Plenair Walenkamp bij behandeling Staat van de rechtsstaat



Verslag van de vergadering van 27 oktober 2026 (2026/2027 nr. 06)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 12.05 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

Voorzitter, dank voor het woord. "We hebben allen recht op schoonheid." Dat zei Rudi Fuchs, onze inspirerende kunsthistoricus, die afgelopen zondag overleed. "Een heleboel mensen lezen de uitlegbordjes bij een kunstwerk, nemen dat voetstoots aan en stoppen met denken. Dit leidt tot een tunnelvisie. Daarom zou ik zeggen: kijk verder en kijk breder." Tot zover alle waardering voor Rudi Fuchs.

Voorzitter. Vandaag staat het debat rond de rechtsstaat in Nederland centraal. Dat debat hebben we een paar keer gevoerd. Dat doen we nog niet zo lang. De kernvraag voor mij is: hoe recht staat onze rechtsstaat nog? We hebben daarover toch wel wat zorgen. Een essentieel kenmerk van de rechtsstaat is het herkennen, onderzoeken en herstellen van fouten. Ik hoop daar met deze inbreng een bijdrage aan te leveren. Ik heb tien punten voorbereid. Het is hoog tijd om met deze tien targets de bus paraat te zetten. Ik kijk via u naar de minister.

Het eerste punt ruimt snel op. De zorgen over het antisemitisme, die de collega van het CDA scherp heeft verwoord, deel ik namelijk volkomen.

Dan punt twee, de toeslagenaffaire. Dat is een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van onze rechtsstaat. Dat is al een paar keer aangestipt, onder anderen door collega Veldhoen. De Raad voor de rechtspraak en de Raad van State hebben de afgelopen jaren kritische rapporten uitgebracht over hun eigen functioneren. Er is onvoldoende rechtsbescherming geboden. Ik heb het in vier rapporten gelezen. De kern van het verhaal is in mijn eigen woorden het volgende. Rechters hebben toch te slaafs gevolgd wat de overheid en de Belastingdienst hebben gezegd. Dat is echt wel een probleem. Ze hebben de overheid blijkbaar niet voldoende aangesproken toen zij structureel regels overtrad en structureel rechten van burgers schond. Dit probleem is veel breder en nooit opgelost. Een cultuurverandering in de rechtspraak is nodig wil Nederland een werkelijk gezonde rechtsstaat zijn en worden. Daar is nog wel wat werk aan de winkel. Ziet het kabinet dit ook zo? Zo nee, hoe dan wel? We zijn benieuwd voor welke baan of track de minister of het kabinet kiest. Wat gaat de minister hieraan doen?

Punt drie. Het bestuursrecht is de afgelopen 25 jaar steeds meer als vervanging van het strafrecht gebruikt om straffen op te leggen. Ik denk aan punitief bestuursrecht, de wet-Mulder en de BBo. Ik kan diverse wetten noemen. De procespositie van de burger is in het bestuursrecht echter veel zwakker. Rechtsstatelijk is dit een groot probleem. Het risico van onterechte bestraffing ligt dan op de loer. Ik verwijs ook weer naar de toeslagenaffaire, zoals net vermeld. Het probleem is echter veel breder. Ziet het kabinet dit ook zo? Is het kabinet bereid om hier serieus aandacht aan te besteden, om ervoor te zorgen dat in ieder geval de rechten van de burger worden gewaarborgd? Ik vraag dit in ieder geval voor wat betreft de artikelen 338 en 339 uit het Wetboek van Strafvordering, waaruit blijkt dat de bewijslast heel zwaar is in het strafrecht en veel lichter is in het bestuursrecht.

Punt vier, de jeugdzorg. 1 op de 6 minderjarigen in Nederland wordt gecontroleerd door jeugdzorg of is in beeld bij de Staat. Is dat positief? Ik denk niet het niet. Dit was in de jaren negentig, geloof ik, 1 op de 40. Diverse jongeren in de jeugdzorg zitten in een vorm die ik in mijn eigen woorden gewoon "cel" zou noemen, hoewel ze het zelf in hun rapporten gesloten of justitiële locaties noemen. Dan kom ik in ieder geval in 2025 tot 569 unieke jongeren. 569 jongeren in Nederland die geen strafbaar feit hebben begaan, zaten dus in een vorm van een justitiële gesloten inrichting. Mijn fractie maakt zich daar grote zorgen over. Mijn vraag is dus of het kabinet deze zorgen deelt. Ik zou bijna zeggen "big brother is watching you", en dit meen ik niet positief. Controledwang en controlezucht schieten door. Dit raakt de rechtsstaat fundamenteel. Dit zijn jongeren die niet iets strafbaars gedaan hebben. 569 in 2025! Ik meen wel dat dat in 2026 wat minder was. Dat was iets tussen 350 en 400, maar die cijfers heb ik niet geheel kunnen controleren. Ik maak me daar grote zorgen over. Minderjarigen die geen strafbaar feit gepleegd hebben, jongeren zonder strafblad, zitten in de cel. Dit lijkt mij wederrechtelijke vrijheidsbeneming door de Staat, waar we echt serieus werk van moeten maken. Ik heb vijf advocaten gesproken die zeggen dat vorderingen simpelweg worden afgewezen met — ik citeer letterlijk — "de minister handelt onrechtmatig, maar bedoelt het wel goed". Ik hoop echt dat het kabinet hier werk van gaat maken.

