Behandeling Voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde voor meer flexibiliteit in naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen



Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)

Aanvang: 14.22 uur

Status: ongecorrigeerd

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Voorzitter: Talsma

Aan de orde is de behandeling van:

  • het voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met het introduceren van meer flexibiliteit in de naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen (CLXXVII).

Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Na deze heropening stel ik vast dat aan de orde is de eerste termijn van de behandeling van het voorstel met nummer CLXXVII, het voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met het introduceren van meer flexibiliteit in de naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen. Collega Rosenmöller, van harte welkom, ditmaal achter de regeringstafel.

De beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:

We gaan beginnen met de eerste termijn van de kant van de Kamer. Ik geef graag het woord aan de heer Van Gasteren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met te zeggen dat het belangrijk is dat fracties in deze Kamer de naam kunnen voeren die ook buiten deze Kamer wordt erkend. Kiezers en media moeten een fractie kunnen herkennen aan de naam die hoort bij de politieke partij. Maar herkenbaarheid is niet het enige wat telt. Deze Kamer functioneert met checks-and-balances. Dat betekent onzes inziens dat een nieuwe naam niet alleen praktisch wenselijk moet zijn, maar ook breed erkend moet worden, door de kiezer, door het centraal stembureau en, waar van toepassing, door de rechter. Herkenbaarheid zonder erkenning is geen recht, maar gewoon een aanname.

Na de fusie van GroenLinks en Partij van de Arbeid tot Progressief Nederland, PRO, is er ogenschijnlijk geen enkele twijfel dat de fractie deze naam zou moeten kunnen voeren. Maar dat ontslaat onze Kamer niet van onze eigen zorgvuldigheidstoets. Tussen ogenschijnlijk geen twijfel en een simpele mededeling aan de Voorzitter ontbreken namelijk wat processtappen. Wie toetst of die twijfel er daadwerkelijk niet is, en op basis van welke criteria? Wie is ervoor verantwoordelijk als het een keer minder duidelijk is dan bij PRO? Dat is precies waarom mijn fractie meent dat we het proces beter moeten omschrijven en objectiever moeten maken dan een eenzijdige mededeling. Een fractie die haar eigen naamswijziging meldt en daarmee automatisch het recht op de naam verkrijgt, is in feite rechter in eigen zaak. Hier hoort ook het respecteren van de rol van de Voorzitter bij. Die rol is niet die van een administrateur die een mededeling in ontvangst neemt en vervolgens afvinkt. De Voorzitter van deze Kamer is de hoeder van de orde en de bewaker van de zuiverheid van de procedures. Die positie ontleent haar gezag aan onafhankelijkheid en het zorgvuldig getoetst omgaan met verzoeken van fracties, en niet aan het passief registreren daarvan. Ik kom daar straks nog even op terug. De Voorzitter is geen doorgeefluik. Een objectief toetsingskader past dus bij onze rol als Kamer.

Het zonder kader accorderen van een naamswijziging lijkt al snel op een vriendendienst of, erger, op een politiek statement. Het koste wat het kost niet willen accorderen van een feitelijke situatie kan evenzeer als een politiek statement worden uitgelegd. Als senaat moeten we dus zo ver mogelijk wegblijven van het handelen dat primair door politieke overwegingen wordt ingegeven, in beide richtingen. Alleen een helder en objectief kader kan ons daartegen beschermen.

Voorzitter. Dat brengt mij bij de schriftelijke beantwoording over de voorstellen, waarmee onze zorgen overigens niet zijn weggenomen. De eerste vraag ging over de melding die in feite het recht bevestigt dat een fractie haar naam mag aanpassen. Het betoog van de voorsteller was dat dit past bij een systematiek waarin ook bij fusie en samenstellingswijziging eerst gehandeld wordt en dan de Voorzitter wordt geïnformeerd. De Voorzitter heeft daarin geen bevoegdheid. Maar dat is wel een beetje een cirkelredenering, want het ontbreken van een toetsende bevoegdheid is nu argument tegen het creëren ervan in een andere situatie. Bovendien is het wijzigen van een fractiebestuur een interne aangelegenheid zonder extern rechtsgevolg. De naamvoering van een fractie naar buiten toe is zichtbaar en ook electoraal betekenisvol. Die vergelijking gaat onzes inziens dus niet helemaal op.

Dan het gesloten karakter. Het statement in de voorstellen is dat naamswijzigingen zeldzaam zijn, zodat er geen risico op chaos is. Maar zeldzaamheid is een argument vóór zorgvuldigheid en niet daartegen. Ook een weinig voorkomende maar politiek zwaarwegende gebeurtenis verdient een grondig proces. Zeldzaam nu is geen garantie voor de toekomst. Een reglement moet generiek zijn en niet toegesneden op een specifieke PRO-casus. Juist omdat dit zelden gebeurt, moet het gebeuren op basis van een kader en niet op basis van toeval, vinden wij.

Dan het relatief belang van de Kieswet. Dat ligt een beetje op het terrein van onze derde vraag. Het verweer van de voorsteller is dat de prioriteit van het besluit tot fusie en naamswijziging zwaarder weegt dan de formele Kiesraadtoets. Dat vinden wij een zwak punt. Een fractie is immers geen onpartijdige toetser van haar eigen naamgeving. Dat ze niet lichtvaardig besluit, zegt niets over de externe erkenning of een verwarringsrisico. Daar is de Kiesraad nu juist voor. Sterker nog, ik meen te begrijpen dat collega Rosenmöller bevestigt dat die toets tamelijk formeel is. Nu, dat is precies wat het amendement vastlegt.

De vierde vraag ging over het objectieve toetsingskader. De voorsteller heeft dat in drie stukjes verdeeld. Ten eerste zegt hij dat de eis van de Tweede Kamer te ver gaat, omdat wij over onze eigen orde gaan. Maar hij geeft zelf toe dat materieel het meeste toch al meespeelt via de Kiesraad. Dat is nu juist een argument om het op te nemen. Als het toch al zo werkt, kost een expliciete vermelding niets en geeft het rechtszekerheid voor de uitzondering.

Dan het argument dat de toets van de Raad van State te zwaar was. Dat is ook niet zo bedoeld. Het enige wat wij voorstellen, is dat er geen procedure loopt of kan lopen. De Kamer zou anders in het omgekeerde geval een naam erkennen die misschien toch wordt teruggetrokken en sneuvelt. Het amendement vraagt, nogmaals, geen inhoudelijk oordeel van de Afdeling. Het vraagt de Afdeling alleen te toetsen of een lopend beroep is afgewezen dan wel of de termijn is verstreken. Dat is een lichte formaliteit en geen heel zware toets. Het verweer mist dus een beetje doel.

Ten slotte. Er werd gezegd dat artikel 17, lid 4 niet ziet op fusies. Dat klopt feitelijk wel, maar dit is eigenlijk een argument vóór het amendement, want nu is juist het simpele geval het minst gereguleerd, terwijl het electoraal best verwarrend kan zijn.

Wat betreft vraag vijf, over de procedure rond hamerstukken, heeft senator Rosenmöller inhoudelijk gelijk; ik zeg het niet graag, maar het is wel zo. Een dwingend voorgeschreven hamerstuk kan natuurlijk niet. Dat hebben wij dus aangepast in het amendement.

Het overige punt, dat de Voorzitter en het College van fractievoorzitters bevoegdheden krijgen die ze nu niet hebben, is op zich een feitelijke constatering. Maar elke reglementswijziging kent per definitie nieuwe bevoegdheden toe, dus dit kan op zich geen argument zijn om het nu niet te willen. Nogmaals, meer formalisme hoeft niet te betekenen dat er vertraging optreedt. Vandaar de termijn van twee weken.

Lid 8 hebben we aangepast in het amendement. Overigens zag ik in het amendement nog een fout, die ik vergeten ben door te geven. In het amendement staat dat onder artikel 5, lid b wordt verwezen naar de Tweede Kamer en Provinciale Staten, maar Provinciale Staten moest daar sowieso niet in vermeld worden. Die moet er dus nog uit.

Ik kijk uit naar de reactie.

De voorzitter:

Dank u zeer, meneer Van Gasteren. U hebt een paar keer gesproken over het amendement. Voor de leden en degenen die deze vergadering via de livestream volgen, markeer ik voor de goede orde dat er inderdaad een amendement is ingediend door de heer Van Gasteren. Inmiddels is dit een gewijzigd amendement, te weten het amendement met letter E (CLXXVII).

Tegen collega Van Gasteren zeg ik nog even het volgende. Als u een wijziging wilt aanbrengen op het reeds door u ingediende gewijzigde amendement, dan kunt u bij de Voorzitter en de Griffier schriftelijk een nader gewijzigd amendement indienen. Dat wachten wij met belangstelling en gepaste interesse af.

In de eerste termijn van de Kamer is vervolgens het woord aan de heer Van Hattem. Meneer van Hattem, gaat uw gang.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Dank u wel, voorzitter. Zoals ik vanochtend heb aangegeven in de commissie voor Binnenlandse Zaken, zou dit debat vandaag helemaal niet moeten plaatsvinden. In plaats daarvan had op z'n minst nog een tweede schriftelijke ronde mogelijk moeten zijn geweest. Bij het wijzigen van het Reglement van Orde van een Hoog College van Staat, wat deze Eerste Kamer der Staten-Generaal is, moet zorgvuldigheid vooropstaan. Het raakt immers ons democratisch proces, onze vertegenwoordigende democratie en daarmee onze rechtsstaat. Als we amper vijf dagen voor het plenaire debat de schriftelijke beantwoording van de voorsteller ontvangen, is dat eigenlijk veel te kort om zorgvuldig met deze wijzigingsvoorstellen om te kunnen gaan.

Amper drie jaar geleden is het Reglement van Orde nog uitvoerig herzien. Toen is er bewust voor gekozen om dat zo zorgvuldig mogelijk te doen, door eerst een voorbereidingswerkgroep uit deze Kamer aan de slag te laten gaan, de Tijdelijke commissie actualisering Reglement van Orde, om op die manier alle wijzigingen goed af te wegen en de consequenties te overzien. Toen is er juist niet voor gekozen om meer flexibiliteit aan te brengen bij naamswijzigingen van fracties, maar is gekozen voor een gesloten systeem. Waarom dan nu dit wél halsoverkop doen? Als er al wijzigingen nodig zijn, waarom is dan niet opnieuw door de voorsteller ingezet op een zorgvuldig proces via een voorbereidingswerkgroep, ofwel een tijdelijke commissie?

