Plenair Klip-Martin bij behandeling Algemene Politieke Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 10.19 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Klip-Martin i (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Ik groet het kabinet. Ik wil graag aan vier onderwerpen aandacht besteden in mijn bijdrage: de democratische rechtsstaat, onderhandelen en langetermijndenkers, het vertrouwen van burgers in hun overheid en een aantal inhoudelijke onderwerpen. Het kan niet anders dan dat er een redelijke rode lijn — ik kan ook "blauwe lijn" zeggen — te ontdekken is in de bijdrage van de heer Rosenmöller en mijn bijdrage.

Voorzitter. Na bijna 30 jaar in het openbaar bestuur, op verschillende niveaus, sta ik hier waarschijnlijk voor de laatste keer bij Algemene Politieke Beschouwingen. 30 jaar politiek stemt tot enige reflectie over het grote belang van onze democratische waarden. Democratie kan immers alleen functioneren wanneer politici en bestuurders opereren vanuit die democratische waarden: een diepgeworteld besef dat een keuze gedragen door ons allen beter is dan een keuze gedragen door de helft plus één, het besef dat de meerderheid beslist met inachtneming van de gerechtvaardigde mening van de minderheid, het besef dat de ander ook behoort tot het democratisch collectief en het vertrouwen dat die ander even goed probeert om de maatschappij als geheel vooruit te brengen.

Ik kijk even terug naar het debat over de regeringsverklaring van precies een halfjaar geleden. Onze afsluitende hartenkreet van toen staat nog steeds als een huis: politiek is niet voor bange mensen. We spraken de noodzaak uit voor langetermijndenkers: durf te kiezen voor de lange termijn, ook als die keuze ongemakkelijk is. Geen besluit is immers ook een besluit en de tijd is niet gratis. Of, zoals de koning het verwoordde op 16 september jongstleden: de toekomst wacht niet op achterblijvers.

Voorzitter. Ik begin met een citaat: "Debat en verschil van inzicht horen bij een levende democratie. Maar wat er ook bij hoort, is de bereidheid elkaar over die verschillen heen op een volwassen manier de hand te reiken." En: "Dat betekent dat politiek en samenleving in het hier en nu toekomstgericht moeten blijven denken en handelen." Dat zouden zomaar citaten uit de troonrede van 2026 kunnen zijn, maar de koning sprak deze woorden tijdens de troonrede van 2025. Over urgent en actueel gesproken. In de eerste 130 dagen van dit kabinet hebben we gelukkig kunnen zien dat het kabinet-Jetten ambitieus is. Zo kreeg de Tweede Kamer in dat eerste gedeelte al 56 nieuwe wetsvoorstellen en wetswijzigingen voorgelegd en hoewel het niet gaat om het aantal, geeft dat wel aan wat dit kabinet wil bereiken en dat is resultaat. Dat kan het kabinet, zeker als minderheidskabinet, niet alleen. We zien hoe dit minderheidskabinet met vallen en opstaan een werkwijze ontwikkelt. Met de begrotingsbrief van 29 september heeft een kabinet een meer dan forse stap in de richting van de oppositiepartijen en de polder gedaan.

Samenwerking vraagt iets van elkaar. Het vraagt vertrouwen en begrip voor de buikpijn van de ander, het vraagt om een breed besef van de gedeelde verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons land en het vraagt om geven en nemen. Waar we ons inziens in het publieke debat op moeten letten, is dat het meer moet gaan over overeenkomsten en minder over verschillen, dat het meer moet gaan over een gedragen analyse van de problematiek en minder direct over oplossingen en dat het meer moet gaan over de toekomst en minder over het heden. Hoe kijkt het kabinet hiertegen aan, vragen wij de minister-president.

Voorzitter. Alvorens op een aantal inhoudelijke onderwerpen in te gaan — u kunt ongeveer raden welke dat zijn — zijn er nog twee overkoepelende andere thema's die ik namens de VVD-fractie graag aan de orde stel, te beginnen bij de groeiende kloof tussen de systeemwereld en de echte wereld. Wij hebben ons land de afgelopen decennia steeds verder ingericht in systemen, steeds verfijnder en gedetailleerder. Door de dominantie van die systeemwereld is de mens steeds meer uit beeld geraakt. En als het waarom van beleid voor mensen niet meer herkenbaar is, verdwijnt niet alleen het vertrouwen in de overheid, maar ook het gevoel dat mensen zelf verantwoordelijkheid kunnen en moeten nemen. Want mensen zijn best bereid om regels te accepteren en verantwoordelijkheid te dragen als ze begrijpen welk doel ermee gediend wordt en als ze ervaren dat ze daarin zelf betekenisvol kunnen handelen. Een voorbeeld is het ondoorgrondelijke meetinstrumentarium van de stikstofdepositie: begrijpelijk ontstaan, maar niet overtuigend meer als meetinstrument. Daarom is het volgens de VVD-fractie tijd om de mens en zijn persoonlijke wereld weer meer als vertrekpunt te nemen door systemen weer dienstbaar te maken aan hun oorspronkelijke doel.

Het tweede overkoepelende thema dat ook nadrukkelijke aandacht verdient, is onze democratische rechtsstaat. De heer Rosenmöller had het er ook uitvoerig over. Een sterke rechtsstaat is immers geen vanzelfsprekendheid. Zij vraagt voortdurend onderhoud, zorg en bestuurlijke wijsheid. Juist in een tijd waarin vertrouwen in de politiek en instituties onder druk staat, verdient de zorg voor onze rechtsstaat extra aandacht. De ontwikkelingen elders in Europa en in de Verenigde Staten op dit terrein stemmen niet vrolijk en benadrukken die noodzaak alleen maar. Dat hangt nauw samen met de democratische waarden die ik eerder noemde. Het verlangt van ons dat we staan voor die waarden, dat we ze uitdragen en met verve verdedigen wanneer ze onder druk staan.

Maar ook dichter bij huis spelen zorgwekkende ontwikkelingen, zoals bij de recente Malieveldprotesten, waar antidemocratische en neonazistische geluiden te horen waren. We wekken soms de indruk dat we er al aan gewend zijn en dat we het normaal vinden. Dat is het allerergste en eigenlijk de grootste alarmbel, of zoals politicoloog Cas Mudde het verwoordde: "Het politieke gevecht gaat niet meer tussen links en rechts in de democratie, maar om de democratie zelf." Graag horen wij van de premier hoe het kabinet hierin actief positie kiest, zeker ook tegen de achtergrond van het rapport over dit onderwerp dat de AIVD en de NCTV samen uitbrachten.

Voorzitter. Dan ben ik bij een aantal inhoudelijke thema's. Ik behandel graag de Miljoenennota aan de hand van enkele van die thema's. Zonder te pretenderen volledig te zijn, wil de VVD-fractie in elk geval kort de volgende punten aan de orde stellen bij het kabinet: onze economie, de nationale en internationale veiligheid, het asielbeleid, zorg, klimaatverandering en de bouwopgave; u zag ze al eerder voorbijkomen.

Te beginnen bij de economie. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afgesproken te werken naar een economische groei van 1,5%. De VVD-fractie is zich terdege bewust van het feit dat dit, gegeven de politieke omstandigheden, geen gemakkelijke opgave is. De Miljoenennota laat gelukkig zien dat het kabinet deze opdracht serieus neemt en zelfs ziet als nationale opdracht. Dat is terecht. Middelgrote en kleine bedrijven en zeker ook grote ondernemingen die willen investeren, moeten we waarderen, de ruimte geven om stappen te zetten en ook van stabiel en voorspelbaar beleid voorzien, zodat ze ook in Nederland willen blijven. De aangekondigde oprichting van een nationale investeringsinstelling gaat zeker ondersteunend zijn bij de financiering van start-ups en scale-ups.

