Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.30 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin, wil ik graag zeggen dat ik het geen enkel probleem vind als sommige mensen even lekker willen gaan staan. Vandaag is namelijk ook Het Nationale Sportdebat bezig. Zitten is het nieuwe roken, dus ik zou zeggen: voel u vrij, als u zin heeft, om er even lekker bij te gaan staan. Dat lijkt me een goed streven. Heel goed, voorzitter, geef het goede voorbeeld.
Voorzitter. Omdat regeren vaak in verband wordt gebracht met vooruitzien, zijn politici sterk geneigd om voortdurend naar de toekomst te kijken. Ik moet bekennen dat ik op dit moment even vol genegenheid naar het kabinet-Balkenende II kijk. Ik kijk even naar collega Van Rooijen, want ik begeef me misschien een beetje op glad ijs, aangezien het niet over het kabinet-Den Uyl gaat. Het kabinet-Balkenende II hervormde de sociale zekerheid ingrijpend: de WIA verving de WAO, de bijstand werd herzien en het fiscale voordeel voor VUT en prepensioen werd afgebouwd. Het kabinet veranderde daarmee de regels voor arbeidsongeschiktheid en vervroegd stoppen met werken. Ook toen stuitte dat op stevig verzet. Rutte II versoepelde vervolgens het ontslagrecht en hervormde de WW.
De politieke situatie is nu onzekerder dan in die jaren. Na een mislukt experiment in de vorm van een extraparlementair kabinet volgde een nieuw experiment: een minderheidskabinet. Hoewel een minderheidskabinet in principe geen onsympathieke staatsrechtelijke constellatie is, heeft dit kabinet nog veel te oefenen. Dat maakt hervormen moeilijk, maar toch is het noodzakelijk. Dit land snakt naar een daadkrachtig hervormingskabinet, niet naar een kabinet dat geen richting durft te kiezen, niet naar een kabinet dat intern maar niet op dezelfde lijn kan komen en al helemaal niet naar een kabinet dat zelfgecreëerde stilstand afwentelt op de oppositie. De brief van 29 september jongstleden laat zien dat de regering bereid is te bewegen; het is alleen nog volstrekt onhelder welke kant op. Minister Heinen kan geen starre dogmatiek verweten worden, maar wellicht is het niet het toonbeeld van prudentie om dinsdag een plan te publiceren dat al op donderdag in de prullenbak verdwijnt. Minister Heinen probeert de problemen rond box 3 op te lossen en wil tegelijkertijd alle partijen te vriend houden, maar dat is helaas niet mogelijk. Ik kom terug bij die hervormingen, want die zijn toch echt nodig. De voortekenen zijn niet goed: de regering heeft de hervormingen van de sociale zekerheid uit de begroting gehaald. Eerst moet de polder aan de slag, maar laten we wel wezen: de organisatiegraad van vakbonden in Nederland was in 2025 slechts 15%. Is dat dan wel draagvlak? Hoe democratisch is dat dan? Wie regeert hier nu eigenlijk? Welke koers kiest de regering?
Voorzitter. In het land heerst een gevoel van malaise, stilstand en muurvast zitten. Bouwen gaat traag, ondernemen wordt ontmoedigd, de asielinstroom neemt niet genoeg af, desastreus stikstofbeleid is heilig en Nederland raakt achterop in de wereld. Het verdienvermogen van Nederland staat onder druk, maar er wordt wel belastinggeld uitgegeven alsof er geen morgen is. De collectieve sector groeit jaar op jaar. Dat uit zich in een onhoudbaar uitgavenpatroon.
Neem de sociale zekerheid. Ingrepen in de WIA en de WW mogen geen taboe zijn. Volgens het UWV stijgt het aantal uitkeringen in de verschillende arbeidsongeschiktheidsregelingen van ongeveer 872.000 eind 2025 naar 890.000 eind 2026. Niet alleen over het aantal, maar ook over de duur van deze uitkeringen is dringend een debat nodig. Zeker in tijden van krapte op de arbeidsmarkt mag het geen doel zijn om mensen twee jaar lang in de WW te laten zitten. Het kabinet erkent in zijn brief dat de WIA-instroom te hoog is. Zoals ik zo-even al zei, zijn de voorgenomen maatregelen voor de WW, de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de IVA van de begroting gehaald, maar wat als de polder er niet uitkomt? Welke hervormingen zal de regering dan zelf voorstellen? Is de verzorgingsstaat die wij hebben opgetuigd wel doelmatig en betaalbaar?
