Plenair Meijer bij behandeling Wet versterking regie volkshuisvesting



Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 18.21 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Meijer i (VVD):

Voorzitter. Het is een mooi en rustig debat. Ik denk dat wat ons verenigt, het gevoel van urgentie is dat we voelen. Ik heb toch het idee dat er meer naar overeenkomsten dan naar verschillen wordt gezocht in dit debat. Dat doet me goed. Dank ook voor de beantwoording van de minister, vooral op de punten waarbij ik voelde dat ze mijn inbreng ondersteunde, zoals wanneer het ging om benutting of het rondrekenen van gebiedsexploitaties.

Ik zei in mijn inleiding dat de lange duur van dit proces ertoe heeft geleid dat we met drie bewindslieden te maken hebben gehad. Ik denk dat dat het meest duidelijk wordt bij de vraag of we de betaalbaarheidseisen op gemeentelijk niveau, zoals oorspronkelijk in de wet stond, of op regionaal niveau gaan vaststellen. In het interruptiedebatje met de heer Rietkerk kwam naar voren dat als je het op regionaal niveau doet, je wel mogelijkheden voor maatwerk hebt. Dat vind ik dus positief. Uiteindelijk ligt hier een wet voor waarin dit op regionaal niveau is afgestemd, dus daar stemmen we mee in. Ik denk dat we dan niet moeten proberen, met allerlei opmerkingen over hoe dat in de praktijk gaat werken, om de oude wettekst terug te krijgen. Ik vind de motie van De Hoop en Grinwis juist heel mooi, omdat die uitgaat van de wettekst: regionaal niveau en kom je er na een halfjaar niet uit, dan val je terug op afstemming op het gemeentelijke niveau. Ik zeg het maar alvast, omdat er eventueel nog een derde termijn komt: ik ga mijn fractie niet adviseren om voor moties te zijn die daaraan sleutelen.

Goed dat de heer Van Gurp even de discussie over de bezwaarprocedures naar voren bracht. Ik heb daar ook wel tegen aan zitten te hikken. Het is, dacht ik, voor tien jaar en het gaat alleen om woningbouw. Maar het moet dan ook wel een uitzondering zijn. Er komen nog allerlei andere urgente categorieën. U kwam al met het voorbeeld van elektriciteit, maar er kunnen ook andere komen. Ik denk dus dat we dat zorgvuldig met elkaar moeten afspreken. Wat mij betreft wordt het dan over tien jaar allemaal verkort, bij wijze van spreken. Het gaat me niet eens om de inhoud, maar je moet wel zorgvuldig zeggen waar het wel en niet over gaat.

Tot slot de urgentiecategorieën. Ik gaf al dat er een zorgvuldige balans moet zijn, met niet te veel categorieën en een niet te hoog percentage, omdat anders het draagvlak voor zulke regelingen nihil wordt bij zoveel schaarste op de woningmarkt. We kunnen het hier heel precies met elkaar gaan regelen, maar ik zou toch enige beleidsruimte op gemeentelijk niveau willen hebben om afzonderlijke casussen te beoordelen; dat zat ook wel in uw antwoord. Het ene geval is namelijk niet altijd met het andere te vergelijken. U zei dat u op dit punt met een versnelde evaluatie zou komen. Vervolgens zei u dat u over vijf jaar met een evaluatie van de hele wet komt, en noemde u dit weer niet als onderdeel van die evaluatie. Misschien kunt u nog iets zeggen over hoe die evaluaties zich tot elkaar verhouden.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Holterhues van de ChristenUnie.