Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.18 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Voorzitter. Hoewel er op het Europese continent nog altijd een verwoestende oorlog woedt en de Oekraïners in hun verdediging tegen Ruslands agressie een hoge prijs blijven betalen, zit er in Amerika een president die eind vorig jaar nog een gewapende aanval op een gebied dat behoort tot een EU-lidstaat, niet uitsloot. De nieuwe geopolitieke wanorde ontrolt zich in een schrikbarend tempo, en dat op een moment waarop de mensheid voor enorme uitdagingen staat. Voor de net afgesloten Algemene Vergadering betoogde VN-secretaris-generaal Guterres dat er drie existentiële dreigingen zijn: de op hol geslagen AI, de klimaatcrisis en de steeds dieper wordende ongelijkheid. Internationale samenwerking is daarom meer dan ooit nodig. Maar juist die samenwerking is zelf in een existentiële crisis geraakt, niet in de laatste plaats door een destructief America first-beleid van de regering Trump.
In zo'n wereld, hoor ik vele collega's denken, is het goed dat we de Europese Unie hebben. Dat vindt mijn fractie ook. Maar dan moet die Unie wel bijdragen aan de oplossing van deze mondiale problemen in plaats van er zelf onderdeel van te worden. De EU moet grensoverschrijdende problemen, zoals opwarming van de aarde, milieuvervuiling en belastingontwijking, aanpakken, maar geen grensoverschrijdende problemen creëren. En de EU moet lidstaten de ruimte geven om de dagelijkse zorgen van mensen, zoals over de betaalbaarheid van boodschappen, energie en huren, aan te pakken. Arbitraire en slecht doordachte begrotingsregels, zoals het domme dogma van de 3%, en interne marktregels mogen democratische keuzes voor betaalbare voorzieningen en publieke investeringen niet onnodig in de weg zitten. We hebben een sterke Europese Unie nodig, maar de vraag is waar de EU die macht voor gebruikt en hoe die macht tot stand komt.
Voor de SP is het essentieel dat Europese besluitvorming democratisch en transparant is en rust op sterke, nationale democratieën, niet op een uitholling. Daarom vraag ik de minister: hoe wil hij de Europese besluitvorming democratischer en transparanter maken? Deze vraag speelt actueel ook bij de Omnibuspakketten. Ik sluit aan bij eerdere vragen van collega Ramsodit. Met deze pakketten worden soms vele wetten tegelijk gewijzigd, terwijl normale effectbeoordelingen en inspraak van maatschappelijke organisaties worden ingeperkt. De Europese Ombudsman heeft bij verschillende versnelde trajecten, waaronder de Omnibus over duurzaamheid, ernstige tekortkomingen in de voorbereiding in het wetgevingstraject vastgesteld. Is de minister het met mij eens dat elke Omnibus vraagt om een navolgbare onderbouwing, een volledige effectbeoordeling en een normale consultatie van de belanghebbenden? Dit is immers ook een voorwaarde voor onze controlerende taak als nationaal parlement.
Voorzitter. Een sterke EU in de huidige wereldwanorde betekent dat de EU moet streven naar strategische autonomie. We hebben het vandaag al vaker gehoord. Dat betekent wat de SP betreft dat de EU haar eigen geopolitieke koers moet varen, ook ten opzichte van Amerika. Tijdens de Groenlandcrisis, een richting Europa ongekend staaltje van Amerikaans imperialisme, stelde de Belgische premier De Wever dat we in een situatie dreigden te belanden waarin we niet langer een blije vazal waren, maar een miserabele slaaf werden. Mijn fractie wil helemaal van die vazalstatus af. We hebben een Europese Unie nodig die opstaat tegen Trump, tegen een Amerikaanse president die de waarden waar de EU voor zegt te staan, bij het grofvuil zet en wiens regering het ondermijnen van de huidige EU tot onderdeel van haar veiligheidsstrategie heeft gemaakt. Deelt de minister onze opvatting dat dit vraagt om een EU die haar eigen koers vaart, ook ten opzichte van de Verenigde Staten?
