Verslag van de vergadering van 27 oktober 2026 (2026/2027 nr. 06)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.59 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van der Goot i (OPNL):
Voorzitter. Allereerst een woord van welkom aan onze beide bewindspersonen, die alweer een paar uur een intensief debat hebben bijgewoond.
We spreken vandaag over de rechtsstaat. Nog niet zo lang geleden leek de democratische rechtsstaat een vanzelfsprekende vorm van beschaving in ons deel van de wereld, en zeker ook in ons land. Zo vanzelfsprekend dat alleen erudiete gremia zoals de Raad van State en — laten we zelf niet bescheiden zijn — natuurlijk ook deze Kamer zich daar druk over maakten. De wereld kan snel veranderen. Het huis van de rechtsstaat biedt ook vandaag de dag nog een dak boven ons hoofd, maar inmiddels is het zonneklaar dat dit niet gaat zonder onderhoud, aandacht en waakzaamheid. Dat bleek ook uit debatten eerder vandaag.
Voorzitter. De rechtsstaat vormt de basis van de sociale samenhang in onze samenleving en is daarmee niet alleen bepalend voor de kwaliteit van ons dagelijks bestaan, maar ook voor onze geopolitieke weerbaarheid; dat is helaas een zaak van de allerhoogste prioriteit. Als historicus had ik vandaag een lange opsomming kunnen geven van geopolitieke narigheid, die begon met het laten verwaarlozen van de rechtsstaat en het gelijkheidsbeginsel. De jaren dertig zijn genoemd en recent gebeurde het ook in verschillende delen van Europa. Kortom, het is nodig om iets te doen. Onze taak als parlement is namelijk niet om bijeen te zijn voor een potje doemdenken, maar om een bijdrage te leveren aan de weerbaarheid van onze samenleving. Juist dat verplicht ons tot optimisme en tot ingrijpen waar dat nodig is. Daarom zal ik beginnen met wat er wél goed gaat.
Dat het rapport Elke regio telt! breed omarmd is als uitgangspunt voor het kabinetsbeleid, is zo'n lichtpunt. Dat rapport is immers een uitstekende beleidsmatige vertaling van het basisprincipe van de rechtsstaat, namelijk dat in de besluitvorming terdege rekening wordt gehouden met meerderheden en minderheden in de samenleving. Immers, daar wordt iedereen uiteindelijk beter van, dus ook de meerderheid. Dat uitgangspunt moest ook gevolgen krijgen voor de investeringslogica van het Rijk, aldus het kabinet in 2023.
Dat de verdere uitwerking van het rapport zoals bepleit in een aantal van mijn eerdere moties in deze Kamer ook brede steun heeft, is een volgend lichtpuntje. Nieuw is dat het kabinet deze zomer zelf voor het eerst kwam met een verdere concretisering van Elke regio telt!, namelijk via het instrument van de wetgeving. Dat is iets waaraan ik in mijn bijdrage tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen ook enige woorden heb gewijd. Toen ging het over het wetsvoorstel over mbo-financiering. Deze stappen van kabinetswege verdienen waardering. Echter, het uitgangspunt dat elke regio telt moet ook doorwerken in de voorzieningen die onze rechtsstaat dragen. Daar zitten wat mij betreft verbeterpunten, die ik wil toelichten aan de hand van twee voorbeelden.
In mei van dit jaar sloeg Eef van de Wiel, deken van de Orde van Advocaten Noord-Nederland, alarm in het Dagblad van het Noorden en de Leeuwarder Courant. Aan de randen van haar arrondissement zijn nauwelijks advocaten te vinden. Vooral mensen die op gesubsidieerde rechtsbijstand zijn aangewezen, zijn daarvan de dupe. Zij, Eef van de Wiel dus, noemde onder meer de Friese Waddenkust, de omgeving van Delfzijl en Zuidoost-Drenthe. Wie in deze regio's een advocaat nodig heeft, moet soms een flinke reis ondernemen, en dan moet er überhaupt nog maar een advocaat beschikbaar zijn.