Voor alle duidelijkheid citeer ik nog even uit het eindverslag van de commissie aangaande de naamswijzigingen: "De huidige regeling voor fracties in het Reglement van Orde (artikelen 23 tot 25) is erg beknopt. Zo ontbreken momenteel bepalingen over de naamgeving van fracties, terwijl hier wel van tijd tot tijd discussie over bestaat. De vaste praktijk is dat de naam van een fractie correspondeert met de aanduiding van een politieke partij die boven een kandidatenlijst staat. Deze praktijk wordt nu gecodificeerd in het nieuwe artikel 17, lid 3. Ook wordt expliciet vastgelegd dat afsplitsingen geen naam kunnen voeren van na de verkiezingen opgerichte politieke partijen of een andere naam naar keuze. Zij noemen zich, conform een gewortelde praktijk, naar hun fractievoorzitter (artikel 20, lid 3). Fracties die besluiten samen te gaan, kunnen de namen van samengaande fracties combineren (artikel 18, lid 2). Het gaat hier immers om combinaties van aanduidingen die boven de kandidatenlijsten stonden; niet om nieuwe politieke banieren."

Dit is een zeer duidelijke conclusie: geen nieuwe politieke banieren, ook niet bij fusies. Voor het algemene belang van de Eerste Kamer is er geen enkele reden om nu zo veel haast te maken met dit voorstel. De voorsteller zelf geeft aan dat deze wijzigingsvoorstellen breder bedoeld zijn dan alleen voor een incidentele naamswijziging. Dan moet het ook breed en zorgvuldig afgewogen kunnen worden en niet op een achternamiddag. De enige spoedeisendheid die gesteld wordt, is het fractiebelang van GroenLinks-PvdA om zo snel mogelijk een andere naam te kunnen voeren. Dat is echter niet het brede belang van deze Kamer.

Laten we eerst de fundamentele discussie voeren over de vraag of we wel meer flexibiliteit moeten willen. En waarom moet dit zo nodig met stoom en kokend water voor Prinsjesdag? In de verenigde vergadering op Prinsjesdag wordt namens de fracties nooit het woord gevoerd. Een fractienaam komt als zodanig dus ook niet in beeld. De leden van de Staten-Generaal zijn slechts toehoorder bij de troonrede. Er is ook bepaald in artikel 53 van het Reglement van Orde van de Verenigde Vergadering der Staten-Generaal dat woordvoering hierbij niet mogelijk is. Het betreft een vergadering waarin niet wordt beraadslaagd of besloten. Waarom dringt de voorsteller hier dan toch zo op aan?

Waarom überhaupt zo'n haast maken in de Eerste Kamer met deze naamswijziging? De partijorganisaties van GroenLinks en PvdA zijn immers nog niet eens volledig gefuseerd. Dit is ook nog niet het geval bij alle fracties in gemeentes en provincies. De wetenschappelijke bureaus zitten nog in een lopend proces van samenvoeging. In het Europees Parlement is er nu door de Europarlementariërs zelfs voor gekozen om in separate fracties — dat is deels bij De Groenen en deels bij de sociaaldemocraten — te blijven functioneren. Dat kan nog zo voortduren tot de volgende EP-verkiezingen in 2029. Daarbij is er nog sprake van een nog te houden ledenreferendum over deze kwestie. Kan de voorsteller daarom duiden waarom er hier in deze Kamer dan wél zo'n haast wordt gemaakt als het spoedeisende karakter in de partijorganisatie veel minder aanwezig is?

De heer Dittrich i (D66):

Ik hoorde de heer Van Hattem "op een achternamiddag iets er heel snel doorheen jassen" zeggen. We hebben dit echter uitgebreid besproken in de commissie voor Binnenlandse Zaken. Er is een schriftelijke ronde geweest. We hebben vandaag nog een vergadering gehad. Ik wil dus de indruk wegnemen dat dit zomaar eventjes, hapsnap, snel, geregeld moet worden. Wij hebben hier als Eerste Kamer uitvoerig naar kunnen kijken en dat hebben we ook gedaan.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan moet ik de heer Dittrich van D66 toch echt weerspreken. We hebben hier in de commissie niet inhoudelijk over gesproken, enkel procedureel. Er is voor het reces aangegeven dat het heel snel geregeld moet worden. Er is toen zelfs besloten om met een spoedprocedure in het reces een vragenronde op te tuigen. Daarbij moesten we heel vlug schriftelijke vragen indienen. Die zijn overigens pas vijf dagen geleden beantwoord. We hebben dus weinig tijd gehad om die antwoorden tot ons te nemen en daar goede, zorgvuldige overwegingen bij te kunnen maken. Vanochtend is er dus ook nog een extra vergadering van de commissie belegd, waarbij er niet inhoudelijk is gesproken maar alleen over de procedure, om vanmiddag een plenair debat te kunnen houden. Daar moet dan per se nog vandaag over gestemd worden. Dan vind ik dit geen uitgebreide en zorgvuldige afweging. Bovendien is een tweede schriftelijke ronde geweigerd.

Zoals gezegd vind ik dat bij iets als een wijziging van een Reglement van Orde van een Hoog College van Staat er op z'n minst een voorbereidingswerkgroep zorgvuldig naar zulk soort dingen moet kunnen kijken. In ieder geval zou hier in meerdere schriftelijke rondes bij moeten kunnen worden stilgestaan en zou niet de druk op de ketel moeten worden gezet vanwege het belang van één fractie. Dat is niet in het brede belang van deze Kamer.

De voorzitter:

Meneer van Hattem, uw standpunt is helder. U mag uw betoog vervolgen.

De heer Van Hattem (PVV):

Bovendien vragen we ons af of er geen sprake is van oneigenlijk gebruik van de procedure. De voorsteller heeft zijn zin niet gekregen in het College van fractievoorzitters bij een beroep op artikel 142, de hardheidsclausule uit het Reglement van Orde, en probeert het dan nu maar via een zogenaamde "bredere wijziging" van het RvO alsnog door te drukken, terwijl er voor een bredere wijziging dus helemaal geen acute noodzaak is. Het is en blijft het breder verpakken van de eigen agenda.

Daarbij is het ook zeer hypocriet. De voorsteller meent in een zodanig bijzondere situatie te verkeren dat zijn wens wél gerespecteerd moet worden, maar andere wensen van verzoeken tot naamswijziging zijn eerder niet gesteund door GroenLinks-PvdA, terwijl zij vanuit hun positie evengoed konden beredeneren in een unieke situatie te verkeren. Wat maakt deze situatie nu unieker dan bijvoorbeeld de Fractie-Otten, die zich in de vorige periode "GO" wilde noemen? Als je het reglement wil respecteren, moet je geen uitzondering maken voor het geval het jou wél goed uitkomt, maar altijd één lijn trekken.

Daarbij komt dat voorsteller in de schriftelijke beantwoording een tegenstrijdig verhaal heeft. Enerzijds stelt hij dat het punt van naamswijzigingen bij eerdere afsplitsers onvergelijkbaar is, omdat dit aan de orde was vóór de actualisering van het RvO in 2023. Gelijktijdig ondersteunt hij zijn eigen wens tot coulance met voorbeelden uit 1948, 1990 en 2001, dus nog onder oudere versies van het RvO. Dat is toch zeer inconsequent, vraag ik de voorsteller.

De PVV-fractie gaat dan ook niet mee in dit verzoek. We vinden het principe dat een fractie de naam moet blijven voeren waar de kiezer een mandaat voor heeft gegeven heel essentieel. Daar moeten we niet mee gaan marchanderen.

Daarnaast is een naamswijziging van een politieke partij en haar vertegenwoordigende fractie niet iets zonder politieke lading. Het hangt sterk samen met politieke dynamiek waarin tijdens een zittingsperiode niet een rookgordijn voor de kiezer mag worden opgeworpen.

Interessant is dat voorsteller Rosenmöller in zijn beantwoording refereert aan de naamswijziging van de fracties CPN, PPR en PSP, toen zij in 1990 opgingen in GroenLinks. Het herinnert eraan dat GroenLinks-PvdA en het beoogde PRO de erfopvolgers zijn van de Communistische Partij van Nederland. En juist veel communistische partijen hebben hun bloedrode imago proberen te verbloemen door te kiezen voor naamswijzigingen. Zo wijzigde de Communistische Partij van Cambodja van Pol Pot haar naam in 1979 in de Revolutionaire Volkspartij van Kampuchea en vervolgens in 1991 in de Cambodjaanse Volkspartij. En ook de PPSh van Enver Hoxha in Albanië wijzigde in 1991 haar naam, namelijk in Socialistische Partij van Albanië, om maar een voor voorsteller allicht bekend voorbeeld te noemen. Naamswijzigingen zijn dus zeer politiek en juist daarom moet er om opportunistische redenen hieraan niet klakkeloos medewerking worden verleend.

Verder zijn er nog diverse partijen in ons land die al de naam "PRO" voeren en als zodanig staan geregistreerd bij de Kiesraad en die vaak niets met GroenLinks-PvdA te maken hebben. Dat speelt ook op provinciaal niveau, zoals bij Pro Zeeland. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 3 juni jongstleden op bezwaren tegen de aanduiding van PRO in het register van de Kiesraad, heeft duidelijk gemaakt dat automatische doorwerking van deze registratie op decentraal niveau geen feit is. Het verantwoordelijk centraal stembureau kan hier in voorkomende gevallen nog van afwijken. Dan kan het zomaar zijn dat de naam PRO niet landsbreed op de kandidatenlijst kan staan. Juist bij de Provinciale Statenverkiezingen, die indirect bepalend zijn voor de samenstelling van deze, Eerste Kamer, kan een onduidelijk beeld ontstaan richting kiezers als in de provincie een andere partij gemachtigd is de naam PRO te blijven voeren. Kan de voorsteller aangeven waarom hij hierin geen belemmering ziet en dit voorstel ondanks deze complicaties in het democratische proces lijkt af te doen als "een zeer eenvoudig voorstel"?

