T04147

Toezegging Dierlijke vetten (36.766)



De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Visseren-Hamakers (fractie-Visseren-Hamakers), toe om de Kamer te informeren over (i) de herkomst van dierlijke vetten in Azië en Europa, (ii) welke dierlijke vetten het betreft, te weten categorie 1, 2 of 3, (iii) de wijze waarop de nadelen van categorie 3 dierlijk vet worden weggehaald, en (iv) wat de milieuwinst, de klimaatwinst is van het toepassen van dierlijke vetten en mest als hernieuwbare brandstof in de transportsector.


Kerngegevens

Nummer T04147
Status voldaan
Datum toezegging 24 maart 2026
Deadline 1 juli 2026
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Kamerleden prof. dr. I.J. Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers)
Commissie commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen dierlijke vetten
hernieuwbare brandstoffen
milieuwinst
Kamerstukken Implementatie onderdelen richtlijn hernieuwbare energie (RED III) die betrekking hebben op de vervoerssector (36.766)


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 22, item 7, p. 6

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

(…)

Voorzitter. Voor de Partij voor de Dieren staat één onderwerp centraal in dit wetsvoorstel, namelijk het gebruik van dierlijke vetten en mest als zogenaamde hernieuwbare energie. Ik heb het daar in deze Kamer al eerder over gehad, maar nog niet met het nieuwe kabinet, dus ik kijk uit naar de visie van de staatssecretaris hierop. Kan de staatssecretaris uitleggen hoe dierlijk vet en dierlijke mest als hernieuwbaar kunnen worden gezien? Als een dier bevalt, is het kind een ander dier; de moeder wordt niet hernieuwd. Dieren zijn dus geen hernieuwbare energie zoals wind of zon. Biologisch gezien klopt de definitie dus helemaal niet. Dierlijke producten kunnen alleen als hernieuwbaar worden gezien als de dieren die deze producten produceren of, in het geval van dierlijk vet, de dieren die deze producten zijn als bulkproducten worden gezien en niet als individuen.

Een argument dat vaak wordt gebruikt, is dat we zo veel mogelijk lichaamsdelen van een geslacht dier moeten gebruiken, niet alleen vanuit efficiëntieoverwegingen, maar ook vanuit respect voor het dier. Maar om deze producten als "duurzaam" te bestempelen, gaat echt een stap verder. Hiermee wordt de bio-industrie met al haar dierenleed en duurzaamheidsproblemen in stand gehouden en, bij gebrek aan een goed Nederlands woord daarvoor, gegreenwasht. Verplicht de richtlijn Nederland om dierlijke producten te gebruiken of kan een lidstaat zelf bepalen op welke hernieuwbare energie hij inzet? Als de ruimte wordt geboden, zou de staatssecretaris dan willen overwegen om geen dierlijke producten te gebruiken? Als deze ruimte niet wordt geboden, is de staatssecretaris dan bereid om in Europees verband de discussie aan te gaan over nut en noodzaak van het gebruik van dierlijke producten, zoals zogenaamde hernieuwbare energie?

Dan nog een paar meer praktische vragen, voorzitter. Uit het schriftelijk overleg blijkt dat biobrandstof die in Nederland wordt gebruikt, voornamelijk is geproduceerd met suiker en zetmeelhoudende gewassen van buiten Nederland. In welke mate wordt er ook gehandeld in dierlijke producten en mest die worden gebruikt als zogenaamde hernieuwbare energie? Welk percentage van de dierlijke producten en mest komt uit andere Europese landen of van buiten de EU? Graag een reactie van de staatssecretaris. In de memorie van toelichting wordt gesteld dat er voor categorie 3 dierlijke vetten minder gebruiksbeperkingen gelden dan voor categorie 1 en categorie 2 dierlijke vetten, omdat die in de richtlijn anders worden ingedeeld. De memorie van toelichting stelt ook dat de Wet milieubeheer de mogelijkheid biedt om dit ongewenste rechtsgevoel ongedaan te maken en dat in de Regeling energie vervoer de hoogte van deze correctiefactor wordt vastgesteld. Waarom zijn deze verschillende categorieën dierlijke vetten anders ingedeeld? Wat zijn de consequenties? Wat is de stand van zaken van de Regeling energie vervoer, vraag ik aan de staatssecretaris.

