Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.11 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rietkerk i (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het CDA beoordeelt de begroting niet alleen op de ambities die erin staan, maar ook op de vraag of die ambities uitvoerbaar zijn, regionaal evenwichtig en financieel houdbaar. De begroting van Infrastructuur en Waterstaat en het Mobiliteitsfonds laten zien dat de opgaven groot zijn. Onze infrastructuur veroudert, de druk op bereikbaarheid neemt toe en de beschikbare middelen staan onder spanning. Juist dan is het van belang dat de overheid duidelijke keuzes maakt en die ook daadwerkelijk kan uitvoeren. De begrotingsstukken erkennen dat onderhoud, vervanging en renovatie de komende jaren een steeds groter beslag leggen op de beschikbare middelen. Ook wordt gewerkt aan een herprioritering van het Mobiliteitsfonds.
Voorzitter. De eerste vraag van het CDA betreft de uitvoerbaarheid. Wij zien dat de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat, de bouwsector en de vergunningverlening onder druk staat. Geld reserveren is één ding, projecten daadwerkelijk realiseren is iets anders. De Eerste Kamer heeft juist de taak om te toetsen of beleid uitvoerbaar is. Kan de regering aangeven hoe zij voorkomt dat steeds meer projecten wel op papier staan, maar in het project vertraging oplopen door personeelstekorten, stikstofbeperkingen of complexe procedures? Welke concrete prestatie-indicatoren hanteert de minister om de uitvoeringskracht de komende jaren inzichtelijk te maken?
Voorzitter. Een tweede punt betreft de regionale uitwerking. Bereikbaarheid is geen Randstedelijk vraagstuk alleen. Juist voor inwoners en ondernemers in de regio zijn goede verbindingen over spoor, weg en water essentieel voor de economische ontwikkeling, voor de leefbaarheid, maar ook voor de toegang tot voorzieningen. Het CDA vindt dat iedere regio moet kunnen rekenen op een betrouwbare overheid die gemaakte afspraken nakomt. Nu het kabinet werkt aan prioritering, wat op zich prima is, binnen het Mobiliteitsfonds vragen wij de regering hoe wordt voorkomen dat de regio's opnieuw jarenlang moeten wachten op eerder toegezegde investeringen. Op welke wijze worden provincies en gemeenten daadwerkelijk betrokken bij deze keuzes en welke criteria zijn daarbij leidend, vragen wij aan de regering.
Voorzitter. Het CDA heeft schriftelijke vragen gesteld over de uitvoerbaarheid en het vastlopen van regionale projecten. Namens de CDA-fractie heb ik drie projecten geselecteerd.
Allereerst de Niedersachsenlijn. De provincie Drenthe reserveerde recent nog — het is gepubliceerd — 50 miljoen voor de Niedersachsenlijn. Provinciale Staten hebben daar recent goedkeuring aan gegeven en door het geld opzij te zetten voor de nieuwe spoorverbinding van Twente naar Groningen wil de regio het belang van de verbinding nogmaals benadrukken. Drenthe staat garant voor de bijdrage van de gehele regio, voor de drie provincies en de dertien gemeenten. Wat staat uitvoering dan nog in de weg, vraag ik de minister.
Twee: Kornwerderzand. De regio en het bedrijfsleven hebben verantwoordelijkheid genomen met een substantiële financiële bijdrage van ruim 26 miljoen uit de markt, naast aanzienlijke regionale overheidsinvesteringen. Kan de minister bevestigen dat deze gezamenlijke inzet ook daadwerkelijk leidt tot tijdige uitvoering en dat de nieuwe bestuursovereenkomst geen aanvullende financiële claims op regio of bedrijfsleven zal bevatten?
De derde en laatste, voorzitter, is de N50. De regio heeft de financiële bijdrage al jaren geleverd en tijdelijke veiligheidsmaatregelen zijn inmiddels gerealiseerd. Wanneer verwacht de minister de pauzering van de verbreding tussen Kampen en Kampen-Zuid te kunnen beëindigen en welke voorwaarden moeten daarvoor nog worden vervuld? Is de belemmering bij de uitvoerbaarheid inmiddels vooral stikstof, financiële ruimte of uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat?
Voorzitter. Mijn laatste punt is de betaalbaarheid. Wij onderschrijven dat achterstallig onderhoud niet doorschuiven uiteindelijk goedkoper is dan uitstellen. Tegelijkertijd vragen gezonde overheidsfinanciën om realisme. Structurele verplichtingen moeten ook structureel kunnen worden gedragen. Kan de regering daarom inzicht geven in de financiële risico's die samenhangen met prijsstijgingen, renteontwikkelingen en verdere vertraging van grote infrastructurele projecten? En hoe robuust is het Mobiliteitsfonds ten behoeve van de uitvoerbaarheid wanneer deze ontwikkelingen zich sterker voordoen dan nu geraamd?
Tot slot, voorzitter. Het CDA hecht aan de betrouwbaarheid van de overheid. Dat betekent plannen die uitvoerbaar zijn, investeringen die eerlijk over Nederland worden verdeeld en financiële keuzes die ook op langere termijn houdbaar zijn. Wij zien uit naar de beantwoording door de regering op deze drie punten: uitvoerbaarheid, regionale rechtvaardigheid en betaalbaarheid. Want uiteindelijk is een begroting pas succesvol als de burger merkt dat bruggen, wegen, spoorlijnen en waterwerken daadwerkelijk op tijd worden onderhouden, verbeterd en uitgevoerd.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Aelst-den Uijl. Zij spreekt namens de fractie van de SP.