Verder gaat voorsteller voorbij aan de gestelde huidige situatie rond de fracties Partij voor de Dieren en Fractie-Visseren-Hamakers met de boodschap dat er geen plannen zouden zijn voor naamswijziging. Maar stel nu dat deze er wel zijn. Stel dat de Fractie-Visseren-Hamakers nu wel met een verzoek komt om voortaan Partij voor de Dieren te mogen heten, of welke andere bij de Kiesraad geregistreerde naam dan ook. Zou dat hier ook "coulant" moeten worden betracht, volgens de voorsteller? Want ook hier kan een unieke situatie worden aangevoerd, waarbij het element van steun van de partijorganisatie een factor kan zijn, zoals nu ook door GroenLinks-PvdA wordt opgeworpen. Wat maakt dit dan anders?

Mocht het zo zijn dat de fractie GroenLinks-PvdA echt niet tot aan de volgende Kamerperiode deze naam wil voeren, dan voorziet het RvO al in een oplossing zonder nieuwe politieke banieren. De fractie kan ervoor kiezen om zich af te scheiden van GroenLinks-PvdA en de fractie conform artikel 20 van het RvO te vernoemen naar de naam van de fractievoorzitter. Dat zou dus Fractie-Rosenmöller worden. Het reglement bepaalt niet specifiek dat dit slechts de achternaam moet betreffen, dus dan is wellicht Fractie-P. Rosenmöller ook nog een optie. Kan de voorsteller aangeven waarom hij hier niet voor kiest?

Tot slot. De keuze bij de recente actualisering van het RvO was duidelijk: geen nieuwe politieke banieren. Dat is voor de PVV-fractie een principieel uitgangspunt, waar we aan vasthouden.

Voorzitter. Tot zover in de eerste termijn. Zoals aangegeven heb ik een hoofdelijke stemming aangevraagd over zowel het voorstel als over het amendement.

De voorzitter:

Dank u zeer. Van dat laatste hebben we goed kennis genomen, meneer Van Hattem. Dank. Dan geef ik vervolgens in deze termijn het woord aan de heer Van den Oetelaar. Hij spreekt namens Forum voor Democratie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van den Oetelaar i (FVD):

Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de initiatiefnemer, de heer Rosenmöller. De Eerste Kamerfractie heeft betrekking op de voortzetting van een lijst waarover in de provincie is gestemd. De naam is de enige aanduiding waaraan de kiezer mandaat heeft gegeven. Wie die naam tijdens de zitting inwisselt voor een nieuwe vlag, verandert de betekenis van de uitslag.

Het voorstel van de heer Rosenmöller gaat echter over fuserende groeperingen die hun naam wijzigen. Twee bestaande partijen gaan samen. Beide namen waren de kiezer bekend. De nieuwe aanduiding wordt volgens de Kieswet geregistreerd. Daarover kan men van mening verschillen. Het betreft in ieder geval groeperingen die al aan de verkiezingen hebben deelgenomen.

Iets anders is afsplitsing. Leden verlaten hun fractie of worden eruit gezet en vormen een nieuwe fractie. Ons reglement is daarover helder: zo'n fractie voert de naam van de voorzitter. Er is geen sprake van een verse partijnaam die pas na de stembusgang is bedacht. Dat is bewust zo geregeld. Deze Kamer is geen etalage voor politiek ondernemerschap tijdens de rit. De kiezer heeft geen mandaat gegeven aan een naam die toen nog niet bestond. Wie die route toch kiest, maakt van een intern conflict mogelijk, al dan niet onbedoeld, een nieuw politiek product. Onze vraag aan de initiatiefnemer is daarom concreet: is in dit voorstel voldoende geborgd dat de voorgestelde flexibiliteit alleen geldt voor bestaande fracties van fuserende of van naam veranderende groeperingen en niet voor fracties die zijn ontstaan door splitsing zoals bedoeld in artikel 20? Kan een afgesplitste fractie, al dan niet na registratie van een aanduiding bij het centraal stembureau, onder dit voorstel straks alsnog een partijnaam gaan voeren? Als dat niet glashelder is uitgesloten, blijft de achterdeur open. Dan wordt een regeling die bedoeld is voor fusies een route voor naamgeving na de stembusgang. Dat achten wij onaanvaardbaar.

Wij overwegen op dit punt een amendement. Dit zou de voorgestelde leden van artikel 17 en artikel 18 uitdrukkelijk niet van toepassing verklaren op fracties zoals bedoeld in artikel 20. Wij zijn benieuwd naar de beantwoording van de initiatiefnemer. Afhankelijk van zijn antwoord besluiten wij of indienen nodig is.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u zeer, meneer Van den Oetelaar. Ik wijs u er voor de zekerheid nog even op dat ook voor de fractie van Forum voor Democratie geldt dat als u een amendement wil indienen, dit schriftelijk bij de Voorzitter en de Griffier moet worden gedaan. Dat moet natuurlijk gebeuren voordat de beraadslaging over dit onderwerp is gesloten.

Dit betekent dat wij wellicht bijna aan het einde gekomen zijn van de eerste termijn van de kant van de Kamer. Het Reglement van Orde schrijft echter voor dat ik de Kamer rondkijk en vraag of een van de leden nog het woord wenst in deze termijn. Dat laatste blijkt niet het geval. Dat betekent dat we nu echt aan het einde van de eerste termijn zijn gekomen en dat ik de vergadering ga schorsen voor de beantwoording. Ik kijk naar de regeringstafel. Ik stel voor dat we gaan schorsen tot 15.00 uur. Dat betekent dat u een kwartier de tijd hebt voor het voorbereiden van de beantwoording. Ik schors tot dat moment. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur.

De vergadering wordt van 14.46 uur tot 15.00 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van het voorstel met het Romeinse nummer CLXXVII, waarvan ik de titel eerder vandaag al in extenso heb geciteerd. We zijn toe aan het antwoord in de eerste termijn van de voorsteller van de regeling. Ik geef daartoe graag het woord aan de heer Rosenmöller.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de collega's in de Kamer voor hun inbreng in eerste termijn. Ik stel het op prijs dat zij zich diepgaand verdiept hebben in het voorstel en zowel schriftelijk als mondeling een aantal vragen gesteld hebben. Misschien moet ik even met een enkele inleidende opmerking beginnen. Wat heeft mij nu bewogen om dit voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde in te dienen? Dan moeten we eigenlijk even terug in de tijd. Ik denk dat het ergens in het jaar 2021 is geweest dat de samenwerking tussen de partijen GroenLinks en de Partij van de Arbeid, altijd onder druk van externe omstandigheden, intensiever werd. Die samenwerking werd intensiever in de loop van de jaren. Drie jaar geleden heeft dat tot de situatie in deze Kamer geleid dat aan de Provinciale Statenverkiezingen werd deelgenomen door aparte partijen, maar er aan de voorkant, drie jaar geleden, door het congres van beide partijen was bepaald dat die fracties indien gekozen — en die werden gekozen — een gezamenlijke fractie zouden vormen: GroenLinks-Partij van de Arbeid. Zo is die geschiedenis ontstaan en later, op 29 maart dit jaar, was de lancering van de nieuwe naam Progressief Nederland. Dat is de nieuwe partij voor de fusie van GroenLinks en de Partij van de Arbeid.

Op 13 juni jongstleden heeft het congres van de partijen die fusie geaccordeerd en heeft het ingestemd — dat is geen kleinigheid — met de opheffing van de twee partijen die ruim 70, bijna 80 jaar en 30 jaar bestonden. U kunt zich voorstellen dat dat een proces is waarover veel vergaderd is, waar jarenlang over gedaan is en wat met nodige zorgvuldigheid omkleed is geschied.

Voorzitter. Dat bracht ons als fractie en mijzelf als fractievoorzitter tot de vraag of wij lopende de rit in de Eerste Kamer kunnen kijken of wij af kunnen komen van die naam GroenLinks-Partij van de Arbeid, want dat was conform artikel 18 uit het Reglement van Orde de mogelijkheid. De fracties fuseren, krijgen dan na het oordeel van de fractie een bepaalde volgorde en dan mag je kiezen: GroenLinks-Partij van de Arbeid of Partij van de Arbeid-GroenLinks. De eerste is de naam die wij drie jaar geleden hebben genomen. Het hele land spreekt over "Progressief Nederland". De vraag is of er iets te bedenken is waardoor wij ook in deze Kamer, die toch bij de tijd wil zijn, die naam zouden kunnen voeren.

Daar zijn eigenlijk twee manieren voor. Het is misschien goed om ook tegen de collega's Van Gasteren, Van Hattem en Van den Oetelaar te zeggen dat ik hier niet zozeer met gemengde gevoelens sta, maar wel dat het plan B is. In eerste instantie — collega Van Hattem verwees er al naar — heb ik namelijk geprobeerd om gebruik te maken van artikel 142 van het Reglement van Orde. Ik heb vele collega's daarover gesproken en gebeld en we hebben gekeken. Het Reglement van Orde bepaalt namelijk dat bij unanimiteit afgeweken kan worden van het Reglement van Orde. Het leek mij redelijk om dat te doen en ik stond eigenlijk niet in mijn eentje wat betreft die redelijkheid. Sterker nog, er was een overgrote meerderheid aan fractievoorzitters, en daarmee aan fracties, ook gewogen in de Kamer, die van mening waren dat hier een redelijke argumentatie werd betracht om ervoor te zorgen dat de actuele, juridisch vastgestelde naam na het opheffen van twee partijen ook in de Eerste Kamer gebruikt zou kunnen worden. Maar artikel 142, over de hardheidsclausule, kan alleen ingaan bij unanimiteit en dus is er voor elk lid, niet eens voor elke fractie maar voor elk lid, een blocking vote. Die is benut, niet in de laatste plaats door de fractie van de PVV. Dat is haar goed recht geweest. Ik vond het teleurstellend, maar dat laat onverlet dat dat nou eenmaal de spelregels zijn die in het Reglement van Orde gehanteerd worden en die ook gerespecteerd moeten worden. Toen dacht ik: wat is de vervolgprocedure? Deze fusie en de naamgeving krijgen steeds meer vaste grond onder de voeten, ook in de samenleving. Het is eigenlijk raar dat er geen artikel is in het Reglement van Orde dat voldoende flexibiliteit in zich draagt om daaraan tegemoet te komen.

