Plenair Schalk bij behandeling Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring



Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 12.13 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Aan mij zal het niet liggen, voorzitter. Sinds 2015 mag ik dienen in deze Eerste Kamer en in datzelfde jaar werd de nu voorliggende Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring door de toenmalige regering ingediend. Voorwaar, deze Kamer doet haar naam eer aan: chambre de réflexion. Nu wordt het dan ook hoog tijd om de afhandeling voortvarend ter hand te nemen. De regering stelt ons daartoe in staat om met een novelle te komen, die nog geactualiseerd is in 2026. Bij die actualiteit van 2026 hoort ook het feit dat de Asielnoodmaatregelenwet werd weggestemd nadat de novelle die de medemenselijkheid moest borgen om allerlei opportunistische redenen door een aantal partijen werd verworpen. Daarom is het goed dat deze novelle nu voorligt, juist om zaken goed af te hechten.

Voorzitter. Het mag bekend zijn dat de fractie van de SGP echt vindt dat er maatregelen nodig zijn om adequater te acteren op de asieldossiers. Bij het debat over de Asielnoodmaatregelenwet heb ik uitvoerig betoogd dat ons asielsysteem rechtvaardig en barmhartig moet zijn. Want natuurlijk, er moet altijd plek blijven voor mensen die nergens anders terechtkunnen en die bijvoorbeeld de dood in gejaagd zouden worden als ze geen asiel krijgen. Maar te veel mensen komen binnen zonder die strikte noodzaak. Te veel asielzoekers zorgen voor problemen die helemaal niet nodig zijn. Daarom moeten de maatregelen aangescherpt worden, ook ten aanzien van de terugkeer. Dat is nodig, ook om die overlastgevende vreemdelingen aan te pakken. Dat is niet voor niets. Keer op keer worden we geconfronteerd met ernstige misdragingen van asielzoekers en daarbij gaat het om ernstige misdrijven, zoals het bedreigen en aanvallen van christelijke asielzoekers of andere groepen of van medewerkers van de IND en COA. We horen zelfs van verkrachtingen en mensenhandel. Natuurlijk, het is voor veel asielzoekers helaas zo dat ze vanuit stressvolle omstandigheden komen, maar we mogen veronderstellen dat ze weten wat normaal gedrag is en dat ze weten dat het gedrag dat ze hier vertonen in het land van herkomst ook niet getolereerd zou worden. Cultuurverschil kan geen rechtvaardiging zijn voor ernstige misdragingen.

Ik zeg dit alles niet om asielzoekers in een kwaad daglicht te stellen, maar om duidelijkheid te geven over wat we van hen kunnen en mogen verwachten. Er zijn ook veel asielzoekers die zich wel normaal weten te gedragen en daarom is het juist van belang dat we hier een barmhartig en rechtvaardig systeem hebben. Als je bij ons asiel zoekt, word je op een zorgvuldige wijze behandeld. Maar als je je misdraagt, als je hier wel wilt komen wonen, maar onze woonomgeving onveilig komt maken, dan heb je hier gewoon helemaal niets te zoeken en dan moet ons rechtvaardige systeem zo zijn ingericht dat er ruimte is om deze overlastgevende asielzoekers linea recta terug te sturen naar waar ze vandaan komen. Dat geldt natuurlijk ook en misschien zelfs in versterkte mate voor de vreemdelingen die niet onder het toepassingsbereik van de EU-Terugkeerrichtlijn, de EU-Opvangrichtlijn of de Dublinverordening vallen en die hier illegaal verblijven, zeker als ze zich hier ook nog eens misdragen, bijvoorbeeld door geweldpleging of door actief te zijn in mensenhandel of drugscriminaliteit. Wat de SGP betreft geldt voor hen echt een zerotolerancebeleid.

Uiteraard is het van belang om een goede wettelijke grondslag te hebben, ook voor vrijheidsbenemingen. Dat is logisch in het kader van artikel 5 van het EVRM en artikel 15 van onze Grondwet. Als glashelder is dat er een wettelijke basis nodig is om overlast te bestrijden, dan is aanpassing van de wetgeving noodzakelijk. Dat is ook in het belang van de asielzoekers die zich wel weten te gedragen en die de dupe zijn van overlastgevende vreemdelingen. Daarom is de SGP een groot voorstander van de aanpak zoals voorgesteld in de voorliggende novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring, die in verband met de lange aanlooptijd van deze novelle nog is aangepast aan het huidige tijdsgewricht, waarbij ook de strafbaarstelling aan de orde is. Daar hebben we in het voorjaar ook al uitgebreid over gesproken. Tegenstanders van duidelijk asielbeleid proberen het steeds zo te framen dat strafbaarstelling van illegalen niet zou mogen of kunnen. Maar het gaat bij de strafbaarstelling niet om het afwijzen van een mens, maar om het aanpakken van zijn gedraging. Dat onderscheid moeten we durven blijven maken.