Neem de loondoorbetaling bij ziekte. In Nederland kan die verplichting voor een werkgever twee jaar duren. Vooral voor kleine bedrijven is dat een zware verantwoordelijkheid, bovenop de kosten en onzekerheid voor vervanging en re-integratie. Bescherming van zieke werknemers blijft nodig, maar de lasten moeten wel eerlijker verdeeld worden. Het kabinet heeft maatregelen voorgesteld om de re-integratie voor werkgevers werkbaarder te maken. Dat is een stap. Maar JA21 wil ook de duur van de loondoorbetaling verkorten, vooral voor het mkb. De situatie vraagt dus om hervormingen à la Balkenende II.
Intussen wordt de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds gebruikt om andere kabinetsplannen te financieren. Een deel van de zogenoemde vrijheidsbijdrage wordt via een hogere Aof-premie bij werkgevers opgehaald. Dat vergroot de kosten van arbeid, terwijl het kabinet zegt dat werken en ondernemen moet lonen. Werkgevers betwisten bovendien de hoogte van de premie in juridische procedures. Wil de premier bij de herziening van de fondssystematiek ook deze manier van lasten verhogen aanpakken? En hoe beoordeelt hij het financiële risico van die procedures?
Voorzitter. Dan is het nu tijd voor de evergreen: werken moet lonen. Die ligt elke parlementariër in de mond bestorven, maar regering na regering neemt dat devies niet zo letterlijk. De marginale druk blijft te hoog en wordt hoger. Werkenden merken dat meer werken te weinig oplevert. De afbouw van heffingskortingen en de inkomensafhankelijke regelingen stapelen zich op. Terwijl het land piept en kraakt door personeelstekorten, maakt de overheid extra werken onaantrekkelijk. Wanneer volgt nu eens een serieuze vereenvoudiging van het stelsel in plaats van de volgende compensatieregeling?
Ook het hervormen van het toeslagenstelsel is noodzakelijk en een breed gedragen wens van beide Kamers, zoals ook de aangenomen motie-Baumgarten van 26 november 2024 illustreert, waarin de regering wordt opgeroepen om een concreet tijdpad op te stellen voor de hervorming van het toeslagenstelsel. Ondanks de eerder verkregen toezeggingen is de motie nog steeds niet uitgevoerd en is de deadline nogmaals verstreken. Kan de regering toelichten wat de huidige status van de uitvoering van deze motie is en toezeggen het gevraagde tijdspad voor het herfstreces met deze Kamer te delen?
Het kabinet stelt nu voor om de grens voor het toptarief te verhogen van €78.426 naar €80.578 en de algemene heffingskorting langzamer af te bouwen. Dat is een verbetering, maar volgens de eigen tabel in de brief gaat de mediane koopkracht van werkenden nog steeds met 0,1% achteruit. Dit pakket lost de hoge marginale druk dan ook niet op. "Werken moet lonen" blijft dan ook niet meer dan een slogan.
Voorzitter. Dan graag aandacht voor de ondernemers. Dat doe ik aan de hand van de industrie. De industrie vraagt om betaalbare energie, ruimte op het stroomnet en vergunningen. Het mkb vraagt om minder regels en om voorspelbare lasten. Welke concrete belemmeringen neemt het kabinet dit jaar nog weg? Waarom zou een ondernemer vertrouwen hebben in een overheid die eerst de kosten verhoogt en vervolgens subsidies aanbiedt om die kosten te dragen?
