Plenair Van Hattem bij voortzetting behandeling Wet invoering tweestatusstelsel, Asielnoodmaatregelenwet en novelle aanpassing strafbaarstelling illegaal verblijf



Verslag van de vergadering van 14 april 2026 (2025/2026 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 17.49 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Dank, voorzitter. Op de keper beschouwd stemt het debat mij niet vrolijk. Ik zie namelijk een paar coalitiepartijen die het asielbeleid toch bijna triomfantelijk onderuit aan het schoffelen zijn, met name wat betreft de strafbaarstelling van de illegaliteit. Ik hoorde net de heer Dittrich van D66 beleid voorstellen dat averechts staat op wat hier ligt, op wat zijn eigen kabinet zou moeten uitvoeren. D66 en de andere coalitiepartijen zeggen dat ze deze wetten gaan uitvoeren als ze worden aangenomen. Ik denk dat er van die uitvoering met een dergelijke houding weinig terechtkomt.

Het feit dat deze coalitiepartijen vandaag een onbetrouwbare opstelling hebben laten zien, stemt mij niet vrolijk. Ik vind het juist in deze tijd, waarin een minister zelf zegt dat de situatie qua instroom van asielzoekers kritiek en urgent is, te gek voor woorden dat er allerlei uitvluchten worden bedacht om te zorgen dat de regels minder streng worden. Daarmee zeggen deze coalitiepartijen eigenlijk: we hebben totaal geen boodschap aan ons eigen regeerakkoord en ons eigen kabinet en we hebben al helemaal geen boodschap aan Nederlanders. Sterker nog, we hebben nu een minister die vandaag zijn best doet om deze wetsvoorstellen in deze Kamer te verdedigen, maar die tegelijkertijd in de afgelopen weken heeft laten zien dat hij de asieldwangwet wil inzetten richting onze gemeentes en onze burgers wil gaan opzadelen met azc's aan alle kanten. Vandaag hebben we hem ook horen zeggen dat hij weigert om een asielstop in te voeren, terwijl hij duidelijk zei: de situatie is kritiek en urgent in dit land. Kortom, ik ben eigenlijk hoogst teleurgesteld in hoe de leden van de coalitiepartijen hier omgaan met het asieldossier.

Ik zal voordat ik door mijn spreektijd heen ben alvast de moties aankondigen die ik in deze tweede termijn wil indienen. Ik zeg er meteen bij dat ik die moties dusdanig belangrijk vind dat ze ook bepalend kunnen zijn voor onze steun voor deze wetsvoorstellen. Ik kom allereerst met een motie die zich richt op de strafbaarstelling van illegaliteit. Ik zal 'm voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er volgens een recente schatting van het WODC tussen de 16.955 en 23.175 illegalen in Nederland verblijven;

overwegende dat de minister stelt dat de door hem voorziene aanpak van strafbaarstelling van illegaliteit beperkt blijft tot een aantal van 100 tot 300 illegalen per jaar;

overwegende dat illegaliteit veel steviger moet worden aangepakt;

roept het kabinet op de handhaving van illegaal verblijf in Nederland fors te intensiveren om het aantal in Nederland verblijvende illegalen substantieel terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Hattem.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter L (36703, 36704, 36855).

De heer Van Hattem (PVV):

