Plenair Van Gasteren bij voortzetting behandeling Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026



Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.08 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank u wel, voorzitter. Senator Van Ballekom zei al: de Eerste Kamer is gevormd als chambre de réflexion, kamer van heroverweging, die de wetgeving bewaakt met een distantie tot de dagelijkse politiek. Onze fracties willen dan ook ver weg blijven van een inhoudelijk oordeel over de besteding van de begroting, want dat is het werk van de Tweede Kamer. Ook de behandeling van de UNRWA-kwestie en alles daaromheen vinden wij het werk van de Tweede Kamer. In lijn met de VVD: zand erover.

De inlichtingenplicht jegens deze Kamer, volgens artikel 68 van de Grondwet, is echter een eigen, zelfstandige verantwoordelijkheid van de minister tegenover deze senaat. Vandaar de vraag: kan de minister garanderen dat hij geen verdere vergelijkbare plannen heeft en dat er politiek noch ambtelijk overleg gaande is over inhoudelijke begrotingsaanpassingen die deze Kamer nog niet kent?

"Ken uzelf" is een tijdloze oproep tot zelfreflectie die vandaag bijzonder van toepassing is, niet alleen op het kabinet, maar eigenlijk op onze Kamer. De afspraak tussen het kabinet en GroenLinks-Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer is niet alleen een politieke transactie, het is een aantasting van de constitutionele architectuur van dit huis. Artikel 67, lid 3 van de Grondwet zegt namelijk: de leden stemmen zonder last. Dat beginsel gaat terug tot 1798 en is verankerd in de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk, de eerste Nederlandse Grondwet, als breuk met de Republiek der Zeven Provinciën waar de afgevaardigden terug moesten naar het thuisfront om toestemming te vragen voor enige afwijking van hun stemgedrag.

Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen nu dus het hele volk en niet een partijlijn, niet een coalitieakkoord en zeker niet een financiële afspraak met een kabinet. De gemaakte afspraak staat dan ook haaks op de opzet en de tekst van de Grondwet. De distantie tot de dagelijkse politiek verdwijnt totaal als senatoren, in dit geval van GroenLinks-Partij van de Arbeid, geacht worden als volgzame schaapjes voor de begroting te stemmen.

Daarnaast vindt de VVD in de Tweede Kamer de aanpassing van de begroting blijkbaar alleen acceptabel als D66 bij een andere wet niet dwarsligt. Nog meer schaapjes. Het is precies het mechanisme dat de Grondwet verbiedt: een externe last die de stemvrijheid van een senator bepaalt. Juridisch is het natuurlijk niet afdwingbaar, maar het is een politiek-morele binding. Is de minister bereid om publiekelijk te erkennen dat deze constructie, hoe politiek begrijpelijk ook voor een minderheidskabinet, de Eerste Kamer instrumentaliseert als stembureau en daarmee de constitutionele distantie ondermijnt die deze Kamer juist haar gezag geeft?

Voorzitter. Het gaat om 380 miljoen euro, gereserveerd voor de komende jaren. Een kasschuif is echter bedoeld als uitvoeringstechnisch instrument. Het verwachte kasritme van een voorziene uitgave sluit niet aan op de begrotingsreeks. Het is eigenlijk een administratieve correctie op de werkelijkheid. Het beleid bestaat al, de verplichting bestaat al, alleen het kasmoment klopt niet. Bij deze kasschuif van 380 miljoen is de volgorde omgekeerd. De kasschuif is niet de uitkomst van een beleidsuitvoering, maar die is het instrument van een politieke deal. Dit is in strijd met het doel van het instrument. De begrotingsregels zijn niet ontworpen om politieke compromissen te financieren buiten de normale cyclus om. De suppletoire begroting is bedoeld voor onvoorziene wijzigingen in de uitvoering, niet voor het accommoderen van coalitieonderhandelingen achteraf. Door het als kasschuif te presenteren, wordt die discussie gereduceerd tot een technische mutatie terwijl het inhoudelijk een nieuw politiek besluit is. De minister van Financiën had dit kunnen of wellicht moeten weigeren.

Vraag nummer één: acht de minister deze werkwijze rechtmatig en waarom? Is deze politieke kasschuif een nieuw middel waar dit kabinet vaker gebruik van gaat maken? Wat betekent dit voor onze parlementaire controle en behandeling? Welke projecten voor 2027 en 2028 worden hierdoor leeggehaald? Zijn er andere afspraken of gesprekken binnen zijn portefeuille die nog niet openbaar zijn, bijvoorbeeld voor volgend jaar of over structurele verhogingen in latere jaren?

Voorzitter. Het regeerakkoord spreekt ook de ambitie uit om stapsgewijs naar 0,7% van het bni voor ontwikkelingssamenwerking te gaan. De Rekenkamer berekende dat volledig herstel ongeveer 400 miljoen euro per jaar vereist. De dekking ontbreekt nu in deze begroting. Hoe gaat het kabinet dit gat dichten?

Voorzitter. Daarnaast geldt dat Nederland in toenemende mate ontwikkelingssamenwerkingsgelden kanaliseert via de Verenigde Naties en de Europese Unie. Schaalvoordelen zijn er zeker, maar er is minder parlementaire controle vanuit dit huis. Welke afwegingscriteria hanteert de minister en hoe waarborgt hij de parlementaire verantwoording over de gelden die via derden worden besteed?

Over ontwikkelingssamenwerkingsgeld voor landen waar bestuurders banden onderhouden met georganiseerde criminaliteit, heb ik grote zorgen. Sierra Leone is een actueel voorbeeld. Beschikt de minister over een proactief toetsingskader? Hoe ziet dat eruit?

Voorzitter. Ontwikkelingssamenwerking en handelsbevordering — dat kwam net al aan de orde — hoeven geen tegenpolen te zijn. Nederland heeft expertise van wereldklasse op het gebied van water, agri, logistiek en ICT, met zowel ontwikkelingswaarde als economisch rendement voor het Nederlandse bedrijfsleven. Welk deel van de begroting is concreet gekoppeld aan opdrachten waarbij Nederlandse bedrijven structureel kunnen meedingen?

Voorzitter. Deze begroting heeft een bewogen traject achter de rug, maar bovenal stelt ze een vraag die deze Kamer zichzelf moet stellen. Zijn wij een chambre de réflexion die onafhankelijk de kwaliteit van de wetgeving bewaakt, of zijn we een stembureau waarvan de uitkomst vooraf wordt bepaald door anderen elders? Die vraag is overigens aan ons, niet aan de minister.

We zien de reactie van de minister tegemoet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21.