Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 11.24 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Kroon i (BBB):
Voorzitter, dank u wel. Namens mijn fractie wil ik in deze beschouwing op drie thema's ingaan: een stukje reflectie over onze samenwerking in Europa, een stukje Europees economisch en landbouwbeleid, en als laatste het MFK en de Europese financiën.
Voorzitter. Ik heb in mijn loopbaan meer dan 30 jaar in het internationale bedrijfsleven gewerkt. Ik heb daarbij ervaren dat wanneer de omstandigheden wat verzwaren, het belangrijk is om de focus te leggen op wat daadwerkelijk het verschil maakt en daarin koersvast en effectief te zijn. Vanuit dit perspectief maak ik me wat zorgen over het functioneren van de Europese samenwerking. Die is opgericht in 1951 en doorgezet met het credo "nooit meer oorlog", dus vrede. Vervolgens is die doorgezet in 1957 en 1992 met het credo "welvaart door samenwerking". We leverden nationale beleidsvrijheid in door verantwoordelijkheden over te hevelen en te verdelen. Het subsidiariteitsbeginsel zou ons moeten beschermen voor een stukje nationale autonomie, en de proportionaliteit zou ons moeten beschermen tegen bureaucratie.
Nu zijn we 75 jaar verder. Er zijn wat mijn fractie betreft successen, maar ook teleurstellingen. Zo vieren we het vrij reizen van mensen in de Unie, maar we zijn niet goed in staat om diezelfde gemeenschap te beschermen tegen dumping vanuit de wereldmarkt en tegen migratiestromen. We heugen het feit dat we binnen en aan de grenzen redelijk vrij van conflict en oorlog zijn gebleven, maar we hebben er steeds meer moeite mee om in de Unie consensus te houden en ons als blok te verhouden tot de geopolitieke blokken in de wereld. We hebben zeker veel meer welvaart gecreëerd in de afgelopen jaren, maar in de laatste jaren lijkt het wel alsof we meer bezig zijn met het verdelen van welvaart. We hebben goede afspraken gemaakt in Maastricht en Lissabon over hoe we ons tot elkaar verhouden, maar we hebben er moeite mee, mevrouw Ramsodit, om ons collectief aan die afspraken te houden; we hebben al gesproken over de begrotingsdiscipline. We hebben een Unie gebouwd op basis van een subsidiariteitsbeginsel, maar ondertussen worden steeds meer van de oorspronkelijk gedeelde verantwoordelijkheden door invulling van wetten en richtlijnen de facto een exclusieve verantwoordelijkheid van de Unie. En waar de regelgevers hun best doen om geen mazen in het net te laten vallen, wordt het proportionaliteitsbeginsel verwaarloosd.
Voorzitter. Hoe doen we het dan als Nederland in relatie tot die Unie? We hebben er garen bij gesponnen. Er is welvaart van gekomen. Maar wellicht zijn we wel een beetje verblind door die welvaart, zijn we ons superieur gaan voelen en hebben we daarmee de heldere blik op de lusten en de lasten van die Unie en ook onze politieke invloed verloren. Mijn fractie observeert dat we in Nederland graag de beste leerling van de klas zijn. We anticiperen op regelingen die nog niet bestaan, we leggen de eigen normen hoger dan die van het geheel en we geven graag nationale belangen op ten bate van het geheel. We staan voorop om anderen de les te lezen, maar we beheersen het spel van macht en invloed onvoldoende om onze eigen inzichten en onze eigen belangen voldoende te verdedigen.
Vragen aan de minister. Is het na 75 jaar niet eens goed om te heroriënteren op die samenwerking en ons af te vragen wat echt nodig is voor vrede, veiligheid en toekomstige welvaart? Is het ook niet het moment om elke lidstaat zelf verantwoordelijk te laten zijn voor wat ze zelf kunnen beïnvloeden en minder te gaan opereren als geldverdeler en regelgever, en meer als richtinggever en facilitator? Zou er niet een hoger democratisch gehalte moeten zijn voor de Brusselse besluitvorming? En zouden we als kabinet niet minder dienstbaar en volgend moeten zijn, en iets meer weerbaar en iets meer autonoom?