In dat licht zijn we ook blij met de extra investeringen die worden gedaan op het gebied van infrastructuur, want een goed functionerende infrastructuur is essentieel voor onze nationale veiligheid en voor onze economische ontwikkeling. Maar ook AI verdient op deze plek vermelding. Het raakt ons onderwijs, onze economie, onze concurrentiekracht en het nationale en internationale debat over de hoognodige regulering. Dan de vergrijzing. Hoe ziet ons land eruit met minder werkenden, steeds minder werkenden en steeds meer ouderen? Daarmee is direct een link gelegd met de houdbaarheid van onze sociale voorzieningen en ons zorgsysteem. Hoe kijkt het kabinet daartegen aan na de forse aanpassingen van het regeerakkoord op dit punt?

Voorzitter. Veiligheid is voor de VVD, net als voor vele anderen overigens, altijd een kerntaak van de overheid geweest. Veiligheid gaat verder dan politie, justitie en Defensie. Het gaat tegenwoordig ook over cyberaanvallen, desinformatie, economische en militaire afhankelijkheden en de bescherming van onze vitale infrastructuur. Maar het gaat ook om de individuele vrijheid van mensen, zodat ze zich veilig voelen in hun dagelijks leven en ook achter hun eigen voordeur. Nederland moet waakzaam zijn, zowel fysiek als digitaal. Een belangrijke stap is het op orde brengen van de cyberveiligheid van onze bedrijven, onze infrastructuur en de weerbaarheid van individuele burgers. Ook onze medeoverheden zijn daarmee actief aan de slag. Welke stappen staan het kabinet hierbij de komende jaren voor ogen?

De internationale veiligheid vraagt ook onze nadrukkelijke aandacht. De onzekerheid waar we in april al over spraken, is de afgelopen maanden alleen maar onzekerder geworden, en dan niet in positieve zin, met een almaar voortdurende oorlog in het Midden-Oosten tussen de VS en Iran die alleen maar verliezers kent, het conflict in de Palestijnse gebieden en, niet te vergeten, de agressieoorlog van Poetin in Oekraïne. We ondersteunen het kabinet in zijn niet-aflatende steun voor Oekraïne en in zijn leidende rol daarbij. Specifieke aandacht moet daarbij wat ons betreft gevestigd worden op het ICC, het International Criminal Court, waar de heer Rosenmöller ook al over sprak. Dat kan de daders van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden veroordelen. Dit instituut verdient dan ook onze onvoorwaardelijke steun en verdient steen voor steen bescherming, zeggen wij de minister-president na.

Dat brengt mij bij immigratie en asiel. De minister voert de Spreidingswet uit, zodat de lasten zo eerlijk mogelijk worden verdeeld. Wij realiseren ons daarbij ook dat gemeenten het zwaar hebben met de huisvesting van statushouders, noodopvanglocaties en de opvang van Oekraïners. Contramal is natuurlijk ook de afgesproken noodzakelijke daling van de instroom, wat voor een goede werking van het Europese Migratiepact essentieel is. De instroom lijkt te dalen, maar mogelijk is het nog te vroeg om hier een trend in te zien of de precieze oorzaak van aan te wijzen. Gaat het kabinet extra maatregelen nemen als de huidige maatregelen onvoldoende blijken te zijn?

Dan ook een woord over de zorg. Nederland heeft een zorgstelsel gebaseerd op solidariteit, waar we heel trots op mogen zijn. Iedereen in Nederland mag zich verzekerd weten van de zorg die hij nodig heeft. Sinds 2006 is er een verzekerd basispakket voor iedereen. We betalen zorgpremie en een eigen bijdrage. Voor mensen met een kleinere beurs bestaat er zorgtoeslag. De totale zorgkosten per jaar bedragen 120 miljard euro. Die kosten blijven stijgen bij ongewijzigd beleid. Zonder ingrepen komt voor volgende generaties ons kroonjuweel solidariteit onder druk te staan. Er kan dus niet snel genoeg begonnen worden met de route naar passende zorg. Hoe gaat het kabinet het antwoord op deze onvermijdelijke keuze vinden, zo vragen wij de minister-president.

Dan kom ik bij klimaatverandering en onze water- en energievoorziening. Bij het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 werd wereldwijd afgesproken dat de temperatuurstijging van de aarde bij voorkeur niet boven de 1,5 graad uit zou komen. Inmiddels is duidelijk dat we die grens niet halen. Het Planbureau voor de Leefomgeving berekende dat ons land zonder extra maatregelen ook de eigen klimaatdoelen niet haalt. Ook instituten als het KNMI en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid luidden de noodklok. Wat we nodig hebben, is realistisch langetermijnklimaatbeleid. In de troonrede waren hierover alarmerende en behartigenswaardige woorden opgenomen. Wat is de gedeelde visie van het kabinet hierop, vragen wij de minister-president.

Dat brengt mij bij netcongestie en haperende drinkwaterbeschikbaarheid. Ook de Raad van State wijst er in het advies over de Miljoenennota op dat een gevoel van urgentie en versnelling nodig zijn.

Zal ik dit afmaken, of zal ik even stoppen?

De voorzitter:

Maakt u even uw zin af. Dan hebben we daarna ruimte voor een interruptie.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ja, mijn zin was af, maar het kopje niet.

De voorzitter:

Het kopje. Ik praat ook graag in kopjes.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Hoewel het kabinet erkent dat het wegnemen van knelpunten rond netcongestie en vergunningverlening in de praktijk een belangrijke voorwaarde is voor private investeringen, zorgt het achterblijven van de energie- en watertransitie nog steeds voor een stagnatie van onze productiviteit en daarmee onze economie. Welke stappen zet het kabinet op korte termijn om ook op deze dossiers weerbaar te blijven?

De heer Van Hattem i (PVV):

Mevrouw Klip van de VVD heeft het erover dat er meer maatregelen genomen moeten worden op het gebied van het klimaatbeleid en op het gebied van de energietransitie. Maar ondertussen is die stroomschaarste, het gebrek aan netcapaciteit, vooral ontstaan omdat er is ingezet op wind en zon. Daarmee is het stroomnet eigenlijk helemaal overhoopgehaald voor iets waar het nooit op gebouwd is. Kan mevrouw Klip van de VVD aangeven aan welke klimaatmaatregelen zij zit te denken? Moeten er dan nog meer windturbines en zonneparken worden opgetuigd, om het probleem nog groter en nog erger te maken?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dit is een onderwerp waar wij mogelijkerwijs enigszins van mening over verschillen. Het klopt dat de inzet op meer duurzame energie ervoor gezorgd heeft dat het stroomnet overbelast is. We hadden dat natuurlijk ook eerder kunnen bedenken, want we wisten dat we zonnepanelen en windmolens gingen plaatsen. We houden ons wat betreft de klimaatdoelen ook gewoon aan de afspraken die we zelf in 2015 gemaakt hebben.