Voorzitter. Deze novelle gaat onder andere in op de lockdown en andere beperkende maatregelen in de inrichting voor vreemdelingenbewaring. Het gaat blijkens de toelichting over rellers en opstandelingen die regelmatig in beeld zijn. Mijn vragen zijn of de maatregelen die nu genomen worden wel afdoende zijn en of een restrictief beleid waarbij ernstige overlastverzorgers onmiddellijk uitgezet worden, niet veel beter zou kunnen werken. Dat heeft ook een preventief effect, zeg ik even met mijn pedagogische achtergrond. Het is toch niet normaal dat de beperkende maatregelen voor de broodnodige rust zouden moeten zorgen? Overigens is het instrumentarium daarvoor nogal beperkt: bepaalde vreemdelingen in een beheersregime plaatsen of een orde- of strafmaatregel, zoals het uitsluiten van bepaalde activiteiten, en in extremere omstandigheden kan een lockdown behulpzaam zijn. Met straffen wordt het gedrag niet bij de wortel aangepakt. Overigens heeft de directeur van een instelling, hoewel het instrumentarium beperkt is, wel behoorlijk veel beleidsvrijheid om naar eigen inzicht het beheersregime toe te passen. Met het amendement-Ellian is een proportionaliteitsafweging toegevoegd, terwijl tegelijkertijd de drempel voor een lockdown is verlaagd. Op zich logisch, maar het schuurt wel met het rechtszekerheidsbeginsel. Dan mijn vragen. Zijn hierover criteria op te stellen en is de bevoegdheid voor het opleggen van het beheersregime wettelijk begrensd? Er is wel een meldingsplicht voor een lockdown. Zou een dergelijke meldingsplicht toch breder moeten gelden of zou die bijvoorbeeld ook moeten gaan gelden als een beheersmaatregel een of twee keer wordt verlengd?

Voorzitter. De SGP heeft als gezinspartij ook aandacht voor de positie van kinderen in geval van een strenge maatregel. Veelal zullen jonge kinderen part noch deel hebben aan oplopende rellen en bedreigingen in een inrichting. Bovendien kan een lockdown hen in een moeilijke positie brengen ten opzichte van hun moeder en/of hun vader. Is er in de praktijk aandacht voor de kwetsbaarheid van gezinnen? Hoe worden de gevolgen van maatregelen voor gezinnen zo veel mogelijk gemitigeerd?

In de onderliggende stukken is te lezen dat de Dienst Justitiële Inrichtingen dit voorjaar onvoldoende capaciteit had om deze wetgeving adequaat uit te voeren. Mijn vragen: is de capaciteit van de DJI inmiddels op sterkte gebracht en, zo nee, wat betekent dit voor de invoering van deze wet?

Voorzitter. Dankzij het amendement-Diederik van Dijk cum suis worden rechterlijke dwangsommen geschrapt. Dat is een enorme kostenbesparing, maar het levert ook ambtelijke capaciteit op, met een gunstig effect op de werkvoorraad van de IND. Mijn vraag is: op welke termijn kan dit worden gerealiseerd en geëffectueerd? Mijn fractie ziet uit naar de reactie van de minister.

Mevrouw Thijssen i (PRO):

Ik ben benieuwd of de heer Schalk ook bekend is met de fenomenen "begrotingsruiters" en "meeliftamendementen".

De heer Schalk (SGP):

Het eerste, "begrotingsruiters", is een nieuw fenomeen voor mij, maar bij "meeliftamendementen" kan ik me iets voorstellen.

Mevrouw Thijssen (PRO):

Het is hetzelfde. Alleen, het ene is dat er iets in de begroting wordt veranderd dat eigenlijk weinig te maken heeft met de begroting; dat heet ook wel een begrotingsruiter. U bent bekend met meeliftamendementen. Ik vroeg me af wat u vindt van zo'n meeliftamendement in algemene zin. In het geval van het amendement-Van Dijk worden dwangsommen afgeschaft. Dat heeft weinig te maken met dit wetsvoorstel. Wat vindt de heer Schalk van die stijlfiguur?

De heer Schalk (SGP):

In zijn algemeenheid ben ik altijd heel voorzichtig met amendementen die misschien helemaal niets met het wetsvoorstel te maken hebben. Dat komt ook weleens voor. In dit geval zou je kunnen betogen dat er in ieder geval wel een link is, want het gaat echt over het aanpakken van mensen die op een verkeerde manier omgaan met ons rechterlijke systeem, waarvan ik nog steeds vind dat het rechtvaardig en barmhartig is. Ik was niet heel erg verbaasd dat dit element werd ingebracht. Dat is dus mijn visie op dit amendement.