Voor mensen die zijn aangewezen op sociale advocatuur, is dat een ernstig probleem. Mensen in een kwetsbare positie kunnen doorgaans niet uitwijken naar een duurder advocatenkantoor. Denk aan iemand die een conflict heeft met een uitkeringsinstantie of zijn woning dreigt kwijt te raken. Deze mensen zijn afhankelijk van een advocaat die bereid en in staat is een toevoegingszaak aan te nemen. Die advocaten zijn er steeds minder, zo laten de cijfers zien. Daar komt bij dat veel advocatenkantoren buiten de Randstad te klein zijn om jonge advocaten op te leiden. Afgestudeerde juristen vertrekken naar grotere kantoren elders in het land, terwijl oudere advocaten in de regio hun praktijk beëindigen.
Dat werd mij afgelopen week eens te meer duidelijk door een rapportage in de NRC. In Terneuzen stond een vacature voor een sociaal advocaat meer dan vijf jaar open zonder dat er één reactie op kwam. Drie sociaaladvocatenkantoren in die omgeving sloten dit jaar hun deuren. Het is dus van groot belang dat jonge advocaten ook in deze regio's het vak kunnen leren en kunnen uitoefenen. De noordelijke deken, Eef van de Wiel, pleit daarom voor een gezamenlijk opleidingskantoor in haar arrondissement, waar jonge advocaten het vak kunnen leren en een eigen praktijk kunnen opbouwen. Dat is in de ogen van mijn fractie een te waarderen en te ondersteunen initiatief. Mijn vraag aan de minister is: hoe kijkt de minister hiertegen aan?
Het kabinet heeft inmiddels extra middelen beschikbaar gesteld voor de sociale advocatuur. Dat is goed nieuws. Deze investering moet echter ook, of bij uitstek, terechtkomen op de plekken waar de tekorten relatief het grootst zijn. Ik zie een toelichting en een toezegging van de minister op dit punt met belangstelling tegemoet.
Voorzitter. Een tweede voorbeeld betreft de politie. De afgelopen jaren zijn verspreid over het land politiebureaus gesloten of hebben de gebouwen een andere functie gekregen. Dat heeft ook zichtbare gevolgen gehad voor de zichtbaarheid en nabijheid van de politie in de landelijke gebieden. In de eerder aan de Kamer gestuurde brief uit februari 2025 gaf de toenmalige, en huidige, minister van Justitie, minister Van Weel, aan dat het aantal teambureaus is teruggebracht van 225 naar 178. De minister gaf aan dat daar politieposten, innovatieve loketten en andere contactmogelijkheden voor terugkomen. Dat alles komt natuurlijk niet ten goede van de zichtbaarheid en de nabijheid van de politie.
Voorzitter. De totale politiebegroting stijgt. Als je naar de cijfers kijkt, zie je echter dat de prioriteit bij het verdelen van de middelen kennelijk niet ligt bij het blauw op straat. Ik heb in deze Kamer al vaker het politiebureau in Wolvega aangestipt. Dat is een evergreen; die staat natuurlijk voor het geheel. Dit politiebureau gaat niet sluiten, mede dankzij de inzet van de gemeente Weststellingwerf, in goed overleg met de politieleiding in Noord-Nederland. Dat verdient waardering, ook vanuit deze Kamer. Maar het laat ook zien hoe hard we de lokale overheden en de politieleiding nodig hebben bij het nemen van deze besluiten, want hun budgetten stijgen niet, of althans onvoldoende.
Voorzitter. De rechtsstaat krijgt voor een belangrijk deel, met name voor de uitvoering, vorm op lokaal en regionaal niveau. Gelijke toegang tot voorzieningen, zoals de sociaaladvocatuur en de politie begint met overleg met de lokale partners in een vroeg stadium van de besluitvorming. Dat had dan ook de gedachte moeten zijn van de nieuwe investeringslogica van Elke regio telt! De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de afgelopen jaren met name het ministerie van BZK daarop geleverd heeft. Bij de andere departementen kijken we met spanning uit naar verbetering. Daarom verzoek ik de minister om, als het kan, binnen drie maanden een notitie aan deze Kamer te sturen waarin hij uiteenzet hoe JenV de spreiding en bereikbaarheid van rechtsstatelijke voorzieningen structureel wil betrekken bij beleid, wetgeving en investeringsbeslissingen. Daar horen wat mijn fractie betreft concrete voornemens voor de komende jaren bij. Ook dat is noodzakelijk onderhoud aan het huis van de rechtsstaat, naast alles wat ook in de eerdere bijdragen in dat verband genoemd is over versterking van de structuren.
Voorzitter. Ik kijk uit naar de antwoorden van de minister. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Talsma. Hij spreekt namens de ChristenUnie.