Verslag van de vergadering van 7 juli 2026 (2025/2026 nr. 39)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 10.40 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van den Oetelaar i (FVD):
Dank u, voorzitter. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. Deze Wet meer zekerheid flexwerkers is een schoolvoorbeeld van goedbedoeld, maar doelmatig falend beleid. De regering presenteert het als bescherming voor de kwetsbare flexwerker, maar in werkelijkheid is het een aanval op de vrijheid van zowel werknemer als werkgever, met hoge maatschappelijke kosten en geringe baten. Wat is het werkelijke probleem? Een krappe arbeidsmarkt, personeelstekorten en een economie die steeds onvoorspelbaarder wordt door globalisering, energiecrises en vergrijzing. Deze wet lost dat niet op. Integendeel.
Door nulurencontracten nagenoeg te verbieden, de bandbreedte te beperken tot 130% en onderbrekingstermijnen te verlengen, dwingt de regering om of meer vast personeel in dienst te nemen voor werk dat er niet altijd is, of duurder uitzendkrachten in te huren of helemaal geen mensen meer aan te nemen. De Raad van State waarschuwde al: dit verschuift hooguit scheidslijnen. Het is geen fundamentele hervorming. Projectmatige sectoren zoals media, cultuur en techniek, seizoensbedrijven en de zorg verliezen juist gekwalificeerd personeel, omdat ze geen zekerheid kunnen bieden over vervolgopdrachten. Het resultaat: minder werkgelegenheid, hogere prijzen en een nog grotere krapte op de arbeidsmarkt. Waar is het bewijs dat dit leidt tot meer vaste banen in plaats van faillissementen of offshoring? Dat bewijst ontbreekt. Daarmee heeft het nu voorliggende wetsvoorstel veel weg van symboolpolitiek.
De regering geeft aan dat deze sectoren nog veel opties hebben, zoals de mogelijkheid voor werkgevers om tijdelijke contracten aan te bieden, de mogelijkheid dat dergelijke flexwerkers, mits zij gemiddeld maximaal zestien uur per week werken, op oproepbasis kunnen werken en de mogelijkheid om tijdelijk uitzendkrachten in te zetten. Ook zouden bedrijven hun vaste personeel flexibel en wendbaar kunnen inzetten. Onze vraag aan de minister: als dit daadwerkelijk reële opties zijn, waarom hebben werkgevers dan überhaupt nulurencontracten gebruikt? Heeft de minister zich überhaupt verplaatst in hen en de situatie die tot de huidige flexibilisering heeft geleid? Leiden deze alternatieven voor bepaalde bedrijven daarnaast vervolgens niet tot een onacceptabele kostenstijging en/of administratiekosten? Hoe moet een horecaondernemer of thuiszorgorganisatie überhaupt een jaar vooruit voorspellen hoeveel uren er precies nodig zijn? De realiteit is dat zij in de regel te maken hebben met pieken en dalen die niemand kan voorspellen. Bedrijven die projectmatig werken, zitten na afloop van een opdracht vaak maanden in onzekerheid. Deze wet negeert die praktijk volledig. In plaats van maatwerk en sectorspecifieke afspraken, krijgen we een uniform keurslijf uit Den Haag.
De voorzitter:
Er is een interruptie van mevrouw Karaaslan.
Mevrouw Karaaslan-Kilic i (D66):
Ja, ik heb vraag aan senator Van den Oetelaar. U geeft aan dat er geen bewijs is dat deze wet haar doelstellingen gaat realiseren, waarbij u ook aangeeft dat die waarschijnlijk gaat leiden tot meer faillissementen en verlies van werkgelegenheid. In de stukken die wij voorgelegd hebben gekregen, heb ik daar geen informatie over gelezen. Ik vraag mij dus af wat uw bewijs is voor deze stelling.
De heer Van den Oetelaar (FVD):
Dat lijkt me heel logisch: wanneer je als bedrijf gedwongen wordt om iemand meer uren en een vast contract te bieden terwijl er geen werk is, dan ga je failliet.
Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):
Ik ben het antwoord tot me aan het nemen. Dat zit 'm dan volgens u met name in de neveneffecten van deze wet?
De heer Van den Oetelaar (FVD):
Zeker, ja.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Karaaslan? Vraag gesteld, antwoord gekregen. De heer Van den Oetelaar vervolgt zijn betoog.
De heer Van den Oetelaar (FVD):
Administratieve lasten exploderen terwijl de uitvoering in de praktijk leidt tot ontslagen van goede krachten of verschuiving naar zzp-constructies die dan weer andere problemen opleveren, zoals met de Wet DBA, waar FVD ook fel tegenstander van is. Werkgevers worden dus ontmoedigd om mensen aan te nemen. Nederland heeft juist meer wendbaarheid nodig, geen nieuwe ketenen. De regering geeft aan zelf geen risico te zien in de samenloop van de handhaving op schijnzelfstandigheid en de maatregelen van dit wetsvoorstel. Sterker nog, de maatregelen versterken elkaar en vergroten de bewustwording over geldende wet- en regelgeving. Door de zekerheid binnen de arbeidsovereenkomst te versterken, blijft het belangrijk om te handhaven op schijnzelfstandigheid.
Onze vragen aan de minister: zitten werkgevers te wachten op nog meer regels nu het handhaven op schijnzelfstandigheid al toeneemt? Hoe kijkt de minister naar de uitvoerbaarheid van de nu voorliggende wet, als de Wet DBA ook al zo lang onuitvoerbaar blijkt? De overheid gaat met deze wet te ver in het beperken van de vrijwillige keuze van volwassen arbeiders en ondernemers. Veel flexwerkers kiezen bewust voor nulurencontracten of min-maxcontracten, omdat dit past bij hun leven, met mantelzorg, studie, bijbaan. Deze wet ontneemt hun die vrijheid onder het mom van bescherming, maar dit is een te ingrijpende bemoeienis.
Bovendien: waarom altijd de risico's afwentelen op de private sector, terwijl de overheid zelf de oorzaak in stand houdt? Hoge lasten op arbeid, complexe ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte en regeldruk maken vast werk onaantrekkelijk en door de hoge lasten en de marginale druk loont het gewoon niet meer om te werken. Deze wet maakt flexwerk vervolgens ook alleen maar duurder, zonder minder vast serieus aan te pakken. Forum voor Democratie kiest voor een arbeidsmarkt waarin vrijheid, verantwoordelijkheid en ondernemerschap centraal staan, niet voor meer Haagse bemoeienis die banen vernietigt en mensen hun eigen keuzes ontneemt. Deze wet is contraproductief, onuitvoerbaar en overbodig.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u zeer, meneer Van den Oetelaar. Ik geef graag het woord aan mevrouw Karaaslan. Zij spreekt namens de fractie van D66.