Daarom sta ik hier met een plan B, omdat ik vind dat het Reglement van Orde, dat iets zegt over de samenvoeging van fracties en fusies, wat meer flexibiliteit verdient om tegemoet te komen aan situaties die zich ook in het verleden hebben voorgedaan. Dat kun je codificeren. Ik heb in de toelichting drie voorbeelden uit het verleden genoemd. Collega Van Hattem heeft die ook genoemd. Dat zijn voorbeelden uit het verleden of het verre verleden. Toen was er een situatie rond de naamgeving van de nieuwe VVD, in plaats van de oude naam, die ze daarvoor had. Dat geldt ook voor de andere twee voorbeelden. Zonder dat daarvoor iets geregeld was in het Reglement van Orde zei deze Kamer in alle collegialiteit: "Dat lijkt me een goede zaak. Die zaak is goed georganiseerd en daar is goed over nagedacht." Zonder dat er iets geregeld was, besloot de Kamer om zo te handelen. Op die manier is de praktijk ontstaan.

Nu is de situatie anders. Daarmee kom ik op de specifieke vragen van de drie collega's. Misschien mag ik de sprekers in omgekeerde volgorde van een reactie voorzien. De heer Van den Oetelaar noemt eigenlijk één heel belangrijk element. Hij zegt: sluit glashelder uit dat er voor afsplitsingen een nieuwe situatie ontstaat. Ik zeg tegen u: houd uw amendement in de zak, want ik denk dat er met het huidige Reglement van Orde en met datgene wat ik wijzig, wat niet gaat over afsplitsingen, geen enkel nieuw recht voor afsplitsers ontstaat. Ik zou u materieel tegemoet willen komen. Je kunt zeggen: moet je dat dubbel regelen? Maar dan wordt het Reglement van Orde misschien toch een beetje een ... Ik zal niet zeggen "een rommeltje", maar misschien wel iets wat er op lijkt. Je moet overtuigd zijn van het feit dat datgene wat in artikel 20 van het Reglement van Orde staat, voldoende en afdoende is. U vroeg mij: is dat afdoende geborgd? Ja, dat is afdoende geborgd. U zei: dat wil ik glashelder uitsluiten. Ja, dat wordt glashelder uitgesloten. Daarmee kom ik u tegemoet in uw wens en lijkt een amendement op dit terrein mij niet nodig.

De heer Van den Oetelaar i (FVD):

Mijn vraag gaat specifiek over het geval van een fusie. Met uw wijziging ontstaat een nieuwe situatie voor fusies. Misschien gebeurt het nooit, maar twee afsplitsers zouden in theorie ook kunnen fuseren. Daar gingen mijn vraag en amendement over.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja, maar als twee afsplitsers fuseren, dan voldoet het niet aan mijn voorstel, omdat die niet aan verkiezingen hebben deelgenomen.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ook even voor collega Van den Oetelaar: de afsplitsingen waar hij het over heeft, gaan over afsplitsingen van fracties. Het voorstel van de heer Rosenmöller gaat over een politieke groepering. Dat heeft betrekking op artikel 17; daar staat "politieke groepering". Het voorstel gaat over de situatie waarin een politieke groepering haar naam wijzigt of twee groeperingen samengaan. Artikel 20 gaat over de splitsing van fracties. Dat heeft dus niks met politieke groeperingen te maken. Ik ben gekozen namens de Partij voor de Dieren. Dat wij zo heten, ligt aan het reglement. Mevrouw Visseren-Hamakers en ik hebben allebei ooit op een lijst van een politieke groepering gestaan en die is voor ons hetzelfde. Zo staat het in het reglement. Ik denk inderdaad dat daar de essentie ligt: het gaat niet om splitsingen van fracties en samenvoegingen van fracties — we hebben nu heel veel eenmansfracties die kunnen gaan samenvoegen — maar het gaat om de achterliggende politieke groepering.

De voorzitter:

De heer Rosenmöller mag reageren en mag vervolgens zijn betoog vervolgen, maar ik zie inmiddels ook de heer Van Hattem. Laten we dan de heer Van Hattem eerst de interruptie laten plegen. Meneer Van Hattem, u hebt het woord.

De heer Van Hattem i (PVV):

Nu hoorde ik de heer Rosenmöller in de richting van de heer Van den Oetelaar zeggen: met artikel 20 is voldoende geborgd dat afsplitsers ook een beroep kunnen gaan doen op een nieuwe fractienaam in deze Kamer. Maar je zou evengoed kunnen zeggen dat met artikel 17 ook voldoende was geborgd dat bepaalde fracties bij een fusie geen nieuwe politieke banieren kunnen gaan voeren; dat was namelijk de intentie van artikel 17. Er wordt nu dus eerst geprobeerd daar via die hardheidsclausule van af te wijken. Vervolgens gebeurt dat dus nu via een wijziging van het Reglement van Orde; dat is dus een kwestie van tijdens het spel de spelregels wijzigen. Dan is het toch zeer te verwachten dat een afgesplitste fractie op een gegeven moment, als die dat echt wil, ook het soort procedures gaat volgen dat de heer Rosenmöller nu heeft ingezet?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik kan niemand beletten om voorstellen te doen tot wijziging van het Reglement van Orde. Als je tijdens het spel de regels wilt veranderen … Dit spel gaat altijd door. Elke wijziging van het Reglement van Orde is in uw optiek dus een wijziging van de regels terwijl het spel nog gespeeld wordt. Dat is nou eenmaal inherent aan een wijziging van het Reglement van Orde. Wij hebben alleen beoogd enige flexibiliteit te introduceren als het gaat om fusies. Over afsplitsingen hebben wij het helemaal niet. Daarom ben ik zo ondubbelzinnig duidelijk in de richting van de heer Van den Oetelaar. Nou was u degene die het met name had over "waarom nu wel?", "haast", "breed, maar is het dan ook zorgvuldig?", "waarom voor Prinsjesdag?" en die hele procedurele kant.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

De heer Rosenmöller zegt nu: dit is niet aan de orde voor afsplitsers. Nee, dat is op dit moment niet aan de orde op basis van het Reglement van Orde dat we met z'n allen hebben vastgesteld in 2023. Hij haalt een periode aan vanaf 2021 waarin het fusieproces van GroenLinks en PvdA in gang is gezet. Vervolgens waren de fracties van GroenLinks en PvdA hier allebei met hun volle verstand bij toen dit nieuwe Reglement van Orde in 2023, dus amper drie jaar geleden, werd vastgesteld, ook wetende dat er een fusie op handen was. Ze hebben toch uitdrukkelijk gezegd: geen nieuwe politieke banieren in deze Kamer. Nu is het idee opeens om hier wel van af te gaan wijken. Dan is het toch inderdaad een kwestie van tijdens het spel de spelregels veranderen, nu het op een opportunistische manier goed uitkomt?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik denk daar echt anders over dan de heer Van Hattem. Het heeft niks met opportunisme te maken. Stel dat u degene was geweest die had gezegd: "We begrijpen wel dat je als Eerste Kamer een beetje bij de tijd moet zijn. Als zich een situatie voordoet waarin een partij als de onze fuseert en een nieuwe naam krijgt, dan zien wij de redelijkheid van een hardheidsclausule in. Dan zien wij er de redelijkheid van in dat, zoals dat in het verleden ook gegaan is, dus daarom die voorbeelden, deze fractie GroenLinks-PvdA vanaf de volgende week de fractie PRO heet." Dan hadden we hier helemaal niet gestaan.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoor geen argument. Ik hoor alleen dat de heer Rosenmöller zegt: ik had eigenlijk gewoon mijn zin moeten krijgen via de hardheidsclausule. Mijn vraag is als volgt. In 2023 hebben GroenLinks en PvdA allebei ingestemd met deze actuele versie van het Reglement van Orde, waarin duidelijk staat: geen nieuwe politieke banieren, ook niet voor fusies. Waarom hebben deze fracties er toen wel mee ingestemd en komen ze er nu opeens, nu het hun goed uitkomt, op terug?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Het is niet een kwestie van goed uitkomen, maar gewoon van voortschrijdend inzicht.

De voorzitter:

U mag uw betoog vervolgen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik wil toch nog iets meer zeggen over de haast, de zorgvuldigheid en waarom het voor Prinsjesdag moet. Ik ben als voorsteller de Kamer erkentelijk voor het feit dat men artikel 133, lid 2, van het Reglement van het Orde heeft willen toepassen. Dat is door een overgrote meerderheid van de Kamer gebeurd. De heer Van Hattem zou met alle grote woorden die hij gebruikt — nogmaals, ik geef alle complimenten voor het feit dat hij zich in de materie heeft verdiept — zichzelf ook de vraag kunnen stellen: waarom is het eigenlijk mogelijk dat 90% van deze Kamer deze procedure akkoord en zorgvuldig acht ten aanzien van de wijziging die we willen realiseren, en ik niet? Die vraag zou je jezelf ook kunnen stellen. Ik weet niet wat daarop het antwoord is. In ieder geval is hij ontevreden en persisteert hij in het feit dat het "op een achternamiddag" geregeld is. Dat is natuurlijk volkstaal waarin hij wellicht zelf ook niet gelooft. Het is namelijk echt zorgvuldig gedaan.

