24.544

Initiatiefvoorstel-Verhagen inzake wettelijke vastlegging van de machtiging tot verblijf

Dit initiatiefvoorstel van het lid Verhagen (CDA) geeft een wettelijke basis aan de regeling dat aanvragen om een vergunning tot verblijf buiten behandeling worden gesteld als een machtiging tot voorlopig verblijf ontbreekt.

Het voorstel komt tegemoet aan het oordeel van de Vreemdelingenkamer dat dit een zo zwaarwichtige eis is dat deze niet in lagere regelgeving (het Vreemdelingenbesluit) mag worden ondergebracht.

Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.


LeesVoor

Stand van zaken

Meer info

Tweede Kamer
Meer info
Schriftelijke voorbereiding
Eerste Kamer
Meer info
Plenair
 
Meer info
Afkondiging
Staatsblad(en)

Het voorstel is op 30 september 1997 door de Tweede Kamer aangenomen. GroenLinks, SP en Unie 55+ stemden tegen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 23 juni 1998 zonder stemming aangenomen. De fractie van GroenLinks is daarbij aantekening verleend.

De wet is opgenomen in Staatsblad 613 van 3 november 1998.


LeesVoor

Kerngegevens

ingediend

6 december 1995

titel

Voorstel van wet van het lid Verhagen tot wijziging van de Vreemdelingenwet (wettelijke vastlegging van de machtiging tot voorlopig verblijf)

schriftelijke voorbereiding


inbreng geleverd door


ondertekening


inwerkingtreding

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip


LeesVoor

Hoofdlijnen

  • Een aanvraag om toelating wordt slechts in behandeling genomen als de vreemdeling een geldige machtiging tot voorlopig verblijf heeft, verstrekt door de Nederlandse ambassade of consulaat in het land van herkomst.
  • Een aantal categorieën vreemdelingen zijn daarvan vrijgesteld:

    . vreemdelingen met de nationaliteit van door de minister aan te wijzen landen

    . vreemdelingen die een aanvraag om toelating als vluchteling hebben ingediend

    . gezinsleden van toegelaten vluchtelingen

    . vreemdelingen in een acute medische noodsituatie

    . slachtoffers of getuigen-aangevers van vrouwenhandel

  • In zeer uitzonderlijke individuele gevallen kan de minister afzien van het eisen van een machtiging tot voorlopig verblijf.

LeesVoor

Documenten