Plenair Straus bij behandeling Wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau



Verslag van de vergadering van 26 oktober 2026 (2026/2027 nr. 05)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.22 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Straus i (VVD):

Voorzitter. Lokale media vervullen een essentiële democratische functie. Zo waren de lokale media mijn eerste kennismaking met de politiek. Het was de omroep RTV Melick-Herkenbosch die een integrale uitzending van de gemeenteraad deed, zelfs al in de jaren zeventig. Ik weet niet beter dan dat er lokale omroepen waren, die een hele waardevolle bijdrage leverden aan de democratie. Ik kan dus eigenlijk niet anders dan aangeven dat de VVD sterke lokale media daarom van extra groot belang vindt. We weten — in ieder geval weet ik dat uit eigen ervaring — hoe belangrijk het is om mensen mee te geven wat er allemaal op dit gebied gebeurt. Wij steunen de ambitie van de regering dan ook om het stelsel van lokale media, dat op veel plaatsen onder druk staat, te versterken.

Bij die steun heeft mijn fractie wel drie zorgpunten. Het eerste punt is: blijft de lokale herkenbaarheid behouden? Het tweede is: blijft er een gelijk speelveld met de commerciële lokale media? Het derde is: is de positie van het NLPO wel voldoende begrensd? De eerste vraag betreft de lokale herkenbaarheid. Een aantal collega's hebben het daar al over gehad. Dit wetsvoorstel brengt het aantal lokale omroepen terug van ruim 200 naar maximaal 80. Het doel is: meer professionaliteit en meer journalistieke capaciteit. Maar schaalvergroting is geen doel op zich. Het succes van deze wet hangt uiteindelijk af van de vraag of inwoners zich blijven herkennen in hun lokale omroep. Inwoners wonen namelijk niet in "een verzorgingsgebied". Ze wonen in een dorp, een wijk of een kern. Hoe weten we straks zeker dat al die kernen ook daadwerkelijk zichtbaar blijven? Hoe voorkomen we dat kleinere gemeenten ondersneeuwen ten opzichte van grotere steden binnen een streek? De regering noemt als waarborg onder meer de vertegenwoordiging van iedere gemeente in het Programmabeleid bepalend orgaan, het pbo. Maar wat kan een pbo doen als een gemeente of kern structureel onderbelicht blijft? Kan het meer dan signaleren? Bij wie kan het terecht als zijn aanbevelingen worden genegeerd? De wet geeft het pbo geen directe bevoegdheid om bestuur of hoofdredactie tot actie te verplichten en noemt evenmin een duidelijke escalatieroute naar het Commissariaat. Collega Roovers van PRO ging daar al op in. Wij willen dus heel graag een reactie van de minister op hoe dat dan wel gaat werken. Wat kan het pbo als het concludeert of constateert dat sommige kernen onderbelicht blijven en dat het bestuur van de lokale omroep daar onvoldoende op acteert?

De in de Tweede Kamer aangenomen motie-Ceder vraagt om bij de voorgestelde evaluatie te kijken naar de worteling in de gemeenschap, de ruimte voor lokale redacties, het behoud van bestaande netwerken en de betrokkenheid van vrijwilligers. Ik wil de minister alvast danken voor de toezegging die zij in de schriftelijke ronde hierover heeft gedaan, waarin zij aangaf om hiervoor indicatoren te ontwikkelen die ook in de evaluatie kunnen worden meegenomen. Begrijpt mijn fractie het echter goed dat deze punten pas na zeven jaar worden beoordeeld? Ik wil de minister ook vragen hoe dit zich verhoudt tot het succes van deze wet, dat uiteindelijk afhangt van de vraag of inwoners zich blijven herkennen in hun lokale omroep. Ik kom aan het einde van mijn betoog terug op de evaluatie.