De voorzitter:

De heer Rosenmöller laat ons weten: ik weet nog niet wat het antwoord is. Vervolgens gaat de heer Van Hattem staan om dat antwoord kennelijk te geven. Ik wil beide collega's erop wijzen dat het niet de bedoeling is dat u bij elkaar interrupties gaat lopen uitlokken. Ik geef de heer Van Hattem dus in één termijntje de gelegenheid om een antwoord te geven. Daarna vervolgt de heer Rosenmöller zijn betoog.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik kan klip-en-klaar zijn. De heer Rosenmöller haalt nu aan dat er een zorgvuldige procedure wordt gevolgd. Dat is zo wat betreft de termijn, om het maar zo snel mogelijk erdoorheen te krijgen. Het gaat mij om het volgende. Dit vind ik echt het principiële punt hierbij. We hebben een geactualiseerd Reglement van Orde, uit 2023. Iedereen heeft daar toen met zijn volle verstand mee ingestemd, juist ook de fracties van GroenLinks en PvdA. Nu gaan we daar tijdens het spel van afwijken, terwijl van tevoren duidelijk was dat het er al aan zou kunnen komen. De heer Rosenmöller zegt zelf: in 2021 was het fusieproces al in gang gezet. Dan had het toch voorzien moeten kunnen zijn? Dan moet ik niet de bal toegespeeld krijgen, in de zin van: u doet moeilijk. Nee, ik zeg alleen: we hebben een Reglement van Orde en dat hebben we niet voor niets, want dat is namelijk in volle meerderheid van deze Kamer vastgesteld.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Zeker, dat is vastgesteld, maar ook een vastgesteld reglement kun je een paar jaar later weer eens op een klein onderdeel wijzigen. Dat gebeurt allemaal in alle transparantie, met schriftelijke voorbereiding, met gedachtewisselingen als deze en met democratische besluitvorming. Eenmaal vastgesteld is dus niet voor altijd vastgesteld. Dat lijkt de heer Van Hattem wel te willen suggereren. Ik denk dat dat niet past, ook niet voor een Reglement van Orde. Het is misschien nog even goed om daar iets over te zeggen. Als het om eigenbelang zou gaan, dan had ik ook kunnen volstaan met de wijziging van artikel 18. Dat is eigenlijk een complexere situatie, nog los van het feit dat er in 2021 nog geen sprake was van een fusie. Het was een soort start van een samenwerking, waarvan je op dat moment niet weet waar het eindigt, zeker in '21 niet. Ook in '23 was dat per definitie niet zo. Dan ben je natuurlijk wel verder in de samenwerking. Dat klopt. Even kijken. Ik ben even de draad kwijt van wat ik wilde zeggen. O ja! Dat besluit tot die fusie was in '23 nog niet genomen. Een Reglement van Orde kun je wel degelijk ook daarna wijzigen. Dat is wat ik nog een keer wilde accentueren.

Voorzitter. Dan nog de vraag van de heer Van Hattem over afsplitsingen. Dat is toch appels met peren vergelijken. Dat heb ik ook in de schriftelijke behandeling gezegd. De afsplitsing GO en de fusie van onze partij hebben niks met elkaar te maken. Daar heb ik ook geen voorstel voor gedaan. Dat laat ik er aan alle kanten buiten.

Dat geldt ook voor de opmerking dat de registratie bij de Kiesraad voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement z'n doorwerking heeft naar de Eerste Kamer en naar het provinciale niveau, het gemeentelijke niveau en het waterschapsniveau. Dat is niet onder alle omstandigheden zo. Terecht zegt de heer Van Hattem dat het centraal stembureau daarvan kan afwijken. Nou ja, dat zullen we dan wel zien, zeg maar. Dat gebeurt niet lichtzinnig. Maar de doorwerking is er. De doorwerking is er op het moment dat je je naam registreert, de Kiesraad dat accordeert en de bestuursrechter daar verder ook geen punt van maakt. Dan is er een doorwerking naar het provinciale niveau, het lokale niveau en het waterschapsniveau. Dat geeft ook geen onduidelijkheid.

Ik vind eerlijk gezegd dat het in de huidige situatie wat onduidelijk is op het moment dat eigenlijk allerlei gremia en de situatie in de samenleving spreken over een partij als PRO, Progressief Nederland, en wij als Eerste Kamer zouden spreken over GroenLinks-PvdA. Dat is toch onduidelijk? Dat moet de heer Van Hattem toch met mij eens zijn?

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Van Hattem en daarna gaan we even door met het betoog van de heer Rosenmöller, want anders komen we niet op dreef met dit debat. De heer Van Hattem voor een korte interruptie.

De heer Van Hattem (PVV):

De heer Rosenmöller vraagt zich heel veel dingen af, dus daar moet ik dan toch verduidelijking op geven. Hij zegt: er is geen sprake van onduidelijkheid. Maar we kunnen de volgende situatie krijgen. Als in een provincie — ik heb het voorbeeld van Zeeland genoemd — het centraal stembureau de aanduiding "PRO Zeeland" gaat weigeren voor het GroenLinks-PvdA-deel, dan wordt er straks in de desbetreffende provincie onder een andere naam deelgenomen aan de Provinciale Statenverkiezingen. Daar komt vervolgens een fractie te zitten die een andere naam draagt dan het PRO waar de heer Rosenmöller op hint. Die moeten dan vervolgens deze Eerste Kamer gaan kiezen. Dat bedoel ik met die onduidelijkheid, want als het centraal stembureau die beslissing neemt, dan krijg je die situatie. Er zijn nu eenmaal, ook op provinciaal niveau, partijen die al een geregistreerde aanduiding hebben als "PRO".

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja, dat kan. Dat kan ik niet uitsluiten. Het is ook niet zomaar waarschijnlijk. Dat is dan toch een situatie die zich op het provinciale niveau afspeelt. Dat heeft verder geen repercussies voor onze naamgeving als partij in de Eerste Kamer.

De voorzitter:

De heer Van Hattem nog kort op dit punt en dan gaan we door.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat heeft wel degelijk repercussies, want je krijgt dan de volgende onduidelijkheid. Vanuit een provincie worden de Eerste Kamerleden verkozen. In de provincie kiest zo'n fractie dan dus niet voor de fractie PRO die hier in de Eerste Kamer zou zijn beoogd, maar er zit dan een fractie Links Zeeland — ik noem maar wat — die dan voor PRO gaat kiezen. Dus je krijgt dan toch een heel andere situatie.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik kan dat in theorie niet uitsluiten, maar nogmaals, dat heeft verder geen enkele repercussie voor de naamgeving hier van onze fractie op dit moment. Daar wil ik het bij laten. Ik zou niet weten wat ik daar anders nog over zou moeten zeggen. Dat is die onduidelijkheid of duidelijkheid met betrekking tot de rol van de provincie.

De heer Van Hattem maakte ook nog een soort grapje met de afkorting van mijn eigen naam; dat grapje heb ik zelf overigens ook weleens gemaakt. Maar dat zou toch wel iets te veel eigenbelang zijn, zal ik maar zeggen. Ik geloof dat hij daar ook wel mee in zou stemmen. Dat was met een kwinkslag geformuleerd, denk ik.

Ik denk dat ik de belangrijkste vragen van collega Van Hattem dan heb beantwoord.

Dan nog even de heer Van Gasteren, met dank voor het uitgebreide amendement. Wat ik beoog — en daar zit de heer Van Gasteren toch wel iets anders in — is dat je eigenlijk de rechten van een gefuseerde fractie regelt en daar iets van flexibiliteit aan toevoegt. Er is een regeling, maar je haalt het daarmee uit de politieke sfeer, zoals dat in de Tweede Kamer gebeurt. Daar is veel minder geregeld en zou het in het Presidium besproken en in de Kamer besloten moeten worden. Ik ben het eens met de checks-and-balances. Ik ben ook blij dat u zegt dat zoiets zou moeten kunnen op het moment dat zo'n naam breed erkend wordt. Het moet ook niet tot een situatie leiden waarin allerlei vluggertjes met namen van partijen ontstaan die tot een onoverzichtelijke situatie leiden. Ik denk ook echt dat dat niet gebeurt, als je gewoon even in de praktijk kijkt naar hoe dat werkt en hoe zorgvuldig partijen omgaan met een mogelijke wijziging van hun naam of met fusies. Het gebeurt zelden; we kennen nagenoeg alle voorbeelden op de vingers van één hand. Ik zou dan tegen de heer Van Gasteren willen zeggen dat die zorgvuldigheid aan de voorkant, voordat je een gefuseerde partij bij de Kiesraad aanbrengt, misschien toch nog wat onderbelicht is in datgene wat hij aan de orde stelt. Nog even los daarvan, want hij heeft een aantal vragen gesteld die ook in de schriftelijke gedachtewisseling terugkwamen en die ook de lijn van zijn amendement zijn. Dus nogmaals, met waardering daarvoor, maar daar zitten toch ook een paar dingen in die ik wel kan begrijpen en een paar dingen die ik niet kan begrijpen. Laat ik er twee noemen die ik niet kan begrijpen of die bij mij leiden tot de conclusie dat je het amendement beter kunt ontraden.

De eerste is waarom aan de Voorzitter van de Kamer toch meer rechten worden toegekend dan in het Reglement van Orde gebeurt. Mijn reactie in de richting van de heer Van Gasteren zou zijn: je maakt het juist politieker. Als je het in het Reglement van Orde gewoon regelt en vervolgens de Voorzitter informeert, past dat veel meer in de denktrant en de wijze waarop het Reglement van Orde is ontstaan en opgesteld.

Een tweede punt, even als voorbeeld, is dat u zegt dat de hele fractie heeft besloten tot de naamswijziging. Hoe kunnen ik, u of een andere collega beoordelen of een hele fractie tot die naamswijziging is gekomen en daarmee heeft ingestemd? Dat is, denk ik, ondoenlijk. Dat is maar een voorbeeld van een element uit uw amendement, omdat het zo groot is, waarvan ik denk dat we dat pad niet op moeten, los van elementen die dus wel goed zijn, zoals bijvoorbeeld de Kieswet, die ook in mijn voorstel zit.