Wat ons betreft betekent het dat de prioriteiten moeten liggen bij veiligheid, marktbeleid, energie, industrie en voedselzekerheid. Alleen als we het samen significant beter kunnen, gaan we het samen organiseren. En alleen als we dwingend beleid nodig hebben om dat te borgen, maken we wetten. Voor de rest wijzen we eenieder op zijn eigen verantwoordelijkheid.
Vragen aan de minister. Welke acties heeft het kabinet om de groeiende invloed van de Unie op Nederland wat tegendruk te geven? Welke mogelijkheden ziet u om democratische besluitvorming te verbeteren? Is het kabinet bereid om de Commissie te bewegen een verbetering te onderzoeken van de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, bijvoorbeeld een gedetailleerde en gemotiveerde subsidiariteitstoets, een regio- of plattelandstoets bij de introductie van nieuwe regelgeving en een begrotingsproces per departement, zodat we ook democratische besluiten kunnen hebben over de doelen versus de middelen? Is het kabinet bereid om de regio's meer positie te geven in de vertegenwoordiging in Brussel? En in lijn met de opmerkingen van de heer Van Ballekom: neemt de president van de Europese Commissie niet te veel persoonlijk initiatief en in welke mate steunen wij haar uitspraken betreffende de alternatieven voor de NAVO en associatie met Canada?
Voorzitter. Ik kom aan het tweede deel van mijn betoog: economie en landbouw. Zoals de heer Draghi betoogde in zijn rapport van december '24 heeft de Unie een onvoldoende economisch versterkend beleid. De kern van Draghi lag rond drie thema's: de innovatiekloof, een energie- en klimaatplan en defensie- en veiligheidscapaciteit. Ondertussen zijn we wel twee jaar verder, maar niet veel verder. We zijn blij met een realistischere kijk op de Green Deal, we zijn blij met de deregulerings-Omnibus, we zijn blij met het concurrentiekompas en ook de ambitie van de Clean Industrial Deal heeft waarde, net als gerichte Europese investeringen. Maar we maken ons echt zorgen over de realiteit. De industrie lijkt zich te ontmantelen in onze havens en op Chemelot. De energieprijzen in Europa zijn hoger dan in de rest van de wereld en in Nederland zijn ze nog hoger. De milieuwetgeving beperkt onze industrie, terwijl de grenzen open blijven voor industriële producten vanuit de rest van de wereld waar men geen milieubeperkingen kent. De Europese energievoorziening lijkt geen integrale strategie te kennen en ook de transitie daarvan niet. Nederland lijkt de rekening te betalen voor de leveringszekerheid van aardgas voor andere EU-landen en de netwerk- en balanskosten van windenergie uit Europa zijn ook voor onze rekening. We hebben gezamenlijke ambities voor defensie-investeringen, maar in de praktijk haken de Duitse en Belgische marine af op orders bij onze Nederlandse scheepsbouwers. Wat betreft de investeringsimpuls maken we ons net als de heer Van Ballekom zorgen over de doelmatigheid van het helikoptergeld dat de Unie wenst uit te strooien.
Vragen aan de minister. Welke instrumenten is het kabinet voornemens om in te zetten om de Nederlandse industrie plek en plaats te blijven geven? Welke beleidslijn heeft het kabinet jegens de buurlanden waar het gaat om de doorbelasting van de kosten van wind op zee en de leveringszekerheid voor gas? Hoe gaat het kabinet de Nederlandse belangen in de maritieme industrie borgen? Welke verdere dereguleringsvoorstellen gaat het kabinet doen aan de Europese Commissie? Hoe beoordeelt de Nederlandse regering de wenselijkheid van al die nieuwe financieringsfondsen, waaronder het concurrentiefonds en Horizon Europe? Welke risico's ziet de Nederlandse regering hier met de ervaringen van coronaherstelfonds en de doelmatigheidsbeoordeling hiervan door de Europese Rekenkamer? Welke mogelijkheden ziet de Nederlandse regering om die doelmatigheidsverliezen te beperken en hoe gaat zij in staat zijn om die risico's voldoende te adresseren bij de Europese Commissie?
