Inhoudsopgave van deze pagina
Verkrijging van het Nederlanderschap na erkenning en invoering verklaring van verbondenheid
Deze wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) regelt de invoering van een verklaring van verbondenheid als onderdeel van de verkrijging van het Nederlanderschap door optie of door naturalisatie, en de wijziging van de regels betreffende de verkrijging van het Nederlanderschap in geval van erkenning na geboorte.
Verder verduidelijkt het de rechtspositie van oudere minderjarigen bij de verkrijging en het verlies van het Nederlanderschap. In de verklaring van verbondenheid gaat het om het besef dat de relatie met de samenleving wordt versterkt. Dit wordt uitgedrukt in het respect voor de rechtsorde die het samenleven mogelijk maakt en in de belofte de plichten te vervullen die uit het Nederlanderschap voortvloeien.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Het voorstel is op 26 februari 2008 aangenomen door de Tweede Kamer. De fractie van de PVV stemde tegen. De Eerste Kamer heeft het voorstel op 24 juni 2008 als hamerstuk afgedaan.
De wet is opgenomen in Staatsblad 270
van 15 juli 2008. Dit Staatsblad is op 18 september 2008 gerectificeerd. ![]()
ingediend
6 juni 2006titel
Wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter invoering van een verklaring van verbondenheid, en tot aanpassing van de regeling van de verkrijging van het Nederlanderschap na erkenningschriftelijke voorbereiding
inbreng geleverd door
ondertekening
inwerkingtreding
Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip
-
-Deze wetswijziging voorziet erin dat de optant of naturalisandus al bij zijn verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap als bedoeld in artikel 6 RWN of zijn verzoek tot naturalisatie als bedoeld in artikel 7 RWN aangeeft bereid te zijn bij de verkrijging van het Nederlanderschap een verklaring van verbondenheid af te leggen.
-
-De wijziging van het Nederlanderschap in geval van erkenning na geboorte heeft betrekking op de regeling dat een minderjarige vreemdeling die na zijn geboorte door een Nederlander is erkend of door wettiging het kind van een Nederlander geworden is, daardoor niet meer van rechtswege het Nederlanderschap verkrijgt. In zulke gevallen kan de minderjarige vreemdeling het Nederlanderschap pas verkrijgen als hij na de erkenning door een Nederlander of na de bedoelde wettiging ten minste drie jaar verzorging en opvoeding van deze Nederlander genoten heeft.
-
-De hier voorgestelde regeling gaat er verder vanuit dat de schijnerkenningen die enkel erop gericht zijn Nederlanderschap te verschaffen vrijwel alleen plaatsvinden met betrekking tot oudere minderjarigen. Om die redenen kan dan ook de regeling van verkrijging van het Nederlanderschap wegens erkenning door een Nederlander, opgenomen in artikel 4 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, zoals die luidde voor 1 april 2003, worden heringevoerd ten aanzien van erkenningen die plaatsvinden kort na geboorte van het kind, althans in de eerste levensjaren van het kind. Bovendien kan die verkrijgingsregeling worden heringevoerd ongeacht de leeftijd van de minderjarige, als de Nederlander die het kind erkent, aantoont de biologische vader van het kind te zijn.
-
18 september 2008
rectificatie staatsblad
-
15 juli 2008
publicatie wet
nr. 270 -
24 juni 2008
stemming (hamerstuk)
nr. 35, blz: 1449 -
17 juni 2008
eindverslag commissie Justitie (Just.)
EK, D -
17 juni 2008
korte aantekening commissie Justitie (Just.)
-
12 juni 2008
memorie van antwoord
EK, C -
12 juni 2008
Inventarisatie van eed, gelofte of verklaring n.a.v. naturalisatie in andere landen
bijlage bij EK, C -
22 april 2008
voorlopig verslag commissie Justitie (Just.)
EK, B -
15 april 2008
korte aantekening commissie Justitie (Just.)
-
11 maart 2008
korte aantekening commissie Justitie (Just.)
-
26 februari 2008
stemmingsoverzicht Tweede Kamer
-
26 februari 2008
gewijzigd voorstel van rijkswet
EK, A -
26 februari 2008
stemming (aangenomen, tegen: PVV)
nr. 55, blz: 3969 -
30 januari 2008
behandeling
nr. 47, blz: 3505-3536


Volg via