De voorzitter:

Tenzij de heer Van Gasteren op dit punt wil reageren, zou ik willen voorstellen dat de heer Rosenmöller zijn reactie afmaakt en dat we daarna de interruptie van de heer Van Gasteren beluisteren.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De heer Van Gasteren heeft het ook over een gesloten systeem. Dit is ook een gesloten systeem, maar met meer flexibiliteit. Dat is ook wat ik zou willen. Misschien nog even in de richting van de collega's, en ook in de richting van de heer Van Hattem, want dit is waar ik net even naar op zoek was: mijn voorstel beperkt het niet alleen tot de fusie van GroenLinks en PvdA op weg naar PRO. Dat is namelijk een fusie waarbij eerst twee fracties fuseren, dan een partij fuseert en dan een nieuwe partij ontstaat. Dat is de wijziging uit artikel 18, derde lid. Omdat wij dat willen, hebben we gezegd: we moeten dat toch ietsje breder trekken naar mogelijke fusies, met verwijzing naar voorbeelden uit het verleden. Zo regel je niet alleen maar de meest complexe situatie, maar ook de minder complexe situaties. Bijvoorbeeld: de Partij voor de Vrijheid besluit tot een andere naam. Als je aan de verkiezingen hebt meegedaan en die naam is geregistreerd, dan zou dat moeten kunnen. Dat is de eenvoudigere manier. Dat is wat ik nog wilde toevoegen naar aanleiding van de gedachtewisseling op dit punt.

Dan ben ik, denk ik, in zijn algemeenheid toe aan de appreciatie van het amendement van de heer Van Gasteren. Met nogmaals waardering voor hetgeen er staat en de wijzigingen die ik heb geprobeerd tot mij te nemen, vind ik het geen verbetering. Als ik in die positie ben, zou ik de Kamer het amendement dus willen ontraden. Dat is omdat er elementen in zitten die volgens mij in de uitvoering niet werken en omdat het een meer politieke component introduceert in plaats van het geobjectiveerde element. Dat is, denk ik, wat ons scheidt.

De voorzitter:

Bent u, meneer Rosenmöller, daarmee gekomen aan het einde van uw beantwoording?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja.

De voorzitter:

Dank daarvoor. De heer Van Gasteren heeft nog een interruptie.

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank voor de beantwoording. Voordat de bijdragen door u werden becommentarieerd, begon u met de opmerking: we hadden plan A, met artikel 142. Dat werkte niet, dus had u dit plan. Dat noemen we dan maar even plan B. In de tekst van de toelichting heeft de heer Rosenmöller het elke keer over "wij". Daarmee verwijst hij naar een interne discussie. Het amendement is nu juist bedoeld om die interne discussie enigszins te formaliseren. Als je het lijstje volgt, zou het aanleveren van de informatie die gevraagd wordt haalbaar moeten zijn. Daarbij heeft de Voorzitter helemaal geen politieke rol. Volgens mij heeft onze Voorzitter geen politieke rol, maar een procestoetsende rol, samen met de collega's. Mijn vraag aan collega Rosenmöller is wat ertegen is om een plan C, namelijk het amendement of een geamendeerd amendement, toe te voegen, in plaats van "Wij van WC-Eend vinden dat we nu WC-Eend moeten heten".

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

"Wij van WC-Eend" klinkt een beetje badinerend, maar ik ga toch even door op dat voorbeeld. "Wij van WC-Eend heten WC-Eend" is niet zomaar geregeld. Er gaat een heel zorgvuldig proces aan vooraf voordat uiteindelijk twee partijen fuseren, waar allerlei mensen bij betrokken zijn, zoals leden, kaderleden et cetera. Vervolgens wordt er een nieuwe naam gekozen. Dat is een heel zorgvuldig proces.

U zegt: de Voorzitter heeft een procesmatige taak. In uw punt 6, en dan kijk ik even naar artikel 1 in uw voorstel, staat: "De Voorzitter en de Ondervoorzitters beoordelen het verzoek en de overgelegde documentatie aan de hand van het vijfde lid en brengen daarover binnen twee weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk en gemotiveerd advies uit aan het College van fractievoorzitters." Me dunkt, dat is geen procedure. Zij beoordelen dat. Je vraagt de Voorzitter van onze Kamer, die een neutrale positie heeft en die boven de partijen staat, samen met de Ondervoorzitters, die dezelfde positie hebben op het moment dat ze Ondervoorzitter zijn, dus om een oordeel te vellen over in dit geval een naamswijziging van een fractie. Dat moeten we niet willen.

De voorzitter:

Meneer Van Gasteren, u wilt nog een vervolgvraag stellen? Gaat uw gang.

De heer Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren):

Nog één opmerking. Gezien de tijd denk ik inderdaad dat we er dan mee moeten stoppen. Ik denk dat er gewoon twee meningen zijn. Eén daarvan is dat het voorstel ervan uitgaat dat de Voorzitter en de collega's daaromheen een toetsende rol hebben. Zij moeten toetsen of de zorgvuldigheid waar de heer Rosenmöller naar verwijst ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, aan de hand van een aantal criteria; niet meer dan die drie, vier of vijf criteria en geen enkel ander criteria. Dat kan vrij snel. Dat voorkomt in ieder geval gedoe. In uw geval is dat misschien niet zo, maar in elk toekomstig potentieel geval misschien wel. Het voorkomt gewoon gedoe. Het kost ook niet veel meer tijd. Ik heb dus nog steeds niet goed in beeld waarom het een probleem zou zijn om een amendement te hebben met een procedure die verder gaat dan de mededeling "we hebben net als fractie besloten dat we zo heten". Maar goed, ik denk dat we naar de tweede termijn zouden kunnen.

De voorzitter:

Dat is een fantastisch idee. Maar de heer Rosenmöller wil daar nog heel kort iets over zeggen. Daarna gaan we inderdaad naar die langverwachte tweede termijn. Meneer Rosenmöller, tot slot.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat miskent dan het proces van de Kiesraad, die er nog iets over moet zeggen. Die zal er toch goed naar kijken. Als mensen het er niet mee eens zijn, kunnen zij naar de bestuursrechter gaan en naar de Raad van State, die er ook weer een oordeel over moeten vellen. Dus mij dunkt, als we het hebben over checks and balances …

Het brengt ons waarschijnlijk niet bij elkaar, want u heeft goed nagedacht over uw amendement. We zijn het over een deel eens, maar we zijn het ook over een deel oneens. Dat maakt dat ik, alles afwegende, het amendement toch ontraad.

De voorzitter:

Meneer Rosenmöller, dank voor uw beantwoording.

Dat brengt ons bij de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef in deze tweede termijn als eerste het woord aan de heer Van Gasteren namens de Fractie-Van Gasteren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank u wel, voorzitter. Het is op zich geen geheim dat ik het amendement niet zal intrekken. Ik zal het nog één keer toelichten. Nogmaals, het is een zachte, korte procedure, waarbij door de Voorzitter en de collega's van de Voorzitter niet alleen wordt ingegaan op de mededeling van een fractie dat ze nu zo heet, maar dat dit verzoek schriftelijk en gedocumenteerd moet worden ingediend, met een aantal aan te leveren stukken.

Een van de voorwaarden is dat de politieke partij als zodanig niet meer bestaat. Dat is wel handig, want dan krijg je die discussie in elk geval niet. Daarop is geen beroep mogelijk, zodat er geen juridische onzekerheden meer zijn over de naam. En natuurlijk is ook een voorwaarde dat de Kiesraad een en ander heeft goedgekeurd.

Dan wordt er ook heel duidelijk gesproken over twee weken, dus er moet wel haast worden gemaakt. Er is geen enkele reden om alles met stoom en kokend water te regelen, maar er is ook geen reden om er jaren over te doen. Het gaat om een periode van twee weken en daarna komt er een uitspraak. Die uitspraak kan er alleen maar zijn als er inderdaad zo'n zorgvuldig proces heeft plaatsgevonden, dus als het proces gewoon gevolgd is. Het is dus meer een bevestiging dan welk ander oordeel ook.

Hiermee wil ik mijn korte bijdrage beëindigen.

De voorzitter:

Dank u zeer, meneer Van Gasteren. Dan geef ik in de tweede termijn het woord aan de heer Van Hattem namens de fractie van de PVV.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Dank, voorzitter. Ik heb naar de termijn van de heer Rosenmöller geluisterd. Mij vielen een paar dingen op. In zijn bijdrage zei hij op een gegeven moment dat we met de ziel onder de arm liepen ten aanzien van de partijfusie van GroenLinks en PvdA en de naamswijziging in deze Kamer. Toen zei hij: is er iets te bedenken? Oftewel: Tom Poes, verzin een list. Dat is eigenlijk waar we het over hebben.

De heer Rosenmöller zegt dat het besluit tot de fusie in 2023 nog niet genomen was. Eigenlijk bevestigt de heer Rosenmöller daarmee dat het puur opportunisme is om nu te zeggen: wij komen met een naamswijziging die wij belangrijk vinden; die naamswijziging is onze wens, dus dan moet de hele Kamer hiervoor het Reglement van Orde aanpassen, de spelregels wijzigen en maar naar onze pijpen dansen. Daar heb ik moeite mee.

Ik vind dat wij hier een fundamentele discussie over moeten voeren. Daarom heb ik ook voorgesteld om ons een extra termijn te geven in de vorm van een schriftelijke ronde en er ook een voorbereidingswerkgroep op te zetten, om te beoordelen of we die flexibiliteit überhaupt zouden moeten willen. In 2023 hebben we dit expliciet uitgesloten. Ik heb dat in mijn eerste termijn ook duidelijk gezegd. Er is nu geen sprake van voortschrijdend inzicht; er komt gewoon partijpolitiek belang opspelen. Dat is dus opportunisme.

Ik vraag toch aan de voorsteller of de tijdelijke commissie, die destijds bekendstond onder de naam CARO, in 2023 haar werk niet goed gedaan heeft. Hebben die ten onrechte voorgesteld en uitdrukkelijk voorgelegd: geen nieuwe politieke banieren, ook niet bij fusies? Ik zeg hierbij dat er ook een lid van de fractie van de PvdA in deze commissie zat. Dat was de heer Ruud Koole. Heeft de heer Koole dan ook zijn werk niet goed gedaan? Heeft deze Kamer haar werk niet goed gedaan door een Reglement van Orde vast te stellen waarin "geen nieuwe politieke banieren, ook niet bij fusies" staat?

