Plenair Schalk bij voortzetting behandeling Staat van de rechtsstaat



Verslag van de vergadering van 27 oktober 2026 (2026/2027 nr. 06)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.40 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. U weet dat ik op zondag niet gewend ben om te werken, maar toen tijdens de kerkdienst zoals gewoonlijk de tien geboden werden voorgelezen, dacht ik toch aan dit debat. Als we ons allemaal aan die heilzame geboden zouden houden, zou de rechtsstaat geborgd zijn, bedacht ik toen. Ik geef het maar ter overweging.

Maar goed, in de aanloop naar dit debat vroeg ik me ook af wanneer ik me ooit zelf bewust werd van de rechtsstaat. Dan moet ik terug naar mijn vroege jeugd. Als jochie groeide ik op in Lisse, in een gezin waar weliswaar een krant werd gelezen, maar niet door mij. We hadden ook geen televisie. En om alle vooroordelen over de SGP te bevestigen: die heb ik nog steeds niet. Voor de radio moest ik bij opa Schalk zijn, die zich precies om 12.00 uur opstelde bij de schoorsteenmantel, zijn radiootje aanzette en aandachtig luisterde naar de nieuwslezer, waarna hij de radio uitzette nog voordat er ook maar enige reclameboodschap de woonkamer in gezonden kon worden.

Na de lagere school ging ik naar het vwo in Leiden, waar ik me twee jaar lang vooral bekwaamde in basketballen. Dat verliep prima. Voor de rest van het programma had ik iets te weinig aandacht, maar er werd blijkbaar wel iets naar binnen gedruppeld op die school, want ik herinner me dat ik op enig moment tegen mijn vader zei dat ik me afvroeg waarom een dokter een hoger salaris zou moeten hebben dan een werkman. Mijn vader was over het algemeen een kalme man, maar hier schoot hij toch even uit zijn slof. "Wat? Leer je dat op die school? Dat is rood, socialisme, Den Uyl!" Het waren de zeventiger jaren. U begrijpt: zijn primaire reactie hield mij weer op het juiste spoor.

Mijn volgende ervaring was in havo 4, toen ik bij het splinternieuwe vak maatschappijleer voor het eerst geconfronteerd werd met ethische dilemma's; zeer interessant. Nog een paar jaar later kreeg ik op de pedagogische academie een les pedagogiek over het verschil tussen gezag en macht. Dat was de meest boeiende les van de driejarige opleiding, zeg ik achteraf.

Mevrouw de voorzitter. Dit soort ervaringen hebben mij gestempeld en hebben mijn interesse gewekt en verdiept. Ze hebben ook direct te maken met de rechtsstaat. Wat is eigenlijk die rechtsstaat? Natuurlijk denk ik aan de trias politica: de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. Die kan je echter nog wat verder uitsplitsen. Het meest helder lijkt me om bij het begrip "rechtsstaat" allereerst te denken aan de formele rechtsstaat. Dat is op zich een smal begrip, maar dat is gevuld met een breed scala aan fundamentele beginselen, zoals het rechtszekerheidsbeginsel, ook wel "het voorzienbaarheidsbeginsel" genoemd, het kenbaarheidsbeginsel, het consistentiebeginsel, het evenredigheidsbeginsel en ga zo maar door. Dat zijn allemaal algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waar de overheid aan moet voldoen.

Daarnaast is er ook de procedurele rechtsstaat, met alle procedures die de overheid hanteert en waarin het staats- en bestuursrecht zorgen voor het democratische proces. Een goed voorbeeld daarvan is de onlangs aangenomen motie van mijn hand die vraagt om een goede amendemententoets. De Eerste Kamer achtte dat punt van belang, omdat het daarbij om de kwaliteit van wetgeving gaat. Ik zou eigenlijk willen vragen aan de minister: kan hij ook aangeven hoe het staat met deze amendemententoets?

We zijn ook hoeder van de Grondwet, en dat kan echt nog beter. Daarmee komen we bij de materiële rechtsstaat, waarbij de beginselen en procedures gekoppeld worden aan de Grondwet, met de klassieke grondrechten en de mensenrechten. Het gaat daarbij trouwens regelmatig mis, als in wetten, al dan niet door amendering, de grondrechten geweld worden aangedaan. Hoe kijkt de regering ertegen aan als bijvoorbeeld om politieke redenen wetten aangenomen worden die strijdig zijn met de Grondwet?

