De minister van Klimaat en Groene Groei zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), toe in kaart te brengen wat er nodig is om inzicht te krijgen in het gebruik van dierlijke producten in het gehele energiesysteem.
| Nummer | T04128 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 2 december 2025 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport |
| Kamerleden | prof. dr. I.J. Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers) |
| Commissie | commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | overig |
| Onderwerpen | consumenteninformatie dierlijke producten |
| Kamerstukken | Wet collectieve warmte (36.576) |
Handelingen I 2024/2025, nr. 10, item 9, p. 2
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
(…)
“Voorzitter. Vandaar de volgende vragen aan de minister, en het zijn er weer een aantal. Is de minister bereid een overzicht van de omvang van de verschillende toepassingen van dierlijke producten in de energiesector, inclusief de watersector, te delen met deze Kamer? Vindt de minister warmte en energie geproduceerd met dierlijke producten duurzaam? Is de minister bereid het gebruik van dierlijke producten voor warmte zo snel mogelijk uit te faseren? Is de minister bereid ervoor te zorgen dat consumenten worden geïnformeerd over de vraag of de warmte die zij kopen geproduceerd is met dierlijke producten? Dat consumenten een geïnformeerde keuze kunnen maken, zou voor een VVD-minister toch ook het minste moeten zijn? Ook op deze onderwerpen — het uitfaseren van het gebruik van dierlijke producten en de informatievoorziening naar consumenten — vraag ik toezeggingen van de minister en overweeg ik moties.”
Handelingen I 2024/2025, nr. 10, item 9, p. 22-23
Minister Hermans:
(…)
“Voorzitter. Dan vraagt mevrouw Visseren of ik bereid ben om een overzicht van de omvang van toepassingen van dierlijke producten in de energiesector, inclusief de warmtesector, te delen met de Kamer. Laat ik beginnen met zeggen dat ik de noodzaak van transparantie voor duurzaamheid ondersteun. Ik moet daarbij zeggen dat er op dit moment geen systematisch overzicht is van de toepassing van dierlijke producten in de energiesector. Ik ben wel bereid om te kijken naar de mogelijkheden om die transparantie voor dierlijke producten te vergroten.
Mevrouw Visseren vraagt of ik warmte en energie geproduceerd met dierlijke producten duurzaam vind. Voor de duurzaamheidscriteria worden de RED-richtlijnen aangehouden. Daarin wordt geen onderscheid gemaakt naar de her- komst van dierlijke producten. Volgens mij hebben mevrouw Visseren en ik hier bij de behandeling van de Energiewet ook al een keer over gedebatteerd. Ik kijk daar met veel plezier op terug en ben altijd bereid om dat, zoals nu, nog een keer te doen. Zoals ik al zei, ben ik dus bereid om naar de transparantie van de herkomst van warmte te kijken.
Dan kom ik bij een vraag van de heer Koffeman en ook een vraag van mevrouw Visseren.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Zal ik mijn vraag nu stellen of kan ik beter even wachten?
Minister Hermans:
Ik heb nog één vraag in dit kader, een vraag die de heer Koffeman en mevrouw Visseren beiden hebben gesteld, namelijk hoe je als bewoner kunt weten waar jouw huis op verwarmd wordt. Is dat op geothermie, biomassa of dierlijke resten? Vind ik transparantie daarover nodig? Ik zei al dat ik die transparantie van groot belang vind. Warmtebedrijven zijn al verplicht om informatie over die duurzaamheid te delen met verbruikers en om die informatie ook openbaar te maken. Hoe die verplichting er precies uit gaat zien, vullen we nader in in het Besluit collectieve warmte. De uitbreiding naar dierlijke restproducten en meer inzichten daarin geven, vraagt echt om nader onderzoek naar hoe deze restwarmte te registreren en hoe we dat inzichtelijk kunnen maken voor verbruikers of toekomstige verbruikers. Maar zoals ik al zei, ben ik bereid om te kijken hoe we dat kunnen doen.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Ik hoor hier een toezegging. Ik wil die even herhalen, zodat we die scherp hebben. Zegt de minister dat zij bereid is om te onderzoeken hoe consumenten kunnen worden geïnformeerd over de bronnen die gebruikt worden in het warmtenet, dus waar zij warmte van afnemen?
Minister Hermans:
Het begint ermee dat ik deel dat het transparant moet zijn en dat je zo goed mogelijk een beeld wilt geven van waar de warmte vandaan komt. Ik gaf al aan wat er nu geregistreerd wordt en wat we dus nu kunnen delen. Maar omdat ik de vraag van mevrouw Visseren en ook van de heer Koffeman begrijp, ben ik bereid om te kijken wat er nodig is om aanvullend inzicht of transparantie te kunnen bieden. Ik ben bereid om te kijken wat er nodig is in termen van wat we daarvoor moeten organiseren en wat dat potentieel kan kosten — ik vind namelijk wel dat we dan wel het hele plaatje in beeld moeten brengen, zodat we samen die afweging te kunnen maken. Maar ik ben in elk geval bereid — dat zeg ik dus toe — om daarnaar te kijken, omdat ik de achterliggende zorg dan wel de onderliggende vraag van mevrouw Visseren en de heer Koffeman goed begrijp.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dank. Dat is dus de transparantie naar consumenten toe. Fijn. Hoe komen we te weten wanneer u klaar bent met dat onderzoek? Kunnen we daar een afspraak over maken? Komt daar een brief over? U kunt hier als u dat wil ook in tweede termijn op reageren.