Waar de EU zeker moet opstaan tegen Trump, is bij het Internationaal Strafhof, nu de VS na de reeds geldende sancties tegen rechters en aanklagers dreigen het hele instituut op de sanctielijst te zetten. De minister heeft gesproken over het willen klaarzetten van het EU blocking statute. Waarom staat dat niet allang klaar? Het steen voor steen afbreken van het Strafhof, in de woorden van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rubio, is allang in gang gezet. Ik zei dat vanmorgen per interruptie ook al. Wat heeft Nederland concreet bij de Commissie ondernomen om het blocking statute te kunnen toepassen? Wat staat de toepassing nu nog in de weg? En kan de minister toezeggen dat Nederland bij sanctionering van het hof als instituut op onmiddellijke toepassing zal aandringen?
Voorzitter. Een onafhankelijk Europa vergt ook digitale autonomie en het afbouwen van onze afhankelijkheid van de Amerikaanse big tech. Daarvoor is een stevige Europese industriepolitiek nodig, want we kunnen dit niet in ons eentje. Maar die industriepolitiek moet de brede welvaart dienen en bijdragen aan sociale en ecologische doelstellingen. Zij mag niet neerkomen op alleen maar subsidies aan multinationals of het vergroten van de handelingsvrijheid van grote bedrijven ten koste van publieke regels en democratische zeggenschap. Publiek geld moet publieke doelen dienen en hand in hand gaan met zeggenschap. Deelt de minister deze uitgangspunten?
Met de nieuwe Europese industriepolitiek zoals die nu gevoerd wordt, lijkt vooral veel geld naar aandeelhouders te gaan, zonder dat we daar zeggenschap voor terugkrijgen. Tegelijkertijd wordt onder het mom van concurrentiekracht een nieuwe dereguleringsagenda uitgerold. Eigenlijk is het een oude neoliberale agenda in een nieuw jasje. Onder het mom van concurrentiekracht zien we de afbraak, of in ieder geval het grote risico op de afbraak, van de bescherming van werknemers, klimaat en milieu. Ik noemde net al de Omnibuswetgeving, een dereguleringsproject waarvan de kwaliteit en het democratische gehalte ook ernstig tekortschieten. In Omnibus 1 is het aantal bedrijven dat onder de Europese duurzaamheidsrapportage en zorgplicht valt aanzienlijk verkleind. Voor veel ondernemingen verdwijnen verplichtingen om rekenschap af te leggen over hun effecten op mens, dier en milieu. Wij lezen in de Staat van de Unie dat dit kabinet niet alleen meegaat in deze dereguleringsagenda, maar er zelfs een aanjager van is. Maar waar ligt dan voor het kabinet de grens? Zijn er sociale en milieunormen die voor ons kabinet niet afgezwakt zouden mogen worden? En zo ja, welke zijn dit? Een race to the bottom dreigt ook door het voorstel — daar is het vandaag ook al eerder over gegaan — voor een zogenaamd 28ste regime: een Europese vennootschap waarmee nationale sociale rechten omzeild kunnen worden en waar Europese grootindustriëlen hard voor gelobbyd hebben. Deelt de minister onze zorgen op dit punt?
Voorzitter. Strategische autonomie mag ook niet worden gereduceerd tot steeds hogere militaire uitgaven. Militarisering is niet het antwoord. De Europese defensie-uitgaven zijn volgens commissiepresident Von der Leyen de afgelopen vijf jaar al met bijna 80% gestegen. Nog een keer bijna een verdubbeling, een proces dat de EU bewust aanjaagt via initiatieven als ReArm Europe, maakt Europa niet vanzelf veiliger. Het kan juist leiden tot een nieuwe wapenwedloop en daarmee uiteindelijk bijdragen aan een grotere onveiligheid van ons continent. Bovendien weten we wie hier de rekening betaalt: de werkers van Europa, via bezuinigingen op zorg, sociale zekerheid en andere publieke voorzieningen. Veel economen en ook het IMF presenteren deze politieke keuze inmiddels als onvermijdelijk. Er zal bezuinigd moeten worden, anders kunnen we die honderden miljarden extra voor defensie niet ophoesten. Erkent de minister dat dit ten koste zal gaan van de brede welvaart in de hele EU? En is dat de prijs die we moeten betalen voor wat hij ziet als onze veiligheid? Nogmaals, de SP ziet die vooral als schijnveiligheid, want wat herbewapening heet te zijn, is in feite overbewapening. De militarisering bepaalt intussen grote delen van het EU-industriebeleid. De omnibus voor Europese defensiegereedheid versnelt vergunningen voor defensieprojecten en verruimt uitzonderingsmogelijkheden. Het Nederlandse non-paper vroeg zelfs om vergaande voorrang voor defensiebelangen, ook tegenover natuurregels. De SP vindt dit zorgwekkend. Waar trekt de minister de grens en welke waarborgen blijven overeind als de druk op snelle besluitvorming ook op dit gebied toeneemt?