Welnu, we hebben dus te maken met een breed begrip als we spreken over de rechtsstaat, maar het blijft toch nog heel abstract. Misschien is het dienstig om een aantal praktische voorbeelden te geven op verschillende schaalgrootten, waardoor duidelijk wordt hoe kwetsbaar de rechtsstaat is.

Voorzitter. In onze Handelingenkamer is er een lege plank. Die staat symbool voor het ontbreken van de democratische rechtsstaat in de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland werd gemangeld door de tirannieke heilstaat van de nazi's. Onze rechtsstaat werd aangetast en onze democratie ondermijnd, en de grondrechten van onze burgers werden geschonden door een internationaal conflict.

Een nationaal voorbeeld van de kwetsbare rechtsstaat is de toeslagenaffaire, toen de trias politica precies deed wat die niet moest doen. De wetgevende macht hoorde geen signalen vanuit de uitvoerende macht en wees erop dat de rechtsprekende macht de overheid in het gelijk stelde. De uitvoerende macht dempte de signalen van onderaf en stelde dat de wetgevende macht te streng beleid wilde. De rechtsprekende macht wees erop dat de wetgevende macht een politieke lijn had gesteld, dat er afdoende beleidslijnen waren binnen de uitvoerende macht en dat die regels niet werden overtreden. Iedere macht wees dus naar de andere machten. De trias politica fungeerde niet als een systeem van checks-and-balances, maar als een systeem van wederzijdse bevestiging. En dan faalt de trias politica en voldoet die niet aan de beginselen van de rechtsstaat.

Mevrouw de voorzitter. Maar misschien begint de aantasting van de rechtsstaat nog veel subtieler, met zogenaamd kleine zaken die de rechtsstaat zomaar kunnen aantasten. Ik noem een voorbeeld op het punt van de voorzienbaarheid. Bij het Belastingplan werd vorig jaar via een amendement de brandstofaccijns verhoogd ten bate van het openbaar vervoer. Een transportondernemer rekende mij in twee minuten voor dat dit ondoordachte amendement hem €600.000 op jaarbasis kostte. Bij dat Belastingplan werd ook zomaar even de youngtimerregeling ondersteboven gegooid, met alle gevolgen van dien. De democratische processen klopten op dat moment wel, maar de rechtsstatelijke beginselen werden vergeten.

Of een recent voorbeeld. Onlangs werd plotseling de regenboogvlag op het Tweede Kamergebouw geparachuteerd. Als op het huis van de democratie plotseling een belangenvlag wordt gehesen, nota bene met goedkeuring van het parlement, strijdt dat natuurlijk met het consistentiebeginsel, en trouwens ook met het gelijkheidsbeginsel. Welke andere belangengroepering krijgt dat voor elkaar? Gaat op de Dag van de Arbeid de vlag van de FNV in top? Of hijsen we in de Week van het Leven de vlag van de Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind? Ik ga ervan uit dat ons College van Voorzitter en Ondervoorzitters ervoor waakt dat zoiets niet gebeurt rond de Eerste Kamer.

De rechtsstaat wordt geweld aangedaan met ideeën die strijdig zijn met mensenrechtelijke beginselen, zoals het recht op leven. Er zijn partijen die abortus als mensenrecht willen zien, maar dat sluit het recht op leven uit voor een specifieke groep mensen, namelijk de ongeborenen. En dat is dus in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dat geldt temeer voor de bittere praktijk van het weg laten sterven van kinderen die geboren worden als gevolg van het opwekken van de bevalling bij 22 weken tot 24 weken zwangerschap in het kader van abortus op sociale gronden, waar momenteel een proef mee wordt gedaan. Mijn vraag is: geldt het recht op leven dan niet voor deze levensvatbare kinderen?