Punt vijf. Rechtstoepassing is nu te technocratisch. Een cultuuromslag is hard nodig. Wetten moeten niet te technocratisch worden uitgewerkt en zeker niet uitgelegd. Het zal u niet verbazen dat ik met mijn christelijke achtergrond groot liefhebber van natuurrecht ben, in plaats van alles positiefrechtelijk gedetailleerd te willen vastleggen.

Een concreet voorbeeld: de wolf. Het Verdrag van Bern uit 1979 is getekend door bijna alle landen in Europa. Er waren toen drie landen in Europa die wolven hadden, en dan bedoel ik niet in de dierentuin. Dat waren Spanje, Polen en Letland. Die vroegen om een opt-out en kregen die dus ook. Nederland had al 130 jaar geen wolven, geen inheemse diersoorten meer, dus geen overlast en heeft dus geen opt-out gevraagd. Organisaties die daar de afgelopen jaren wel om vroegen, kregen die niet. Nou heb ik wel de indruk dat dit kabinet daar wat mee wil, maar wat ons betreft zouden boeren en zeker plattelanders die overlast hebben door wolven veel eerder moeten kunnen optreden. En dat moet niet alleen maar met lichtsignalen en paintballs. Ze moeten die wolven ook zelf kunnen neerschieten. Als een wolf een overlastgevend dier of ongedierte is en als er heel wat schapen, paarden, geiten en ook mensen in de gevarenzone zitten, dan moet je mensen, herders, boeren gewoon mogelijkheden bieden tegen die invasieve diersoorten die een groot gevaar vormen voor onze bevolking en onze dieren. Wij hopen dus dat het kabinet wil toezeggen dat er meer mogelijkheden komen om ook dat soort probleemwolven sneller te kunnen aanpakken. Wat mij betreft moeten we hun ook gewoon de gelegenheid bieden om die neer te schieten. Toezicht op de noodzaak van maatregelen om in te grijpen schiet structureel tekort, met grote gevolgen voor betrokkenen. Andermaal lijkt een cultuuromslag noodzakelijk.

Zes. Ik heb hier eerder aandacht gevraagd voor tbs op de zes eilanden. Er zijn zes eilanden in de Cariben: de BES- en de CAS-eilanden. Die hebben het moeilijk. Die zijn minder rijk en hebben meer problemen. Ik heb daar vragen over gesteld. Ik geloof dat de staatssecretaris daar in oktober op geantwoord heeft. Ik moet toch wel zeggen dat ik daar vervolgvragen over heb. Heel kort gezegd betreft dat het volgende. Op de grotere eilanden, onder andere Curaçao, wordt tbs zo goed als niet uitgevoerd, want ze hebben daar geen goede voorziening. Op de kleinere eilanden is het Antilliaanse wetboek nog niet aangepast, dus wordt het eigenlijk — "eigenlijk" is juridisch niet zo'n sterk woord — nauwelijks of niet voldoende opgelegd, terwijl deskundigen zeggen: het zou toch wel nodig zijn.

Laten we heel eerlijk zeggen, en ik ga nu ondiplomatieke woorden gebruiken: er zijn daar heel wat mannen die zich macho gedragen en heel wat problemen veroorzaken, ook drugsgerelateerd. Heel wat vrouwen en heel wat jongeren voelen zich dus onveilig. Daarom is het wat ons betreft van groot belang dat het Nederlandse Koninkrijk, de ministerraad, volgens artikel 43 en 39 van het Statuut voor het Koninkrijk de lead neemt om er heel gericht werk van te maken dat dat Antilliaanse wetboek wordt aangepast. Dat is één. Ten tweede moet er een goede tbs-instelling komen op de eilanden, niet alleen voor die zorg voor de patiënt zelf — die heeft daar recht op; dat is een mensenrecht — maar ook voor de veiligheid van de gewone bevolking daar.