Ik had in de eerste termijn nog een vraag gesteld over de spoedeisendheid, en met name over het punt dat het voor Prinsjesdag moet en zal gebeuren. De heer Rosenmöller gooide het bij dat antwoord een beetje op één hoop. Hij zei dat hij het allemaal eigenlijk niet zo belangrijk vond, maar ik heb nog geen inhoudelijk antwoord gehad op de vraag waarom die spoedeisendheid er nu zou zijn om dit coûte que coûte voor Prinsjesdag geregeld te hebben. Zoals ik al zei, mag op Prinsjesdag niet eens het woord gevoerd worden door de verschillende fracties. Daar krijg ik toch wel graag een reactie op, ook wetende, zoals ik in de eerste termijn heb aangehaald, dat de partijorganisaties in allerlei geledingen nog steeds in een breder fusieproces zitten. Er zal dus nog op verschillende plaatsen gesproken worden over de verschillende takken van GroenLinks en de PvdA.

Ik heb nog geen reactie gehad op mijn vraag over de situatie rond de Partij voor de Dieren en de Fractie-Visseren-Hamakers. Daar is ook sprake van een achtergrond van een partijlidmaatschap, een partijstructuur, ten opzichte van een situatie hier in de Kamer. Misschien staat dit los van de vraag of ze die wens zelf ook uiten. Als zo'n situatie zich hier voordoet, dan zou je toch dezelfde lijn moeten trekken als de heer Rosenmöller nu doet? Die fractie zou op basis van deze voorstellen wel worden uitgesloten.

Ik heb daarstraks inderdaad een beetje met een kwinkslag gezegd dat het de Fractie-P. Rosenmöller kan worden. Als er echt gegronde bezwaren bestaan om hier de naam GroenLinks-PvdA nog te voeren, dan kan er wel worden gezegd: die partij bestaat niet meer en daar splitsen wij ons van af. Dan is er eigenlijk van afsplitsing geen sprake, maar wel van een afscheiding van de naam. Dan is het voor nu gewoon de naam van de fractievoorzitter: Fractie-Rosenmöller. Dan kan er in de komende maanden, in de resterende maanden van deze Kamerperiode, toch gewoon onder die naam gewerkt worden? Dit is wel een serieuze vraag. Ik noem het voorbeeld dat wij als PVV in de Tweede Kamer zijn begonnen als Groep Wilders, tot de verkiezingen in 2006. Kortom, dat is op zich ook nog een mooie mogelijkheid om een succesvolle politieke partij te worden.

Ik hoor toch graag op deze punten wat meer reflectie van de heer Rosenmöller. Zoals gezegd blijf ik het bezwaarlijk vinden dat tijdens het spel de spelregels worden veranderd. Er wordt nu gezegd dat er een breder belang wordt geschetst, maar in dat bredere belang zit enkel en alleen het partijpolitieke belang van GroenLinks-PvdA, oftewel het toekomstige, beoogde PRO, verstopt. Daar krijg ik toch graag een iets bredere bespiegeling op dan die van zojuist.

Tot zover in deze termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer, meneer Van Hattem. Dan geef ik vervolgens het woord aan de heer Van den Oetelaar. Hij spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van den Oetelaar i (FVD):

Dank u, voorzitter. Dank aan de initiatiefnemer voor de beantwoording. Onze zorgen zijn toch niet helemaal weggenomen. Ik begrijp wel dat de overige sprekers en de initiatiefnemer het erover eens zijn dat dit niet van toepassing zou moeten zijn voor afsplitsers. Op het moment dat afsplitsers conform artikel 20 een fractie of zelfs een politieke beweging oprichten die ze aanmelden bij de Kiesraad, dan zouden ze echter gebruik kunnen maken van artikel 17. Dat staat dan weer op gespannen voet met artikel 20. Dan zou je waarschijnlijk de situatie krijgen dat het "oordeel Kamer" wordt, en dat willen wij graag voorkomen. Daarom stellen toch een wijziging voor via een amendement, dat ik bij dezen indien.

Het voorstel wordt als volgt gewijzigd. Eén. Aan artikel 17 van het Reglement van Orde wordt na het ...

De voorzitter:

Meneer Van den Oetelaar, ik onderbreek u even. U mag de strekking van het amendement aan de Kamer en aan ons allemaal meedelen. Vervolgens kunt u de tekst aan de griffier en aan mij geven. Dan gaan wij zorgen dat die verspreid wordt, zodat de Kamer daar kennis van kan nemen. Het gaat nu dus even om de strekking, de hoofdlijn, van uw amendement.

De heer Van den Oetelaar (FVD):

Dank u wel. De strekking van het amendement is dat afsplitsers niet kunnen fuseren en dus ook geen gebruik kunnen maken van deze wijziging.

De voorzitter:

Dat amendement wordt aan de griffier overhandigd. We zullen het verspreiden. Het zal vermoedelijk de letter F krijgen. Daarmee bent u, zie ik aan het feit dat u bent weggelopen van het spreekgestoelte, aan het einde van uw termijn gekomen, meneer Van den Oetelaar. Dank daarvoor.

Dan kijk ik de Kamer nogmaals rond met de vraag of een van de leden in deze termijn nog het woord wenst. Dat is niet het geval. Dan kijk ik naar de heer Rosenmöller. Is hij in de gelegenheid om meteen te reageren op de tweede termijn van de kant van de Kamer? Ik zie een voorzichtige bevestigende knik.

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Zeker.

De voorzitter:

Mooi zo. Dan hebt u daartoe nu de gelegenheid, meneer Rosenmöller. Ik geef u het woord.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Dank u wel. Ik doe het even in de volgorde van de sprekers.

De heer Van Gasteren zegt: het enige wat ik wil, is het aanleveren van het aantal stukken. Maar dat is niet het punt, denk ik. In mijn voorstel staat ook dat je naar de Kiesraad gaat en … afijn, al dat soort dingen die ik daarin heb opgenomen. Wat u doet, vind ik … En dat is een herhaling van zetten: enerzijds neemt u iets op in de criteria die je niet kunt controleren. Dat is het element, onder andere, van de check op de unanimiteit van de fractie. En het tweede element — dat vind ik zo mogelijk bezwaarlijker — is dat je eigenlijk een politiek element introduceert en neerlegt bij de Voorzitter van de Kamer en de Ondervoorzitters. Dat doet de Tweede Kamer wel, dat doen wij juist niet. Dat doen we zo min mogelijk, ook in ons hele Reglement van Orde, om de Voorzitter, of haar of zijn plaatsvervangers, juist uit die politieke context te halen. Ik denk dat dat ons als Eerste Kamer door de bank genomen goed bevalt. Dat is waar u en ik niet bij elkaar komen in het amendement. Nogmaals, op andere punten wel.

Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat de procedure via de Kiesraad en de mogelijke rechter die daar een uitspraak over doet, toch ook wel een onderdeel is van de door ons beiden gewenste zorgvuldigheid van een wijziging van een naam van een fractie in de Eerste Kamer. Dat is iets wat je niet te kust en te keur moet willen. Nogmaals, ik denk, en ik heb geprobeerd dat beargumenteerd aan te geven, dat dat ook niet de situatie is.

Dan de heer Van Hattem. Ja, "Tom Poes, verzin een list." Kijk, wij liepen tegen een situatie aan die niet werd gedekt door het Reglement van Orde. Wij dachten: ja, dat is toch eigenlijk raar. Je kunt ook niet zeggen dat als je tegen een werkelijkheid aanloopt die je niet helemaal had voorzien in 2021 of in 2023, je jezelf gaat afsluiten voor een mogelijke wijziging van het Reglement van Orde. Want in uw redenering kan je het Reglement van Orde nooit wijzigen, want "het spel" gaat altijd door. Dat heb ik ook in de eerste termijn gezegd. Zo simpel is het. Hebben die mensen in 2023 hun werk slecht gedaan? Nee, die hebben hun werk niet slecht gedaan. Hebben ze een situatie die zich na 2023 heeft voorgedaan over het hoofd gezien? Ja, die hebben ze over het hoofd gezien. Konden ze dat over het hoofd zien? Ja, dat weet ik niet. Konden ze het zien? Dat weet ik niet. Wij zien het in ieder geval nu. Wij maken het mee. En als je iets meemaakt … Ja, dan heb ik het eerst via 142 geprobeerd, via de hardheidsclausule, en doe ik het nu via de wijziging van artikel 17 en 18. Dat is gewoon een aanpassing op basis van een werkelijkheid die in de politiek ontstaat. En dan zegt u: het is dus opportunisme. Het is helemaal geen … Kijk, iets wordt niet opportunistischer als je vijf keer zegt dat het opportunistisch wordt. Ik bedoel, u gebruikt dat woord aan de lopende band, maar daarmee wordt het natuurlijk niet opportunistisch. Sterker nog, het zou eventueel opportunistisch zijn als u met die kwinkslag de fractie adviseert om af te splitsen en u mijn voorletter en de eerste twee letters van mijn achternaam zou willen gebruiken, maar ook dan is dat geen oplossing. Wij willen de naam PRO, zoals de partij heet, ook in de Eerste Kamer gebruiken. Dan is die kwinkslagoplossing natuurlijk geen oplossing.

De heer Van Hattem i (PVV):

De heer Rosenmöller doet nu alsof ik zeg dat het Reglement van Orde nooit gewijzigd mag worden. Nee, we hebben destijds juist een commissie gehad die na geruime tijd ging kijken hoe het Reglement van Orde bij de tijd kon worden gebracht. Er is heel veel tijd in gestoken. Er is zorgvuldig bij stilgestaan. Daar is amper drie jaar geleden een zorgvuldig advies uit gekomen, waar deze Kamer in meerderheid mee heeft ingestemd en waar, zoals ik al zei, ook de heer Ruud Koole van de Partij van de Arbeid bij betrokken was. Daar hebben dus gewoon mensen met hun volle verstand aan meegewerkt. Ze hebben gezegd: we moeten geen nieuwe politieke banieren willen in deze Kamer. Neemt de heer Rosenmöller dan nu afstand van het idee dat toen heel zorgvuldig is gezegd dat we geen nieuwe politieke banieren moeten willen?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Nee, daar neem ik geen afstand van. Ik concludeer wel dat de situatie zoals die in 2023 is opgenomen in het Reglement van Orde een bepaalde mate van flexibiliteit ontbeert om recht te kunnen doen aan situaties die we misschien toen niet konden voorzien maar die wel zijn ontstaan. Dat is wat ik nu regel via de wijziging van artikelen 17 en 18. Dat doe ik, nogmaals, ook verwijzend naar het recente en verdere verleden voor wat betreft situaties die zich hebben voorgedaan — ik doel dan op naamswijzigingen van fracties, fusies, meerdere partijen et cetera — waar de Kamer gewoon mee akkoord ging zonder dat het in het Reglement van Orde stond. Wat dat betreft codificeer ik alleen maar iets: wat in het verleden een gebruik was, komt nu in het Reglement van Orde. Dat is in 2023 niet in het Reglement van Orde gekomen. Nu is het drie jaar later en stel ik voor dat we dat wel in het Reglement van Orde opnemen, omdat we niet bij unanimiteit konden beslissen over de wens om onze fractie PRO te noemen.