Nog een voorbeeld: het materiële rechtszekerheidsbeginsel wordt met voeten getreden door het wisselende beleid voor onze boeren. Duizenden boeren hadden de rechtsstaat aan hun kant toen ze innoverend bezig waren, maar door de plotseling ingetrokken vergunningen oefenen ze hun boerenbedrijf uit in strijd met de rechtsstaat. Is dit niet in strijd met het voorzienbaarheidsbeginsel en het consistentiebeginsel én met het verbod op willekeur? De idee van de rechtsstaat is toch juist dat de overheid aan regels gebonden is om zo de burger te vrijwaren van een tirannieke overheid? Als we door die bril naar het stikstofdossier kijken, schiet de overheid hier toch veel tekort?

Ten slotte, laten we de rechtsstaat eens toetsen aan het recht van demonstratie, artikel 9 van de Grondwet. Elke burger heeft het recht om te demonstreren. Momenteel wordt het demonstratierecht misbruikt door allerlei relschoppers.

De voorzitter:

Ik hoorde u "ten slotte" zeggen, dus misschien kunt u uw betoog afmaken? O nee, ik zie het al. De heer Janssen.

De heer Janssen i (SP):

Even een opmerking op het vorige punt. Volgens mij hebben de heer Schalk en ik beiden in 2020 het PAS-debat in de Eerste Kamer gevoerd. Wij hebben toen voor die regeling gestemd.

De heer Schalk (SGP):

Welke?

De heer Janssen (SP):

In 2020, het debat over de wetgeving rond de stikstof. Volgens mij hebben wij beiden destijds voor die wet gestemd. Die had ook best kunnen werken, als het kabinet maatregelen had genomen die de ondergrond hadden gevormd als tegenprestatie tegen het voorlopig al uitdelen van vergunningen. Is de heer Schalk het met mij eens — ik ga niet het hele stikstofdebat hier voeren, maar wil het beeld iets breder maken — dat als destijds de maatregelen waren genomen om te voldoen aan de voorwaarden die in de wet waren opgenomen, we dan een hele andere situatie hadden gehad?

De heer Schalk (SGP):

Ik heb niet helemaal scherp wat er in 2020 precies in dat wetgevingstraject aan de orde was. Ik heb stellig de indruk dat de PAS-melders er toen al waren. Dat was daarvoor al aan de orde. In mijn tekst spreek ik over de situatie van de boeren die daardoor geschaad waren en niet zozeer door dat stikstofdebat dat we destijds hebben gehad.

De heer Janssen (SP):

Dan nog even heel kort. Als het fundament van de PAS was dat er maatregelen genomen moesten worden, en dat er een voorschot op die maatregelen werd genomen waardoor die vergunningen alvast verleend konden worden, en als die maatregelen ook daadwerkelijk genomen zouden zijn, dan had de PAS stand kunnen houden.

De heer Schalk (SGP):

De PAS kon niet in stand gehouden worden, want dat was door de rechten daarvoor geregeld. Maar ik snap wat u bedoelt. Ik herinner me dat we in dat debat — het ging toen naar 2035, zodat we in ieder geval allebei hetzelfde debat voor ogen hebben — hebben gezegd dat er maatregelen getroffen zouden moeten worden die de PAS-melders zouden helpen. Dat is beloofd en nog steeds niet gebeurd. Er is nog iets anders ook beloofd: als in 2026/2027 duidelijk zou worden dat het hele stikstofverhaal zoals het toen werd vastgesteld, onhaalbaar zou zijn, zouden er tussentijds maatregelen worden genomen en zou het geëvalueerd worden. Ik wacht op die nieuwe maatregelen, want we zien aankomen dat het gans en al fout loopt.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Janssen.

De heer Janssen (SP):

Tot slot op dit punt. Maar dan stellen de heer Schalk en ik denk ik samen vast dat het uitblijven van maatregelen eigenlijk aan de basis ligt van het schaden van rechtszekerheid, omdat niet aan de voorwaarden is voldaan om wat wij toen besloten hebben, overeind te houden. Dat is dan even de brede vaststelling binnen de rechtszekerheid zoals die toen is gelopen.