Ik vind dit een heel belangrijke motie, want dit gaat om het belang hoe wij strafbaarstelling van illegaliteit echt handen en voeten kunnen geven. Deze PVV-motie is dus zwaarwegend.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ik hoor de heer Van Hattem eigenlijk zeggen: we moeten niet uitgaan van 100 tot 300 illegalen; er zijn veel meer mensen die een misdrijf plegen dan die 100 of 300. Ik begrijp dat de heer Van Hattem zegt dat je naar de wettekst moet kijken en dat daarin helemaal niet de beperking staat die de minister nu naar voren heeft gebracht en die, zo zegt de heer Schalk, onderdeel uitmaakt van onze beraadslagingen enzovoort. Ik ben toch een beetje bang, want ik zag de heer Van Hattem eigenlijk ook een beetje opgewonden opspringen toen het ging over burgerarresten en dat soort zaken. Dan is de vraag toch als volgt? Stel, een meerderjarige vreemdeling heeft een terugkeerbesluit gekregen, maar verlaat het land niet. Kijkend naar de tekst van de wet, denk ik dat ik het met de heer Van Hattem eens ben dat die vreemdeling dan het misdrijf pleegt dat de PVV in die bepaling heeft neergelegd. Nou ziet de buurman of de werkgever van die vreemdeling dat. We hebben artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering. Hoe kijkt de heer Van Hattem van de PVV daar dan tegen aan? Zou bijvoorbeeld die buurman dan kunnen zeggen: "Ik ga over tot aanhouding van deze vreemdeling, want ik heb hem op heterdaad betrapt. Hij heeft mij laten zien dat hij een terugkeerbesluit heeft gekregen. Als hij blijft, pleegt hij dit misdrijf. Ik grijp in!"?

De heer Van Hattem (PVV):

Dank aan de heer Nicolaï voor zijn vraag. Er zitten een paar kanten aan. Ik vraag om handhaving. Handhaving is er niet voor niks. De overheid, die de zwaardmacht heeft, kan gaan handhaven. Dat gebeurt nu veel te weinig. Daarom zet deze motie er juist op in dat je kunt voorkomen dat er zulk soort dingen tussen burgers onderling ontstaan. Het tweede voorbeeld dat de heer Nicolaï noemt, is eigenlijk veel interessanter, want hij heeft het over een werkgever. Als een werkgever een illegaal in dienst heeft, is het inderdaad heel belangrijk dat de Arbeidsinspectie daarachteraan gaat. Die werkgever is dan namelijk zelf ook fout bezig. Er mag dan eigenlijk ook wel worden verwacht dat daartegen opgetreden wordt. De handhaving — daar gaat het om — moet stevig omhoog. Al die verhalen over burgerarresten zijn dan niet eens aan de orde. De overheid moet zelf gewoon veel en veel harder ingrijpen om die illegaliteit terug te dringen.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Nicolaï (PvdD):

Ik heb begrepen dat de handhaving die de heer Van Hattem wenselijk vindt er niet komt, want de minister zegt dat het over maximaal 100 tot 200 tot 300 ernstige gevallen gaat. Die handhaving van de overheid komt dus niet. Dan komt toch de vraag weer terug bij de heer Van Hattem. Als mensen van zijn partij bij hem komen — hij is ook jurist — en zeggen: "Als ik het goed lees, heeft die vreemdeling een terugkeerbesluit gekregen en houdt hij zich er niet aan. Dat hebben jullie als partij toch strafbaar gesteld? Dan mogen we toch wel actie ondernemen?" Wat zegt u dan?

De heer Van Hattem (PVV):

Er moet dan zeker actie worden ondernomen. Ik weet dat in andere landen en ook in andere delen van het Koninkrijk, op Aruba bijvoorbeeld, iemand die daar illegaal verblijft wel uitkijkt. Als die namelijk een aanrijding krijgt met zijn auto, weet die dat die best een grote kans heeft om aangemerkt te worden als illegaal en het eiland moet verlaten, om maar een voorbeeld te geven. Zo kun je dus ook veel strakker kijken naar de mogelijkheden die er zijn om illegaliteit kenbaar te maken, ervoor te zorgen dat er handhaving plaatsvindt en ervoor te zorgen dat deze lieden Nederland verlaten, want ze horen hier gewoon niet thuis.

De voorzitter:

Ik wil een beetje vaart maken. Dit is niet een vaste regel. Volgens mij gaat u het namelijk niet met elkaar eens worden. Ik wil de heer Lievense nu het woord geven.

