Inhoudsopgave van deze pagina
Met ingang van het parlementaire jaar 2009-2010 kent de Eerste Kamer een nieuwe Europese werkwijze. Deze werkwijze is gebaseerd op de eigenstandige rol van de Kamer bij het Europese beleids- en wetgevingsproces.
Op basis van een zelfstandige afweging besluiten commissies of zij een Europees voorstel in behandeling willen nemen en zo ja, hoe zij - zoveel mogelijk gelijk aan de procedures voor de behandeling van een nationaal wetsvoorstel - invulling willen geven aan deze behandeling.
Europese werkwijze Eerste Kamer (kamerstuk 30953, H
)
Bij de introductie van deze nieuwe werkwijze in september 2009 heeft de Kamer besloten de Europese werkwijze voor het einde van de zittingsperiode (2011) te evalueren. Deze interne evaluatie heeft geresulteerd in een aantal aanbevelingen ter versterking van de nieuwe werkwijze die door de Kamer zijn vastgesteld. Een groot aantal van deze aanbevelingen ziet op interne procedures, zoals die door de vaste Kamercommissies ter zake worden gehanteerd. Daarnaast is er een aantal aanbevelingen waarvoor de medewerking van de regering wordt gevraagd. In een brief (EK 30953, M
) aan de minister-president van 8 april 2011 vraagt de Voorzitter van de Eerste Kamer de aandacht voor deze aanbevelingen. De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken heeft hierop per brief (EK 30953, N
) van 26 mei 2011 gereageerd waarbij deze onder andere ingaat op de verzoeken omtrent de tijdigheid van BNC-fiches en het verzoek om expliciete rapportage aan de Eerste Kamer over de wijze en het moment waarop de regering de door een Eerste Kamercommissie gewenste inzet in Raadsonderhandelingen heeft bepleit en met welk resultaat.
Een van de instrumenten die de Kamer kan inzetten bij het toetsen van Europese voorstellen is het zogenaamde parlementair (behandel)voorbehoud. Dit instrument is geïntroduceerd door de Wet tot goedkeuring van het Verdrag van Lissabon. Die bepaalt dat de Kamer binnen twee maanden na ontvangst van een nieuwe Europees voorstel kan besluiten dat zij dat voorstel van zodanig politiek belang acht dat zij over de behandeling daarvan op bijzondere wijze wenst te worden geïnformeerd. De regering mag vervolgens nog niet met het voorstel instemmen. Eerst moet overleg tussen Kamer en regering plaatsvinden over de informatieverstrekking. De Eerste Kamer zal het parlementair voorbehoud alleen in speciale gevallen inzetten. Zij stelt zich op het standpunt dat zij in de meeste gevallen via de grondwettelijke inlichtingenplicht van de regering de gewenste informatie zal kunnen krijgen.
Memo
inzake de uitwerking procedure parlementair behandelvoorbehoud Eerste Kamer
Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2009/2010 vindt u hier
.
Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2010/2011 vindt u hier.
Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2011/2012 vindt u hier.
Het Europees werkprogramma Eerste Kamer voor het parlementaire jaar 2012/2013 vindt u hier