De heer Schalk (SGP):

De constatering zou kunnen zijn dat de boeren toen al wisten dat dat ze enorm in de problemen zouden zitten, omdat ze PAS-melders zijn. Dat is een. Twee. Er werden maatregelen beloofd. Drie. Ze zijn nog steeds niet genomen. En vier. Onze boeren zitten nog steeds in de problemen.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Rechtszekerheid is een groot goed. Ik heb een dik proefschrift geschreven over de beginselen van behoorlijk bestuur en daar kwam dit ook in tot uitdrukking. Ik denk dat de heer Schalk in zijn debatbijdrage eigenlijk vergeet dat het rechtszekerheidsbeginsel ook in een kwestie van "als er een wijziging van wetgeving is" of als de vergunning van mensen moet worden ingetrokken, door de rechtspraak aanvaard is. Dat betekent niet dat de vergunning niet ingetrokken kan worden en het betekent ook niet dat ze geen vergunning krijgen, maar het betekent dat ze nadeelcompensatie krijgen. Dat is allemaal keurig geregeld. Dat is ook zo bij het voorbeeld dat de heer Schalk naar voren brengt over de stikstof. Als daar onvoorziene wijzigingen hebben plaatsgevonden waar de agrariërs geen rekening mee hebben kunnen houden, dan hebben ze gewoon recht op schadevergoeding.

De heer Schalk (SGP):

Het is heel mooi dat de heer Nicolaï het in de laatste zin van zijn interruptie heeft over "als er onvoorziene zaken zijn." Ik heb het juist bij dat voorbeeld over het voorzienbaarheidsbeginsel gehad. Dat noemde ik daar. Het was niet te voorzien en die boeren hebben daar een probleem mee. Dan zou je verwachten dat de regering dat probleem oplost, maar dat is niet gebeurd. Bovendien, omdat het niet gebeurt, wordt er ook geen nieuwe rechtszekerheid geboden. Ze kunnen niet verder met hun bedrijf, want ze krijgen bijvoorbeeld geen leningen bij de bank. Met andere woorden: de rechter heeft destijds bepaald dat ze achteraf die verbouwingen en dergelijke niet hebben kunnen doen, maar de overheid heeft er juist niets tegenover gesteld. Die mensen zitten dus te wachten op het functioneren van de rechtsstaat, lijkt mij.

De heer Nicolaï (PvdD):

Dan denk ik dat we het eens zijn. Ze zitten te wachten op het functioneren van de rechtsstaat, maar de rechtsstaat functioneert dus wel.

De heer Schalk (SGP):

Nou, hoeveel jaar mag de rechtsstaat wachten of hoelang mag de regering wachten om deze boeren alleen al het gevoel te geven dat hun recht gedaan wordt naar aanleiding van datgene wat zij hadden kunnen verwachten in 2015 en 2016, toen ze hun investeringen deden? Het is nu 2026 en het loopt gewoon nog steeds spaak. Het is bitter, maar we moeten dat constateren.

Ik had het over het demonstratierecht als voorbeeld.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Schalk (SGP):

Ik zei al: elke burger heeft het recht om te demonstreren, maar momenteel wordt het demonstratierecht misbruikt door allerlei relschoppers. Denk aan de gevaarlijke mix van Extinction Rebellion, de antisemieten, die Hamas verheerlijken, en zij die de Vrije Staat Palestina willen uitroepen ten koste van Israël als enige democratische rechtsstaat in het Midden-Oosten. Ik steun de woorden van collega's als Bezaan, Doornhof, Marquart Scholtz en Nicolaï, die al gesproken hebben over dat bittere antisemitisme. Die demonstraties lopen continu uit op rellen en wetsovertredingen en dat is overduidelijk een aantasting van onze rechtsstaat. Mijn vraag is: hoe gaat de regering daartegen optreden? Handhaven hoort toch ook bij de rechtsstaat?

Het capaciteitsprobleem dat daar elke keer bij benoemd wordt, is eigenlijk heel bitter. Onlangs hadden we een informatiebijeenkomst waarbij vertegenwoordigers van de rechterlijke macht aanwezig waren. Er werd klip-en-klaar gezegd dat er bij grotere groepen demonstranten geen namen en rugnummers worden genoteerd, er geen proces-verbaal wordt opgemaakt en er geen vervolging plaatsvindt. Dat komt door het capaciteitsprobleem. Ik overweeg in de tweede termijn een motie op dat punt. Het klemt temeer als in Utrecht in twee jaar tijd dertien keer een vrouw bij een eenmansactie bij een abortuskliniek is opgepakt door de politie, met een vrijheidsbeneming van één tot zes uur, waarbij na heenzending geen vervolging plaatsvond omdat ze de wet niet overtreedt. Maar als iemand zich onherkenbaar maakt en met een beroep op het demonstratierecht allerhande wetten overtreedt, wordt dat door de vingers gezien. Over willekeur en inconsistentie gesproken! Hoe verklaart de minister dat in het kader van de bewaking van onze rechtsstaat?

