Plenair Karaaslan-Kilic bij voortzetting behandeling Wet aanpassing Regeling dienstverlening aan huis



Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 20.08 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Karaaslan-Kilic i (D66):

Voorzitter, dank u wel. Tijdens de voorbereiding van dit debat in het reces had ik steeds een campagneslogan van D66 in mijn hoofd. Het was niet: "Het kan wél." Het was de slogan: "Laat iedereen vrij, maar niemand vallen." Eigenlijk vat die zin precies samen welke opgave er nu voorligt. Geef pgb-houders de vrijheid om hun zorg te organiseren op de manier die het best bij hen past, maar laat tegelijkertijd de zorgverleners niet vallen die iedere dag onmisbaar zijn voor de mensen voor wie zij zorgen.

Dat is de opgave die voor ons ligt. Aan de ene kant willen we werknemers meer zekerheid geven. De Centrale Raad van Beroep heeft immers geoordeeld dat de uitsluiting van werknemersverzekeringen voor mensen die onder de Regeling dienstverlening aan huis vallen, niet gerechtvaardigd is en vooral vrouwen negatief raakt. Dat oordeel is helder. Voor D66 is het ook helder dat mensen die werken recht hebben op bescherming tegen risico's van ziekte en werkloosheid, maar aan de andere kant moeten we ervoor zorgen dat pgb-houders hun zorg zo veel mogelijk kunnen blijven organiseren op de manier die bij hen past, dat zij niet door nieuwe verplichtingen of hogere kosten hun zorg moeten aanpassen of geen zorg kunnen inkopen. Dat is wel het risico dat wij voorzien. Daarom gaat dit debat voor mijn fractie uiteindelijk over de vraag hoe we béíde doen: meer zekerheid creëren voor de zorgverleners en de vrijheid en zorgcontinuïteit voor de pgb-houders behouden. Juist daarom moeten we niet alleen kijken naar wat deze wet op papier regelt, maar vooral hoe deze straks in de praktijk uitpakt.

Voorzitter. Voordat ik daarop inga, wil ik eerst stilstaan bij het proces, waar ook heel wat fracties bij hebben stilgestaan. Zoals in dit debat en in de stukken al meerdere keren naar voren is gekomen, zijn er in de aanloop naar deze wet belangrijke lessen te trekken. Er zat tempo achter de totstandkoming van deze wet. Dat heeft er op sommige momenten toe geleid dat de informatiepositie van het parlement beter had gekund. Ondertussen waren processen in gang gezet die niet zomaar teruggedraaid konden worden. Voor mijn fractie onderstreept dat vooral het belang van een zorgvuldig parlementair proces, zeker wanneer wetgeving gevolgen heeft voor mensen die dagelijks afhankelijk zijn van zorg en voor mensen die die zorg verlenen. Mijn fractie waardeert het daarom dat de minister hierop heeft gereflecteerd en stappen heeft gezet om dit in de toekomst te verbeteren.

Voorzitter. Dan de uitvoering. Er is al heel veel gezegd over de vraag of deze wet uitvoerbaar is. De Sociale Verzekeringsbank heeft zich voorbereid en kan voortbouwen op bestaande regelingen voor pgb-houders die nu al zorgverleners in dienst hebben. Ook kan de Sociale Verzekeringsbank een groot deel van de administratieve verplichtingen ondersteunen, zoals de salarisadministratie. Dat geeft vertrouwen in een zorgvuldige invoering en uitvoering. Tegelijkertijd vraagt de uitvoering onze blijvende aandacht. Een pgb-houder was al werkgever, maar met deze wet komen er meer verplichtingen bij.

De heer Kemperman i (FVD):

Even terugkomend op het punt van de SVB. Ik heb toch echt begrepen dat de SVB vrij recent juist een waarschuwing heeft afgegeven dat de uitvoeringspraktijk niet meer door hen bol te werken is. De vraag is eigenlijk dat er twee kanten zijn. De SVB zou dan een deel moeten overnemen van de formele werkgeverstaken die een pgb-houder normaal gesproken niet kan. Ik zie al iemand die als werkgever zorg geeft. Goed, daar hebben we het over gehad. Bent u het met mij eens dat als al die mensen op de SVB gaan terugvallen, terwijl die al aangeeft overbelast te zijn en eigenlijk een werkplafond heeft afgekondigd … De SVB geeft aan dat er niets meer bij kan, dus ik ben het heel erg met u oneens wanneer u nu zegt dat we dat dan maar aan de SVB overdragen, want zij geven aan dat ze dat prima kunnen door op bestaande wetgeving voort te borduren. Volgens mij is dat niet zo.

Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):

U refereert voor een deel aan de uitvoeringstoets, neem ik aan. In de voorbereiding op het debat heb ik ook een gesprek gehad met de Sociale Verzekeringsbank. De zorgen die u nu benoemt, zijn in dat gesprek niet geuit. Wat zij aangeven, is dat het al een bestaand proces was. "Wij hebben onze voorbereidingen goed kunnen treffen en eigenlijk is er in de werkwijze niks veranderd. Wij hebben alleen opgeschaald." Dus de zorgen die u nu benoemt, zijn voor mij niet heel erg bekend.

De heer Kemperman (FVD):

Het is inderdaad zeer actueel. Volgens mij is het vandaag of gisteren zelfs naar buiten gebracht in een soort noodkreet vanuit de Sociale Verzekeringsbank. Ik kan me voorstellen dat de informatie die ik nu in het debat inbreng voor u nog niet bekend is en dat u uitgaat van een gesprek dat u heeft gehad en dat geruststellend was. Dus daar kunnen we elkaar misschien even niet begrijpen. Maar het is wel degelijk zo dat de SVB deze noodkreet heeft afgegeven: "Het kan niet meer. Het is vol. We zitten met alle uitvoeringsregels die wij moeten uitvoeren aan ons plafond."

Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):

Als dat signaal door de SVB is gegeven, dan moeten we dat uiteraard serieus nemen. Ik ben ook heel erg benieuwd naar de reflectie van de minister op dat signaal.

De voorzitter:

Mevrouw Karaaslan-Kilic, vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Karaaslan-Kilic (D66):

Waar was ik? Ik was bij de pgb-houder, wiens rol als werkgever met deze wet groter wordt. Daar horen meer verplichtingen bij, meer administratie en verplichtingen rond salaris en re-integratie na ziekte. Voor iemand die zelf dagelijks zorg nodig heeft, kan dat een behoorlijke belasting zijn. De kracht van het pgb is juist dat mensen zelf regie kunnen voeren over hun zorg. Die kracht moeten we niet verliezen. Daarom vinden wij het belangrijk dat er niet alleen ondersteuning wordt geboden door de Sociale Verzekeringsbank, maar dat er ook met enige coulance wordt omgegaan met eventuele fouten die een budgethouder onverhoopt maakt. Als iemand te goeder trouw een administratieve fout maakt, moet wat ons betreft de menselijke maat leidend zijn. Kan de minister toezeggen dat een budgethouder die te goeder trouw een administratieve fout maakt, niet direct met financiële sancties of andere zware consequenties wordt geconfronteerd?

We moeten ook oog hebben voor een ander mogelijk effect, namelijk dat het pgb door een extra verplichting als instrument niet aantrekkelijker wordt of aantrekkelijk blijft. Juist het pgb geeft mensen de vrijheid om hun zorg zelf te organiseren en zelf te bepalen wie die zorg verleent. Die vrijheid is waardevol, maar werkt alleen als mensen die vrijheid daadwerkelijk kunnen gebruiken. Als de administratieve lasten of risico's te groot worden, bestaat het gevaar dat mensen minder snel voor een persoonsgebonden budget kiezen. Dat zou een onbedoeld effect van deze wet zijn. Kan de minister aangeven hoe hij gaat monitoren of deze wet ertoe leidt dat in de praktijk mensen minder snel voor een pgb kiezen? Als blijkt dat de administratieve lasten of risico's voor budgethouders te groot worden, is de minister dan bereid om ervoor te zorgen dat er aanvullende maatregelen worden genomen, om de lasten of risico's te beperken?

De minister heeft aangegeven dat de uitvoering klaar is en dat de betrokken instanties voorbereid zijn; we hebben zojuist iets andere signalen gehoord. De Sociale Verzekeringsbank, UWV en de Belastingdienst hebben aangegeven dat zij de voorbereidingen al hebben getroffen. Dat is goed om te horen. Kan de minister ons vandaag nog meer comfort geven over de manier waarop deze overgang in de praktijk wordt begeleid, niet alleen vanuit het perspectief van de uitvoeringsorganisaties, maar juist vanuit het perspectief van budgethouders en zorgverleners, die hier dagelijks mee te maken gaan krijgen?

Voorzitter. Nog één punt waar mijn fractie aandacht voor vraagt. Dat zijn de extra werkgeverslasten die binnen het pgb opgevangen moeten worden. Wat gebeurt er wanneer een budgethouder al aan het maximale beschikbare budget zit of als een gemeente het budget niet verhoogt? Het werkgeverschap brengt immers extra kosten met zich mee. Naar schatting kunnen de kosten van het werkgeverschap voor budgethouders met 20% toenemen. Zo kan een situatie ontstaan dat de budgethouder met de zorgverlener in gesprek moet gaan over het verlagen van het loon om de kosten te kunnen blijven dekken. Daar zit voor D66 een belangrijk aandachtspunt. Het kan niet de bedoeling zijn dat deze wet, die bedoeld is om werknemers meer zekerheid te geven, in de praktijk ertoe leidt dat dezelfde werknemers minder gaan verdienen. Dan geven we met één hand zekerheid en nemen we het met de andere hand weer af: een sigaar uit eigen doos. Kan de minister toezeggen dat hij erop zal toezien dat deze situatie in de praktijk wordt voorkomen? En kan de minister toezeggen dat gemeenten en andere verstrekkers ook op de lange termijn pgb-houders voldoende kunnen compenseren voor de extra kosten die uit het werkgeverschap voortvloeien?

Voorzitter. Ik begon met het dilemma dat centraal staat in dit debat: aan de ene kant willen we mensen die werken meer zekerheid geven, wat zij verdienen. Aan de andere kant willen we ervoor zorgen dat de mensen die afhankelijk zijn van het pgb, hun zorg op een goede, vrije en betaalbare manier kunnen blijven organiseren. Voor D66 hoeven deze twee uitgangspunten niet tegenover elkaar te staan. Wij geloven in vrijheid, maar ook in verantwoordelijkheid voor elkaar. Wij geloven in zekerheid waar die nodig is en in ruimte waar mensen die zelf kunnen gebruiken. Daarom verwelkomen wij deze wet. Maar onze verantwoordelijkheid houdt niet op. Wij zullen de uitvoering met aandacht blijven volgen. Dat is niet omdat wij twijfelen aan de inzet van de minister of de uitvoeringsorganisaties, maar omdat juist in de praktijk moet blijken of we erin slagen om beide doelen te bereiken: meer zekerheid voor zorgverleners én vrijheid en zorgcontinuïteit voor de pgb-houders. Uiteindelijk willen we precies doen wat in de D66-slogan besloten ligt: laat iedereen vrij, maar niemand vallen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Ik heb van de minister begrepen dat hij tien minuten wil schorsen. Wij gaan om 20.30 uur verder met de beantwoording van de minister in de eerste termijn.