De voorzitter:

Mevrouw Thijssen nog met een vervolgvraag.

Mevrouw Thijssen (PRO):

Ja, een vervolgvraag. Eerder is er in deze Kamer een amendement ingediend voor een sneltoets door de heer Schalk zelf. Was dat niet een heel mooie gelegenheid geweest om dat amendement een keer te toetsen op basis van dit amendement van de heer Van Dijk?

De heer Schalk (SGP):

Daar zou ik natuurlijk een groot voorstander van zijn geweest. Ik heb inderdaad bij het debat over de regeringsverklaring aangegeven dat heel veel amendementen wetgevingsverstorend werken. Dat is in het geval van dit amendement-Van Dijk natuurlijk niet echt het geval. Dat is niet wetgevingsverstorend of in strijd met de grondrechten en dergelijke. Toen heb ik in die motie gevraagd of de regering zou willen zorgdragen voor de inrichting van een standaard integrale amendemententoets. Die motie is breed gesteund, onder andere door de fractie van GroenLinks-Partij van de Arbeid, die we nu PRO mogen noemen. Maar ik heb het net nog even nagekeken: de regering heeft die motie nog niet uitgevoerd en daardoor is die toets er blijkbaar nog niet. Anders was dit amendement er namelijk inderdaad onderworpen aan een sneltoets.

Mevrouw Thijssen (PRO):

Gemiste kans!

De heer Nicolaï i (PvdD):

De heer Schalk verwijst er terecht naar dat het zijn partij is, de heer Van Dijk, die dat amendement heeft ingediend. Is bij de indiening van dat amendement eigenlijk juridisch advies ingewonnen en heeft ook de heer Schalk juridisch advies ingewonnen over de vraag of het amendement zich verdraagt met artikel 47 van het Handvest? Temeer omdat door een amendement in te dienen, in feite de weg wordt afgesneden op het moment dat de Raad van State daarover oordeelt. De heer Schalk en ik hebben het er wel vaker over gehad dat het heel belangrijk is dat de Raad van State erover oordeelt, maar dat oordeel hebben we nu niet. Dus hoe kijkt de SGP daar nu tegen aan?

De heer Schalk (SGP):

Het is niet helemaal waar dat de weg wordt afgesneden voor de Raad van State, want deze Kamer had, bijvoorbeeld ook in dit geval, kunnen vragen om een extra voorlichting. Daar had dan wel voldoende steun voor geweest moeten zijn, dat geef ik de heer Nicolaï graag mee. Heel eerlijk gezegd vraag ik nooit aan de fractie van de SGP in de Tweede Kamer hoe ze amendementen allemaal hebben getoetst van tevoren. Ik kan dus eerlijk gezegd niet weten of ze dat juridisch hebben laten toetsen en ook niet of het aan artikel 47 is getoetst.

Ik vind de vraag terecht aan mij of ík het heb laten toetsen aan artikel 47. Dat heb ik niet laten doen, maar ik heb uiteraard wel — omdat de heer Nicolaï zojuist in het debat al een paar keer op artikel 47 heeft gewezen — onmiddellijk gekeken wat er ook alweer precies staat in artikel 47 van het Europees Handvest. Daarbij viel mij trouwens wel iets op waarvan ik dacht: het is helemaal niet zo raar dat dit amendement is ingediend, en het is ook helemaal niet vreemd dat die dwangsommen worden gestopt. Want wat staat er namelijk in artikel 47? Daar staat: "Eenieder wiens door het recht van de Unie gewaarborgde rechten en vrijheden zijn geschonden, heeft recht op een doeltreffende voorziening in rechte, met inachtneming van de in dit artikel gestelde voorwaarden." Ik doel nu natuurlijk op dat bijvoeglijk naamwoord "doeltreffende". Het moet een doeltreffende voorziening in rechte zijn. Eén ding is zeker: de huidige maatregel van de dwangsommen is absoluut niet doeltreffend. dat heb ik eigenlijk vrijwel iedereen wel horen noemen. Sterker nog, die maatregel is extra frustrerend. In die zin kan ik dus wel begrijpen dat er door sommigen een beroep wordt gedaan op artikel 47, als het doeltreffend was geweest. Maar ik acht het antwoord van de minister op deze vraag eigenlijk vooral in deze richting. Hij zal zeggen: "Ik kan dit wel begrijpen, want het is absoluut niet doeltreffend. Het is alleen maar frustrerend."

De voorzitter:

De heer Nicolaï heeft een vervolgvraag.

