Dit wetsvoorstel wijzigt de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) om proactieve dienstverlening door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale verzekeringsbank (SVB) en gemeenten te bevorderen. Het wetsvoorstel beoogt de bestaanszekerheid van burgers te vergroten en armoede terug te dringen door mensen actief te wijzen op uitkeringen en voorzieningen waar zij recht op hebben. Bijvoorbeeld een bijstandsuitkering, schuldhulpverlening of hulp bij het vinden van werk.
Met dit voorstel krijgen het UWV, de SVB en gemeenten de mogelijkheid om persoonsgegevens te gebruiken en informatie uit te wisselen, zoals gegevens over inkomen en vermogen. Hierdoor kunnen ze onderzoeken wie recht heeft op een uitkering of ondersteuning. Het wetsvoorstel bevat een opt-out bepaling voor betrokkenen die dit niet willen. Ook moeten de uitvoeringsorganisaties actief hulp bieden aan burgers bij het aanvragen van een regeling. Het uitwisselen van persoonsgegevens mag alleen worden gebruikt om mensen erop te wijzen waar zij recht op hebben, en niet voor toezicht en handhaving. Dit wetsvoorstel verplicht daarnaast het UWV en de SVB om aan te tonen hoe zij hun dienstverlening uitvoeren op basis van publieke waarden, zoals dienstbaarheid, responsiviteit, inclusiviteit, toegankelijkheid en betrouwbaarheid.
Verder wordt artikel 65 van de Wet SUWI over het Systeem Risico Indicatie (SyRI) geschrapt. Dit systeem werd gebruikt voor de opsporing van socialezekerheidsfraude, maar werd strijdig bevonden met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is in behandeling bij de Tweede Kamer.
ingediend
2 september 2025titel
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW)schriftelijke voorbereiding
ondertekening
- Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
inwerkingtreding
-
1.Met uitzondering van artikel I, onderdelen F en G, inwerking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
-
2.Artikel I, onderdelen F en G, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt terug tot en met 5 februari 2020.