De voorzitter:

Een korte vervolgvraag nog van de heer Van Hattem. Dit neigt naar een herhaling van zetten.

De heer Van Hattem (PVV):

Het komt er toch elke keer op neer dat het gaat om de wens van de fractie van GroenLinks-PvdA. Dat is gewoon de kern van het verhaal. Het gaat niet om een brede wijziging van het Reglement van Orde. Ik heb het net opportunistisch genoemd, maar het gaat erom dat een stukje persoonlijk maatwerk wordt aangebracht — bij de Belastingdienst noemen ze dat geloof ik "ruling" — in de richting van de fractie van GroenLinks-PvdA om dit geregeld te krijgen. Dan vraag ik me het volgende af. De heer Rosenmöller zegt letterlijk: ik neem geen afstand van het principe "geen nieuwe banieren". Maar hij doet dat dus wel zo gauw hij zelf een nieuwe banier wil gaan voeren. Neemt hij nou afstand van dat principe of niet?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Nee. Kijk, het is een andere banier. Er verdwijnen er twee en er komt er één voor terug. Dat is één. Uw woordkeuze is al een stuk genuanceerder. Ik zou zeggen dat we elkaar kunnen vinden als we zeggen: er is een Reglement van Orde dat in heel veel voorziet, maar als het gaat om een fusie en een situatie zoals wij die nu doormaken, voorziet dat eigenlijk niet in de situatie dat we die naam kunnen gebruiken. Die flexibiliteit zou je toch in alle redelijkheid moeten kunnen betrachten. Als we dat met elkaar overeenkomen, zijn we zaken aan het doen.

De voorzitter:

Meneer Rosenmöller, ik geef u graag de gelegenheid om uw beantwoording in de tweede termijn af te ronden.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik kreeg nog een vraag.

De voorzitter:

Ja, maar anders gaan we elkaar weer vragen stellen en daar geef ik geen ruimte voor, want daar is het debat niet voor bedoeld. Als de beantwoording daar straks aanleiding toe geeft, kunt u nog een keer deze kant op komen voor een interruptie, maar ik wil de heer Rosenmöller nu echt de kans geven om zijn beantwoording af te maken. Meneer Van Hattem, ik geef u nu niet het woord voor een interruptie, want de heer Rosenmöller krijgt het woord om zijn beantwoording af te maken.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik zal minder aan uitlokking doen. Ik heb nog twee vragen te beantwoorden. De spoedeisendheid gekoppeld aan Prinsjesdag. Ja, strikt genomen is dat natuurlijk ook geen must. Zo heb ik het ook in het schriftelijke verslag opgenomen. Het is geen must, maar het is natuurlijk wenselijk. Dat wil zeggen, wij vinden het wenselijk en de meerderheid van de Kamer leek het wenselijk te vinden om een procedure te starten waarmee we die naamgeving in het nieuwe politieke jaar, dat begint op Prinsjesdag volgende week, dan ook in de Eerste Kamer kunnen bezigen. Als de Kamer daar vanavond mee instemt, zullen we de voorzitter laten weten dat dat onze wens is. Dan is dat per vandaag geregeld, denk ik. Dus moet dat per se? Nee, dat moet niet per se. Is dat een sterke wens? Ja, dat is een sterke wens. Waarom? Ik denk dat ik dat net heb aangegeven. De laatste vraag van collega Van Hattem — excuses voor het feit dat ik die niet in eerste termijn heb beantwoord — gaat over de casus van de Partij voor de Dieren. Daarin is sprake van een afsplitsing. Er heeft zich een afsplitsing voorgedaan. Als er weer een fusie zou plaatsvinden, dan wordt het: Partij voor de Dieren-Fractie-Hamakers. Ze kunnen de volgorde zelf bepalen, maar dan is er geen situatie die voldoet aan de criteria die ik onder artikel 17 of 18 opneem in de wijzigingen die hen brengt tot de mogelijkheid een nieuwe naam te introduceren.

Dat was wat ik wilde zeggen, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u zeer. De heer Van Hattem heeft tot slot nog een interruptie.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik moet concluderen dat de heer Rosenmöller voortdurend alleen maar redeneert "het is de wens van onze fractie" en "wij vinden het wenselijk dat dit gebeurt". Dat haalt eigenlijk het hele verhaal onderuit dat dit vanuit het brede belang van de Kamer wordt gedaan en dat de wijzigingen een hoger doel dienen. Kan de heer Rosenmöller bevestigen dat dit voorstel enkel en alleen is gedaan in het belang van de eigen fractie?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Nee, dat is niet het geval. Dat zou een te enge interpretatie zijn. De aanleiding is inderdaad de fusie van GroenLinks en de Partij van de Arbeid tot Progressief Nederland, PRO. De wijziging van het Reglement van Orde heeft een bredere strekking omdat wij niet het verwijt zouden willen krijgen dat wij alleen maar onze eigen situatie willen regelen. Wat betreft de bredere strekking van de Kamer: we zullen vanavond bij de stemmingen zien wat de Kamer, al dan niet breed, van mening is.

De heer Van Hattem (PVV):

Over het punt van de Partij voor de Dieren en de Fractie-Visseren-Hamakers wil ik het volgende zeggen. Er wordt nu gezegd dat het een afsplitsing is, maar er is eigenlijk een hele andere situatie geweest. Er was niet zozeer sprake van een afsplitsing, maar van mensen die hun lidmaatschap opzegden. Daardoor ontstond er een specifieke situatie. Daarvan kan iemand zeggen: ja, dit zijn dusdanig unieke, bijzondere situaties dat wij ook moeten zeggen dat we zo'n uitzondering moeten kunnen bedingen. Daarover zegt de heer Rosenmöller: nee, dat is niet aan de orde. Is dit nu eigenlijk niet: als het ons uitkomt, doen we het wel, maar als het bij andere fracties aan de orde zou zijn, dan is het gewoon nicht im Frage?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Tot slot, voorzitter. Nee, dat kan iemand niet zeggen. Ja, hij kan dat wel zeggen, maar hij kan op geen enkele wijze een beroep doen op het Reglement van Orde om dan anders te handelen dan wat er nu in staat over afsplitsers of over fusies van partijen die niet eerder aan de verkiezingen hebben deelgenomen. Dat is dus echt niet aan de orde. Nogmaals, de aanleiding van dit voorstel is de situatie van de fusie van onze partijen, maar ik heb het wijzigingsvoorstel breder getrokken, om me zo niet alleen maar te beperken tot de meest complexe situaties, maar in dit geval ook om eenvoudiger vormen van fusies tot een meer flexibele en bij de tijd passende regeling in het Reglement van Orde te maken. Dat gaat dan met name over artikel 17, lid 4 en lid 5.

De voorzitter:

Dank u zeer, meneer Rosenmöller, voor de beantwoording in de eerste en de tweede termijn. Ook dank aan de collega's die het woord hebben gevoerd tijdens dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik kom tot afhandeling van het debat over het voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met het introduceren van meer flexibiliteit in de naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen (CLXXVII). Ik stel voor om na de dinerpauze eerst te stemmen over de ingediende amendementen. Voor de goede orde noem ik ze nog even: het gewijzigde amendement onder E, van het lid Van Gasteren, en het amendement onder F, van het lid Van den Oetelaar. Ik stel voor om daarna, zoals de Kamer al eerder besloten heeft, hoofdelijk te stemmen over het voorstel in zijn geheel. Is dat akkoord? Ik zie dat de heer Van Hattem nog een punt heeft. U heeft het woord, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik had ook gevraagd om hoofdelijk te stemmen over het ingediende amendement.

De voorzitter:

Als u dat vraagt, dan gaan we dat zo doen. Dat betekent dat we … Meneer Van Hattem, komt u even terug. Gaat dat over het gewijzigd amendement met letter E van Van Gasteren of gaat het over allebei de amendementen?

De heer Van Hattem (PVV):

Ik heb er een principieel punt van gemaakt dat alle leden van deze Kamer hun mening hierover individueel moeten kunnen uiten, omdat het over hun Reglement van Orde gaat. Daarom vind ik dat er over beide amendementen hoofdelijk gestemd moet kunnen worden.

De voorzitter:

Dank u zeer.

De heer Janssen i (SP):

Voorzitter, even ter verheldering: u heeft het over het gewijzigd amendement-Van Gasteren. Bedoelt u daarmee het nader gewijzigd amendement-Van Gasteren? Of is er toch niets meer nader gewijzigd?

De voorzitter:

Nee, als het nader gewijzigd zou zijn, dan had ik u dat gemeld. Het gaat over het gewijzigd amendement met letter E, zoals u het bij de vergaderstukken aantreft. De heer Janssen heeft een vervolgvraag.

De heer Janssen (SP):

Het punt dat de heer Van Gasteren heeft aangegeven, namelijk dat de Provinciale Staten eruit zouden moeten, blijft erin staan? Dat wijzigt niet meer? Daar zit mijn misverstand.

De voorzitter:

Oké. Dat misverstand kan ik uit de weg helpen: er is geen nader gewijzigd amendement. U krijgt het amendement dat er al lag, met letter E.

Ik was aan het rondvragen in de Kamer of de werkwijze van stemmen akkoord is. Ik stel vast dat dat het geval is. Dan schors ik nu de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.