De heer Nicolaï (PvdD):

We gaan het antwoord van de minister daarop horen. Ik kan wel al zeggen dat met "doeltreffend" wordt bedoeld dat een rechter een vonnis moet kunnen uitspreken waarvan hij weet dat het uitgevoerd gaat worden. Maar laten we daarover niet in discussie gaan.

De heer Schalk (SGP):

Nou, daar wil ik misschien toch wel even …

De voorzitter:

Neenee. De heer Nicolaï gaat een vraag stellen en dan is de heer Schalk weer, voor het antwoord.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik wilde nog even een vraag stellen. Ik had het er al even met de heer Dittrich over. In het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State uit 2020 ging het ook over de afschaffing van de tijdelijke bestuursrechtelijke bevoegdheid van de bestuursrechter om een dwangsom op te leggen. De Afdeling advisering zegt dat opgepast moet worden: "Op grond van artikel 112 van de Grondwet, gelezen in het licht van de jurisprudentie van de Hoge Raad, alsmede het Unierecht, zou uitsluiting van de bestuursrechter ertoe leiden dat een vordering bij de burgerlijke rechter in het kader van een beroep tegen niet tijdig beslissen ontvankelijk is, en kan leiden tot opleggen van een dwangsom." Mijn vraag is dus: wat schieten we er nou eigenlijk mee op? We kunnen straks het volgende gaan krijgen. Er wordt bij de bestuursrechter beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De bestuursrechter moet dan op grond van het ontwerp zoals het nu voorligt een termijn stellen, maar heeft niet de bevoegdheid om een dwangsom op te leggen. Als die termijn vervolgens niet wordt nagekomen, kan iedere vreemdeling op basis van onze Grondwet en het Unierecht naar de civiele rechter gaan. Die is dan ontvankelijk bij die civiele rechter in een vordering. Die civiele rechter kan dan alsnog een dwangsom opleggen. We krijgen dan dus de kosten van de procedure …

De voorzitter:

Meneer Nicolaï, wilt u tot een vraag komen?

De heer Nicolaï (PvdD):

… bij de bestuursrechter en de kosten van de procedure bij de civiele rechter erbij, plus een dwangsom. Wat zijn we dan opgeschoten? Graag een antwoord.

De voorzitter:

Wat zijn we opgeschoten? Meneer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Misschien toch eerst even dat eerste punt, over het woord "doeltreffend". Ik kom uit de stal van een gemeenschap waarin exegese enorm belangrijk is. Ik vraag me echt af of de exegese die de heer Nicolaï van het woord "doeltreffend" gaf, de enige zou kunnen zijn.

Ten tweede: hier wreekt zich wel het feit dat ik geen jurist ben, want juristen kennen ongetwijfeld de hele Grondwet uit hun hoofd. We kunnen straks proberen om mensen te overhoren. Artikel 112 van de Grondwet ken ik eerlijk gezegd even niet uit mijn hoofd. Wat mij wel enorm helpt als het gaat om het betoog van de heer Nicolaï en zijn vraag wat we er nu mee opschieten, is dat hij juist datgene laat merken wat ik in het interruptiedebat met mevrouw Thijssen heb genoemd, namelijk dat er genoeg rechtsmiddelen en rechtsbescherming overblijven. Want als wat de heer Nicolaï zojuist zei waar is, dan is dat dus rechtsbescherming die er ook zou zijn als wij hier vandaag de dwangsommen afschaffen. Dan de technische kant. Dit zeg ik nogmaals, voorzitter; ik hoop dat u me dat vergeeft. Naar de link met artikel 112 van de Grondwet heb ik niet gekeken, want die komt nu pas voor het eerst naar voren in dit debat. Anders had ik natuurlijk onmiddellijk gekeken wat daarin stond. Ik hou het nu dus even bij artikel 47 van het Europees Handvest.

De voorzitter:

Dank u zeer. Zie ik mevrouw Van Toorenburg aanstalten maken voor een interruptie? Nee. Ik kijk naar de klok. Ik proefde zojuist bij de leden de wens om nog heel even door te gaan, maar als ik kijk naar de ingetekende spreektijden, dan wordt dat heel ingewikkeld. Verschillende woordvoerders worden om 12.45 uur namelijk verwacht bij het College van fractievoorzitters. Dan zouden we op z'n best nog iemand met een korte spreektijd de gelegenheid kunnen geven, maar dat vind ik eigenlijk een beetje een oneigenlijke omdraaiing van de sprekersvolgorde. Dat gaan we dus niet doen. Dat betekent dat we gaan schorsen. Ik ga met de hamer slaan. Dan schors ik de beraadslaging en de vergadering voor de pauze tot 13.30 uur.

De beraadslaging wordt geschorst.