De heer Dittrich i (D66):

Ik zou twee voorbeelden willen noemen en kijken of die ook geschaard kunnen worden onder het voorstel van de heer Schalk. Dat zijn mensen die tegen een azc in een gemeente protesteren, soms met gezichtsbedekkende kleding en soms ook geweld gebruiken. Valt dat ook onder hetgeen hij bedoelt? Het andere voorbeeld zijn bijvoorbeeld boze boeren die hooibalen in brand steken, de snelwegen blokkeren en haatdragende dingen naar voren brengen. Zijn dat ook voorbeelden waarvan u zegt dat uw motie daar ook over gaat?

De heer Schalk (SGP):

Mijn motie ga ik pas in tweede termijn indienen.

De heer Dittrich (D66):

U hebt hem al aangekondigd.

De heer Schalk (SGP):

Ik heb hem al aan u laten zien, dat klopt. Ik ben heel blij met deze voorbeelden, want dat is inderdaad precies wat ik bedoel. Ik vind dat iedereen het recht heeft om te demonstreren tegen een azc, maar niemand heeft het recht om daar geweld te plegen, de boel op stelten te zetten, dingen kapot te maken, mensen te bedreigen, enzovoort. Datzelfde geldt voor de boeren. Ik begrijp dat ze diep teleurgesteld zijn en heel weinig vertrouwen hebben in de rechtsstaat, maar op het moment dat ze onze wetten overtreden, horen ze op dezelfde manier behandeld te worden als de mensen die ik zojuist noemde: Extinction Rebellion, Hamasliefhebbers, enzovoort. Gewoon aanpakken met duidelijke regels. Daar kunnen ze zich aan houden. We gaan daarmee niet marchanderen, want dat is een ondermijning van de rechtsstaat.

De heer Dittrich (D66):

Dat is een duidelijk antwoord. Dank u wel.

De heer Schalk (SGP):

Graag gedaan.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Schalk (SGP):

Ja, dat ga ik zeker doen. Kortom, de rechtsstaat is een precair bezit. Zowel de overheid als individuele burgers zijn in staat de rechtsstaat aan het wankelen te brengen. Ik zie de Eerste Kamer ook als hoeder van de rechtsstaat, althans als een van de medeverantwoordelijken voor het hoeden daarvan. Bij dat woord denk je natuurlijk meteen aan behoeden, bewaren. Als we dat niet doen, staat de rechtsstaat zomaar onder druk. Sterker nog, dan kan de rechtsstaat worden omgebogen, omgegooid. Dat is niet wat wij nodig hebben. Wat we wel nodig hebben, is wijsheid. Al vaker heb ik in debatten de wijze koning Salomo mogen citeren. Ik doe het opnieuw met twee korte wijsheden uit Spreuken. De eerste is: "Gerechtigheid verhoogt een volk." Hij is vandaag al een keer eerder genoemd. Daaruit blijkt hoe belangrijk de rechtsstaat is ten goede van het volk. De tweede is dat door gerechtigheid de troon wordt bevestigd. Oftewel, door het recht te handhaven krijgt de overheid het gezag dat haar rechtmatig toekomt. Bij een rechtsstaat hoort dus gerechtigheid, oprechtheid, recht doen, rechtspreken. In feite gaat het dan ook om een terugkeer naar die heilzame geboden van God, waar ik aan het begin al over sprak. Om dat te bewerkstelligen, hoeft de rechtsstaat niet ondersteboven. Maar die moet wel op orde worden gebracht. Zo bouw je aan een rechtsstaat: niet door een revolutie, maar wel door een reformatie.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Nicolaï namens de Partij voor de Dieren.