De heer Van Hattem (PVV):

Maar dat is nog geen begin van een antwoord op mijn vraag. We wisten inderdaad dat je, als je gaat inzetten op die zogenaamd duurzame energie, die instabiele wind en zon, die wiebelstroom, het stroomnet volstrekt overbelast. Dat is daar nooit op gebouwd. Dat is gebouwd op een hele vlakke aanvoer van stroom. Je gaat nu een situatie krijgen dat er honderden miljarden geïnvesteerd moeten worden om die netcapaciteit weer op orde te krijgen. Dan vraag ik aan mevrouw Klip van de VVD of zij bereid is om te stoppen met de inzet op wiebelstroom via wind en zon en alleen nog maar te kijken naar echt stabiele vormen van energie, zoals kernenergie.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Over kernenergie zijn wij het snel eens. De VVD is altijd groot voorstander geweest van kernenergie. Die heb je alleen niet morgen; dat duurt tien jaar. Daar zijn we overigens mee bezig in dit land; u volgt ongetwijfeld alle berichtgeving daarover.

Ik denk niet dat we zomaar al onze ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen los moeten laten. Overigens is er in de afgelopen jaren ongelofelijk veel gebeurd. Als ik het goed begrijp, is het kabinet nu ook bezig om te kijken hoe bijvoorbeeld procedures verkort kunnen worden. Het gaat namelijk niet alleen om de overcapaciteit van het net en het gebrek aan menskracht, het gaat ook om het feit dat we in dit land — ik had het daar al eerder over — ooit met goede bedoelingen hebben geprobeerd elk risico te vermijden via een heel stringente vergunningverlening. Ik heb begrepen dat daar nu ook naar gekeken wordt.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Tot slot, voorzitter. Dan hoor ik graag van mevrouw Klip van de VVD, gewoon klip-en-klaar, wat de VVD nu vindt van wind en zon. Mevrouw Klip zegt dat de VVD de duurzame ambities niet wil loslaten. Betekent dit dat er onder dit kabinet met de VVD nog meer zonnepanelen en windparken worden aangelegd, waardoor het probleem voor de netcapaciteit alleen maar groter wordt gemaakt, het stroomnet nog meer wordt belast en de Nederlandse burger alleen nog maar meer gaat betalen voor zijn energie?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Om te beginnen: u begrijpt dat u niet de eerste bent die het grapje met "klip-en-klaar" maakt.

U gaat van mij als senator, als lid van deze Eerste Kamer, niet allerlei inhoudelijke antwoorden krijgen op de vraag hoe wij tegen het wel of niet intensiveren van de verdere verduurzaming aankijken. Wij zijn ons natuurlijk zeer bewust van het feit — ik weet zeker dat dit ook geldt voor het kabinet — dat we een aantrekkelijk vestigingsklimaat willen houden en dat ook de betaalbaarheid niet onder druk mag komen te staan. Het is inderdaad geen simpele opgave. Maar nogmaals, er wordt door het kabinet zeer actief aan gewerkt. Wij steunen dat.

De voorzitter:

De heer Nicolaï.

De heer Koffeman i (PvdD):

Bijna.

De voorzitter:

Nee, de heer Koffeman natuurlijk. De heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik hoor mevrouw Klip-Martin pleiten voor langetermijndoelstellingen voor klimaatbeleid omdat de huidige doelstellingen niet gehaald worden. Ik onderschrijf dat van harte — hoe meer klimaatdoelstellingen, hoe beter, in de urgente situaties die er zijn — maar niet alleen voor de lange termijn. Uw partij heeft het nu mede voor het zeggen. Ook op korte termijn zouden de klimaatdoelstellingen gerealiseerd moeten worden, maar we zien ze elke keer verder uit beeld schuiven.

Daarna stipte u een ander onderwerp aan, te weten de waterbeheersing en het verbruik van water. Ook sprak u over de energiedoelstellingen en de energietransitie. Wat dat laatste betreft het volgende. Huiseigenaren worden op dit moment ontmoedigd om thuisbatterijen aan te schaffen, omdat ze twee keer belasting moeten betalen: bij het binnenhalen van de energie en bij het weer uit laten gaan van de energie. Is de VVD van mening dat zo'n dubbele belastingheffing voor burgers die hun bijdrage willen leveren aan de energietransitie onrealistisch is, dus dat die belastingheffing verboden zou moeten worden?

Verder zijn de databedrijven weinig transparant, of helemaal niet transparant, over de hoeveelheid water en energie die ze gebruiken. Is de VVD van mening dat dit volledig transparant zou moeten worden?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

U stelt een aantal heel politiek getinte vragen. Ik vind daar van alles van, maar ik ga u er geen antwoord op geven, want ik vind dat typisch iets waarover besloten moet worden in de Tweede Kamer en niet in de Eerste Kamer. Ik sta hier als Eerste Kamerlid. En als u bij mij op het knopje "water" drukt, sta ik hier nog een uur.

De heer Koffeman (PvdD):

Dat is inderdaad een weinigzeggend antwoord, maar daar moeten we het mee doen, kennelijk.

De heer Rosenmöller i (PRO):

Dan heb ik een Eerste Kamervraag voor u, mevrouw Klip. Misschien is die vraag iets beschouwelijker. Ik merkte op dat er volgens Van Uhm twee dingen zijn die de partijpolitieke visies overstijgen, omdat ze gaan over de zekerheid van ons bestaan: defensie en klimaat. Wij zouden eigenlijk op beide moeten leveren. Mijn vraag is beschouwend bedoeld. We proberen te leveren. Dat is moeilijk, maar we proberen dat te doen. Voor de NAVO-norm, die internationaal is afgesproken, leveren we 3,5%, maar hoe is het nou mogelijk dat met betrekking tot die andere poot, het punt van het klimaat, de doelstellingen, die we ook internationaal afspreken, niet gehaald worden, terwijl het toch over de essentie van ons bestaan gaat?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

We halen die inderdaad niet. Dat betekent dus dat er een tandje bij moet, met inachtneming van betaalbaarheid en het feit dat we niet het totale bedrijfsleven uit ons land willen jagen. In de afgelopen jaren is inmiddels — dat weet u ook — ongelofelijk veel gebeurd op duurzaamheidsgebied. Dus moeten we daar serieus naar blijven kijken? Ja.

De heer Rosenmöller (PRO):

Het gaat mij niet om de vraag of er iets gebeurd is. Er is wel degelijk iets gebeurd natuurlijk. Maar de wereld zou te klein zijn als wij als Nederland met een paar andere landen, wetende dat je binnen de NAVO 3,5% moet opleveren, zouden zeggen: dat doen we niet; we leveren 2%. De wereld zou dan te klein zijn. Dat hebben we dus ook niet gedaan. We leveren. We maken ons onderdeel van die internationale afspraak. Maar bij die andere internationale afspraak, het verdrag van Parijs, leveren we onvoldoende. De veiligheid heeft met het vestigingsklimaat te maken, maar het klimaat ook. Je kunt toch niet de argumenten die u noemt alleen maar richten op het vraagstuk van het klimaat en niet op het vraagstuk van de veiligheid? Waarom leveren we dus niet op die twee essentiële terreinen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik dacht dat u zou vragen: bent u het daarmee eens? Ja, daar ben ik het mee eens; daar zijn wij het als VVD-fractie mee eens. Toch vind ik het — dat klinkt flauw — aan de Tweede Kamer om daarin extra stappen te zetten. U, ik en ik denk iedereen in deze zaal is wel degelijk actief binnen zijn eigen partij bezig om daar druk op te zetten. U heeft ook een van mijn laatste vragen gehoord, namelijk wat de gedeelde visie is van het kabinet op onder andere de alarmerende behartigenswaardige woorden die in de troonrede stonden, die overigens ook door dit kabinet geschreven is.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Rosenmöller.

