T04270

Toezegging Capaciteit Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (36.512/36.881)



De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Van Gurp (GroenLinks-PvdA), Van Langen-Visbeek (BBB), Meijer (VVD) en Holterhues (ChristenUnie), toe in gesprek te blijven met de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de gevolgen van de aanwijzing voor versnelde behandeling van beroep voor de werkdruk van de Afdeling te monitoren. Als het nodig is, zal de minister maatregelen nemen. De minister zal de Kamers daarover informeren.


Kerngegevens

Nummer T04270
Status openstaand
Datum toezegging 23 juni 2026
Deadline 1 juli 2027
Verantwoordelijke(n) Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Kamerleden drs. R. van Gurp (PRO)
drs. F.W.J. Holterhues (ChristenUnie)
drs. A. van Langen-Visbeek (BBB)
drs. H.J. Meijer (VVD)
Commissie commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State
Kamerstukken Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting (36.881)
Wet versterking regie volkshuisvesting (36.512)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 35, item 11.

De heer Van Gurp (GroenLinks-PvdA):

(…)

Vervolgens ga ik naar de inhoud van het besluit. Heeft de Raad van State wel voldoende capaciteit om die versnelde procedures allemaal te gaan doen? Ze blijven natuurlijk wel een last resort. Er gaat waarschijnlijk wel wat op hen afkomen. Welke effecten heeft dat dan voor andere procedures die ook op behandeling bij de Afdeling rechtspraak van de Raad van State wachten?

Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):

(…)

We horen beloftes over versnelling bij de Raad van State, beroep in één instantie en een uitspraak binnen zes maanden voor woningbouwprojecten. Dat klinkt fantastisch, maar de Raad voor de rechtspraak waarschuwt zelf voor een groot tekort aan juristen en stijgende doorlooptijden. Een wettelijke termijn van zes maanden opschrijven is één, maar kan de minister ons ook toezeggen dat er tegelijkertijd wordt gewerkt aan het gebrek aan capaciteit? De vorige spreker merkte dat ook al op.

De heer Meijer (VVD):

(…)

Minder aandacht was er in de parlementaire discussie in de Tweede Kamer voor het voorstel om de beroepsprocedures te versnellen. De geschillen worden in één aanleg door de Raad van State behandeld en er worden kortere doorlooptijden ingevoerd. Die bezwaarprocedures zijn nou net een onderwerp waar je veel op aangesproken wordt. Er is veel onbegrip over het gegeven dat het recht van een omwonende van een bouwproject blijkbaar zwaarder weegt dan het recht van een woningzoekende, dus wij hebben waardering voor deze wijziging. Kan de minister aangeven of ze vertrouwen heeft in de uitvoering van dit voornemen en of daar voldoende capaciteit voor beschikbaar is?

De heer Holterhues (ChristenUnie):

(…)

Het verkorten kan ertoe leiden dat betrokkenen straks alleen nog in beroep kunnen bij de Raad van State in Den Haag. Wat precies onder een woningbouwproject valt, is echter niet duidelijk. Bij een brede interpretatie zouden zelfs zaken rondom een verbouwing in bijvoorbeeld Zeeland of Drenthe in Den Haag kunnen worden behandeld in plaats van in een nabijgelegen rechtbank. Dit raakt aan de toegankelijkheid van rechtspleging. Er is niet voor niets een gerechtelijke spreiding over het hele land. Kan een dergelijke gang niet juist leiden tot meer verstopping in het vergunningstraject en dus tot langere doorlooptijden? Met andere woorden: hoe groot is het risico dat deze wijziging uiteindelijk een averechts effect heeft? Wat zijn de verwachtingen van het aantal procedures bij de Raad van State in dezen? Heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voldoende capaciteit om alle woningbouwzaken sneller af te doen als die direct bij haar terechtkomen en niet eerst door een rechtbank worden behandeld? Dit was ook een vraag van collega Van Gurp en collega Meijer.

Minister Boekholt-O'Sullivan:

(…)

Dan de vraag van de heer Van Gurp, mevrouw Van Langen-Visbeek, de heer Meijer en de heer Holterhues of er voldoende capaciteit is om al deze zaken sneller af te doen. Zoals ik zojuist zei: al sinds de zomer van 2024 zijn we hiermee bezig. Ik vind het behoorlijk indrukwekkend hoeveel woningbouw daardoor al tot stand is gekomen. De mensen die daar willen gaan wonen, zullen dat heel fijn vinden. Ik heb er vertrouwen in dat dit zo werkt en dat zij van tevoren voldoende de inschatting hebben gemaakt dat zij dit zo kunnen blijven doen. Ik kan u toezeggen dat ik in gesprek blijf met de Afdeling en dat ik de gevolgen van de aanwijzing voor de werkdruk van de Afdeling zal monitoren. Als het nodig is, zal ik daaraan iets doen. Ik heb er tenslotte zelf ook heel veel belang bij dat ik hierop adequaat acteer. Ik zal de Kamers daarover informeren.


Brondocumenten


Historie

  • 23 juni 2026
    toezegging gedaan