Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.58 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Holterhues i (ChristenUnie):
Dank u, voorzitter. Mijn fractie en die van OPNL hadden liever gezien dat we dit debat hadden gehouden samen met het debat over de novelle die in een vroegtijdig stadium is aangekondigd, inclusief de budgettaire impact van de novelle. De meerderheid heeft echter anders besloten, maar wat onze beide fracties betreft voeren we dit debat gemankeerd.
Voorzitter. In dit debat wil ik stilstaan bij de volgende onderwerpen: de vermogensaanwasbelasting versus de vermogenswinstbelasting, de achterwaartse verliesrekening, de uitvoeringscapaciteit bij de Belastingdienst, de budgettaire derving, de tijdelijkheid van dit wetsvoorstel en de hervorming van het belastingstelsel.
Voorzitter. We kunnen inmiddels concluderen dat er niets zoiets is als een perfect box 3-stelsel. Forfaits zijn onregelmatig, de tegenbewijsregeling is ingewikkeld in de uitvoering en ook met de afslag die nu voor ons ligt, zitten er behoorlijk wat hobbels in de weg. Er zullen veel wegwerkzaamheden nodig zijn om die weg überhaupt begaanbaar te maken. Tijdens de deskundigenbijeenkomst pleitten verschillende economen voor een vermogensaanwasbelasting. Dit stelsel zou economisch minder verstorend werken dan de vermogenswinstbelasting. Ook is voor banken de gegevensaanlevering makkelijker te realiseren, wat ook beter uitpakt voor de vooraf ingevulde aangiften. Voor de Belastingdienst zou dit vele malen eenvoudiger zijn in de uitvoering. Belasting op papieren winst en niet op gerealiseerde winst voelt voor menigeen echter onrechtvaardig, getuige onder andere de tsunami aan e-mails die ieder van ons in dezen heeft gekregen. Wat is de visie van de staatssecretaris in dezen? Wat vindt hij onder andere van de kritiek dat de vermogenswinstbelasting sterke rechtsongelijkheid tussen verschillende soorten beleggers in de hand zou werken en daarmee rechtvaardigheids- en rechtsgelijkheidsprincipes zou schenden?
Voorzitter. Zoals zojuist gezegd, constateren we dat er veel zorgen zijn van spaarders en beleggers in dezen. Tegelijkertijd vrezen onze beide fracties dat er ook veel desinformatie het publieke debat in is geslopen, waardoor menigeen nu een catastrofaal beeld heeft van de vermogensaanwasbelasting. Over de vraag of dat terecht is of niet valt te twisten, maar indien de wet wordt aangenomen, gaan al die verhalen in het publieke debat niet ineens in rook op op het moment dat de wet in werking treedt. De publieke perceptie van deze wet kan wel degelijk z'n weerslag hebben op het investeringsgedrag in Nederland en op het vertrouwen in de Nederlandse overheid in het algemeen en in dit kabinet in het bijzonder. Nederlanders investeren al relatief weinig, terwijl investeringen cruciaal zijn om onze economie draaiende te houden. Met deze nieuwe vermogensaanwasbelasting en de ontstane perceptie kan er een sentiment ontstaan dat investeerders zou kunnen ontmoedigen. Hoe wil de staatssecretaris voorkomen dat deze wet investeerders wegjaagt? In navolging van collega Crone vraag ik of er op het ministerie van Financiën wordt gewerkt aan een communicatiestrategie om desinformatie de wereld uit te helpen.
Onze fracties vinden het een goede zaak dat er in dit wetsvoorstel een uitzondering wordt gemaakt voor start-ups en scale-ups, die sterk afhankelijk zijn van investeringen. In de recent verschenen brief van de staatssecretaris zijn de budgettaire gevolgen van deze verbrede definitie al in kaart gebracht. Onze fracties zien graag de novelle dit jaar tegemoet.
Voorzitter. Onze fracties betreuren het dat de mogelijkheid tot een achterwaartse verliesverrekening, ook wel carry back genoemd, niet is meegenomen in dit wetsvoorstel. Als voornaamste reden wordt gegeven dat het ontstaan van carry back zorgt voor een derving in de eerste jaren van honderden miljoenen, die gedekt moeten worden door aanpassing van andere parameters, zoals het tarief op het heffingsvrije resultaat. Dat lezen onze fracties in de memorie van toelichting. Zoals de wet er nu uitziet, wordt van belastingplichtigen wel verwacht dat ze de huidige verliezen verrekenen met mogelijke toekomstige winsten, maar het tegenovergestelde is niet mogelijk. Dat maakt beleggen riskant, en de wet is zo niet in balans. Een vermogensaanwasbelasting zonder carry back, puur omdat er anders een gat in de schatkist ontstaat, voelt niet rechtvaardig.