De heer Rosenmöller (PRO):

Ik maak het korter. Ik hoop dat we elkaar kunnen vinden. Vindt u dat we moeten leveren op het punt van veiligheid en vindt u ook dat we onze internationale afspraken rondom klimaat moeten handhaven?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Die staan nog steeds. Ik heb nergens gehoord of gelezen dat wij afbreuk doen aan de afspraken die we in 2015 in Parijs gemaakt hebben. Maar nogmaals, in ieder geval de VVD heeft daar altijd bij gezegd: het moet wel met inachtneming van zorgen voor het bedrijfsleven zijn — dat zit voor een deel ook in verdere verduurzaming, maar niet helemaal — en het moet voor inwoners van dit land ook betaalbaar blijven.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik zal proberen aan mevrouw Klip-Martin een Eerste Kamerwaardige vraag te stellen. Ik ben er heel blij mee dat mevrouw Klip-Martin een pleidooi houdt voor klimaatbeleid en waterkwaliteitsbeleid. Zo ken ik haar ook. Ik hoorde aan het begin van het betoog van mevrouw Klip-Martin dat zij ook pleit voor het vasthouden aan de doelstelling van economische groei. Daar gaat het mis in het pleidooi, want sommige economische groei staat de doelstellingen op het gebied van klimaat en waterkwaliteit juist in de weg. Is mevrouw Klip-Martin het met mij eens dat er soms andere keuzes moeten worden gemaakt en dat je, als je de duurzaamheidsdoelstellingen wil bereiken, de economie op een andere manier zou moeten vormgeven?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Als je je hele bedrijfsleven honderd procent duurzaam wil maken, dan moet je inderdaad met een nieuwe bril kijken naar bijvoorbeeld je productieprocessen. Het perspectief van de VVD, andere organisaties en zeker ook het kabinet — zie ook de woorden in de troonrede van afgelopen jaar — is dat je als bedrijf naar duurzaamheid moet kijken wil je op de lange termijn succesvol zijn. Succesvolle bedrijven zonder verduurzaming van hun productieproces of wat dan ook houden het uiteindelijk niet vol op de lange termijn.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat is een antwoord op bedrijfsniveau, maar geen antwoord op Miljoenennotaniveau. Wat voor economie heeft de VVD voor ogen? Mevrouw Klip-Martin geeft daar een beetje antwoord op. Wat doet de VVD op het moment dat er een keuze moet worden gemaakt tussen economische groei en klimaat- of waterkwaliteit?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Weet u, dat is een hele politieke vraag die mijns inziens echt niet thuishoort in de Eerste Kamer.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dit kan haast in niet een debat over de Miljoenennota.

De voorzitter:

Dit is tot slot.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

We hebben het over politieke afwegingen en over de uitgaven van de Rijksoverheid. Dit is waar dit hele debat over gaat, volgens mij.

Ik ga nog één laatste vraag stellen. Is mevrouw Klip-Martin zich ervan bewust dat het concept "economische groei" en het concept "bruto nationaal product" ontwikkeld zijn door mensen en dat de mensen die die concepten hebben ontwikkeld, ervoor hebben gewaarschuwd dat die niet bedoeld zijn om het welzijn van landen te meten?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik begrijp uw vraag niet.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dit is een cliffhanger; vanmiddag zal ik het uitleggen.

De voorzitter:

De heer Kemperman namens Forum voor Democratie. Ik heb nog één vraag aan hem: neemt de heer Dessing niet deel aan het debat?

De heer Kemperman i (FVD):

De heer Dessing is vanwege ziekte afwezig. Ik vervang hem vandaag.

Ik ben het eigenlijk wel eens met de laatste opmerkingen van mevrouw Visseren over dat dit de Algemene Politieke Beschouwingen zijn. In die zin moeten we vandaag wel een beetje politieke kleur bekennen.

Ik ga even terug naar het begin van uw speech, mevrouw Klip-Martin. Ik heb lang zitten wachten om te horen of er iets in zou zitten van politieke kleur bekennen. Behalve heel veel warme woorden over verbinding, democratie, rechtsstaat en waarden — velen van ons zullen die vandaag spreken; de zaal zal zich daarmee vullen — en de verbinding die u een paar keer zocht met uw zeer ervaren collega-senator, de heer Rosenmöller, hangt hier toch een politieke vraag in de ruimte. Die is relevant voor ons als senatoren, maar ook voor de mensen van het kabinet hier achter ons. De vraag is als volgt. Is de grote handreiking waar u over sprak, die het minderheidskabinet deed aan de progressieve partijen, de vakbeweging en de polder, die zelfs reden was tot een feestje bij collega Rosenmöller en zijn medestanders, bij zijn partij, voor u als senaatsfractie van de VVD genoeg? Of komen er nog vele verkapte, eufemistisch verwoorde, een beetje heimelijk verstopte handreikingen richting het progressieve deel van de politiek? Of kunnen we rekenen op het liberale gedachtegoed van de VVD in deze Kamer?

De voorzitter:

Mevrouw Klip.

De heer Kemperman (FVD):

Sorry, voorzitter. We krijgen nog heel veel wetsvoorstellen over huizenbezit, autorijden, belasting, inkomen en box 3. De vraag die iedereen, ook de mensen van het kabinet hier achter mij, bezighoudt, is toch wel: waar staat de VVD nu?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Het klinkt heel flauw, maar dit is toch bij uitstek een vraag die in de Tweede Kamer hoort. Laat ik het volgende zeggen als VVD-fractie in de senaat. Wij zijn als VVD ongelofelijk dankbaar ... "Dankbaar" is hier een fout woord. Wij zijn ongelofelijk tevreden over het feit dat er, zoals het er nu naar uitziet, een vermogenswinstbelasting zal komen en geen vermogensaanwasbelasting. Wij waren vanaf dag één tegen een vermogensaanwasbelasting. Wij zijn ook heel tevreden, zoals ik net gezegd heb, over de handreiking die het kabinet gedaan heeft in de brief van — dit zeg ik even uit mijn hoofd — 29 september. Er is vorige week wat discussie ontstaan wat betreft de dekking. Wij zijn heel blij dat minister Heinen daarover heeft gezegd: ik ga nog eens goed kijken naar de dekking, want het is natuurlijk ook niet mijn bedoeling om kleine spaarders en kleine beleggers te treffen. Wij wachten dat af. Wij zijn dus blij met die handreiking.

De heer Kemperman (FVD):

Dat zijn hoopvolle woorden. We gaan het per wetsvoorstel, zoals het ons hier betaamt natuurlijk, op de drie pijlers beoordelen en dan zien waar de VVD haar keuze maakt. Tegelijkertijd hoor ik u ook een gloedvol verhaal houden over dat we ons aan alle klimaatafspraken moeten houden, dat we ons aan alle internationale veiligheidsafspraken moeten houden. Op enig moment gaan ze natuurlijk botsen, de binnenlandse belangen van mensen die een klein bezit hebben of een spaartegoedje, mensen die loonheffing moeten betalen of kleine ondernemers en al die grote internationale ambities en verplichtingen waar we onszelf aan hebben gecommitteerd. Dan wordt het natuurlijk interessant waar uiteindelijk de keuze van uw fractie op uit gaat komen, want u zult het met mij eens zijn dat het niet allemaal kan.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nee, dat klopt. Om even de heer Remkes na te spreken: nee, niet alles kan overal. Daar ben ik het helemaal mee eens. Natuurlijk komen er conflicterende en schurende situaties, maar dan zult u voor de besluitvorming daarover toch echt bij de Tweede Kamerfractie moeten zijn. Natuurlijk heb ik een mening en heeft mijn fractie een mening, maar u kunt mij niet verleiden tot politieke uitspraken op dit terrein of een aantal andere terreinen waarvan ik vind dat het primaat — ik begrijp dat u het doet — echt bij de Tweede Kamer ligt.