De heer Lievense i (BBB):

Voorzitter, dank u wel. Ik begrijp de zorgen die de heer Van Hattem uitspreekt, vooral de zorgen vanuit het perspectief van de PVV. Ik heb daar toch een vraag over, want dat baart mij dan weer zorgen. We staan aan de vooravond van een stelselwijziging en het aannemen van wetten waar inmiddels heel veel partijen en heel veel bewindspersonen aan hebben gewerkt, waaronder een bewindspersoon van uw partij die de wetten zelf ontworpen heeft. We kunnen allemaal tellen; dat zal met een hele nipte meerderheid zijn. Daar is jaren en jaren en jaren over gepraat. Als deze wetten nu niet worden aangenomen, voorzie ik dat we weer jaren en jaren en jaren gaan praten. Is het nu niet belangrijker — er komt een vraag, voorzitter — om eerst die basis, die wetgeving op orde te hebben? Daar moeten we ook weer jaren aan werken voor de uitvoering en de uitrol. Hoe gaan we daar dan weer mee om? Er komen uitspraken over. Alles hebben we dan gehad, maar eerst moet die wetgeving er liggen. Dan pas kunnen we het met elkaar hebben over de vraag of we bij moeten sturen of over de wijze waarop er bestuurd moet worden. Als we het momentum dat er nú is, laten liggen — dit voelt een beetje als een dreigement, maar ik ken u iets langer dan vandaag, dus ik vraag het toch — wat gebeurt er dan?

De heer Van Hattem (PVV):

De heer Lievense van BBB heeft mij niet horen zeggen of ik voor of tegen ga stemmen. Ik zeg alleen dat er een aantal heel zwaarwegende factoren in zitten en dat ik behoorlijk teleurgesteld ben in de wijze waarop de coalitiepartijen hiermee omgaan en hoe ze met Nederland omgaan. Dan vraag ik me oprecht af: is de ferme wil er om er iets aan te doen? Ik hoorde mevrouw Karimi net namelijk zeggen: het amendement over strafbaarstelling illegaliteit wordt eigenlijk helemaal uitgekleed. Het erge is dat ik het daar nog mee eens ben. Als er maar een heel beperkt aantal personen overblijft dat als illegaal kan worden aangepakt, dan zijn we bij lange na niet bij de aantallen illegalen die in Nederland verblijven en die aangepakt móéten worden. We willen dus geen druppel op een gloeiende plaat hebben. We moeten zorgen dat er echt iets gaat gebeuren en dat er stevige maatregelen komen.

De heer Lievense (BBB):

Tot slot nog een keer mijn vraag, maar dan wat korter. Ik ben ook weleens wat lang van stof; dat realiseer ik me. De vraag is of u het met de BBB-fractie eens bent dat we nu eerst wel dat juridische raamwerk, die wetgeving, moeten aannemen, om vervolgens natuurlijk met elkaar het gesprek verder te voeren.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat is een beetje dezelfde vraag. Ik heb niet gezegd of ik voor- of tegenstem. Ik zeg alleen dat we ons goed moeten beraden op wat we hier hebben voorliggen en goed onze knopen moeten tellen als het gaat om wat er uiteindelijk overblijft. Want als er zulk soort toezeggingen worden gedaan en moties worden ingediend om dingen uit te stellen, dan wordt de zaak dusdanig uitgekleed dat er van dat juridische raamwerk, waar de BBB het over heeft, weinig overblijft. Dan moeten we goed gaan opletten wat dat betekent, want Nederland heeft gewoon een keihard en keistreng asielbeleid nodig. We moeten gewoon zorgen dat onze grenzen een keer echt dichtgaan en er een asielstop komt, in plaats van elke keer maar van die maatregelen te nemen waarvan je zegt: we schaven er toch nog een klein beetje af, waardoor er onder de streep niks overblijft en er wel elke week 900 asielzoekers Nederland binnenkomen, terwijl we hier geen huizen meer overhebben voor onze eigen mensen.

Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):

Ik heb even de feitelijke vraag aan collega Van Hattem wat hij precies verstaat onder "handhaving". Wat verwacht hij van bijvoorbeeld politie en boa's, die ik hem ook heb horen noemen in het debat? Kan hij heel duidelijk aangeven wat hij verstaat onder handhaving en of dat ook burgerarresten zijn?

