Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 19.23 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Over het traject dat dit voorstel heeft afgelegd, is door de vorige sprekers al het nodige gezegd. We spreken over een wet die nog moet worden aangenomen in deze Kamer, maar die in feite al wordt uitgevoerd. Voor die uitvoering zijn onomkeerbare stappen gezet, zonder democratische legitimering. Er is onderzoek gedaan naar deze onverkwikkelijke gang van zaken. Inmiddels ligt er een brief van de minister met excuses en lessons learned. Dank daarvoor. We zullen deze brief en deze gang van zaken op een ander moment bespreken.
Wel vanaf deze plaats een compliment voor de Tweede Kamerfractie van de SGP, die de tegenwoordigheid van geest had om deze wet, die als hamerstuk werd aangeboden, aan te melden voor debat.
Nu over het voorstel zelf. De voorgestelde aanpassing in de Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis vloeit voort uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De aanpassing vloeit niet voort uit onvrede over het functioneren van de tot nu toe bestaande regeling. Die regeling functioneert goed. Het flexibele, informele karakter van het pgb komt tegemoet aan de zorgvraag van de pgb-houder.
Voorzitter. Mijn fractie begrijpt de noodzaak de regeling aan te passen nu de CRvB heeft geoordeeld dat de huidige regeling discriminerend is voor vrouwen. In dit wetsvoorstel wordt gekozen voor een brede benadering met ingrijpende gevolgen. De uitspraak van de CRvB betreft alleen de verplichte werknemersverzekering, maar dit wetsvoorstel trekt het breder. De volledige set arbeidsrechtelijke verplichtingen wordt toegevoegd. Het kenmerkende informele karakter van het pgb verdwijnt daarmee volledig. Vindt de minister dit wenselijk?
Voorzitter. Wij hebben nog een aantal vragen. Door het verplicht worden van socialepremieafdracht stijgen de kosten voor de budgethouder met 20%. Om deze kostenstijging op te vangen, heeft de minister extra middelen vrijgemaakt voor twee jaar. Hoe stelt de minister zich voor dat de pgb-houders deze forse kostenstijging opvangen na afloop van deze twee jaar? En heeft de minister er zicht op hoe deze maatregelen uitwerken in het veld? Neemt de animo om zorg te regelen of te verlenen via het pgb inderdaad af, zoals de vrees van sommigen is?
Voor ondersteuning bij het werkgeverschap en financiële lasten is een rol weggelegd voor de Sociale Verzekeringsbank. De regering maakt structureel meer geld vrij voor de SVB naar aanleiding van dit wetsvoorstel, zo leest mijn fractie in de beantwoording van onze vragen. De regering is van mening dat met deze structurele financiële injectie alle betrokken budgethouders terechtkunnen bij de SVB. Hoe houdt de minister hierover contact met de SVB? Het aantal pgb-houders dat administratief als werkgever wordt aangemerkt, stijgt van circa 2.000 naar zo'n 13.000. Er ligt een kritische uitvoeringstoets. Structurele extra middelen zijn een goed begin, maar de organisatie zal ook extra fte's moeten werven om deze explosieve groei aan te kunnen. Hoe houdt de minister de vinger aan de pols?
Gemeenten behouden de autonomie om te bepalen hoe zij pgb-houders tegemoetkomen. Hoe wil de minister voorkomen dat dit gaat leiden tot postcodeverschillen tussen gemeenten?
Voorzitter. Mijn fractie is blij met het aangenomen amendement-Bühler dat vooralsnog de inwerkingtreding opschort van de artikelen van het wetsvoorstel die over het ontslagrecht en de Wet flexibel werken gaan.