Voorzitter. Ik noemde het al. Meer dan vierenhalf jaar na de grootschalige Russische invasie gaat het oorlogsgeweld in Oekraïne nog altijd in alle hevigheid door, met inmiddels meer dan honderdduizenden doden. De SP heeft de Russische agressie steeds scherp veroordeeld. Oekraïne heeft het recht zich te verdedigen en verdient daarbij onze steun. Maar tegelijkertijd is het onze plicht om er alles aan te doen dat er vredesonderhandelingen komen, een bestand en uiteindelijk duurzame vrede. En ik vraag me oprecht af of de EU er alles aan doet. Poetin wil geen vrede, heet het dan. Ik snap dat, maar dat antwoord is niet voldoende. De EU heeft al die jaren te weinig diplomatiek initiatief getoond en het uiteindelijk aan Trump overgelaten. Wat ons betreft is dat een grote fout. Kunnen we nog iets verwachten van de EU op het diplomatieke front, of blijft het bij wapens leveren tot het einde? En hoe ziet dat einde er dan volgens de minister uit?
Voorzitter. Het beschermen van de democratische rechtsstaat gaat ook over de waarden waar de EU voor zegt te staan, intern — en hier zien we dat lidstaten nog steeds regelmatig de beginselen van de rechtsstaat aan hun laars lappen — maar ook extern in ons buitenlandbeleid. Europa verliest zijn geloofwaardigheid wanneer het het internationaal recht selectief toepast. Toen Trump dreigde met de gewelddadige overname van Groenland stond de EU terecht op zijn achterste benen. Maar toen Trump het VN-Handvest opnieuw grof schond met de aanval op Iran sprak alleen Spanje meteen duidelijke taal. Het meest schrijnende voorbeeld van deze dubbele standaard betreft de onwil van de EU om aan Israël harde en effectieve economische sancties op te leggen, gericht op het uitoefenen van maximale druk om zo een einde te maken aan de genocide op de Palestijnen in Gaza en de voortdurende en steeds gewelddadigere en verdergaande bezetting. Bij die bezetting gaat Israël met grote stappen de facto richting annexatie van de Westelijke Jordaanoever.
Het is wat betreft de SP een schande dat het handelsdeel van het associatieakkoord niet allang is opgeschort. Wat mijn fractie betreft wordt het hele akkoord opgezegd en komt er een tweezijdig wapenembargo vanuit de hele EU. Maar wat is nu de inzet van de regering om een meerderheid in de Raad te vinden voor de voorgestelde gedeeltelijke opschorting van het associatieakkoord? Welke lidstaten probeert Nederland te winnen en op welke termijn verwacht de minister hier resultaat?
Voorzitter. Ik begon met de huidige geopolitieke wanorde en de crisis van de internationale samenwerking. Willen we die crisis bezweren, dan moeten we af van de dubbele moraal, zoals de Canadese premier Carney al scherp zag in Davos. De Europese Unie moet zich blijven inzetten voor een multilaterale samenwerking die werkelijk op het internationaal recht gebaseerd is, en niet een die rechtsorde selectief toepast. De SP roept de minister en dit kabinet op om zich daarvoor in te zetten, niet alleen in woorden, maar ook in daden.
Ik rond af. Een sterke Europese Unie is voor de SP geen doel op zichzelf. De beslissende vraag blijft waarvoor Europa zijn macht gebruikt: voor verdere militarisering, deregulering en de belangen van grote ondernemingen, of voor een daadwerkelijk op recht gebaseerd multilateralisme, het bevorderen van vrede, het verkleinen van sociale ongelijkheid en het vergroten van zeggenschap van mensen. Ik zie uit naar de beantwoording van de minister.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik zie een interruptie van de heer Kroon.
De heer Kroon i (BBB):
Ik ben onder de indruk van uw zoals gewoonlijk gepassioneerde verhandeling als het gaat om de rechten en plichten die we hebben om te zorgen voor mensen die het wat minder hebben. Dat kwam een beetje tussen de regels door toen u verwees naar de zorg over wonen. Ik ben heel blij dat u dat doet, maar tegelijkertijd vind ik er ook iets inconsistents in. Als u zo pleit voor de zelfstandige bevoegdheid die een staat zou moeten hebben om dat soort dingen te organiseren, en zo pleit voor een dereguleringsagenda, hoe blijkt dat dan uit uw stemgedrag in deze Kamer? Op 22 september jongstleden hadden we een stemming over de Uitvoeringswet Instrument voor Internationale Overheidsopdrachten. Typisch zo'n voorbeeldje van Europese regelgeving die tot de laatste komma reguleert hoe wij tussen een gemeente en een opdrachtgever zaken moeten doen. U pleit hier voor zelfstandigheid, zelfbeschikkingsrecht en deregulering, maar daar stemt u voor de wet. Kunt u dat eens uitleggen?
De heer Van Apeldoorn (SP):
Om te beginnen denk ik dat er een misverstand is en dat de heer Kroon mijn verhaal ergens niet goed gehoord heeft, want ik pleit niet voor een dereguleringsagenda. Ik pleit juist tégen een dereguleringsagenda. Ik ben ook niet tegen Europese regelgeving, alleen gaat het om: wat voor regelgeving? Ik heb de heer Kroon van de BBB-fractie eerder een van de omnibussen horen roemen, want het zou boerenverstand zijn omdat regels worden weggenomen. Volgens mij zijn dat regels die niet weggenomen of afgeschaft zouden moeten worden, want het zijn regels die gaan om de bescherming van het milieu, onze leefwereld. Het gaat over voedselveiligheid et cetera. Wij zijn helemaal niet tegen dergelijke Europese regelgeving, maar het gaat om het volgende. Regelgeving moet bedoeld zijn om ervoor te zorgen dat we binnen de interne markt aan bepaalde standaarden vasthouden. Als je een interne markt hebt, moet je ook bepaalde standaarden hebben, anders is het een race naar de bodem. Maar regelgeving moet niet zover gaan dat Europa zich gaat bemoeien met zaken waar lidstaten prima zelf over kunnen gaan.
De voorzitter:
De heer Kroon.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Welke zaken dat zijn, daar kunnen we dan vervolgens een debat over hebben. Maar ik maak me juist zorgen over de dereguleringsgolf die gaande is of de dereguleringsagenda van de Europese Commissie, bijvoorbeeld in de vorm van die omnibussen.
De heer Kroon (BBB):
Ik heb u wel goed gehoord.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Mooi.
De heer Kroon (BBB):
U bent niet tegen deregulering, u bent tegen de manier waarop die dereguleringsagenda nu uitgerold wordt. Ik heb ook goed opgelet. Daar waar u een voorstander bent van meer zelf doen waar het zelf kan, is de wet waar ik aan refereerde typisch zoiets waar we het zelf kunnen. Dan zou ik toch, via de voorzitter, aan u willen vragen: neem deze uitgangspunten die u nu zo hard naar voren drukt, dan ook in ogenschouw wanneer u dit soort andere wetten beoordeelt.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Wij zullen het advies van de heer Kroon meenemen, maar volgens mij is er toch minder inconsistentie in ons stemgedrag dan de heer Kroon nu bij dezen heeft gesuggereerd. Nogmaals, de SP maakt zich zorgen over de deregulering die nu plaatsvindt op Europees niveau, maar dat wil niet zeggen dat elke Europese regelgeving goed is. We beoordelen dat van geval tot geval. Helpt de regelgeving om de problemen van mensen op te lossen of vergroot die de problemen van mensen? Dat is voor ons het criterium.
Dank u, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de fractie van de ChristenUnie.