De heer Van Hattem (PVV):

Onder handhaving versta ik niet in de eerste plaats burgerarresten. Dat is duidelijk. Iemand ophouden is wat anders dan handhaven. De handhavende macht ligt bij de overheid. Als ik het over handhaving heb, dan gaat het inderdaad over wat door de overheid aangewezen personen mogen doen. Als er ooit een situatie zou zijn … Ik heb daarstraks het voorbeeld gegeven van iemand die van zijn sokken wordt gereden door iemand op een fatbike die hier illegaal blijft. Als iemand dan staande wordt gehouden, dan wordt hij overgedragen aan een handhaver, aan iemand die namens de overheid optreedt. Die personen moeten veel strakker kunnen ingrijpen. Maar als iemand een overtreding begaat en het duidelijk is dat die persoon hier illegaal verblijft, dan mag het niet zo zijn dat die vervolgens fluitend het politiebureau uitloopt en zijn leventje in de illegaliteit de volgende dag weer vrolijk kan voortzetten. Daar moet paal en perk aan worden gesteld.

De voorzitter:

Mevrouw Perin, tot slot.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Dit was een hele heldere uitleg. Ik heb de minister horen zeggen dat die strafbaarstelling volgens hem alleen van toepassing is op mensen die in de aanvraagprocedure aan het eind van de keten zitten, ook al staat het in mijn ogen niet zo in de wet. Ik wil weten of ik collega Van Hattem goed begrijp. Als andere mensen dan de 100 tot 300 ongedocumenteerde mensen waar de minister het over heeft, per ongeluk op de een of andere manier in aanraking komen met een boa of de politie, worden die dan meteen strafbaar gesteld? De minister heeft namelijk al aangegeven dat dit niet op hen van toepassing is.

De heer Van Hattem (PVV):

De minister zegt dat het uiteindelijk wordt toegepast op zo'n 100 tot 300 mensen, maar de groep mensen die illegaal in Nederland verblijft, is natuurlijk veel groter. Het WODC heeft het over zeker 23.000 personen. Je kunt ervoor zorgen dat er meer garen op de klos komt, zodat er meer vertrekbesluiten worden afgegeven en je meer mensen kunt laten uitzetten. Maar je zult dit ook moeten intensiveren om degenen die al een vertrekbesluit hebben ontvangen, steviger te kunnen aanpakken. Het is dus van tweeën een.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik heb nog een hele korte laatste vraag …

De voorzitter:

Nee, ik ben nu even …

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

… die met ja of nee beantwoord mag worden.

De voorzitter:

Nee, ik heb meerdere collega's van u kort gehouden. Ik heb te maken met tijdsdruk, want om 18.15 uur begint er een commissievergadering. U heeft nog een motie.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik heb meerdere moties, voorzitter, en ik heb natuurlijk ook nog wat spreektijd.

Ik vind de volgende motie superbelangrijk. Ik zal 'm meteen voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet stelt dat de situatie in de asielopvang urgent en kritiek is;

verzoekt de regering om het probleem bij de bron te bestrijden door met onmiddellijke ingang een asielstop uit te vaardigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Hattem.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter M (36703, 36704, 36855).

De heer Van Hattem (PVV):

Nederland heeft een asielstop keihard nodig, want anders wordt het probleem alleen maar groter en blijft de emmer steeds verder overlopen.

Dan kom ik bij de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering met onmiddellijke ingang de Spreidingswet oftewel de asieldwangwet in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Hattem.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter N (36703, 36704, 36855).

De heer Van Hattem (PVV):

En dan nog een motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt het kabinet het door de PVV opgestelde tienpuntenplan uit te werken en in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door het lid Van Hattem.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter O (36703, 36704, 36855).

De heer Van Hattem (PVV):

Dank, voorzitter. Ik heb gelukkig nog vijf minuten spreektijd over voor een paar andere zaken die in de eerste termijn zijn blijven liggen. De minister heeft voortdurend gezegd dat hij dingen hand in hand wil laten gaan met de voorstellen die vandaag voorliggen. Hij wil tegelijkertijd kijken naar de inzet van de Spreidingswet en Nederland voldouwen met azc's. Ik had de minister in de eerste termijn gevraagd in welke gevallen en of hij ook daadwerkelijk tot die indeplaatsstelling wil overgaan. Daar wil ik graag nog een reactie op.