Voorzitter. Alles bij elkaar genomen is mijn fractie niet blij met dit wetsvoorstel. Er ligt een rechterlijke uitspraak en het bieden van arbeidsrechtelijke bescherming aan zorgverleners is een goede zaak. Deze geformaliseerde arbeidsrelatie heeft echter een keerzijde. Mensen die zorg verlenen, komen vaak uit het informele netwerk van de budgethouder: een buurman, een goede vriendin of een familielid. Mensen die zorg ontvangen, hebben er nooit voor gekozen om personeel in dienst te hebben. Het zou zonde zijn als deze wetgeving uiteindelijk zou leiden tot minder van dit type liefdevolle zorg. Het flexibele, informele karakter is het hart van het pgb en dat dreigt met deze wet te verdwijnen.
Natuurlijk vallen sommige pgb-houders nu ook al volledig onder het socialezekerheids- en arbeidsrecht, maar dit geldt voor arbeidsovereenkomsten waarbij een zorgverlener vier of meer dagen per week bij een budgethouder werkt. Tot nu toe waren kleinere contracten hiervan uitgezonderd, maar met deze aanpassing wordt elke pgb-houder werkgever, hoe klein zijn zorgcontract ook is. Zou de minister willen ingaan op hoe het staat met de verkenning naar een nieuwe regeling voor een juridisch houdbaar, informeel pgb, zoals gevraagd in de motie-Flach in de Tweede Kamer? Ziet hij mogelijkheden om tot zo'n nieuwe regeling te komen?
Voorzitter. Mijn fractie hecht grote waarde aan het houden van een informeel, flexibel persoonsgebonden budget, omdat het hulpbehoevend geworden mensen een zekere autonomie en waardigheid geeft. Deze wet dreigt het pgb te laten verdwijnen in een moeras van regelgeving. Wij betreuren dat en wij roepen de minister op om te komen tot een nieuwe regeling waar de gewone man mee uit de voeten kan.
Wij zien uit naar de beantwoording van de minister.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
De SP is er ook voor dat de gewone man hiermee uit de voeten kan. Ik wil daar "en vrouw" aan toevoegen. Ook de gewone vrouw …
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Het is man (m/v), de gewone man (m/v).
De heer Van Apeldoorn (SP):
Het zijn veelal vrouwen die werken als pgb-zorgverlener. Dat is 80%.
Ik begrijp het volgende niet helemaal goed in het betoog van mevrouw Huizinga. Zij benadrukt het informele karakter van deze vorm van zorg als het gaat om minder dan vier dagen in de week. Maar ook als je drie dagen in de week zorg verleent, is er wel degelijk sprake van een arbeidsrelatie, althans in een aantal gevallen. Het klopt toch dat die zorgverleners nu ook al werknemer zijn en dat de pgb-houder, de budgethouder, werkgever is? Dat is tenzij er sprake is van een echt informele relatie. Het werkgeverschap bestaat nu al. Het gevolg van deze wetgeving is dat aan de andere kant de werknemers ook de rechten krijgen die daarbij horen.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Ik heb uw vraag niet helemaal helder.
De heer Van Apeldoorn (SP):
De vraag is … De suggestie van mevrouw Huizinga was: we maken nu van deze mensen werkgevers. Maar dat zijn ze nu ook al.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Mijn suggestie is: het worden werkgevers met allerhande regelingen waar zij verantwoordelijkheid voor moeten nemen. We hebben het over het verplicht zijn van de premies, wat 20% kostenverhoging oplevert. Maar we hebben het ook over andere dingen die hen boven het hoofd hangen, die weliswaar even uit de weg zijn gehaald, maar waarvan de dreiging natuurlijk nog wel is dat die ook bij de pgb-houder terechtkomen. Dan zijn ze een volledige werkgever met al die arbeidsrechtelijke plichten die dat met zich meebrengt, terwijl zij in feite mensen willen die voor hen zorgen, een paar uur per week. Zij willen die mensen daar iets voor kunnen geven, zodat de gevoelde afhankelijkheid net iets minder wordt: jij komt mij helpen, maar ik ben in staat om jou ook iets te geven. Dat is wat ik bedoel met de menselijke waardigheid die dat pgb vasthoudt.