De staatssecretaris heeft eerder in een mondeling overleg aangegeven dat de carry back onderdeel kan zijn van de aanvullende maatregelen. Dit wordt bevestigd in de recente brief, waarin de mogelijkheid wordt geopperd om één jaar achterwaartse verliesverrekening door te voeren. Onze fracties zijn blij dat er op deze manier gehoor wordt gegeven aan de motie-Eerdmans/Bikker. Wel is het voor ons nog onduidelijk of deze voorgestelde aanpassing ook wel degelijk op deze manier in de uiteindelijke novelle terechtkomt. Met betrekking tot de dekking heeft de Tweede Kamer gevraagd om een dekking binnen het bredere vermogensdomein, maar voor de uiteindelijke beslissing daarover zullen we de augustusbesluitvorming moeten afwachten. Kan de staatssecretaris toezeggen dat hij gaat onderzoeken of de dekking voor de carry back gezocht kan worden binnen het brede vermogensdomein? Onze fracties lezen in de memorie van toelichting dat de carry back complex is voor de Belastingdienst, omdat aanslagen van eerdere jaren moeten worden aangepast. Vanaf welk jaar zou een vermogensaanwasbelasting mét een carry back van één jaar realistisch zijn in de uitvoering?
Voorzitter. De Raad van State en diverse belangenorganisaties hebben bij dit wetsvoorstel zorgen geuit over het doenvermogen van de burger en de fouten die kunnen worden gemaakt bij de aangifte. Hoewel dit wetsvoorstel voor de gemiddelde burger in de uitvoering wellicht iets gemakkelijker zal zijn dan de tegenbewijsregeling, blijven er zorgen over de complexiteit. De Raad van State verwacht dat deze nieuwe wijze van belastingheffing niet zal aansluiten bij de belevingswereld van 1,6 miljoen belastingplichtigen en daardoor voor hen lastig te begrijpen zal zijn. Anders dan ondernemers worden zij namelijk niet ondersteund door bijvoorbeeld een administratiekantoor, terwijl de lasten van administratie en de bewaarplicht voor deze groep burgers immens toenemen. In hoeverre acht de staatssecretaris de administratie en bewaarplicht voor deze groep burgers realistisch en praktisch haalbaar? De genoemde organisaties waarschuwen dat de complexiteit voor veel burgers te groot wordt, met het risico op onzekerheid, fouten in aangiftes en een groeiende afhankelijkheid van dure adviseurs. Dat staat op gespannen voet met het uitgangspunt van een toegankelijk en begrijpelijk belastingstelsel. In hoeverre verwacht de staatssecretaris een toename van fouten in aangiftes? Wat betekent dit voor de rechtszekerheid en handhaving?
Voorzitter. De zorgen over dit wetsvoorstel raken ook direct aan de uitvoerbaarheid en de controle door de Belastingdienst. Een systeem dat sterk leunt op individuele gegevens, waarderingen en berekeningen van burgers vraagt om intensieve controle en verificatie. De Belastingdienst zegt zo'n vijf jaar nodig te hebben om het benodigde personeelsbestel op peil te brengen. Tegen die tijd willen we alweer in het volgende box 3-stelsel zitten. Ondanks de rode vlaggen uit de uitvoeringstoets en de grote zorgen over de uitvoerbaarheid wordt het voorstel toch op deze manier voortgezet. In totaal zijn er ongeveer 900 extra fte nodig bij de Belastingdienst om deze tijdelijke wet uit te voeren. Acht de staatssecretaris het realistisch dat de Belastingdienst deze mensen op tijd vindt in een toch al krappe arbeidsmarkt?
Bij dit stelsel bestaat er een grote controlelast. Hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot vertragingen of willekeur? Hoe wordt omgegaan met discussies over waarderingen, die per definitie ruimte laten voor interpretatie? Dreigen hier niet langdurige geschillen tussen burger en Belastingdienst?
Hoewel onze fracties grote zorgen hebben over de uitvoering, mocht het wetsvoorstel worden aangenomen, bestaat er inmiddels ook een reële kans dat dit wetsvoorstel wordt verworpen en het regime van de tegenbewijsregeling van kracht blijft. Kan de staatssecretaris toelichten welke gevolgen dat scenario heeft voor de uitvoering door de Belastingdienst?