De voorzitter:

Tot slot de heer Kemperman.

De heer Kemperman (FVD):

Mag ik dan de conclusie trekken — die is niet flauw bedoeld — dat u de politieke lijn van uw Tweede Kamerfractie coûte que coûte een-op-een klakkeloos volgt en hier slechts toetst op de pijlers van kwaliteit van wetgeving, uitvoerbaarheid, rechtszekerheid en de dingen die we hier in dit huis geacht worden te doen? De politieke lijn ligt in de Tweede Kamer en die volgt u en hier toetst u vanuit uw senatorschap op die kwaliteitscriteria.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Als u de laatste paar jaren goed gevolgd had, had u geweten dat de VVD in de Eerste Kamer niet altijd de lijn van de Tweede Kamerfractie volgt, maar daar hoort wel de eerste besluitvorming plaats te vinden. Natuurlijk hebben wij een mening. Natuurlijk, dit is ook een politiek orgaan. Wij zitten hier allemaal gekozen op basis van politieke lijsten. Dus natuurlijk. En natuurlijk praten we daar intern over, maar ik ga niet hier bij de Algemene Politieke Beschouwingen van de senaat de Tweede Kamerfractie, waar het politieke primaat ligt, voor de voeten lopen.

De heer Janssen i (SP):

Ik ga even terug naar het interruptiedebat dat er met mevrouw Visseren-Hamakers was, omdat ik mevrouw Klip volgens mij hoorde zeggen dat bedrijven die niet verduurzamen geen toekomst hebben, dus dat bedrijven ook zullen moeten gaan verduurzamen. Dan is mijn vraag aan haar of bij goed ondernemerschap dan ook hoort dat je gaat sparen voor die verduurzaming als je in de toekomst ook nog een gezond bedrijf wil hebben of dat daarbij hoort of dat je alles uitdeelt aan je aandeelhouders en op het moment dat je moet gaan verduurzamen zegt tegen de overheid: daar wil ik graag belastingbijdrage voor hebben; ik ga dat zelf niet dragen, want ik heb geen geld en anders vertrek ik uit Nederland?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Uw vraagt mij een keuze te maken tussen die twee punten?

De heer Janssen (SP):

Nee. Misschien ter verduidelijking. U zei: bedrijven zullen moeten verduurzamen, want anders hebben geen toekomst. Naar aanleiding daarvan vraag ik: vindt u dat bedrijven daar zelf voor moeten sparen of vindt u dat als zij niet sparen, zich niet voorbereiden op de toekomst, vervolgens tegen de overheid kunnen zeggen "ik wil geld van u om te verduurzamen, want anders vertrek ik"?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Volgens mij is het absoluut niet zo zwart-wit. Volgens mij hebben bedrijven absoluut een eigen verantwoordelijkheid. Toch is het zo dat we in dit land al heel lang allerlei subsidieregelingen kennen om ook bedrijven een steuntje in de rug te geven bij hun verduurzaming.

De heer Janssen (SP):

Is mevrouw Klip-Martin het met mij eens — ik heb de verkiezingsposter van de VVD nog even voor ogen: niet je hand ophouden, maar handen uit de mouwen — dat bedrijven …

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Daar bent u het toch ook mee eens, of niet?

De heer Janssen (SP):

... zichzelf voor zouden moeten bereiden op hun toekomst? En dan gaat het niet om een steuntje in de rug, maar om tussendoor enorme bedragen uitkeren aan aandeelhouders zonder te sparen voor je toekomst en dan met het dreigement "anders vertrek ik uit Nederland" die verduurzaming uit belastinggeld gefinancierd te willen krijgen.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Voorzitter, mag ik een tegenvraag stellen? Waarom vindt u dit een onderwerp waar de Eerste Kamer een mening over zou moeten hebben?

De heer Janssen (SP):

Dat is heel flauw, want mevrouw Klip zei het zelf. Ik haak aan op haar uitlating dat bedrijven die niet verduurzamen geen toekomst hebben. Dus dan vraag ik hoe dat dan betaald zou moeten worden, omdat dat een wezenlijk onderdeel is van ook de Miljoenennota omdat daar heel veel geld naartoe gaat.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Klip.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik zeg dus ook dat we een aantal regelingen en subsidieregelingen kennen, ook voor het bedrijfsleven. Maar u stelt uw vraag heel zwart-wit en absoluut: vindt mevrouw Klip, en dus de VVD-fractie, dat bedrijven die niet gespaard hebben ongelimiteerd geld uit de overheidsruif kunnen krijgen? Het antwoord is nee.

De heer Janssen (SP):

Dan is dat in ieder geval duidelijk.

De voorzitter:

Helder.

Mevrouw Lagas i (BBB):

Mevrouw Klip-Martin is nog niet helemaal klaar met haar betoog, maar ik hoop dat zij wel richting gaat geven aan het kabinet over waar het dan wél over moet gaan. Ik hoorde u ook iets zeggen over de dekking en de begrotingen. Is het standpunt van de Eerste Kamerfractie van de VVD, vraag ik via u, mevrouw de voorzitter, ook dat de begrotingen totaal sluitend moeten zijn en dat er niet meer geleend gaat worden om alle plannen te realiseren? Ik beluister toch een aantal zaken waarvan ik denk: het klopt dat dit Tweede Kamerwerk is, maar het enige wat we in ieder geval zeker kunnen doen, is het kabinet richting meegeven voor hoe de fracties van de Eerste Kamer straks de begrotingen gaan beoordelen. Het hangt wel met elkaar samen. Je kunt het niet los van elkaar zien. Geld kan maar één keer uitgegeven worden.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat ben ik met u eens. Als ik uw vraag vertaal, vraagt u eigenlijk: vindt de VVD-fractie dat het kabinet zich moet houden aan de Europese begrotingsregels? Het antwoord daarop is ja.

Mevrouw Lagas (BBB):

Dat is een heel mooi antwoord, maar daar komt u niet mee weg. Wat ik bedoel te zeggen, is dat het kabinet en alle fracties in de Tweede Kamer … Mevrouw Klip heeft een prachtig verhaal gehouden over de samenwerking. We moeten er wel uit komen. Het geld moet ergens vandaan komen. Geeft de fractie van de VVD het kabinet dan, via uw betoog, wel een richting mee voor waar het wel of geen geld aan moet uitgeven? Dat is eigenlijk mijn vraag.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Die discussie, dus dat de VVD-fractie in de Eerste Kamer echt aan het kabinet aangeeft "voor dit dossier wel en voor dat dossier niet", hebben we niet gehad. Maar er is elke week overleg in de Eerste Kamerfractie en zeker de leden van het kabinet van VVD-huize weten heel goed hoe wij over sommige dingen denken.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Lagas.

Mevrouw Lagas (BBB):

Dan begrijp ik niet zo goed waarom mevrouw Klip wel de Algemene Politieke Beschouwingen als verschijnsel in de Eerste Kamer houdt.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Daar hadden wij een gesprek over vlak voordat het debat begon. Misschien moeten we dat dan eventjes delen met deze hele zaal. U gaf aan mij aan dat u al een aantal jaren vindt dat het onzin is dat we dit debat houden. Dat vindt de VVD-fractie ook. En als je het dan toch houdt, waarom combineer je de Algemene Politieke Beschouwingen dan niet met de Algemene Financiële Beschouwingen? Daar zijn wij het over eens.

