Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.06 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Gurp i (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording in haar eerste termijn, en met name voor de beantwoording van de interrupties. Daar werd ik in ieder geval wijzer van. Die nieuwe wijsheid heeft natuurlijk weer tot nieuwe vragen geleid, zoals dat hoort.
Ik heb vier punten voor mijn tweede termijn. Ik ga in op drie onderwerpen die ik in mijn eerste termijn heb genoemd. Ik wil toch ook nog eventjes doorvragen op die projecten en die verkorte inspraakprocedures.
Mijn eerste punt betreft het debat dat we hebben gevoerd over of je dat verhaal van de taakstelling 30% sociaal, in het geheel van 67% betaalbaar, nu bij de regio moet leggen en het ze daar maar moet uit laten vechten in de hoop dat ze eruit komen, of dat je het veel beter in één keer bij de gemeente kunt neerleggen. Ik heb de minister gehoord. Ik heb ook de uitvoeringspartijen gehoord. Ik ga er niet heel veel woorden meer aan vuilmaken. Ik ben ervan overtuigd dat we hier een verkeerde afslag nemen en dat vind ik jammer. Het is geen verkeerde afslag uit ideologie, het is een bestuurlijke keuze om het zo te doen, in een soort hoop dat het allemaal wel goed komt.
Voorzitter. Voor een aantal mensen hier in de zaal geldt, denk ik, wat ook voor mij geldt, namelijk dat we langjarige ervaring hebben in het lokale openbaar bestuur. We weten precies hoe de gesprekken in de regio gaan. Het is zelden zo — ik zal het wat schematisch zeggen — dat een centrumgemeente die al best veel sociale woningbouw heeft en die misschien zou zeggen "het zou bij ons wat minder kunnen", een gewillig oor vindt bij kleinere regiogemeenten, bij alle kleine regiogemeenten die er dan voor nodig zijn om dat verschil op te vangen, en dat dat tot consensus leidt. Het leidt wel tot heel veel praten. Het leidt ook tot veel irritatie en frustratie. Onze grote zorg is dat het vervolgens leidt tot de monitors en rapportages over dat ze er niet uit zijn gekomen, en dat we dan een jaar tot anderhalf jaar verder zijn. Ik heb de minister daar niet van kunnen overtuigen. Zij heeft mij niet kunnen overtuigen. We hebben een motie voorbereid. Ik moet er nog even over denken. Ik ga 'm nu niet indienen. Dus als ik 'm nog wil indienen dan ga ik volgende week een derde termijn vragen; dat is dan ook het redmiddel. Ik moet er echt nog eventjes goed over nadenken.
De voorzitter:
Meneer Van Gurp, dat wordt lastig, want we gaan vanavond stemmen. Vanavond gaan we stemmen over het wetsvoorstel.
De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):
Over het wetsvoorstel, maar toch niet over de moties?
De voorzitter:
Ja, maar dan zou u dus een derde termijn willen hebben over de moties?
De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):
Als we vanavond stemmen over de moties, kan ik vanavond mogelijk nog een derde termijn vragen. Ik moet er gewoon in de eetpauze even overleg over hebben. Ik heb geen zin in een motie die het toch niet haalt, snapt u? Het vraagt nog wat …
De voorzitter:
Dan zou er eventueel vanavond nog een derde termijn komen?
De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):
Oké. Wellicht, wat mij betreft. Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
De heer Rietkerk wil daar nog even een vraag over stellen.
De heer Rietkerk i (CDA):
Voorzitter, zoals ik het begrijp: volgens mij hebben we afgesproken dat we over het wetsvoorstel in ieder geval stemmen en dat we over de moties ook volgende week kunnen stemmen. Dus we kunnen vanavond een derde termijn houden, maar het kan ook volgende week. Dan kunnen we er even goed over nadenken. Misschien is dan de derde termijn helemaal niet meer nodig.
De voorzitter:
We gaan sowieso in de dinerpauze die een uur en een kwartier moet duren vanwege allerlei commissies, goed nadenken, dus dan komen we daar nog op terug. Ruhig abwarten.
De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik wacht het af.
Mijn tweede punt is het minimum wat ook een maximum is: de 30%. We hebben daar een interruptiedebatje over gevoerd, ik ga het niet herhalen. Maar ik ben er wat extra onrustig over geworden toen ik hoorde dat zelfstandige studentenwoningen — dus niet de onzelfstandige — in de taakstelling van 30% meetellen. Ik snap het wel, want het zijn sociale woningen volgens de definitie. Maar dit gaat in studentensteden die een inhaalslag te maken hebben — en dat hebben ze allemaal — op het gebied van zelfstandige studenteneenheden, zorgen voor een ontzettende afroming van die 30% en dan blijft er nog ontzettend weinig capaciteit over voor de reguliere sociale woningbouw. Daar zou ik graag een reactie van de minister over willen hebben in haar tweede termijn.
Het derde — ik had er ook mee kunnen beginnen maar ik had het in mijn interruptie al gezegd — is dat ik erg blij ben met de volmondige toezegging van de minister dat in de complexe weging die er altijd is rondom urgentie en gezinnen en kinderen, het belang van het kind in die complexe weging altijd voorop zal staan, en dat ook een kinderrechtentoets daarvan een onderdeel uitmaakt. Soms is het bij complexe wegingen ook zo, dat ze iets minder complex worden als je een heel duidelijke prioriteit hebt gesteld. En die prioriteit heb ik gehoord. Ik zie dat de minister daar zelf ook in betrokken is en daar ben ik blij om. Dank u wel.
Tot slot kom ik nog op de vraag wat we nou regelen met de versnelling van de inspraak. Wat betreft woningbouw kun je daar nog verschillend over denken, maar goed, wij zijn van plan om, zoals ik heb gezegd, voor de wet te stemmen. Daar hoort dit bij. Daar willen we mee akkoord gaan. Maar gaandeweg het gesprek heb ik toch het akelige gevoel gekregen dat het een stuk breder is dan alleen de woningbouw. Dit is een soort voetnoot in een wet die gaat over de regie op de volkshuisvesting. Die willen we versnellen en daarom willen we de procedures versnellen. Als we toch procedures aan het versnellen zijn, dan geldt het meteen voor alle projecten van groot maatschappelijk belang. Zo staat het er en zo zei de minister het ook. Dat doet me erg aan de Crisis- en herstelwet denken. Dat zou misschien wel kunnen, maar dat doe je toch niet in een subparagraaf in een wet die over iets anders gaat? Dan snap ik ook de reflectie van de Raad van State veel beter. Toen de minister het over energievoorziening had, dacht ik nog dat het over een trafohuisje ging. Bij de ontwikkeling van een wijk moet er ook een trafohuisje komen. Daar moeten mensen niet drie jaar over kunnen procederen als je maar één jaar kunt procederen over de wijk. Dat kan ik nog snappen. Maar het kan ook gaan over kerncentrales. Het kan over hoogspanningstracés gaan en het kan gaan over Lelystad Airport. Dat zijn allemaal projecten van groot maatschappelijk belang, althans in de definitie van de regering. Anders gingen ze al die ellende er niet voor aan. Als we daar de deur openzetten voor veel minder inspraak, dan doen we volgens mij iets dat in het kader van deze wet niet kan. Ik hoor heel graag uw reactie daarop. Ik heb ook de vraag of dat nog komt in een uitwerking, een besluit of een algemene maatregel van bestuur die nog voorgehangen wordt, waardoor we daar misschien iets systematischer dan nu in de marge van dit debat verder over kunnen praten.
Ik dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Van Langen-Visbeek van de fractie van de BBB.