Het lidmaatschap van de Eerste Kamer

De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk. Zij bestaan uit een Tweede en een Eerste Kamer. De Tweede kamer bestaat uit 150 leden, de Eerste Kamer uit 75 leden. De zittingsduur van beide Kamers is vier jaar. De leden van de Tweede Kamer worden in rechtstreekse verkiezingen gekozen. De leden van de Eerste Kamer worden gekozen door de leden van provinciale staten. De verkiezing wordt gehouden binnen drie maanden na de verkiezing van de leden van provinciale staten. Er is dus sprake van een ‘getrapte’ verkiezing.

Om lid van de Staten-Generaal te kunnen zijn, is vereist dat men Nederlander is, de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en niet is uitgesloten van het kiesrecht. Er is een aantal zogenaamde ‘incompatibiliteiten’: niemand kan lid van beide Kamers zijn en een lid van de Staten-Generaal kan bijvoorbeeld niet tegelijkertijd minister, staatssecretaris of lid van de Raad van State zijn.

De financiële positie van de leden van de Eerste Kamer is geregeld in de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer. De vergoeding (honorering) die een lid van de Eerste Kamer ontvangt, bedraagt een vierde van de vergoeding die een lid van de Tweede Kamer ontvangt. Daarnaast ontvangen de leden kostenvergoedingen. Het lidmaatschap van de Eerste Kamer is dus een parttime politieke functie die doorgaans naast een hoofdfunctie elders in de samenleving wordt uitgeoefend.

De honorering van de Voorzitter is gebaseerd op een halve werkweek. De vaste vergaderdag van de Eerste Kamer is de dinsdag. Wanneer de agenda dat vergt, wordt op maandagavond, en in uitzonderlijke gevallen, op woensdag vergaderd.

Tot het parlementaire werk behoort voor veel leden ook de deelname aan interparlementaire vergaderingen in het kader van internationale organisaties, bijvoorbeeld de Raad van Europa of de Navo. De wet voorziet sinds 19 november 2011 in een honoreringsregeling voor deze werkzaamheden.

Voor oud-leden van de Eerste Kamer gelden geen wachtgeldregelingen en (behoudens voor de voorzitter) geen pensioenvoorziening.

De Kamer kent een beperkte financiële regeling voor fractieondersteuning.

De leden van de Eerste Kamer zijn wettelijk verplicht hun nevenfuncties (dat wil zeggen: de functies die zij naast het lidmaatschap van de Eerste Kamer vervullen, waaronder de eventuele hoofdfunctie) openbaar te maken door terinzagelegging van een opgave bij de griffie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. De functies die Kamerleden vervullen, zijn op de website van de Eerste Kamer te vinden onder de korte biografie van de leden (rubriek Kamerleden/alle leden).