Voorzitter. Ons tweede punt betreft het gelijke speelveld. Naast lokale publieke omroepen zijn er ook commerciële lokale media. Ook zij vervullen een belangrijke maatschappelijke informatietaak. De VVD begrijpt dat de regering de publieke journalistieke basis wil versterken, maar hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot verdringing van lokale commerciële aanbieders? De regering erkent dat reclame-inkomsten gevolgen kunnen hebben voor commerciële lokale media, maar laat de mogelijkheid om reclame-inkomsten te verkrijgen voor de publieke lokale omroepen open. Hoe zorgt de minister ervoor dat publiek geld wordt ingezet voor de publieke taak en niet leidt tot oneerlijke concurrentie op de lokale advertentiemarkt? Dit is in het debat in de Tweede Kamer ook aan de orde geweest. Daarbij heeft de minister toegezegd om dit in een inventarisatie over drie jaar mee te nemen. Wij blijven ons daar echter toch heel erg veel zorgen over maken. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Dit brengt mij bij het derde punt van de VVD-fractie, namelijk de rol van Nederlandse Lokale Publieke Omroepen, oftewel de NLPO. De VVD begrijpt de behoefte aan kennisdeling en coördinatie. De regering benadrukt dat de NLPO geen zelfstandig bestuursorgaan is, geen regelgevende bevoegdheid heeft en geen rechtstreeks gezag uitoefent over lokale omroepen. Maar tegelijkertijd maakt de NLPO het concessiebeleidsplan, adviseert zij in de aanwijzingsprocedure, organiseert zij evaluaties, begeleidt zij fusies, ondersteunt zij de pbo's en vertegenwoordigt zij de sector richting OCW. De NLPO heeft daarmee wellicht weinig formele macht, maar wel veel feitelijke invloed. Dat blijkt ook uit de voorgestelde wijze van evaluatie. Lokale omroepen rapporteren hun zelfevaluaties aan de NLPO, waarna de NLPO kán besluiten of een nadere onafhankelijke evaluatie nodig is.

Is dat nou een wenselijke rolverdeling? Hoe wordt voldoende onafhankelijke tegenmacht georganiseerd? En hoe kunnen lokale omroepen zich zelfstandig opstellen ten opzichte van de NLPO als zij voor kennis, infrastructuur, ondersteuning en beoordeling in belangrijke mate met dezelfde organisatie te maken hebben? Lokale omroepen moeten gebruikmaken van goede collectieve voorzieningen, maar ik wil de minister vragen waarom zij voor ICT, distributie, software of studiofaciliteiten niet ook voor een marktpartij zouden mogen kiezen als die een betere of goedkopere oplossing biedt. Welke waarborgen voorkomen dat de NLPO zich ontwikkelt van een samenwerkingsorganisatie tot de feitelijke regisseur van het lokale mediabestel? Wat de VVD betreft zou de NLPO toch vooral dienstbaar moeten zijn aan de lokale omroepen. Hoe borgen we dat? Ik hoop dat de minister daar ook helderheid over kan geven.

Voorzitter. Het mag duidelijk zijn: de VVD steunt de ambitie van dit wetsvoorstel, te weten een sterke, onafhankelijke en toekomstbestendige lokale journalistiek. Voor mijn fractie heb ik echter wel drie punten van zorg benadrukt: inwoners moeten zich in de lokale omroep blijven herkennen, er moet een eerlijk speelveld blijven tussen de publieke en commerciële media en de NLPO moet dienstbaar zijn aan lokale omroepen, zonder hun zelfstandigheid te beperken.

De regering wil het nieuwe stelsel dus na zeven jaar evalueren. Mijn fractie begrijpt de wens om eerst de overgang en daarna een volledige aanwijzings- en concessiebeleidsplanperiode te kunnen beoordelen, maar zeven jaar is wel heel lang om te wachten op een beoordeling van deze ingrijpende stelselwijziging. Wij zouden niet pas in 2033 het antwoord willen krijgen op de vraag of deze wet daadwerkelijk doeltreffend is. Is de minister daarom bereid, wil ik haar vragen, om al eerder, bijvoorbeeld drie jaar na de start van het nieuwe bestel, een tussenevaluatie te laten uitvoeren, net zoals zij dat heeft gedaan voor de gevolgen van de lokale commerciële omroepen? Kan zij ons dit toezeggen? Daar hoort wat ons betreft dan ook een nulmeting bij, want alleen dan kunnen we tenslotte over drie jaar concreet zien of deze wet inderdaad doeltreffend is geweest.

In deze nulmeting en de tussenevaluatie zou wat ons betreft ten minste aandacht moeten zijn voor de journalistieke aanwezigheid per gemeente, de lokale herkenbaarheid en de ruimte voor lokale redacties, de positie van vrijwilligers en bestaande lokale netwerken, de ontwikkeling van commerciële lokale media en de werking van de indeling in verzorgingsgebieden. Mijn afsluitende vraag aan de minister is of zij bereid is dan ook deze tussenevaluatie door een onafhankelijke partij te laten uitvoeren, want als de NLPO het doet, dan kunnen we het functioneren en de positie van het NLPO daar niet in meenemen. En dat zou wat mij betreft echt een gemiste kans zijn.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Kesteren. Hij spreekt namens de PVV.