Handelingen I 2025/2026, nr. 22, item 7, p. 17

Staatssecretaris Bertram:

(…)

Mevrouw Visseren heeft ook nog gevraagd of ik kan uitleggen hoe dierlijke mest en dierlijk vet als hernieuwbaar worden gezien. Dierlijke mest en dierlijk vet zijn afvalstromen die veelal geen hoogwaardige toepassingen kennen. Dat was zonet eigenlijk ook al het antwoord op een vraag. Deze grondstoffen worden anders niet nuttig ingezet. In 2024 kwam alle mest uit Nederland. Dierlijk vet kwam voor 85% uit Europa en de rest kwam uit Azië.

(…)

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Zou de staatssecretaris wellicht in tweede termijn of anders in een brief kunnen vertellen waar in Azië en waar in Europa die dierlijke vetten vandaan komen? Kan zij dan ook vertellen welke dierlijke vetten het betreft, categorie 1, 2 of 3?

Staatssecretaris Bertram:

Ik ga hier een briefje op toezeggen.

Handelingen I 2025/2026, nr. 22, item 7, p. 17-18

Staatssecretaris Bertram:

(…)

Dan heb ik ten slotte nog een mapje liggen. Ik geloof dat ik hier toch al een serieus antwoord heb staan over dat dierlijke vet, voorzitter. Als u het goedvindt, dan lees ik dat voor; dan kijken we even of we er zo uit zijn. "Categorie 3 is niet ingeboekt in 2024. Categorie 1 komt uit China, Israël en Rusland. Categorie 2 komt uit Oost-Europa."

Misschien is dit ook al wel het antwoord dat ik net heb toegezegd. De vraag was: hoe haalt u de nadelen van categorie 3 dierlijk vet weg? Op categorie 3 dierlijk vet komt een correctiefactor van 0,5. Hierdoor telt die grondstof maar voor de helft mee voor het behalen van de brandstoftransitieverplichting. De status quo wordt hiermee behouden en de nadelen van categorie 3 dierlijk vet worden hiermee gemitigeerd.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat is een hoop om te onthouden. Ten aanzien van die import wil ik toch terugkomen op de toezegging van de brief, omdat dit antwoord echt op hoofdlijnen was. Ik weet geen aantallen. Ik weet niet om hoeveel het gaat. Ik weet ook niet om welke soorten dierlijke vetten het gaat. Ik wil dus graag kunnen teruggrijpen op de brief.

Dan iets over die categorieën en die correctiefactor. Betekent die correctiefactor dan dat we minder categorie 3 dierlijke vetten gaan gebruiken, omdat die factor dan 0,5 wordt? Is de verbetering bedoeld om minder categorie 3 dierlijke vetten te gaan gebruiken?

Staatssecretaris Bertram:

Zal ik dat meenemen in die brief?

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ja, of wellicht kan het in de tweede termijn.

Staatssecretaris Bertram:

Ja, dat kan ook.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

En wanneer komt die brief? In de memorie van toelichting stond volgens mij — maar ik zeg dit even uit mijn hoofd — dat die correctie eraan zat te komen, maar ik weet niet wanneer.

Staatssecretaris Bertram:

Die vraag neem ik mee voor in de tweede termijn.

Handelingen I 2025/2026, nr. 22, item 7, p. 20

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Dank aan de staatssecretaris voor de beantwoording tot nu toe en voor de toezeggingen. Ik heb er drie gehoord, waarvan een over fraude. De reflectie van de staatssecretaris op de aanpak van fraude wordt meegenomen in de communicatie naar deze Kamer over indicatoren voor de jaarevaluatie. Dan is er een toezegging over consumenteninformatie. De staatssecretaris doet haar best om dat nog dit jaar te doen. Tot slot is er een toezegging van een brief over dierlijke vetten en dan met name de import van dierlijke vetten. Dank daarvoor. In tweede termijn krijg ik hopelijk nog een antwoord op de vraag wanneer de oplossing voor die verschillende categorieën dierlijke vetten komt.

Dan waren er nog een paar onderwerpen die ik in eerste termijn had aangekaart of geagendeerd en waar ik een beetje antwoord op heb gekregen of helemaal niet. Ik wil ze graag nog eens onder de aandacht brengen, te beginnen bij mijn pleidooi om niet alleen te werken aan verduurzaming van de vervoerssector, maar ook aan het verminderen van het aantal vervoersbewegingen. Hoe gaan we nou niet alleen de vervoerssector verduurzamen, maar ook de economie als geheel, zodat we daadwerkelijk minder vervoer nodig hebben?

