Drukbezochte hoorcolleges Eerste Kamer voor Grondwetfestival



De zes hoorcolleges die de Eerste Kamer zaterdag in samenwerking met het Genootschap jonge historici heeft gehouden in het kader van het GrondwetFestival, hebben veel belangstelling getrokken. Bij alle colleges waren de bankjes waar normaal op de dinsdagse vergaderdag de 75 Eerste Kamerleden zitten allemaal bezet. De colleges werden gegeven door jonge historici, Eerste Kamerleden en Voorzitter en Griffier van de Eerste Kamer. Het publiek in de zaal kon ‘Kamervragen’ stellen, maar ook via Twitter reageren (#EKGrondwet).

De colleges gingen zowel over het ontstaan van de Grondwet en de voorloper daarvan – de Bataafsche Staatsregeling uit 1798 – als over het gebouwencomplex en de huidige positie van de Eerste Kamer in het Nederlandse staatsbestel. Voorzitter Ankie Broekers-Knol van de Eerste Kamer zei in het laatste college hierover onder meer dat de Eerste Kamer geen activistische debatingclub is, maar een onderdeel van het Nederlandse parlementaire stelsel dat haar taak zeer serieus neemt en ook in de huidige politieke constellatie doet wat zij altijd heeft gedaan: wetten beoordelen op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Historicus Bert van den Braak pleitte voor een conflictregeling als Tweede en Eerste Kamer in meerderheid anders oordelen over een wetsvoorstel. De heer Van den Braak stelde dat dit nodig is vanwege de toegenomen politieke instabiliteit en het wisselende stemgedrag.

Historicus Mart Rutjes legde in het eerste college uit dat de eerste Nederlandse Grondwet eigenlijk al op 4 mei 1798 in werking trad, als voorloper van de eerste Grondwet van het Koninkrijk die vandaag gevierd wordt: “De Bataafse Grondwet was zeer vooruitstrevend, meer dan die van 1814 en had een hoog opvoedkundig gehalte.” Senator Vliegenthart noemt de huidige Grondwet “niet heel sexy, die mag progressiever en moderner.”

Historicus Wietse Stam stelde in het tweede college – over de rol van de Zuidelijke Nederlandsen bij het ontstaan van de Eerste Kamer – dat de Eerste Kamer “weliswaar een Belgisch initiatief was, maar dat daartegen weinig verzet uit de Noordelijke Nederlanden bestond. Hoe Belgisch is dan deze erfenis? ” Senator Lokin-Sassen stelde dat de Eerste Kamer destijds niet zuiver voor de adel was, maar dat de leden aanvankelijk wel uitsluitend door de Koning benoemd. Het karakter van de Senaat is sterk veranderd: “Van ménagerie du roi naar chambre de réflexion’, aldus Lokin-Sassen.

De kunsthistorica Marion Bolten belichtte in het derde college het gebouwencomplex van de Eerste Kamer, ontstaan uit onder meer het Stadhouderlijk kwartier. Zij stond uitvoerig stil bij de uitbundige aankleding van de plenaire vergaderzaal: “De gevel van de Eerste Kamer is dan wel sober, maar architect Pieter Post ‘ging los’ in de plenaire zaal”, aldus Bolten. Griffier Geert Jan Hamilton memoreerde nog dat de ambten die nog altijd aan het Binnenhof zitten een langere voorgeschiedenis hebben dan de 200 jaar van de Grondwet. Op deze geschiedenis mogen wij trots zijn, aldus de Griffier.

Gert Jan Geertjes wees er in het vierde college over het maken van wetten op dat de Grondwet maar van beperkt belang is voor delen van het staatsrecht. “Rechters bijvoorbeeld kunnen wetten niet aan de Grondwet toetsen.” Zowel Geertjes als co-referent senator Witteveen toonden zich voorstander van een dergelijke constitutionele toetsing, maar achten de kans dat de Grondwet hiervoor op korte termijn wordt gewijzigd niet erg groot. Witteveen wees er wel op dat de Eerste Kamer nu bij de beoordeling van wetten wel naar de Grondwet en internationale verdragen kijkt.”

Peter Bootsma ging in het vijfde college in op de mores in de Eerste Kamer. Hij citeerde onder meer Handelingen waarin een Kamerlid het woord werd ontnomen wegens onbehoorlijk gedrag. “Kamerleden werden jarenlang de mond gesnoerd als ze zeiden dat de minister loog.” Volgens senator Joris Backer “spat de retorica er niet vanaf” in de Eerste Kamer, maar zijn Eerste Kamerleden wel hoffelijk “Mag ik de geachte collega van de SP het volgende vragen…?” en doorgaans ook goede sprekers. Bovendien dient de hoffelijkheid een functie: de focus ligt op de inhoud.

De Eerste Kamer werd zaterdag door enkele duizenden mensen bezocht. Er stonden de hele dag rijen voor het Eerste Kamergebouw, mede omdat het publiek via de Senaat toegang kreeg tot de Trêveszaal – de wekelijkse vergaderzaal van de Ministerraad – die speciaal voor het Grondwetfestival was opengesteld.

Zie ook:


Deel dit item: