Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 22.05 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Veel dank, voorzitter, heel sympathiek. Heel kort. Allereerst de felicitaties aan de heer Steenkamp. Dat was nog een eerdere missie van mij.
Dank voor de beantwoording aan de minister. Ik constateer toch dat opkomen voor de internationale rechtsorde niet altijd opstaan tegen Trump betekent voor de minister. Maar ik ben wel heel blij dat hij het Strafhof wil beschermen en dat hij alles wil doen wat daarvoor nodig is. Daar zullen we hem ook aan houden.
Wij als SP-fractie blijven ons zorgen maken over de militarisering. Anders dan de minister zien wij dit niet per se bijdragen aan de veiligheid, maar eerder omgekeerd. We zien dit zeker ook ten koste gaan van de brede welvaart.
Ten slotte maken wij ons zorgen over wat ik de "dereguleringsagenda" heb genoemd. Onder het mom van concurrentiekracht dreigt een race to the bottom. Ik sluit wat dit betreft ook aan bij de vragen van collega Ramsodit over met name het 28ste regime. Want ik moet eerlijk zeggen dat de antwoorden van de minister daarover nog wat vaag waren en dat die mij niet geruststelden. Ik zei al: ik hoop dat hij zich er wat verder in zal verdiepen. Misschien kan hij in de tweede termijn nog wat duidelijker antwoord geven, ook richting collega Ramsodit. Zij vroeg om een goede toezegging op dat punt.
Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft nog een interruptie van de heer Van Hattem.
De heer Van Hattem i (PVV):
Ik gun de heer Van Apeldoorn een interruptie. Misschien kan hij nog een paar woorden besteden aan een belangwekkend onderwerp als die deregulering. Ik denk namelijk dat het misschien wel goed is om daar kritisch naar te kijken. Deregulering klinkt inderdaad leuk, maar het kan ook zomaar zo zijn dat er regels worden geschrapt die juist de nationale belangen, de soevereiniteit van lidstaten, bij bepaalde maatregelen waarborgen. Is de heer Van Apeldoorn van de SP het met mij eens dat we daar zeer behoedzaam mee moeten omgaan? Is hij het ermee eens dat er niet zomaar regels moeten worden geschrapt die juist onze nationale soevereiniteit beschermen en die de positie van landen beschermen bij bepaalde regelgeving waardoor er nog meer macht bij Brussel kan komen te liggen?
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ja, daar zou ik het in algemene zin mee eens kunnen zijn. Het gaat hier volgens mij deels om Europese regels die bijvoorbeeld natuur, milieu en werknemers beschermen. Dan zou ik zeggen: wij zijn tegen een versoepeling daarvan. Het is belangrijk dat er op Europees niveau een soort van minimum is als het gaat om de standaarden. Die moeten we vooral niet gaan ondermijnen. Tegelijkertijd is sociaal beleid wat mij betreft ook in de eerste plaats een nationale competentie en moeten lidstaten de ruimte blijven krijgen om hun eigen sociale beleid te voeren, ook bovenop wat Brussel doet. Het kan niet zo zijn dat staten in naam van concurrentiekracht belemmerd worden om wat dat betreft hun eigen beleid te voeren. Dat zijn de heer Van Hattem en ik dus met elkaar eens.
De voorzitter:
Fijn.
De heer Van Hattem (PVV):
Ja, voorzitter, dat zeker, maar misschien dan toch iets specifieker. Stel dat er bijvoorbeeld een regel is en er wordt gezegd "er moet eerst mee ingestemd worden vanuit de nationale lidstaat" of "het moet echt worden voorgehangen om te bepalen of de nationale lidstaat daarin meegaat" en zo'n regel wordt geschrapt, is de heer Van Apeldoorn het dan met mij eens dat daar dan ook juist goed naar gekeken moet worden en dat dit geen machinerie moet worden waardoor de Europese Commissie verder door kan denderen en juist de handremmen eraf gaan in het kader van deregulering? Want dan hebben we geen echte deregulering, maar een verdere uitholling van de nationale soevereiniteit.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Het zou, denk ik, helpen voor het debat — maar ik denk dat de voorzitter dat niet toestaat — als de heer Van Hattem specificeert over welke regels hij het dan heeft of waar hij dan bijvoorbeeld aan denkt. In algemene zin hebben we met de interne markt wel gezien — dat is al langer aan de gang — dat lidstaten van alles niet mogen doen. Denk bijvoorbeeld aan aanbestedingen en aan de Dienstenrichtlijn. Dat beperkt bijvoorbeeld ook gemeenten, bijvoorbeeld in waar ze een bedrijf kunnen vestigen. Dat is allemaal in het kader van de interne markt. Daar heeft de SP zich altijd tegen verzet. Als de heer Van Hattem er ook aan denkt hoe de regulering in die zin ook de beleidsautonomie van lidstaten en ook van regionale overheden onnodig belemmert, vinden we elkaar.
De voorzitter:
Daar kunt u ook onder het genot van een gembershot nog veel over praten.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Wie weet, wie weet.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Apeldoorn, want u heeft zich keurig aan de minuut gehouden. Ik ga het woord geven aan mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie. Zij heeft nog vijf minuten.