T04264

Toezegging Toezending brief einde kalenderjaar 2026 inzake regionalisering van bestuur ook zenden aan Eerste Kamer met vier aanvullende toezeggingen (



De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen en opmerkingen van de leden Karaaslan (D66), Kemperman (FVD), Van Hattem (PVV), Van Langen-Visbeek (BBB), en Walenkamp (Fractie-Walenkamp), toe de eerder aan de Tweede Kamer toegezegde brief inzake de regionalisering van bestuur, ook te adresseren aan de Eerste Kamer en hieraan de toezeggingen aan de Eerste Kamer toe te voegen. De minister heeft toegezegd de brief aan het einde van dit kalenderjaar aan beide Kamers toe te zenden.


Kerngegevens

Nummer T04264
Status openstaand
Datum toezegging 30 juni 2026
Deadline 1 januari 2027
Verantwoordelijke(n) Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Kamerleden A.W.J.A. van Hattem (PVV)
M. Karaaslan MMC (D66)
drs. E. Kemperman MBA (FVD)
drs. A. van Langen-Visbeek (BBB)
drs. P.V.A. Walenkamp MA (Fractie-Walenkamp)
Commissie commissie voor Binnenlandse Zaken (BIZA)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Onderwerpen beleidskader gemeentelijke herindeling
gemeentelijke herindelingen
Hilversum
Wet algemene regels herindeling
Wijdemeren
Kamerstukken Herindeling gemeenten Hilversum en Wijdemeren (36.865)


Opmerking

Aan de Tweede Kamer was reeds toegezegd dat deze brief ingaat op de volgende onderwerpen: de positie van dorpskernen, een evaluatie van het Beleidskader Gemeentelijke Herindeling 2018/2019 en de wijze waarop wordt omgegaan met maatschappelijk draagvlak bij herindelingen.

Aanvullend is aan de Eerste Kamer toegezegd deze vier onderwerpen aan deze brief toe te voegen: (1) de positie van kleine gemeenten in het herindelingsproces op verzoek van het lid Karaaslan (D66), (2) de Wet algemene regels herindeling (Wet ARHI) op verzoek van het lid Van Langen-Visbeek (BBB), (3) de gebruikte terminologie (‘woordenboek’) in voornamelijk het beleidskader op verzoek van het lid Van Hattem (PVV) en (4) de fases die er zijn in een gemeentelijk herindelingsproces en de tijd die ermee gemoeid is zo’n proces te doorlopen op verzoek van het lid Van Hattem (PVV).


Uit de stukken

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-2.

Mevrouw Karaaslan (D66):

(…)

“Een grote gemeente kan veel zelf organiseren. Zij heeft de middelen, de mensen en de expertise. Een kleine gemeente kan ook veel, maar niet onbeperkt. De vraag is dan niet alleen of de nieuwe gemeente groter wordt, maar vooral of zij sterker wordt en beter in staat is om haar taken uit te voeren. Daarom heb ik de volgende vraag aan de minister. Er zijn kleine gemeenten waar de bestuurskracht goed is, maar dat zijn vaak uitzonderingen. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat kleine en kwetsbare gemeenten tijdig worden ondersteund bij het versterken van de bestuurlijke en ambtelijke kracht, zodat problemen in de uitvoering inwoners en regio's niet raken?”

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-11

Minister Heerma:

(…)

“Met het aankomende beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur zet ik in op een passende taaktoedeling en met de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden, onlangs veelvuldig aangehaald in het debat over het gemeentefonds, met ook daarin een scherpe inbreng van de heer Van Hattem, meen ik mij nog te herinneren, zetten we daarin stappen. Met deze instrumenten wil ik scherper toezien op een goede balans tussen wat we van gemeentes vragen en hun draagkracht. Dat zijn ook de vier elementen uit het, eveneens in dat debat veelvuldig aangehaalde, rapport-Polman. Daarnaast weet ik dat sommige provincies gesprekken voeren met kleinere gemeentes over ervaren knelpunten in de bestuurs- en uitvoeringskracht en hoe ze daarin ondersteund kunnen worden, met raad en daad. Dat vind ik een goede zaak. Tijdens de Tweede Kamerbehandeling van dit wetsvoorstel heb ik aangegeven dat ik in de brief die ik heb toegezegd voor het einde van dit jaar specifiek aandacht zal besteden aan dorpskernen. Ik wil ook toezeggen dat we de positie van kleinere gemeentes expliciet in die brief meenemen.”