De cijfers over de Nederlandse industrie laten een triest plaatje zien. Volgens de laatste cijfers groeide minder dan de helft van de industriële branches, maar werd het gemiddelde van de industrie gestut door de enorme groei van de machine-industrie. Het CBS splitst dat niet uit, maar het zou mij verbazen als de positieve cijfers voor de Nederlandse industrie niet voor een significant deel te danken zijn aan het hightechcluster rond ASML, onze Nederlandse trots. De keerzijde is dat de traditionele industriële powerhouses, zoals de chemie, wegkwijnen door torenhoge energieprijzen, verduurzamingseisen en een vastgelopen elektriciteitsnetwerk. Deze week hoorden we nog dat de enige Nederlandse zinksmelterij mogelijk de deuren sluit om precies deze redenen.
We kunnen helaas niet al onze eieren onderbrengen in één mandje. Het toekomstig verdienvermogen van Nederland, als thema bekend van oud-ASML-topman Wennink, is in het geding. De urgentie lijkt niet gevoeld te worden, omdat het misschien nog te goed lijkt te gaan. Maar geef het nog één crisis en het is duidelijk wat er op het spel staat: de welvaart van toekomstige generaties en die van nu. Niet dat die welvaart zo veel welzijn oplevert, laat staan welstand, want er zijn nog altijd een half miljoen woningen te weinig in Nederland. De regering borduurt slechts voort op plannen die onder voorgaande kabinetten al in voorbereiding waren en heeft vijf locaties aangewezen voor de versnelde bouw van ongeveer 30.000 woningen. Maar daarmee zijn we er nog lang niet. Er is maandenlang geschamperd, deels terecht, over de geringe prestaties van het kabinet-Schoof, maar waar zijn de verdiensten van dit kabinet? In welke mate kunnen we zelfs maar spreken van de beloofde grote ambities?
Ook op het gebied van asiel is er opvallend weinig klaargespeeld. Hoewel de regering erg trots is op het implementeren van het EU-migratiepact, zien we dat de asielinstroom niet voldoende daalt en het terugsturen van asielzoekers naar het eerste land van aankomst nog steeds wordt tegengehouden door de rechter. Zolang de instroom niet voldoende wordt beperkt, blijft ook de druk op de opvang bestaan. In het debat over het Asiel- en migratiepact heb ik al gewaarschuwd dat dit pact een papieren tijger dreigde te worden. Toen ik de minister van Asiel en Migratie vroeg welke aanvullende nationale maatregelen hij zou treffen indien dit het geval bleek te zijn, kwam er geen concreet antwoord. Later schreef de regering dat zij, mede naar aanleiding van de inzet van JA21, alle juridische ruimte wil benutten om de asielinstroom te beperken. Daarom vraag ik de regering opnieuw: waar ligt voor dit kabinet de grens? Wanneer concludeert de regering dat het Asiel- en migratiepact onvoldoende resultaat oplevert en dat de aanvullende nationale maatregelen noodzakelijk zijn? Welke nationale maatregelen mogen wij dan van deze regering verwachten?
Voorzitter. Als conservatief-liberale fractie kijken wij zo nu en dan achterom en grijpen we terug op de lessen uit het verleden. Die boodschap wil ik vandaag ook meegeven. Kijk terug naar een niet al te ver verleden om te hervormen voor de toekomst, want hervormen is het devies op allerlei terreinen. Laat ik tot slot mijn bijdrage met een paar zalvende woorden positief eindigen. Ook al gaat het allemaal moeizaam en is het soms wat chaotisch, JA21 waardeert de inzet van u allen en de premier in het bijzonder.
Voorzitter, dank u wel. Ik kijk uit naar de beantwoording.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb een voorstel. Meneer Schalk, u staat al, maar ik wil even heel kort schorsen en dan wil ik tot ongeveer 17.00 uur, 17.15 uur doorgaan met de volgende acht sprekers. Dan plakken we de pauze die we hadden ingepland vast aan de dinerpauze waarin ook de commissies OCW en Binnenlandse Zaken dan hun vergadering kunnen hebben. Dan hebben we een iets langere dinerpauze en kunnen wij zo 18.30 uur, 18.45 uur weer verder met de termijn van de kant van de regering en de tweede termijn van de Kamer. Dan schors ik nu tien minuten tot 15.50 uur. U krijgt een mail hierover met de gewijzigde tijden.