Voorzitter. Landbouw en visserij draaien niet alleen om individuele boeren. Zij vormen samen regionale gemeenschappen en voedselketens. Ze verzekeren onze nationale en Europese voedselsoevereiniteit en onderhouden het landschap. Je weet pas wat je mist als je het kwijt bent. Het Omnibusvereenvoudigingspakket voor voedsel en voeders is wat mijn fractie betreft een overwinning voor gezond boerenverstand, maar de EU en in het bijzonder Nederland legt zichzelf nog steeds te veel veel strengere eisen op dan nodig zijn. Ik denk hier dan aan kalenderlandbouw, Nitraatrichtlijnen, bufferstroken en ecoregelingen. En zij legt ook onvoldoende regels op die een gelijk speelveld garanderen en die ook mondiaal impact zouden kunnen hebben. Wat we niet mogen produceren, zouden we ook niet moeten willen importeren. Ik heb de volgende vragen aan de minister. Welke voor de agrarische sectoren relevante nationale regels gaan wij afschaffen? Is het kabinet bereid om in de Unie actief te werken aan het afschaffen van rigide regels en generieke regeldruk, zoals kalenderlandbouw? Is het kabinet bereid om te pleiten voor een afwijking van uniforme mestregels, derogatie, omdat steeds weer wetenschappelijk blijkt dat de omzetting van dierlijke mest naar eiwit nu eenmaal beter gaat in de Nederlandse bodem dan in generiek Europa, zeker in combinatie met vergisting en energievoorziening? In welke mate erkent de minister het belang van een sterke agrosector in Nederland en Noordwest-Europa vanuit het belang van strategische autonomie en veiligheid? Welke onderdelen van de agrarische ketens in Nederland ziet dit kabinet als strategische onderdelen van de Noordwest-Europese voedselvoorziening? Hoe denkt het kabinet deze positie te borgen? Kan de minister aangeven hoe men kijkt naar dit vraagstuk in Europa en welke rol de Commissie ziet voor de Nederlandse landbouwsector?
Voorzitter. Ik ga verder op het thema van Europese Financiën. De BBB-fractie heeft grote bedenkingen bij het MFK 2028-2034 en het eigenmiddelenbesluit. Mijn fractie ziet een te grote budgettaire sprong voorwaarts en geeft ook geen steun aan zelfstandige Europese belastingen. De kwalificatie "contributie" spreekt mij overigens enorm aan. Voor zover we kunnen beoordelen houdt het kabinet zijn poot stijf, en daarin krijgt het de steun van mijn fractie. Ik heb eerder opmerkingen gemaakt over de begrotingsregels en heb expliciet de vraag aan de minister welke mogelijkheden het kabinet ziet om in het kader van het MFK afspraken te maken over handhaving. In het nieuwe MFK zal er geen apart landbouwfonds zijn. Lidstaten kunnen de middelen beschikbaar voor landbouw flexibel besteden, maar de Europese Rekenkamer wijst op het risico dat het beleid tussen lidstaten hier uit elkaar gaat lopen, wat ten koste gaat van de Europese transitieplannen voor landbouw, dat het marktverstorend kan zijn en dat het kan leiden tot een ongelijk speelveld. Ziet het kabinet deze risico's ook en wat gaat het daaraan doen?
