: we accepteren de kasschuif, omdat het geld richting opvang in de regio en de noodhulp gaat. Er zijn jammer genoeg vele noden in de huidige turbulente wereld. Maar nogmaals, minister, zoals eerder gevraagd, het moet wel de noodlijdende bevolking ten goede komen. Wij hopen dat u ons daarvan kunt verzekeren, daarbij ingaand op de gestelde vragen waarvan wij de antwoorden met belangstelling tegemoetzien.
Dank u wel.
De heer Schalk i (SGP):
Ik heb eerst even zitten kijken in Johannes 8 waar die prachtige woorden van de Here Jezus klonken. Iets verderop in het hoofdstuk zag ik dat die woorden werden gesproken bij de schatkist. Dat is misschien in dit verband ook nog een aardige gedachte, maar dat was niet mijn vraag. Mijn vraag gaat over het onderwerp waarover de heer Van Ballekom zorgvuldig heeft gesproken, de UNRWA-gelden. Dat doe ik, omdat hij heeft gezegd dat hij zelf niet betrokken was bij de deal die nu met GroenLinks-PvdA is gemaakt, terwijl wij vanmorgen wel hebben gehoord dat het ophogen van de UNRWA-gelden onderdeel van die deal is. Zo heb ik het vanmorgen allemaal begrepen. Heeft de heer Van Ballekom dat ook zo begrepen en betekent dat iets voor de wijze waarop de VVD kijkt naar deze deal?
De heer Van Ballekom (VVD):
Zoals ik al gezegd heb, ben ik niet persoonlijk betrokken geweest bij deze onderhandelingen. Vandaar dat ik ook de vragen stel aan de minister. Hij kan ze naar alle waarschijnlijkheid heel helder beantwoorden.
De heer Schalk (SGP):
Dat betekent dat we zo meteen antwoorden krijgen die duidelijk maken of de minister het inderdaad als onderdeel van die deal heeft. Dan kunnen we nader kijken wat we daarmee moeten als Kamer. Dat is eigenlijk wat de heer Van Ballekom zegt, toch?
De heer Van Ballekom (VVD):
Als de antwoorden van de minister niet duidelijk zijn, heb ik altijd nog een tweede termijn om de vragen te herhalen.
De heer Koffeman i (PvdD):
Ik wilde graag nog een verhelderende vraag stellen aan collega Van Ballekom over plofkippen, CETA en ook de investeringsbanken en particuliere banken die bij dergelijke deals betrokken zijn. U pleit ervoor om dat vaker te laten gebeuren. De boeren in Nederland hebben grote problemen met bijvoorbeeld het Oekraïneverdrag, omdat er plofkipfabrieken in Oekraïne door Nederlandse banken en investeringsvehikels gesteund werden. Nederlandse boeren kunnen daar slecht mee concurreren. Hetzelfde geldt voor CETA en voor Mercosur. Vlees uit Brazilië komt onder de meest beroerde omstandigheden tot stand. Wij willen dat vlees kennelijk hebben, als ik u goed begrepen heb. Waar staat u dan in termen van "solidair zijn" met de Nederlandse ondernemers, de Nederlandse boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen? Die regels zijn al niet heel zwaar, maar ze moeten toch aan regels voldoen. Hoe ziet u dat ten opzichte van de Braziliaanse en Oekraïense boeren, die niet aan die regels hoeven te voldoen en de Nederlandse markt kunnen overspoelen met, in uw woorden, plofkippen?
De heer Van Ballekom (VVD):
Dat klopt niet, meneer Koffeman. Dat weet u ook wel, want dat hebben we besproken tijdens het debat over de ratificatie van het CETA-verdrag. Alle goederen die de Unie, en dus ook Nederland, binnenkomen, moeten voldoen aan de Europese kwaliteitseisen en -normen. Daar moet toezicht op worden gehouden. Dat het toezicht soms tekortschiet, hebben wij meer aan onszelf te danken dan aan iets anders. Als dat zo is, moet het toezicht versterkt worden, om dat te voorkomen. Want dat is oneigenlijke concurrentie en daar is mijn partij ook erg op tegen.
De heer Koffeman (PvdD):
Maar dat is wel de praktijk. U weet dat bijvoorbeeld MHP uit Oekraïne in Nederland "plofkipfabrieken", slachterijen en verpakkingsinstellingen, heeft gevormd om gemakkelijker om de regels heen te komen. In uw pleidooi dat daar streng toezicht op moet zijn, vinden we elkaar. Ik hoop heel erg dat u zich ervoor gaat inzetten om die strenge regels toepasbaar en handhaafbaar te maken.
De heer Van Ballekom (VVD):
Daar heb ik me al voor ingezet, maar vandaag spreken we niet over de handel met Oekraïne. Daar is de Europese Investeringsbank ook bij betrokken geweest. We hebben er alles aan gedaan om te voorkomen dat hier sprake is van oneigenlijke praktijken. Van steun bij dit proces kunt u verzekerd zijn. Dat steunt mijn partij.
De heer Koffeman (PvdD):
Fijn, dan zijn we het daarover eens.
De heer Van Ballekom (VVD):
Mevrouw Visseren; er kan geen debat voorbij gaan zonder een leuke vraag van mevrouw Visseren.
Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank u wel, meneer Van Ballekom, voor het compliment. De heer Van Ballekom zei dat hijzelf niet betrokken was geweest bij de onderhandelingen met PRO over deze begroting.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ik ben maar een heel eenvoudig Eerste Kamerlid, dat niet overal bij betrokken is, jammer genoeg.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Waren er andere collega's van de Eerste Kamerfractie van de VVD betrokken bij die onderhandelingen?
De heer Van Ballekom (VVD):
Niet dat ik weet.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Zou u dat voor de tweede termijn voor mij willen uitzoeken?
De heer Van Ballekom (VVD):
Waarom zou ik dat willen uitzoeken? We worden hier geconfronteerd met een begroting. Daar heb ik mijn visie op gegeven. Die begroting kunnen wij aanvaarden. Ik heb zelfs gezegd dat we door de zure appel heen bijten. Maar omdat het de noodhulp in de wereld ten goede komt, gaan wij daarmee akkoord. Daar wil ik het bij houden. Of er een deal is gesloten, linksom of rechtsom, weet ik niet. Misschien kan de minister daarop ingaan, maar ik ga daar niet op in.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik deed een beetje mee aan de lacherigheid om dit debatje, maar eigenlijk is het heel serieus. We hebben namelijk vernomen dat verschillende dossiers, en de onderhandelingen daarover, aan elkaar gekoppeld zijn, met name door de VVD. Ik probeer te begrijpen hoe de totstandkoming is geweest van de deal met PRO en de deal over de andere beleidsterreinen die hierbij zijn betrokken. Vandaar mijn vraag aan de heer Van Ballekom: was de Eerste Kamerfractie van de VVD betrokken bij die onderhandelingen, in de breedste zin des woords, dus over de begroting en over het erbij betrekken van andere beleidsdossiers?
De heer Van Ballekom (VVD):
Voor zover mij bekend niet.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Daar moet ik het mee doen, vrees ik.
De heer Van Ballekom (VVD):
Ja, dat lijkt mij ook.
De voorzitter:
Ja, daar moeten we het mee doen. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Gasteren. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van de Sanden.