De heer Hartog i (Volt):

Ik zou de heer Walenkamp op dat punt willen vragen of hij wel een onderscheid maakt tussen de eilanden die onderdeel zijn van Nederland en de andere eilanden die onderdeel zijn van het Koninkrijk der Nederlanden. Waar ziet hij die bevoegdheidsafbakening? Want voor het Koninkrijk doen we alleen Buitenlandse Zaken en Defensie. Voor de rest hebben we gekozen vertegenwoordigers op Curaçao, die zelf moeten kunnen bepalen wat hun wetten zijn. Hoe ziet de heer Walenkamp zijn rol als lid van de Eerste Kamer, die over Bonaire, Sint-Eustatius en Saba gaat en niet over Curaçao en Aruba? Waarom doet hij een oproep over Curaçao, dat ons eigenlijk niet aangaat?

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

Hartelijk dank voor de vraag. Ik heb ook bewust een onderscheid gemaakt tussen de rechtsstelsels van de BES-eilanden en de CAS-eilanden enerzijds en dan ons land. Er zijn in feite vier autonome landen binnen ons Koninkrijk. De heer Hartog van Volt wijst daar terecht op. We hebben dus primair een directe relatie met de eilanden die, even heel kort gezegd, kleiner zijn en die onze hulp heel hard nodig hebben. Die hebben dus nu nog niet of nauwelijks de mogelijkheid conform dat verouderde Antilliaanse wetboek. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in een aantal gevallen — het arrest-Murray kan ik me herinneren en ik kan nog een paar andere gevallen voor de geest halen — gezegd dat de Nederlandse overheid, het Koninkrijk, en dan kijk ik toch naar de ministerraad die hier aanwezig is, een duidelijke, coördinerende, kaderstellende rol heeft om ervoor te zorgen dat het Antilliaanse wetboek tijdig wordt geüpdatet en aangepast, zodat er zo min mogelijk verschillen zijn in rechtsbehandeling van mensen die binnen ons Koninkrijk aanwezig zijn. Dat is één.

Twee. Het andere rechtsstelsel betreft Curaçao. Dat is inderdaad een ander land, maar daar is onvoldoende capaciteit voor tbs-patiënten. De instelling is daar gesloten. Mensen krijgen daar wel tbs opgelegd, maar die maatregel wordt niet of nauwelijks toegepast. Dat is een groot probleem, want daardoor worden mensen soms levenslang vastgezet. Dat vind ik allereerst een schending van de mensenrechten. Ik kan drie gevallen noemen; namen noemen lijkt me niet zo fatsoenlijk, maar ik ken er drie. Daarnaast is er een groot probleem voor de omgeving. Je zult maar zo'n meneer — sorry, het zijn vooral mannen — terug zien komen of je zult maar met zo iemand getrouwd zijn. Dat is echt een gevaar voor de samenleving. Ik denk dat wij als Eerste Kamer dan aan zet zijn om de veiligheid van de samenleving heel serieus te nemen. Dank voor de vraag.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Walenkamp (Fractie-Walenkamp):

De zes eilanden in de Cariben liggen ons na aan het hart. Ze hebben ons hard nodig en ze kunnen het minder gemakkelijk zelf. Ik voel mij als Kamerlid rechtmatig verplicht om daar aandacht aan te besteden. Ziet dit kabinet ook die rechtsongelijkheid, die rechtsonzekerheid? Ik wil dan niet horen — sorry, dat ik zo onaardig ben — wat ik eerder gehoord heb: het is hun eigen verantwoordelijkheid. De woorden "eigen verantwoordelijkheid" passen niet bij het Statuut voor het Koninkrijk, zeker niet bij de artikelen 39 en 43 van het Statuut. Is het kabinet dat met mij eens? Op welke termijn kunnen wij actie verwachten?

Het zevende punt betreft de rekenkamer. Dan bedoel ik niet zozeer de Algemene Rekenkamer, maar de rekenkamers op lokaal, provinciaal en waterschapsniveau. De taak van de Rekenkamer is vastgelegd in artikel 76 van de Grondwet en de Comptabiliteitswet 2016. De taken van de lokale rekenkamers, die van de provincies en waterschappen, zijn recenter vastgelegd. Er zijn een aantal specifieke taken waarvoor een rekenkamer op lokaal, provinciaal en waterschapsniveau nodig is, en op die taken wordt beknibbeld. Dat gebeurt in ieder geval in Utrecht, Zaanstad, Pijnacker-Nootdorp en Den Haag. Op andere gemeentelijke begrotingen heb ik ook gezien dat bezuinigingen zijn aangekondigd. Ik vind dat echt een groot probleem. Concreet: in Utrecht heeft de rekenkamer in mei een stevig rapport uitgebracht waarin staat dat er vijf of zes dingen echt fundamenteel misgaan. In april 2026 heeft de rekenkamer van Den Haag aangekondigd te kampen met te weinig capaciteit en structurele onderbezetting, en nog drie andere punten genoemd. Het is dus een groot probleem dat er wordt bezuinigd op de lokale tegenmacht, de lokale onderzoeksmogelijkheden die wettelijk zijn vastgelegd.

