Inhoudsopgave van deze pagina
Opneming in de Grondwet van bepalingen inzake het correctief referendum
Dit wetsvoorstel maakt het mogelijk een beslissend correctief referendum te houden over een wetsvoorstel dat door de Staten-Generaal is aangenomen. Tevens kan een besluit van gemeenten en provincies aan zo'n referendum worden onderworpen.
Hiermee wordt de invloed van de kiezers op het beleid vergroot.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is op 26 juni 1997 aangenomen door de Tweede Kamer. CDA, SGP, RPF, GPV, Unie55+ en Hendriks stemden tegen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 3 maart 1998 met 40 tegen 27 stemmen aangenomen.
De wet is opgenomen in Staatsblad 137 van 12 maart 1998.
ingediend
4 december 1996titel
Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendumschriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
- CDA - C.P. van Dijk
- D66 - B. Staal
- PvdA - E.C.M. Jurgens
- GroenLinks - J.A. Schoondergang-Horikx
- VVD - H. Wiegel
- SGP, GPV, RPF - G. Holdijk
ondertekening
inwerkingtreding
-
-Over een wetsvoorstel dat door de Staten-Generaal is aangenomen, wordt een referendum gehouden als, na een eerste verzoek van 40.000 kiesgerechtigden, tenminste 600.000 kiesgerechtigden daar om vragen.
-
-Het door de Staten-Generaal aanvaarde wetsvoorstel vervalt als een meerderheid van de opgekomen kiesgerechtigden zich tegen het voorstel uit spreekt en die meerderheid minstens 30% omvat van het totaal aantal kiesgerechtigden.
-
-Als zich bij het referendum geen meerderheid uitspreekt tegen het wetsvoorstel, wordt het voorstel meteen bekrachtigd.
-
-Enkele onderwerpen zijn uitgesloten van deze regeling, namelijk het koningschap, het Koninklijk Huis, de begroting, uitvoering van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden en verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties.
-
-Ook over besluiten van provinciale staten of de gemeenteraad kan op verzoek van kiesgerechtigden een referendum worden gehouden.
-
-Over de aantallen kiesgerechtigden en de regels voor zo'n referendum moet nog een aparte wet gemaakt worden.
-
-De provinciale staten of de gemeenteraden kunnen dus niet zelf beslissen of er een referendum wordt gehouden. Wel kunnen zij zelf belangrijke elementen van de procedure (zoals het tijdstip) vast stellen.
-
3 maart 1998
stemming (aangenomen, 40 en 27 tegen)
EK 22, blz. 1039 -
17 februari 1998
voortzetting behandeling
nr. 20: blz. 941-961 -
17 februari 1998
behandeling
nr. 20: blz. 905-920 -
20 januari 1998
eindverslag commissie Binnenlandse Zaken
nr. 67d -
8 januari 1998
nadere memorie van antwoord
nr. 67c -
5 december 1997
nader voorlopig verslag commissie Binnenlandse Zaken
nr. 67b -
31 oktober 1997
memorie van antwoord
nr. 67a -
23 oktober 1997
voorlopig verslag commissie Binnenlandse Zaken
nr. 67 -
26 juni 1997
gewijzigd voorstel van wet
nr. 312 -
26 juni 1997
stemming (aangenomen, tegen: CDA, SGP, GPV, RPF, U55+ en Hendriks)
nr. 34: blz. 6974-6976 -
26 juni 1997
stemmingsoverzicht Tweede Kamer
-
25 juni 1997
voortzetting behandeling
nr. 34: blz. 6800-6832 -
12 juni 1997
voortzetting behandeling
nr. 32: blz. 6414-6429 -
10 juni 1997
behandeling
nr. 32: blz. 6234-6264



Volg via