Onze fractie steunt wel de intentie — ik vertaal dat dan vrij — naar een meer performance based en minder bureaucratische structuur van het MFK. Tegelijkertijd komt de Europese Rekenkamer ook tot de conclusie dat het zwaarder zal moeten leunen op de nu al vaak zwakke administraties en controles van de lidstaten zelf. Impliciet voorziet zij meer en meer risico's van onrechtmatig en ondoelmatige besteding. Vandaar de vraag aan de minister: ziet het kabinet die risico's en hoe kijkt het tegen die doelmatigheidsrisico's van Europees geld aan? Welke stappen gaat het ondernemen bij de Commissie om een betere verantwoording en doelmatige besteding van die middelen af te dwingen? Als laatste: de commissie sorteert voor op gezamenlijke schulden, voor crisisbeleid en economische stimulus. Het coronaherstelfonds, waar we de rekening nog niet van hebben afbetaald, lijkt een voorbeeld te zijn voor die regelingen. Mijn fractie vindt dat een slechte ontwikkeling.
Voorzitter. De Europese Centrale Bank heeft het mandaat om prijsstabiliteit te bewaken en inflatie te bestrijden, maar zij voelt dat mandaat ook in het herstel en het stimuleren van economie. Zo zijn ter ondersteuning van de economie op grote schaal leningen van banken en bedrijven door de ECB opgekocht. Dit opkoopbeleid heeft geleid tot de omgekeerde wereld binnen de eurozone. Waar de opkoopprogramma's toen nodig waren om met name de economieën van de Zuid-Europese landen te steunen lag de rekening toen, en nu nog meer, bij fiscaal gezonde lidstaten. Nederland en Duitsland dragen nog steeds de renteverliezen van hun centrale banken, terwijl de Zuid-Europese centrale banken winst maken via de rentes van de toen opgekochte staatsschulden. Dat is de wereld op zijn kop.
Ik zie meneer Van Rooijen opstaan.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Ik volg het betoog van collega Kroon met grote belangstelling. Ik deel veel van zijn observaties en vragen. Hij sprak over "de wereld op zijn kop". Zou u kunnen aangeven wat de financiële implicaties zijn van wat u zojuist zei?
De heer Kroon (BBB):
Dat geef ik graag aan, via de voorzitter aan meneer Van Rooijen. Dat geld ondersteunde de economie toen, maar dat leidde ook tot een aantal zeepbellen in financiële markten en tot overliquiditeit in banken. Overliquiditeit in banken leidde tot lage rentes voor burgers, maar ook tot een hele hoge inflatie. In totaal werd er ongeveer 4.900 miljard euro in de Europese economie gepompt, via door de ECB opgekochte schulden. Daarvan is 3.500 miljard nog niet afbetaald. De rekening van die schuldenberg betekende ongeveer het volgende. Die schulden werden opgekocht bij banken. De banken kregen het geld op hun rekening. Daar konden zij niet veel mee. Zij hebben het teruggeleverd aan de nationale banken. Het vervelende is dat de nationale banken maar 1% of 1,5% rente kregen op de opgekochte leningen. Vervolgens werd er voor 3,5% vergoed voor het gestalde geld. We hebben in die periode feitelijk commerciële banken met ongeveer 1,5% tot 2% rente gesubsidieerd. Dat geld is allemaal uit de zakken van onze belastingbetalers gekomen.
Dan in absolute zin. Meneer Van Ballekom stelde daar een vraag over aan de minister. Ik doe het net anders door te vragen: minister, kunt u aan ons bevestigen dat het nettoverlies in 2024 3,4 miljard was voor De Nederlandsche Bank en dat het in 2025 bijna een miljard was, namelijk ruim 900 miljoen? Kunt u ook bevestigen dat voor elke 0,5% waarmee de Europese rente stijgt, de rekening voor De Nederlandsche Bank en daarmee voor de Nederlandse Staat ongeveer een miljard is? Als de rente stijgt naar ongeveer 3%, wat volgens de kapitaalmarkten eind dit jaar gebeurt, dan betekent dat een tegenvaller voor het kabinet van ongeveer 2 miljard. Ik hoop dat dit de vraag beantwoordt.