De voorzitter:

Mevrouw Perin.

De heer Van Hattem (PVV):

Mijn tijd loopt door.

Mevrouw Perin-Gopie (Volt):

Ik ben heel benieuwd wat er gebeurt als deze vier moties niet worden aangenomen.

De heer Van Hattem (PVV):

We gaan kijken wat er dan voor ons nog aan krenten in de pap zit. Dat vind ik heel belangrijk. We gaan hier namelijk niet meemaken dat de asielwetgeving tot op het bot wordt uitgekleed door allerlei verzoeken van D66, die zelf vooraf al heeft aangegeven tegen de wetten te zullen stemmen maar hier wel het hoogste woord voert om de wetten uit te kleden, en door het CDA, dat een ruggengraat heeft die zo slap is als maar kan en ondertussen de wetten probeert af te zwakken. Ik denk dus dat we gewoon heel duidelijk moeten zijn. We gaan hier niet klakkeloos op de zaken vooruitlopen. Ik vind het heel belangrijk dat er meer gebeurt dan wat er nu voorligt. De hand moet aan de asielkraan worden gezet en die kraan moet keihard worden dichtgedraaid. Met name zo'n asielstop is wat Nederland nodig heeft. Ik kan gewoon niet begrijpen dat mensen hier in de Eerste Kamer, een volksvertegenwoordiging, niet meer opkomen voor onze eigen inwoners. Ik hoor de laatste dagen steeds …

De voorzitter:

Is dit nu het vervolg van uw betoog?

De heer Van Hattem (PVV):

Jazeker, voorzitter. Ik hoor steeds meer signalen, bijvoorbeeld op social media, van mensen die zich afvragen wat de Eerste Kamer eigenlijk nog doet en of die niet net zo goed afgeschaft kan worden. Ik geef de mensen groot gelijk. Ik heb zelf natuurlijk ook ooit al een motie ingediend om dat te bewerkstelligen. Men is hier eigenlijk vooral bezig om ervoor te zorgen dat heel veel zaken waar Nederland op zit te wachten, zoals een asielstop, worden tegengewerkt. Ik zou dus zeggen: probeer eens te kijken wat er echt in de samenleving leeft in plaats van alleen maar te kijken naar wat allerlei asielclubjes ons proberen op te dringen.

Voorzitter. Als wij serieus kijken naar de situatie in Nederland, denk ik dat we heel duidelijk moeten zijn: we moeten af van het overal neerplanten van azc's. Niemand schiet daar wat mee op. Als we echt het strengste asielbeleid willen, dan moeten we in ieder geval zorgen dat niemand in z'n achtertuin geconfronteerd wordt met een azc. Dat is namelijk de bron van het faciliteren van de asielinstroom. Zolang je ervoor zorgt dat er hier azc's zijn, blijven de mensen komen. Hetzelfde geldt voor de voorrang voor statushouders. Daar hoor ik de minister ook nog graag over, want ik had daar nog een vraag over gesteld. Stop daarmee, want je zorgt ervoor dat Nederland zo'n beetje het meest aantrekkelijke land ter wereld is als je hier met voorrang huizen krijgt terwijl onze eigen mensen 10 jaar, 15 jaar op een wachtlijst moeten staan.

Ik denk dat ik nog wel een tijdje door kan gaan over wat er allemaal speelt. Ik heb het nog niet eens gehad over de bussen in Ter Apel en over alle andere ellende die de asielinvasie ons oplevert. Kortom, het is hoog tijd voor een asielstop. Er is meer nodig dan hetgeen we hier vandaag besproken hebben.

Voorzitter, tot zover in de tweede termijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik wil u vragen of u nog een handtekening achter op de motie wilt zetten. Dat moet sowieso ieder lid doen: als u een motie indient, moet u achter op de motie de handtekeningen verzamelen. Dank u wel. Ik schors de vergadering tot 19.15 uur.