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-4.

De Heer Van Hattem(PVV):

(…)

“Dan over de argumenten die deze minister hanteert om de herindeling te onderbouwen. We worden gebombardeerd met een hele riedel aan consultantsnewspeak over bestuurskracht, uitvoeringkracht, stuurkracht en handelingskracht, zonder dat dit duidelijk gedefinieerd kan worden of specifiek meetbaar is. Deze begrippen ontbreken bovendien in het herindelingsadvies. Kan de minister dit alsnog verduidelijken?”

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-18.

De Heer Van Hattem(PVV):

(…)

“Op de begrippen "uitvoeringskracht, stuurkracht en handelingskracht" en wat dat allemaal gaat betekenen heb ik ook nog steeds geen serieus antwoord gekregen. Ik vraag de minister: kan hij misschien een woordenboek opstellen waarbij dit wordt uitgelegd, zodat in ieder geval iedereen snapt waar deze begrippen voor staan? Nu wordt elke keer een inwisselbaar begrip gebruikt of er wordt een begrip aan toegevoegd, zoals "slagkrachtig".”

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-21.

Minister Heerma:

(…)

“Ik sluit af met het woordenboek van de heer Van Hattem. Ik heb geprobeerd in de tweede nota naar aanleiding van het verslag, in de tweede set vragen, waarvan ik in de eerste termijn al zei dat de heer Van Hattem grondig te werk was gegaan, uit te leggen hoe die verschillende termen passen in het traject dat er lokaal geweest is. Hij vraagt mij om een reflectie op het woordenboek. Ik wil hier ook toezeggen dat ik op die termen, voornamelijk uit het beleidskader, in de brief die er eind van het jaar komt expliciet inga.”

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-22.

De Heer Van Hattem(PVV):

(…)

Over "ontijdig" gesproken. Ik hoorde de minister mijn motie over het alsnog houden van een referendum en het uitstellen van de inwerkingtreding van de wet ontraden. De minister zegt: we zitten aan het eind van een proces. Maar dat is hier elke keer per definitie zo. Daarom zei ik ook dat er elke keer dat we hier in de Kamer over herindelingen spreken, tijdsdruk wordt opgelegd. Dan is er in één keer niets meer mogelijk, want "alles is al in kannen en kruiken", "de verkiezingen zijn in voorbereiding" et cetera et cetera. Dan staat de burger weer helemaal achteraan. Referenda "kunnen niet". Dat wil ik de minister toch wel even voorhouden. Dat aspect is wat mij betreft cruciaal. Wij moeten hier niet met onze rug tegen de muur worden gezet.

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-22.

Minister Heerma:

(…)

Ik zou richting de heer Van Hattem nog het volgende willen toevoegen. Hij heeft het over tijdsdruk. In die brief zal ik ook aandacht besteden aan de fases en de tijd die er is. Dat kan ik hem dus toezeggen.

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-6.

Mevrouw Van Langen-Visbeek (BBB):

(…)

“..bent u het met de fractie van de BBB eens dat het steeds belangrijker worden van participatie rechtvaardigt dat hier bij aanpassing van de Wet ARHI meer eisen aan gesteld worden?”

Handelingen I 2025/2026, nr. 37, item 3, p. 37-3-11.

Minister Heerma:

(…)

“In de Tweede Kamer is vooral over het beleidskader gesproken. Hier heeft de fractie van de BBB heel expliciet ook gevraagd om naar de Wet ARHI te kijken. Ik heb in de toezegging die ik in de Tweede Kamer heb gedaan, al gezegd dat er eind dit jaar een brief komt over regionaal bestuur, waarvoor we naar het beleidskader zullen kijken. Ik wil hier toezeggen dat we daarbij ook de Wet ARHI meenemen, waar de BBB-fractie heel expliciet naar vroeg. Die wordt erbij betrokken om de opties dan wel in het beleidskader, dan wel in de wet te bezien.”


Brondocumenten


Historie

  • 30 juni 2026
    toezegging gedaan