De voorzitter:
Dat is een uitgebreid antwoord.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dank voor dit uitvoerige antwoord. U wees terecht op de grote verliezen die de nationale banken en met name De Nederlandsche Bank hebben geleden. Daar vroeg u de minister ook naar. Dat ging een tijdje geleden om 3,5 miljard voor De Nederlandsche Bank, waar Knot toen nog president van was. Vindt u dat De Nederlandsche Bank, met toen nog Knot als president, wellicht samen met Duitsland veel scherper had moeten varen tegen de koers van de Europese Centrale Bank met dat gigantische opkoopbeleid? Het is natuurlijk heel goed dat Italië daarmee gered is. Misschien moet ook Frankrijk ooit gered worden, want we hebben een soort "exception française", zoals de Luxemburgse president het ooit zei. Vindt u niet dat we als rijke landen grote gevolgen dragen wat betreft de centrale banken en uiteindelijk de schatkist en de burger? Had dat niet anders gekund en gemoeten? Welke les betekent dat voor de toekomst?
De heer Kroon (BBB):
Dank u wel voor de vraag, zeg ik via de voorzitter. Ik kan me voorstellen dat we elkaar vanuit een solidariteitsgedachte helpen in tijden van crisis. Dat zal hier aan de linkerkant ook geapprecieerd worden. Maar het kan niet zo zijn dat de rekening daarvoor alleen ligt bij degenen die geholpen hebben. Als je dat met elkaar doet, als je met elkaar geld beschikbaar stelt voor een economie, dan moet dat geld ook terug. We zijn nu vier jaar verder. Het geld is niet terug. De rentelasten liggen nog steeds bij de partijen die het geld toen ter beschikking hebben gesteld. Zou het niet zo moeten zijn dat de rentelasten liggen bij degenen die het geld hebben genoten? Ik denk dat er op dat punt een weeffout in deze discussie zit. Als u vraagt of ik een oplossing had die technisch beter was, dan is het antwoord: wellicht. Wellicht had de ECB de depositorente niet zo hoog moeten zetten. Zo zijn er een aantal varianten, maar dan komen we in een technische discussie. Ik denk niet dat dat passend is in deze beschouwingen.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Tot slot. Ik proef uit dit betoog ook een beetje dat bijvoorbeeld Italië daardoor grotelijks is gered. Heel cynisch en tamelijk bizar is dat Italië nu een van de grootste profiteurs is van het rentegevolg dat u zojuist heeft beschreven. Dus wij hebben Italië geholpen. Wij betalen de rekening. En Italië zegt: "Dank u wel, want wij worden eigenlijk tamelijk onverwacht bediend met een groot cadeau."
De heer Kroon (BBB):
Ja, heel concreet: een aantal landen in het Zuiden hebben indertijd hun hoogrenderende obligaties verkocht. Die hebben daar gratis of bijna gratis geld voor teruggekregen. Feitelijk renderen die hoogrenderende obligaties nu in hun begrotingssaldo, dus daar draaien ze winst op, terwijl wij verlies maken. Dus wij hebben ze toen geholpen. Wij hebben nog steeds de kosten en zij worden eigenlijk nog steeds vanuit renteperspectief gesubsidieerd op het geld dat vergeven is. Dat geldt voor Italië, Spanje en Frankrijk.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
De heer Kroon (BBB):
Ja. De ECB heeft eigenhandig besloten dat hij een bijdrage moet leveren aan het behalen van de Europese klimaatdoelstellingen en zelfs de doelstellingen rond natuur en biodiversiteit. Wat mijn fractie betreft is hier sprake van mission creep, het eigenstandig vergroten van het mandaat. Daarmee wordt de ECB een politiek instituut zonder democratische legitimatie. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Waaruit blijkt voor het kabinet dat de ECB op deze manier klimaatdoelstellingen mag of moet nastreven? Hoe beoordeelt het kabinet de democratische legitimatie van deze eigenstandige uitbreiding van het mandaat? Wie en wat bepaalt de uitgangspunten van dit beleid van de ECB? Op welke manier wordt dit beleid getoetst en wordt er verantwoording over afgelegd?