Ik ga toch mijn filosofische of eigenlijk meer biologische vraag nog een keer stellen: hoe kunnen dierlijke vetten en dierlijke mest worden gezien als hernieuwbaar? De staatssecretaris zei: het is afval en dus kun je het maar beter gebruiken als hernieuwbare energie. Maar dat maakt het nog niet hernieuwbaar. Als de mestproductie omlaaggaat, hebben we minder mest. Dat het afval is, maakt het nog niet meteen hernieuwbaar. Het is meer een definitiekwestie. Waarom zijn dierlijke vetten en dierlijke mest hernieuwbaar? Misschien kan de staatssecretaris daarop reflecteren, want ik begrijp niet hoe die dierlijke producten als hernieuwbaar kunnen worden gezien.

Ik had nog een laatste vraag gesteld. Als je alle uitstoot in de hele keten van dierlijke vetten en dierlijke mest — dan heb ik het over methaan in de veehouderij, uitstoot tijdens de productie van veevoer et cetera, et cetera — meeneemt, is er dan nog sprake van milieuwinst bij het gebruik van die dierlijke vetten en mest? Dat was mijn vraag aan de staatssecretaris.

Handelingen I 2025/2026, nr. 22, item 7, p. 23

Staatssecretaris Bertram:

Ik heb nog één toezegging over de dierlijke vetten. Ik heb hier een brief aan de Kamer en een rapport. Ik wilde vooral aankondigen dat ik deze brief vrij snel kan versturen, waarbij er inzicht wordt geboden in categorie 1, in waar die vetten vandaan komen. De specificatie waar u om vroeg, staat dus in dit rapport en in deze brief. Die ga ik u zo snel mogelijk sturen. Dat ga ik nog vandaag of morgen doen. Dan heeft u die informatie ook.

(…)

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

De staatssecretaris ging, met alle respect, wat kort door de bocht in haar beantwoording van mijn vraag over het milieuvoordeel van dierlijke vetten en mest. De staatssecretaris zei "ze leveren milieuvoordeel op". Mijn vraag in eerste en in tweede termijn was de volgende. Wat als je nou die hele keten meeneemt, tot en met de pesticiden die je gebruikt om het veevoer te produceren? Levert het dan nog milieuwinst op? Daar heb ik een antwoord van een halve zin op gekregen, een niet inhoudelijk antwoord. Ik hecht daar wel waarde aan, omdat dit wetsvoorstel een ketenbenadering beoogt. Dan is de vraag: als je grondstoffen die je wilt toepassen als hernieuwbare grondstoffen … Ik vind ze niet hernieuwbaar, maar oké; dat is weer een andere discussie. Als je grondstoffen wil gaan gebruiken met een milieuoogpunt, terwijl je niet weet of die hele keten tot het uiteindelijke grondstof dierlijke vetten en mest wel milieuwinst oplevert — ik weet dat niet, want ik heb nog geen antwoord gekregen van de staatssecretaris — dan vraag ik mij oprecht af wat wij met die grondstof aan het doen zijn, waarom we die grondstof gebruiken. Misschien heeft de staatssecretaris vandaag geen antwoord op die vraag. Dan kan zij misschien toezeggen dat zij daar schriftelijk op terugkomt. Wat is de milieuwinst, de klimaatwinst, van het toepassen van dierlijke vetten en mest als hernieuwbare brandstof in de transportsector? Daar hebben we het vandaag over.

Staatssecretaris Bertram:

Ik wil toezeggen dat ik dat in het briefje dat ik vandaag of morgen verstuur, gelijk meeneem. Dan heeft u ook alle informatie. Maar het kan heel goed zijn dat mevrouw Visseren-Hamakers en ik een verschil van mening blijven houden over of het verstandig en nuttig is om dierlijk vet in te zetten. Daarvan zeggen wij: dat is verstandig, want anders benut je iets niet wat er wel is. Daar kunnen we een verschil van mening over houden, maar ik zal het in ieder geval in dat briefje meenemen.

(…)

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Heel erg bedankt. Het gaat mij om het volgende. Mijn kritiek op het gebruik van dierlijke vetten en mest gaat niet alleen om het klimaatvoordeel, maar ook om het dierenwelzijnsaspect. Maar nog even los van of het effect heeft op het klimaat, is de vraag ook of het hernieuwbaar is. Het wordt als "groene energie" gezien, en daar lever ik ook kritiek op. Daar krijg ik van deze staatssecretaris en van eerdere bewindspersonen maar geen antwoord op. Waarom wordt het label "groen" gegeven aan het op een nuttige manier gebruiken van afval? Dat is toch niet groen?

(…)

Staatssecretaris Bertram:

Ik zeg u toe dat ik u ga proberen te overtuigen in het briefje. Tegelijkertijd kan er natuurlijk echt wel een verschil in appreciatie zijn. Ik kan iets verstandig vinden om te gebruiken, waarvan u denkt: nou, dat weet ik nog zo net niet.


Brondocumenten


Historie