(Hilariteit)

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik hoop dat deze reactie … U vergeet echter één ding toe te voegen. Het is een heel goede opmerking. Ik ben het overigens nog steeds met u eens. Maar mevrouw Klip vergeet nog één ding toe te voegen, namelijk dat ik gezegd heb: als het nu eenmaal de gewoonte is in dit huis, dan doe ik daar wel aan mee, want ik ben een voorstander van democratie en van democratische gewoontes. Daarom stel ik nogmaals mijn vraag aan u. Wij doen mee aan het debat. Wij staan er hetzelfde in als het gaat over waarom wij dat wel of niet belangrijk vinden. Maar dan blijft mijn vraag staan: kan mevrouw Klip aangeven welke boodschap zij het kabinet dan in ieder geval meegeeft om aan het werk te gaan op die belangrijke begrotingsdossiers om de begrotingen dit jaar rond te krijgen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Over de punten waar wij over nadenken of langzamerhand een mening aan het vormen zijn, stel ik vragen aan het kabinet. Want volgens mij is het niet alleen de bedoeling van dit debat dat we met elkaar discussiëren, maar vooral dat we vragen stellen aan het kabinet. Ik ben dus heel benieuwd naar de reactie van de minister-president, ook op onze vragen.

Mevrouw Lagas (BBB):

Tot slot.

De voorzitter:

Neenee. U had al vier interrupties en het is mij helder geworden wat wij hier aan het doen zijn.

De heer Schalk i (SGP):

Ook om de mensen die nu achter mij zitten niet het gevoel te geven dat ze hier voor niets zijn: er zijn echt fracties in dit huis die de Algemene Politieke Beschouwingen juist van groot belang achten. Ten eerste is het al heel bijzonder om de minister-president zelf een keer hier te hebben. Anders was hij er alleen bij een debat over de regeringsverklaring. Elk jaar is dat dus een feest apart. Bovendien hebben we met z'n allen in het College van fractievoorzitters gezegd dat we het van belang achten dat er zo veel mogelijk van alle ministeries een minister of staatssecretaris aanwezig is. Laten we dit debat dus niet kleiner maken dan het is; het is een hoogtepunt. Dan kom ik tot mijn vraag, zeg ik tegen de voorzitter, want daar zat zij natuurlijk ook op te wachten. De fractievoorzitter van PRO, de heer Rosenmöller, heeft zojuist gezegd dat hij het van tafel halen van de bezuinigingen op de sociale zekerheid een feestje vond. Vindt de fractie van de VVD dat ook een feestje?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Hoe zal ik daar nou eens op antwoorden?

De heer Schalk (SGP):

Zal ik helpen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nee. Ik heb helemaal in het begin van mijn betoog aangegeven dat ik vond dat de brief van 29 september een moedige stap was van dit kabinet, gericht op samenwerking. Daar blijf ik bij. Het een feestje noemen gaat onze fractie iets te ver, denk ik, want de problemen die er zijn, zijn niet weg. Je kunt de bezuinigingen wel van tafel halen, of het nou gaat over de sociale zekerheid of de zorg, maar op enig moment zullen we toch moeten kijken hoe we de tekorten oplossen, hoe we bijvoorbeeld de WIA hervormen. Ik weet van de heer Rosenmöller — we hebben daar ook buiten deze Kamer namelijk weleens over gesproken — dat er eigenlijk eensgezindheid is over het feit dat er hervormd moet worden. Dat zou zeker besparingen kunnen opleveren. Maar nogmaals, het moet ergens vandaan komen. Het feit dat de eerste stappen nu zijn gezet, is hoopvol, ook voor mijn fractie, dat we er in gezamenlijkheid met Eerste en Tweede Kamer uit zouden kunnen komen.

De heer Schalk (SGP):

Dank voor het antwoord, want dat bewijst juist waarom we de Algemene Politieke Beschouwingen hebben. Deze antwoorden hebben we nodig en over een paar weken gaan we praten met de minister van Financiën over de financiering.

De heer Rosenmöller (PRO):

Ik begrijp de vraag van de heer Schalk wel, want als iemand een feestneus is, dan is het de VVD'er wel. Die heeft echt heel weinig nodig om een feestje te vieren. Daar staan de VVD'ers om bekend. Eerlijk gezegd is dat jaloersmakend. In ons geval was het twee keer feest. Ik was en ben lid van de FNV én ik ben lid van PRO, dus het is dubbel feest. Maar ik begrijp heel goed dat u dat woord "feest" niet in de mond neemt. Een kwalificatie waarin we elkaar kunnen vinden is misschien echter wel verstandig.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik weet het exacte woord niet meer, maar ik heb gezegd dat ik het een belangrijke stap vond van het kabinet, dat openstaat voor samenwerking in allerlei samenstellingen.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik ben bijna klaar, voorzitter.

Als laatste inhoudelijke punt heb ik de bouwopgave. Het gebrek aan voldoende woningen is een van de uitdagingen waarbij van het kabinet daadkracht wordt gevraagd. Ook andere dossiers worden door dit probleem geraakt. Denk bijvoorbeeld aan het gebrek aan adequate opvangplaatsen door de stagnerende uitstroom uit asielzoekerscentra. Over de aanpak van de bouwopgave zijn we als fractie over het algemeen positief gestemd. De Wet regie volkshuisvesting kon vlak voor de zomer in deze Kamer op brede steun rekenen en ook in de bouwsector proeven wij eensgezindheid. De taskforce van het kabinet heeft vorige maand het Actieplan Versnelling Woningbouw gepresenteerd met concrete maatregelen. Natuurlijk, door de schaarste op tal van punten, van menskracht tot energie, moeten we de verwachtingen niet te hoog stemmen, maar we waarderen deze stappen. Een punt van zorg bij onze fractie zit echter bij de stringentere huurregels, een erfenis van de voorganger van de huidige minister, waardoor particuliere huurwoningen in het middensegment massaal worden verkocht. Het is voor de VVD-fractie de vraag of er op dit punt door de regering voldoende ingegrepen wordt. Graag horen wij daarop een reactie van de minister-president.

Voorzitter. Over die blauwe lijn gesproken: ik sluit af met exact hetzelfde citaat waar de heer Rosenmöller in het begin van zijn betoog naar verwees, namelijk de woorden van de negentiende-eeuwse theoloog James Freeman, die werden aangehaald door generaal buiten dienst Peter van Uhm tijdens die bijzondere Verenigde Vergadering van de Staten-Generaal op 20 november: "Politici denken aan de volgende verkiezingen, staatslieden aan de volgende generaties." Het moet ons als actieve politici toch lukken om ons als kabinet en Kamers in gezamenlijkheid juist wel als staatslieden te gaan gedragen en dus juist wel aan de volgende generaties te denken?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

De huidige en volgende generaties kunnen helemaal niet meer aan woningen komen, met name door de massale asielinstroom in dit land. Ik hoor mevrouw Klip van de VVD net zeggen dat we moeten kijken naar de asieluitstroom uit azc's, maar die uitstroom is juist de uitstroom richting onze woningen. Dan vraag ik aan mevrouw Klip van de VVD waarom we de VVD niet horen over het stoppen van de asielinstroom. Dat is toch waar nu het hardste aan moet worden gewerkt: dat er een asielstop komt, zodat eindelijk eens een keer Ter Apel niet meer overloopt en onze huizen niet meer weggegeven hoeven te worden aan die asielinstroom?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Volgens mij hoort u de VVD daar regelmatig over. De VVD is ook groot voorstander van het internationale Migratiepact. Dat is de tegenhanger. De tegenhanger die we in de wetgeving hebben opgenomen, is het feit dat de asielstroom enorm moet dalen. U heeft mij als het goed is ook een vraag aan de minister-president horen stellen: als die daling nou niet fors genoeg is, zodat we de problemen niet oplossen, gaat het kabinet dan extra stringente maatregelen nemen? Die vraag heb ik gesteld.