Voorzitter. Ondanks de zorgen over het functioneren van de ECB pleit de BBB wel voor een verdere ontwikkeling van de Europese kapitaalmarktunie. De Europese Centrale Bank schat dat er anno vandaag zo'n 225 miljard euro aan kapitaal of liquiditeit gevangen zit binnen nationale grenzen, voornamelijk veroorzaakt door ringfencing van liquiditeit van spaargeld door individuele lidstaten, zoals België. Het inrichten van een Europees depositogarantiesysteem kan hierbij helpen. Dan heb ik de volgende vragen aan de minister. Welke opties zien de minister en het kabinet voor een versnelling van het vergroten van vrij verkeer van kapitaal? Welke kansen ziet het kabinet om alsnog een robuust en rechtvaardig Europees depositogarantiesysteem ingevoerd te krijgen? Hoe voorkomen we, zeg ik in het verlengde van onze vorige discussie, meneer Van Rooijen, dat in een dergelijk depositogarantiestelsel de rijke landen als nettobetalers de rekening voor dit garantiesysteem moeten betalen?
Voorzitter. In maart van dit jaar presenteerde de Commissie overhaast een voorstel over EU Inc. Onze fractie ondersteunt van harte de harmonisatie van wetgeving rond de rechtsvormen, maar dan niet alleen voor start-ups en scale-ups maar voor alle bedrijven. Het voorliggende voorstel, onder de naam "het 28ste regime", is wat onze fractie betreft ondoordacht. Het voorstel is gericht op registratiesnelheid, registratiekosten en een digitaal register ten behoeve van een vrij verkeer van aandelen. Maar dat zijn wat mijn fractie betreft oplossingen voor klein leed. Het lost het probleem van verschillende nationale regels en regionale wetgevingen op het gebied van milieu, arbeid, fiscaliteit en vergunningsverlening niet op. Het voorstel zoals het er nu ligt gaat leiden tot arbitrage. Het leidt tot shoppen tussen nationale wetgevingen, waar een multinational gewoonlijk aan blootstaat. Daarnaast schiet het voorstel wat mijn fractie betreft tekort waar het gaat om het juridisch borgen van de bestrijding van fraude en terrorismefinanciering, maar ook waar het gaat om aandeelhouders en bestuurlijke aansprakelijkheid. Dit is geen harmonisatievoorstel, maar het creëren van een bypass voor de regels. Wat gaat de Nederlandse regering doen, zo vraag ik de minister, om te zorgen dat het 28ste regime voldoende borgen geeft wat betreft fraude en terrorismebestrijding en geen bypass geeft voor arbeidswetgeving, fiscale structuren, aandeelhouders en bestuurdersverantwoordelijkheden?
Voorzitter. Ik sluit toch positief af. Ondanks de vele kritische punten onderschatten we de waarde van de Europese samenwerking niet. We leven al 75 jaar in relatieve veiligheid en uitstekende welvaart. Er is veel goeds gekomen van de Europese samenwerking. Daar moeten we dankbaar voor zijn. Tegelijkertijd moeten we onze ogen niet sluiten voor de rafelranden van deze samenwerking en zorgen dat de rafelranden van vandaag niet aanleiding zijn voor de deconfiture van morgen.
Terug naar het begin van mijn speech. Overlevers hebben focus. Ze kiezen, zijn koersvast en ze maken af wat ze begonnen zijn. De missie staat centraal. De rest moet wijken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Kanis van de fractie van D66.