Voorzitter. Jarenlang is er belasting geheven over een fictief rendement dat voor veel mensen simpelweg niet bestond. De Hoge Raad heeft daar terecht een streep door gezet. Het gevolg is een forse compensatieopgave van circa 10 miljard euro. Dat raakt de begroting en vraagt om zorgvuldige keuzes, maar juist bij die keuzes wringt het. Ten eerste de rechtvaardigheid. Jarenlang zijn spaarders en beleggers aangeslagen op basis van aannames die niet strookten met de werkelijkheid. Dat moet recht worden gezet. Tegelijkertijd zien we dat de rendementen op vermogen in de afgelopen tien jaar behoorlijk zijn opgeschroefd en dat deze een steeds groter deel van de belastinginkomsten moesten gaan opbrengen. Dat roept de vraag op of het rechtvaardig is om de rekening nu weer primair binnen hetzelfde domein, box 3, neer te leggen. Waarom benaderen we dit niet breder? Door de oplossing te zoeken binnen box 3 ontstaat het risico dat de lasten opnieuw bij een beperkte groep terechtkomen, terwijl het probleem voortkwam uit systeembrede keuzes. Dat schuurt met het gevoel van evenwicht. Waarom wordt de oplossing expliciet gezocht binnen box 3? Welke overwegingen liggen daaraan ten grondslag? Welke alternatieven zijn serieus in beeld geweest? Waarom wordt de hypotheekrenteaftrek niet nadrukkelijker betrokken in deze afweging? De eigen woning vormt een groot en fiscaal bevoorrecht vermogensbestanddeel. Welke rechtvaardigingsgrond is er om dit volledig buiten beschouwing te laten bij het dekken van een probleem dat raakt aan het belasten van vermogen?
Voorzitter. Ik begon mijn bijdrage met de steeds terugkerende tijdelijkheid in box 3. Er is sinds het arrest van de Hoge Raad al jarenlang gedoe over. Ook deze wet is tijdelijk. Uiteindelijk is de inzet een stelsel van vermogenswinstbelasting. Wat onze fracties betreft is het zaak hiermee haast te maken. Mijn fractie en die van OPNL willen graag een eerlijk stelsel, maar een uitvoerbaar en begrijpelijk stelsel is minstens zo essentieel. Als het doenvermogen van burgers wordt overschat, ondermijnen we uiteindelijk het draagvlak en de effectiviteit van ons belastingstelsel. Kan de staatssecretaris aangeven wat de planning is voor het definitieve stelsel van box 3?
Wat mijn fractie en die van OPNL betreft moet niet alleen vaart gemaakt worden met een definitief box 3-stelsel, maar met de hervorming van het hele belastingstelsel. Dat moet leiden tot een stelsel dat vele malen transparanter, eenvoudiger en beter uitvoerbaar is.
Staat u mij toe daar ten slotte nog enige woorden aan te wijden. Iedereen erkent dat het huidige stelsel veel te complex en soms onrechtvaardig is. Wat mijn fractie betreft sluit het ook onvoldoende aan bij de economische en maatschappelijke realiteit van vandaag. Dat geldt zeker ook voor box 3. Het voorstel om over te stappen naar een heffing op werkelijk rendement is een belangrijke stap in de richting van een eerlijker systeem, maar vraagt ook een bredere visie op de verhouding tussen belasting op arbeid en belasting op vermogen. In een tijd van structurele personeelstekorten kunnen we het ons niet permitteren dat mensen ontmoedigd worden om meer uren te werken of om weer toe te treden tot de arbeidsmarkt. Toch zien we nu dat de marginale druk voor een grote groep werkenden oploopt tot ver boven de 50% en in sommige gevallen zelfs richting de 80% gaat. Dat is niet uit te leggen. Daarom pleit mijn fractie voor een forse en transparante verlaging van de belasting op inkomen. Tegenover die verlichting op arbeid staat een zwaardere belasting van vermogen. Dat is wat ons betreft zowel rechtvaardig als noodzakelijk. Op dit moment worden verschillende vormen van vermogen nog steeds niet of nauwelijks belast, terwijl belasting op arbeid relatief zwaar is. Die balans moet worden hersteld.
Voorzitter. Bij deze verschuiving van arbeid naar vermogen willen we nadrukkelijk oog houden voor de positie van ouderen. De zorgen die ook door mijn collega van 50PLUS zijn verwoord, nemen ook wij serieus. Veel ouderen hebben vermogen opgebouwd in de vorm van spaargeld of beleggingen, vaak als aanvulling op een bescheiden pensioen. Voor hen is het belangrijk dat overgangsrecht zorgvuldig wordt vormgegeven en dat zij niet onevenredig worden geraakt door schommelingen in rendement of wijzigingen in fiscale regels. Wat is de visie van de staatssecretaris in dezen? Kan hij aangeven wat het tijdspad in dezen is?
Voorzitter. We zien uit naar de beantwoording van onze vragen door de staatsecretaris.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Hartog. Hij spreekt namens de fractie van Volt.