De heer Van Hattem (PVV):

Ja, maar die vraag is "als dat gebeurt" en het probleem is dat dat al aan de gang is. Het daalt al niet op het moment. De instroom blijft hoog. We zitten al op 900 per week die er binnen blijven komen, 900 tot 1.000 per week. Dus kan mevrouw Klip van de VVD nu duidelijk aangeven of het nu niet al over de schoenen loopt en of we niet nu direct maatregelen moeten nemen in plaats van zeggen: we gaan maar afwachten of er internationaal een keer iets gaat gebeuren? Wat verwacht mevrouw Klip van dit kabinet dat er nu gaat gebeuren?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Die vraag stel ik aan de minister-president. Er gebeurt natuurlijk al van alles. De minister van Asiel en Migratie is bezig met het uitvoeren van de wet. We hebben het Migratiepact gesloten. Er komt nu, over een aantal weken, weer nieuwe wetgeving onze kant op als het gaat over asielbeleid en de asielinstroom, onder andere over de dwangsommen, die zowel u als ook ons een doorn in het oog zijn en ik denk veel meer andere partijen. Dus er gebeurt van alles. Een abrupte asielstop kan juridisch helemaal niet. Het klinkt mooi en het klinkt stoer, maar het kan niet. Ik denk dat wij binnen de mogelijkheden die er zijn echt inmiddels fors een tandje bij aan het zetten zijn. We zullen moeten kijken hoe effectief dat is om vervolgens nog verdere stappen te maken. Maar nogmaals, die vraag heb ik aan de minister-president gesteld.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik zie van de andere kant heel weinig gebeuren vanuit het kabinet, behalve dan dat ze die asieldwangwet, die Spreidingswet, vol inzetten richting gemeentes en daarmee nog meer die asielinstroom faciliteren. Is de VVD het met mij eens dat we moeten stoppen met het faciliteren van die asielinstroom en die Spreidingswet eindelijk gewoon van tafel moeten halen, zo snel mogelijk?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Met dat laatste is de VVD-fractie het niet eens. Dat kan pas op het moment dat inderdaad de tegenhanger is bereikt, dat de asielstoom echt aanzienlijk naar beneden gaat. Je hoopt dat dat snel gaat, zodat we de Spreidingswet niet meer nodig hebben. Maar op dit moment is dat nog wel het geval.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik heb even één verduidelijkende vraag aan mevrouw Klip. Hoorde ik haar in haar betoog nou aangeven dat in het kader van gebrek aan woningen de VVD-fractie spijt heeft van het steunen van de wet van Hugo de Jonge, de Wet betaalbare huur?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij maken ons daar grote zorgen over, omdat er gebeurd is wat we toen tijdens het debat hebben aangegeven, namelijk dat er massaal huurwoningen worden verkocht. En dat was niet de opzet.

Mevrouw Lagas (BBB):

Ik heb nog niet echt een antwoord op mijn vraag. Begrijp ik goed dat de VVD-fractie spijt heeft van het steunen van die wet destijds?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Wij hebben geen spijt van het steunen van die wet, maar wij zien wel dat er gebeurd is wat wij verwacht hadden en daar moeten we serieus naar kijken. Dus vraag aan het kabinet is of het voldoende doet of plan is om te doen om dat te stoppen.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Lagas.

Mevrouw Lagas (BBB):

Dus het voor- of tegenstemmen van de fractie van de VVD moeten we straks anders afwegen: niet op inhoud, maar op keuzes die ergens anders liggen.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat is geen vraag.

De voorzitter:

Nee. De heer Van Rooijen.

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Ja, voorzitter. Aansluitend op de vragen van collega Lagas. Ik was blij met de opmerking van mevrouw Klip over de wet-Hugo de Jonge. Die wet is hier op de valreep aangenomen. De PVV-fractie zou die ochtend tegen die wet stemmen, maar kreeg de opdracht om voor de wet te stemmen. Als de PVV-fractie tegen de wet-Hugo de Jonge had gestemd, zou de stem van 50PLUS beslissend zijn geweest, want mijn fractie was mordicus tegen die wet. Mijn vraag aan de collega is of de VVD niet alleen spijt heeft — het is natuurlijk een uitnodiging voor de vraag van mij aan u — maar ook bereid is om het kabinet te ondersteunen bij het verzoek dat ik heb straks om die wet fundamenteel te herzien. De evaluatie komt gelukkig sneller, maar daar hebben we niet zo veel aan. Bent u bereid een oproep te doen aan het kabinet om die wet fundamenteel te herzien? Immers, box 3 in combinatie met de Wet betaalbare huur is een giftige cocktail. Boeren en middenstanders, die geen pensioen hebben, moesten leven van de verhuur van die panden en hebben massaal moeten verkopen. Dat is toch een heel zorgelijk gebeuren.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik ga nu niet blind zeggen dat ik ga steunen wat er in die motie staat. Ik neem tenminste aan dat u het over een motie heeft, maar die wil ik dan wel graag even lezen. Ik heb net heel duidelijk in het debat gezegd dat wij ons afvragen of het kabinet voldoende doet om ervoor te zorgen dat het negatieve bijeffect op z'n minst gemitigeerd wordt. Ik hoor graag het antwoord van het kabinet en dan kunnen we er verder over praten.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Wij zijn samen blij dat er ten aanzien van box 3 en die giftige cocktail nu grote stappen worden gezet.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Zeker.

De heer Van Rooijen (50PLUS):

Maar dat is niet voldoende. Ook bij de Wet betaalbare huur — ik noem het weleens de "Wet onbetaalbare verhuur" — moet fundamenteel iets gebeuren. Ik ga geen motie indienen, maar kunnen wij de komende weken hierin samen optrekken? We krijgen de Financiële Beschouwingen en we krijgen de begrotingen, ook van Volkshuisvesting. Kunnen we hierin samen optrekken om zo een grote stap te zetten?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat lijkt mij in ieder geval een pad om goed te onderzoeken. Wij gaan daar graag met u over in gesprek.

De heer Kemperman (FVD):

Ik was even puzzled en in verwarring. Op zichzelf ben ik redelijk thuis in alle Hugo de Jongewetten of huurwetten, dus de bescherming en alles wat we hier hebben besproken. Ik hoorde mevrouw Klip net zeggen dat zij spijt heeft van de voorstem van haar fractie voor de Wet betaalbare huur. Nou heb ik het even opgezocht, maar u heeft gewoon tegengestemd. Het is niet mijn gewoonte om de VVD te helpen in het debat, maar het is wel de bedoeling dat we zelf weten hoe we gestemd hebben.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat is heel gênant. Ik kijk naar de woordvoerder. Het is inderdaad heel gênant, ik heb dat volstrekt verkeerd geïnterpreteerd, waarvoor excuses.

De heer Kemperman (FVD):

Dan heb ik u hierbij geholpen. Die hele verkrachting van de huurmarkt gaat mij na aan het hart. Ik was zeer blij met de VVD-steun. U heeft ook tegen de Wet vaste huurcontracten gestemd, geef ik u alvast mee, en alle andere huurwetten die tot deze stapeling en vernieling van de huurmarkt hebben geleid. Ik geef het u graag mee.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dank u wel.