Ik moet eerlijk zeggen: de heer Baumgarten heeft in zijn betoog heel duidelijk gemaakt wat het verschil is tussen een werkgeverscontract met iemand die op kantoor werkt of een contract met iemand die aan huis komt en die jou verzorgt terwijl jij hulpbehoevend bent. Het is een ander contract en ik denk dat daar ruimte voor moet zijn en dat die ruimte daarvoor moet blijven om dat een beetje informeel en flexibel te houden.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ja, mevrouw Huizinga heeft het nog steeds over dat informele karakter, maar we kunnen, denk ik, samen vaststellen dat het nu al zo is dat het volgens de wet wel degelijk gaat om werkgevers enerzijds en werknemers anderzijds. Tenzij het inderdaad echt informeel geregeld is, wat ook kan, of helemaal op individuele basis. Alleen nu, onder de huidige Regeling dienstverlening aan huis valt het als het ware vanuit de positie van de budgethouder onder een verlicht regime. Dat betekent dus dat er inderdaad niet alle werkgeverslasten zijn, maar het betekent ook de andere kant van het verhaal — daar hoor ik mevrouw Huizinga niet over — namelijk dat de werknemers in die relatie ook niet alle rechten hebben die er normaal bij horen. Dan vraag ik me toch af wat de ChristenUnie daarvan vindt. In de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep staat dat het een ongerechtvaardigde uitzondering is, en daarmee ook een ongerechtvaardigde, en daarmee verboden, vorm van discriminatie in de arbeidsmarkt.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
De ChristenUnie zou willen dat een informeel, flexibel contract mogelijk blijft tussen mensen die hulp nodig hebben en mensen die zeggen: ik wil jou die zorg wel verlenen. Het is een wederzijds liefdevol contract en dat hoeft niet belast te worden met een bult aan arbeidsrechtelijke regelingen. Ik denk dat dat een kwestie is van … We hoeven niet alles te gieten in de bureaucratische molen. Er mag ook ruimte blijven voor een informeel contract: ik heb hulp nodig en ik vind het fijn dat ik jou daar wat voor kan betalen, want dat maakt mij minder hulpbehoevend. En degene die er uren aan geeft, krijgt er wat voor terug. Dat is een prachtig principe. Ik zou willen dat de minister zich inzet om dat principe op een of andere manier mogelijk te houden.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Helder. Tot slot. Ik denk dat onze visies hier toch verschillen. Wat mij betreft zijn werknemersrechten geen kwestie van bureaucratie, maar een kwestie van beschaving, namelijk dat werknemers rechten hebben. Mevrouw Huizinga trekt het helemaal in de sfeer van "liefdevolle zorg", maar het is geen vrijwilligerswerk. Het zijn ook professionele zorgverleners die dan geen vier dagen in de week zorg verlenen, maar drie dagen, en ik denk dat heel veel van die mensen ook denken: wat gebeurt er als ik ziek word? Wat gebeurt er als ik werkloos word? Dan ben ik het met mevrouw Huizinga eens dat je de lasten daarvoor niet eenzijdig bij de budgethouder moet leggen, dus als die lasten omhooggaan dan moet het duurzaam en structureel gecompenseerd worden, of moet je dat op een andere manier regelen. Waar ik moeite mee heb in het betoog van mevrouw Huizinga is dat naar de kant van de werknemer niet gekeken wordt en dat gesuggereerd wordt: dat doen die mensen allemaal uit liefde en uit zorg. Dat zal ongetwijfeld ook zo zijn, maar het zijn evengoed mensen die ook afhankelijk zijn van die inkomsten en van dat werk. Daar horen bepaalde rechten bij.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Het kan natuurlijk zo zijn dat je met elkaar afspreekt: wij maken hier een gewoon werkgeverscontract van. Maar dan heb ik het niet meteen over een contract met alle arbeidsrechtelijke dingen die erbij horen. Mijn fractie zou willen dat het mogelijk blijft om informeel flexibele afspraken te maken met elkaar. Dat is dan natuurlijk met wederzijds goedvinden van de pgb-houder en degene die de zorg verleent.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Apeldoorn van de SP.