Minister Hermans:
Ja, laat mij het even uitzoeken, want dit is niet heel eenvoudig. Laat het mij dus even uitzoeken. Ik zei al dat we in het Besluit collectieve warmte die duurzaamheidseisen verder moeten invullen. Laat mij even checken hoe die termijnen er precies uitzien en wat ervoor nodig is om dit in kaart te brengen, opdat we een afweging kunnen maken of we hier nadere eisen over moeten gaan vaststellen. Ik kom er in tweede termijn op terug.
De voorzitter: Tot slot.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Dan een andere vraag. Ik had twee vragen over het gebruik van dierlijke producten in het warmte- en energiesysteem. De eerste vraag — de minister refereerde er al aan — was of de minister bereid is een overzicht te geven van de ver- schillende soorten dierlijke producten die worden gebruikt in het energiesysteem, inclusief het warmtesysteem. U noemde het wel, maar ik hoorde geen heldere toezegging. Dat is een andere vraag dan hoe we transparantie naar consumenten kunnen regelen. Ik zou als politicus graag willen weten waar al die dierlijke producten in terechtkomen. Dat is wat anders dan: als ik als consument warmte afneem, weet ik dan wat voor bron is gebruikt?
Minister Hermans:
U vroeg in algemene zin naar een overzicht van de omvang van de toepassing van dierlijke producten in de energiesector, inclusief warmte. Daarop heb ik gezegd dat er nu geen systematisch overzicht is van de toepassing van dierlijke producten. Ik ben wel bereid om te kijken naar de mogelijkheden om de transparantie te vergroten. Nu gaat mevrouw Visseren mij ongetwijfeld vragen wanneer ik daar iets meer over kan laten weten. Laat ik in tweede termijn wat preciezer in de tijd terugkomen op deze vraag en op de vraag waar we het net over hadden.
Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):
Het zijn dus twee verschillende dingen. Eén is een systematisch overzicht en twee is transparantie naar consumenten.
Minister Hermans:
Ja, duidelijk.”
Handelingen I 2024/2025, nr. 10, item 9, p. 42
Minister Hermans:
(…)
“Dan vroeg mevrouw Visseren mij naar de toezeggingen over de transparantie. Ik denk dat het het handigste is als ik daarop inga bij de behandeling van de moties, zodat we elkaar heel precies verstaan over wat ik wel en niet kan doen en waarom.”
Handelingen I 2024/2025, nr. 10, item 9, p. 43
Minister Hermans:
(…)
“Dan de motie met letter N van mevrouw Visseren met het verzoek om zo snel mogelijk en uiterlijk in 2030 dierlijke producten uit te faseren als warmtebron. Deze motie moet ik ontraden. We hebben op dit moment geen systematisch overzicht van hoeveel dierlijke producten worden ingezet voor warmte. Er is echt eerst onderzoek nodig om de omvang te bepalen en de mogelijke risico's voor leveringszekerheid en betaalbaarheid in kaart te brengen. Daarom moet ik deze motie ontraden.
Dan kom ik bij de motie met letter O, ook van mevrouw Visseren, met het verzoek om de mogelijkheden te onderzoeken om zo snel mogelijk niet-duurzame warmtebronnen, inclusief dierlijke producten, uit te faseren en de Eerste Kamer hierover in 2026 te informeren. Deze motie moet ik ook ontraden — ik kom zo meteen op de andere — eigenlijk in lijn met wat ik net bij de vorige motie zei.
Dan kom ik nu bij de motie met letter P, die de regering verzoekt om onderzoek te doen naar of de theoretische potentie om te voldoen aan de collectieve warmtevraag in 2050 ook haalbaar is in de praktijk en knelpunten te identificeren met mogelijke oplossingsrichtingen. Die motie kan ik oordeel Kamer geven. Ik zie dit onderzoek als een vervolg op het ontwikkelperspectief duurzame warmtebronnen. Daar ben ik echt voorstander van. Op die manier kunnen we in een vroeg stadium knelpunten herkennen. Daarom nogmaals oordeel Kamer.
De motie met letter Q — dat is 'm — verzoekt de regering te bewerkstelligen dat consumenten worden geïnformeerd over de herkomst van de warmte in het warmtenet waar zij op aangesloten worden of zijn. Deze motie geef ik graag oordeel Kamer. Ik ondersteun het belang van transparantie over de herkomst van warmte, dus ik zal in de uitwerking van het besluit nader invulling geven aan de verplichting dat warmtebedrijven de herkomst van warmte publiceren.
Mevrouw Visseren vroeg nog even heel precies naar de toezeggingen die gedaan zijn. Daar kom ik nog even op terug, zodat wij daarover geen misverstand hebben. Ik ben bereid om meer informatie te geven over dierlijke producten in het energiesysteem voor warmte, en transparantie naar consumenten over de herkomst van warmte in warmtenetten. Maar even voor de volledigheid: het is echt een brug te ver om dat nu toe te zeggen over de dierlijke producten in het hele energiesysteem, want dat vraagt echt heel uitgebreid onderzoek. Wat ik wel kan doen, is in kaart brengen wat daarvoor moet gebeuren, als mevrouw Visseren dat op prijs stelt, maar daarmee zeg ik dus niet al toe dat ik het helemaal in kaart ga brengen voor het hele energiesysteem.
Hebben we daarmee alle toezeggingen scherp voor de bril? Ja.”
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 10, item 9
-
-
2 december 2025
toezegging gedaan