De heer Rosenmöller (PRO):

Ik heb geen vragen over uw stemgedrag, maar wel over uw mooie slot. Het kan geen toeval zijn dat wij op een of andere manier eenzelfde citaat gevonden hebben dat recht doet aan de kern van ons beider betoog. Ik heb er een beschouwing over gegeven, maar zou u ook willen reflecteren op de gedachte dat met al die thema's die nationaal en internationaal spelen en die buitengewoon ingewikkeld en complex zijn, het land erbij gebaat is als liberalen, christendemocraten en progressieven als hoofdstromen binnen onze Nederlandse democratische politiek elkaar vinden — ik noem het even staatsmanschap, "staatsmensschap" — in een langetermijnagenda waar persoonlijke dingetjes en zo ondergeschikt aan zijn? En dan niet omdat ze hetzelfde zijn, maar wel omdat ze samen aan die langetermijnagenda kunnen werken.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat is een aantrekkelijk toekomstperspectief, waar wij het buiten deze zaal ook vaker over hebben gehad. Dat is zeker iets waar wij serieus naar zouden willen kijken, niet zozeer nu op onderwerp a, b of c dat op dit moment speelt, maar wel als een toekomstvisie. Dat kan misschien ook leiden tot een stabiel midden in onze bestuurlijke samenstelling en minder ruimte voor de flanken.

De heer Rosenmöller (PRO):

Misschien nog één vervolgvraag. Als dat door ons beiden een aantrekkelijk perspectief wordt gevonden, moeten we er dan niet vandaag mee beginnen om daar ook te komen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat is mij nou net één stapje te ver. Dat ga ik niet doen, maar er verder over doorpraten: zeker.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Ik zie een soort bromance ontstaan tussen PRO en de VVD in de Eerste Kamer. Dat brengt mij tot de volgende vraag aan mevrouw Klip. U verwijst eigenlijk steeds naar de Tweede Kamer. Maar het is heel duidelijk: als het kabinet spreekt over "breedgedragen consensus over het beleid, de toekomst en de lange termijn", heeft men het uiteraard over draagvlak in beide Kamers. Want nogmaals, we hebben niet voor niks een Eerste en een Tweede Kamer. Dat kan over links en dat kan over rechts. Ik vraag nu rechtstreeks aan de fractievoorzitter van de VVD: hoe ziet u het voor zich? Ik heb het idee dat u eigenlijk het liefst naar een totaalakkoord wilt. Dat is wat ik uit uw verhaal opmaak, maar misschien zie ik dat verkeerd. Dan hoor ik dat graag. Of gaat u liever per begroting kijken hoe wij het bonnetje gaan betalen? Je kunt mooie plannen hebben, maar het moet wel eerst verdiend worden.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ja, "wat voor wensen heb je?" is iets anders dan "wat is politiek haalbaar?" Het is voortdurend een stapje de ene richting op en dan weer een stapje terug en een stapje de andere richting op. Het lijkt mij dat beide kunnen. Ook hier vind ik dat de Tweede Kamer echt … Het klinkt zo flauw, maar ik wil het kabinet ook niet voor de voeten lopen. Het is makkelijk om hier te staan als je oppositie bent. Het is veel moeilijker om hier te staan als je coalitie bent, omdat ik, nogmaals, het kabinet niet voor de voeten wil lopen. Dus beide aspecten hebben wat mij betreft kans van slagen, maar we zijn nu bezig in een nieuw systeem, een minderheidskabinet, en kijken nog steeds een beetje met de oude gang van zaken, met het oude instrumentarium, hiernaar. Het is inderdaad een kwestie van vallen en opstaan. In mijn optiek zou het beide kunnen. Dan hangt het echt af van de toenaderingspogingen tussen partijen in de Tweede Kamer en in het kabinet.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik hoor mevrouw Klip zeggen dat zij het kabinet niet voor de voeten wil lopen. Maar u staat hier als VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer. Ik mag toch aannemen dat de standpunten vanuit de partij ook relevant voor u zijn.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Zeker.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik wil mevrouw Klip meegeven dat politiek ook betekent dat je soms moeilijke keuzes moet maken. Niet alles kan tegelijk.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Dat klopt.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik hoor u vooral de nadruk leggen op aan de ene kant veiligheid en de Defensie-uitgaven. Dat vinden we allemaal heel belangrijk. Daar is breed draagvlak voor. Maar ik hoor u het ook over klimaat hebben. Dan denk ik: waar zijn de ondernemers? Uiteindelijk moet het geld wel verdiend worden voordat we het kunnen uitgeven met elkaar. Ik mis toch wel duidelijk de ondersteuning vanuit de VVD voor het mkb, voor het bedrijfsleven, met alle belastingen die we inmiddels heffen. We jagen ze allemaal over de grens. Dan vind ik het eigenlijk wel apart dat de VVD daar weinig aandacht aan geeft. Dat moet u toch ook aanspreken?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik wil geen welles-nietesdiscussie met u gaan voeren, want dat heeft geen zin. Maar ik heb uitvoerig aandacht besteed aan de economische ontwikkeling. Ik heb uitvoerig aandacht besteed aan de vraag wat voor beleid ondernemers nodig hebben, zodat ze graag in Nederland willen blijven. Ik heb het over de nationale investeringsinstelling gehad. Waar ik het nog niet over heb gehad, zijn de 500 regels die inmiddels geschrapt kunnen worden. Ik heb het gehad over het feit dat wij als VVD-fractie in de Eerste Kamer vanaf dag één tegen de vermogensaanwasdeling zijn geweest en altijd voor een vermogenswinstbelasting zijn geweest. Ik heb dus wel degelijk een aantal dingen benoemd ten aanzien van ons midden- en kleinbedrijf en ook ten aanzien van grote bedrijven. Wij delen volledig dat geld natuurlijk eerst verdiend moet worden voordat we het kunnen uitgeven. Ja, dat klopt.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Van Bijsterveld.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik zou alleen nog graag antwoord willen hebben op de vraag over de voorkeur van de VVD: een totaaldeal of per begroting beslissingen nemen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik ga u daar geen antwoord op geven.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik heb goed geluisterd naar mevrouw Klip-Martin. Het valt mij op dat zij kennelijk van mening is dat zaken als het investeringsklimaat, het belastingklimaat en het ondernemersklimaat in de Eerste Kamer thuishoren en dat het algemene klimaat, maatregelen die we moeten nemen om het klimaat te beheersen, vooral bij de Tweede Kamer hoort. Heb ik dat goed begrepen?

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Nee, dat hebt u niet goed begrepen. Het hoort natuurlijk bij allebei. Volgens mij heb ik als Eerste Kamerfractie ook op allebei antwoord gegeven.

De heer Koffeman (PvdD):

Dat is dan toch in zeer beperkte mate geweest, want over het klimaat heeft u alleen maar gezegd: het langetermijnbeleid is belangrijker en het kortetermijnbeleid hoort bij de Tweede Kamer.

Mevrouw Klip-Martin (VVD):

Ik heb aangegeven dat er al heel veel op verduurzamingsgebied gebeurd is. Ik heb aangegeven dat wij samen met, ik dacht, de PVV hebben aangegeven dat wij vanaf dag één een grote voorstander van kernenergie zijn. Ik heb wel degelijk een aantal antwoorden gegeven, maar misschien niet alle antwoorden die u graag had willen horen.

De heer Koffeman (PvdD):

Dat is zeker waar.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Lagas. Zij spreekt namens de fractie van de BBB.