Het is volgens mijn fractie van essentieel belang, ook voor onze rechtsstaat, dat een rekenkamer op lokaal niveau genoeg budget, genoeg mensen en genoeg deskundigheid heeft om zijn werk te doen. Daar maken wij ons grote zorgen over. Wij hopen dan ook dat dit kabinet deze problemen erkent en ze niet afschuift op de provincie als direct toezichthouder en ook niet op de minister van BZK, die de directe portefeuillehouder is. We spreken hier met de minister van Justitie en Veiligheid, die namens het gehele kabinet aanwezig is. Ik hoop dan ook van harte dat de minister en de staatssecretaris hier toezeggingen willen doen, dit probleem serieus nemen en hun toezichthoudende en kaderstellende rol serieus nemen. Dat is wettelijk uw taak. Mijn conclusie moet dus zijn: burgers, bedrijven en media — we hebben het gisteren over lokale media gehad — hebben recht op een gezonde, goed functionerende rekenkamer. Welke concrete toezegging gaat dit kabinet hier doen?

Punt acht. In coronatijd hebben de vorige kabinetten zeer vergaande beperkende maatregelen opgelegd aan onze inwoners. Het is niet ondenkbeeldig dat ons land dit weer zou kunnen meemaken in onze onzekere, gevaarlijke tijden; denk niet alleen aan oorlog, maar ook aan ziektes, bijvoorbeeld in Afrika. Begin dit jaar heeft het huidige kabinet alle budgetten geschrapt voor deze paraatheid, voor alle voorbereidingshandelingen voor een crisishandboek. Daarvan heeft onder andere de OVV, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, gezegd dat dat zeer onverstandig is. Laat het even bezinken. We hebben een groot probleem gehad in coronatijd. Ik ga niet achteraf zeggen wat er allemaal fout ging. Ik hoop dat we nu kijken hoe we voorkomen dat we niet paraat zijn als we weer zoiets krijgen en hoe we zorgen dat we een beter crisishandboek hebben voorgelegd en dat we de rechten van burgers, zoals van gelovigen die naar de kerk willen, beter waarborgen. Met andere woorden: ik vraag aan het kabinet, via u, mevrouw de voorzitter, toezeggingen om dit serieus te nemen en waarborgen te hanteren voor burgers, kerkgangers en media.

Negen: laten wij waken over de vrijheid van spreken, met dank aan Pim Fortuyn. Er dreigt in onze samenleving een soort newspeak te ontstaan, waar George Orwell eerder aan refereerde. Er is een sfeer in ons land waarin mensen hun geloof alsmede hun kritiek op zeer vrijzinnige liberale opvattingen in onze samenleving niet meer lijken te mogen en te durven uiten. Dan doel ik niet op de positieve polarisatie, waar we het eerder vandaag over hadden rond polemiek. Is dit kabinet bereid dat serieus te nemen en zich daarvoor in te zetten?

Tien. Tot slot heb ik een rechtsfilosofische vraag: is Nederland wel een gezonde rechtsstaat en niet eerder een prerogatieve staat, zoals gedefinieerd in Der Doppelstaat of Urdoppelstaat van Ernst Fraenkel? Hij schreef over wat er in de jaren dertig misging in Duitsland in rechten van burgers. Daar werd eerder aan gerefereerd. Er is echt een probleem. Laten we absoluut voorkomen dat het in onze samenleving zover komt. Laten we onze democratie en volwaardige rechtsstaat beschermen.

Wij zijn benieuwd — minister, u bent een expert in bearing, in peiling — welke target motion analysis u gaat inzetten op deze tien doelen. Waar peilt u onze vijanden, onze oplossingen? Wij zijn benieuwd naar uw concrete oplossing, the solution, uw definitieve vuurleidingsberekening, uw inzet.

Voorzitter. Er is werk aan de winkel, alle hens aan dek. We hebben een marineofficier, een goede onderzeebootcommandant waardig, nodig om de problemen op te lossen. Succes ermee.

Dank voor uw aandacht.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot voor de lunchpauze mevrouw Van Bijsterveld het woord. Zij spreekt namens JA21.